Wismar

29 mei 2024

Voordat we de oversteek naar Wismar maken zijn we al de brede Trave afgezakt en blijven we een nacht in Travemünde. Het is elke keer weer spannend waar we kunnen liggen. Aan de kant van de stad lukt niet dus zoeken we een plaatsje aan de overzijde in de jachthaven. We komen aan de buitenste steiger te liggen waar overdag en ‘s nachts de personen- en vrachtferry’s met bestemming Zweden en Finland vlak langs komen. Ik slaap als een os maar Ria hoort alle ferry’s. Toch staan we vroeg op en varen op ons gemak tegen de zon in de Oostzee op. Er is nu geen ferry te bekennen! Aan het eind van de ochtend zijn we na 4 uur varen over een rustige Oostzee in de Wismarbocht en zien we het stads-silhouet van Wismar langzaam uit de dan ontstane nevel opdoemen. We leggen een uur later aan in de prachtige Oude Haven.

In de middag maak ik foto’s van de stad en als ik terug kom zit Ria samen met oud- collega Eelkje en haar man Rini aan de koffie direct aan de overzijde van de haven. Ik sluit aan en we eten samen een IJsje. Eelkje had Tiberius herkend toen ze met de fiets in de haven kwamen kijken en heeft contact gezocht. Wel heel toevallig!

Oude haven van Wismar, gefotografeerd vanaf het water met de Nikolaikirche frontaal in het midden

Wismar werd al in de 13e eeuw door kolonisten uit Lübeck gesticht. De haven en handelsstad worden al van het begin planmatig aangelegd. Al in 1259 sloot Wismar een handelsverdrag met Lübeck en Rostock. Dat was de eerste kiem van de Hanze. Die zou later uitgroeien tot het machtige handelsverbond waaraan ook Nederlandse steden zouden gaan deelnemen. De snelle opkomst van de stad werd onderstreept door de bouw van drie belangrijke kerken in de stijl van de baksteengotiek: de Marienkirche, de Nikolaikirche en de Georgenkirche.

Aan het begin van de vorige eeuw kwam de industrialisatie goed op gang en ontwikkelde de scheepsbouw en handel zich snel. Geallieerde bombardementen hebben de stad in de tweede wereldoorlog echter zwaar beschadigd. De Georgenkirche ging in vlammen op, evenals een kwart van de woonhuizen. De beschadigde Marienkirche werd in augustus 1960 door de DDR-communisten opgeblazen, waarna slechts de toren restte. Het herstel van de ruïne van de Georgenkirche is pas na de Wende begonnen. Sindsdien is er hard aan het herstel van de stad gewerkt. Wismar ziet er nu uit om door een ringetje te halen. Hier en daar lijkt het zelfs een gloednieuwe stad met veelkleurige, stijlvolle gevels. De inrichting van de straten met graniet ziet er heel mooi en strak uit. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Stadsgezicht van Wismar

Een stadspoort en de drie kerken van Wismar waarvan hier direct boven de beroemde Georgenkirche

Het is gek. Maar alle drie de dagen dat we de stad bezochten zijn we uitgekomen in de Georgenkirche. Dat is bij mij het zo genaamde Pantheoneffect. Toen we een week in Rome waren viel het Ria op een gegeven moment op dat we steeds bij het Pantheon uitkwamen. Ze zei: wat gek dat we steeds hier uit komen.
Bij zulke betoverend mooie gebouwen moet ik steeds langs als het kan. En ik vindt de Georgenkirche het mooiste voorbeeld van baksteengotiek in noord- Duitsland. Niet in de laatste plaats omdat het kerkinterieur er na het herstel niet is teruggeplaatst. Dat maakt de kerk iets minder katholiek terwijl het hemelse er juist daardoor tot uitdrukking wordt gebracht.

Lübeck

Uitzicht vanuit de kuip bij naderend onweer in de namiddag

Kraan naast onze ligplaats

Het licht in Lübeck is ongeëvenaard. De Oostzee dichtbij. Het is de mooiste plek op aarde. Voor zover wij weten. We worden er elke keer weer naar toegetrokken. En dat komt niet alleen door de prachtige Hanse steden die er aan liggen. Dat gaat over het licht. Hier in Lübeck voel je het al dichtbij. Ook al is het nog 20 km naar Travemünde voordat je er bent. Donderdag is het een goed moment om er naartoe te varen. Dan worden we opgetild uit het lichtgevende water. Lijkt het of je zweeft. Je kijkt onder de diepte in. Het heldere water in. Wonen dicht bij de Nederlandse kust is voor ons altijd van grote betekenis geweest. Maar de Oostzee slaat alles.

Enkele kerken en gebouwen uit Lübeck

Het is prachtig zonnig weer dus niets houd me tegen om nog eens door  Lübeck te gaan om alle kerken en poorten te fotograferen. In andere jaren heb ik al veel panden verzameld. Alle voor Lübeck zo bekende 7 torenspitsen had ik nog niet. Het valt niet mee. Lübeck is een krappe stad. Zeer dicht bebouwd. Vaak moest ik de torens van verschillende kanten fotograferen om een volledig beeld te krijgen. Ook vanwege de dicht op de torens geplaatste bomen. Op Tiberius heb ik de torens weer een voor een samengesteld tot éen beeld. En een nieuw stadsgezicht is geboren met alle 7 koperen torenspitsen en twee poorten. Ook het middeleeuwse Heilige Geest Hospitaal met de karakteristieke 5 torentjes heb ik toegevoegd.

Stadsgezicht van Lübeck met alle kerktorens en poorten

Lübeck zit vol met meer dan 50 verstopte ‘Gänge’, ofwel de hofjes achter en tussen de oude straten van de oude binnenstad. De wirwar van hofjes gaat terug tot begin van de 14e eeuw. Wegens de enorme groei van de bevolking, toen de handel in Lübeck in bloei stond, hebben de kooplieden en slimme huiseigenaren nagedacht over de woonruimte. Zij hebben uiteindelijk de zogenoemde kleine, raamloze ‘kraampjes van één verdieping hoog in hun achtertuinen gebouwd. Deze werden verhuurd aan knechten, dagloners, ambachtslieden en zeelieden. Ooit waren er 180 bewoonde stegen en binnenplaatsen, nu zijn er nog ongeveer 80 te vinden. De meeste zijn opengesteld voor publiek en zijn vrij toegankelijk. De kleine, liefdevolle gerestaureerde steeghuisjes zijn nu begeerde woonruimtes in het hart van de stad en prachtig als het gaat om idyllische romantiek. Een goed voorbeeld voor de Nederlandse steden om het woningtekort mede op te lossen.

‘Gänge’ achter en tussen de oude straten van de oude binnenstad

We zijn afgelopen twee weken zo inbeslag genomen door Lübeck dat we haast het laatste stuk van de reis vanaf Hannover hier naar toe vergeten zijn. Daarvoor moesten we toch nog een heel stuk Mittelandkanaal en het hele Elbe-Seiten-Kanaal af varen. Als beloning komt dan eerste de scheepslift Scharnebeck waar we ditmaal een ochtend moesten wachten voordat wij een sluisbeurt kregen. Maar dat is dan ook wel de moeite waard om 38 meter te mogen zakken naar het niveau van de Elbe.

De scheepslift Scharnebeck aan het eind van het Elbe-Seiten-Kanaal

Om de hoek ligt de Elbe met op de kruising het Elbe-Lübeckkanaal de voor ons bekende plaats Lauenburg. Het is altijd gezellig in de haven. En we hebben hier al een beetje het gevoel dicht bij de Oostzee te zijn. Alleen nog maar het Elbe-Lübeckkanaal afvaren. Maar dat is geen straf. Dit kanaal heeft meer het karakter van een romantisch riviertje. De route werd sinds het eind van de 14e eeuw bevaren. De route was een belangrijke doorvoerroute naar de Oostzee, maar tegenwoordig wordt de route minder gebruikt, omdat door de sluizen en bruggen slechts kleine schepen op het kanaal kunnen varen. Daarom wordt het kanaal nu vooral door de pleziervaart gebruikt.

De smalle straatjes ven Lauenburg

Hannover

3 mei 2024

We zijn alweer een heel eind opgeschoten. Liggen nu op een mooi plekje in de jachthaven van Hannover. Het enige nadeel is dat grote schepen hier met volle vaart langs denderen en de lijnen doen kraken. Maar dat hoort er bij op een schip. Je bent zelden alleen op het water. In tegenstelling tot het plekje op de foto waar we lagen nadat we uit Oldenburg waren vertrokken. Een prachtige avond op de Hunte bij Elsfleth waar we overnachtten voordat we de Weser op draaiden.

Het eerste stuk op de Wezer naar Bremen was goed te doen. We voeren daar nog op getijdenwater en gingen ’s middags met het opkomende water mee. Na Bremen was de Weser weerbarstig. We moesten tegen de stroom opboksen. Resultaat was dat de kilometerteller soms maar weinig vooruit kroop. Dan gaf de teller krap 8 km/uur aan terwijl we toch met een gangetje van 12 km door het water ploegden. Gelukkig viel het verderop mee met een tegenstroom van gemiddeld 3 km/uur. Dan is het heerlijk om op het Mittellandkanaal te varen en lekker met de andere schepen mee te kunnen komen. Daarom konden we vandaag de afstand van 62 km tussen Minden en Hannover makkelijk overbruggen.

Het bezoek aan Bremen was ditmaal kort maar een lust voor het oog. In de middag brak de zon door en konden we na het bezoek aan de ‘Kunsthalle’ en een lunch in het Speiselokal Canova, onder het museum, genieten van de overvloedig gedetailleerde architectuur van het Bremer Rathaus. En natuurlijk van de Bremer Stadsmuzikanten.

In het museum troffen we een werk van Tobias Radziwill aan, dat hij in 1950 al had gemaakt. Hij schilderde een collage van de haven van Bremen met schip, kraan en wagon zoals ik met m’n foto’s nu af en toe doe. Niets geks onder de zon dus. Iets verderop vonden we een werk van Ben Vautier die middels een inloopinstallatie laat zien wat de mens allemaal koopt. Het grote aantal verschillende objecten en slogans weerspiegelt de onverzadigbaarheid van onze consumptiemaatschappij. De bizarre kunstbazaar zet je aan om na te denken over wat kunst eigenlijk is en of er iets is dat je niet kunt kopen.

We stopten onderweg bij Nienburg waar ooit een graaf woonde en in Stolzenau waar de graaf van Hoya in de 16e eeuw een burcht bouwde. Verder veel ontluikende meidoorn langs de lommerrijke Wezer.

Na Stolzenau dachten we vrolijk door te gaan naar Minden. Maar daarbij hielden we geen rekening met de dag van de arbeid, 1 mei. Alle zondagen draaien de sluizen behalve op 1 mei. Dus hebben we van de nood een deugd gemaakt en zijn naar het nabij gelegen dorp Schüsselburg gelopen waar we een oploopje van brandweerlieden rond een versnaperingenwagentje aantroffen. Reuze gezellig en goeie worst en chili concarne.

Aan het eind van de Wezer bij de kruising met het Mittellandkanaal kom je bij de Schachtschleuse en ga je 13 meter omhoog. Naast de nieuwe sluis ligt nog de oude prachtige sluis en ook het aquaduct waarmee het Mittellandkanaal over de Wezer gaat is monumentaal. De Duitsers hebben van het Mittellandkanaal sowieso een echt prestige-werk gemaakt.