Weer thuis

Hooglandse Kerk vanaf de Burcht in Leiden

We zijn weer thuis. Of zo voelt het. Gisteren kwamen we in Leiden aan. De geboortestad van Ria en een stad waar ik ook veel voetstappen heb liggen. Vandaag al een rondje gelopen. Via de Oude Rijn, waar Ria haar ouderlijk huis en kleuterschool staat, via de Hooglandse Kerkgracht naar de Burcht met uitzicht over de stad. En door via de Aalmarkt en het Pieterskerkhof even gluren in de Hortus waar Ria a.s. donderdag een korte lezing voor een besloten club houdt. We beschouwen Leiden voorlopig als het eindpunt van onze reis dit jaar. Dit is dus ook het laatste blog dat we dit jaar schrijven. Hierna tutten we nog wat in Nederland; moeten nog in Baarn op de kant voor wat schilderwerk, waarna we proberen half oktober weer in Hoorn te liggen om te overwinteren.

We kijken terug op een mooie reis van 4 maanden waarbij het niet altijd de bedoeling was alsmaar door te gaan, maar ook eens een weekje te blijven liggen. We hebben 2.500 km gevaren met een gemiddelde van 10 km per uur. Dat betekent dus totaal 250 uur achter het stuurwiel. Uitgesmeerd over 17 weken is dat zowat 15 uur per week. Niet weinig, maar ook niet te gek. We hebben de plekken op onze reis niet alleen maar even aangeraakt en bezocht, maar er ook tijdelijk gewoond. Ons gevoel bij terugkomst in Nederland was echter weer als altijd. Namelijk dat we van dit landje toch het meeste houden. En niet alleen omdat we het kennen en er geboren zijn, maar ook omdat we het oprecht veelzijdiger en mooier vinden dan de ons omringende landen. We hebben dit jaar op onze hele reis niet zo veel vogels gezien dan langs de Nederrijn en de Lek.

Pontje over de Nederrijn vlak bij Rhenen.
Wadende koeien tussen de kieviten, ganzen en aalscholvers langs de Lek.
Achter de Sint-Jan in Gouda.

En natuurlijk kunnen de Duitse kanalen en Hanzesteden niet tippen aan het Nederlandse cultuurlandschap met zijn prachtige steden, pittoreske dorpen en het weidse rivierenland. Maar dat kun je alleen maar zeggen als je voor langere tijd bent weg geweest.

Is dat dan alleen maar een bevestiging van dat we eigenlijk helemaal niet weg hadden hoeven gaan? Nee natuurlijk niet. We hebben genoten van onze reis door de kanalen tot aan Berlijn en het prachtige uitgestrekte merenlandschap rond de Havel. Ons bezoek aan Brandenburg en Potsdam. De reis over de Oder tot aan Szczecin in Polen. En natuurlijk weer de aangename verrassing van het groen-blauwe heldere water van de Oostzee waar je nooit op uitgekeken raakt. En te merken hoe verschillend de Duitse Hanzesteden zijn: Stralsund, Rostock, Wismar en Lübeck. Door langzaam door dat andere cultuurlandschap te varen ervaar je het ook echt. Je moet moeite doen om er te komen en ook weer terug te gaan. Door langzamer te bewegen ervaar je meer. Dat is de waarde van het reizen per schip.

We zullen komende winter weer eens rustig nadenken over het volgend jaar. Blijven we toch een keer in Nederland? Of kunnen we het niet laten en gaan we via de Rijn en de Donau naar Boedapest? Wellicht gaan we weer over de Oostzee, maar nu naar Oslo. We weten het nog niet. Hebben ook weer een hele winter om daar over na te denken en te mijmeren. Voorlopig zijn we hier om iedereen weer eens te zien. Dat is ook weer extra leuk!

Münster, Rijn en Nederrijn

Münster

Vanaf het Mittellandkanaal is het niet ver naar Münster. We dachten er zondag 18 augustus vanuit Steinbeck in een paar uurtjes te zijn. Niets was minder waar. Zodra we het Dortmund-Eemskanaal op voeren, zaten we achter twee langzame binnenvaarschippers. Dus moesten we met krap 9 kilometer per uur tevreden zijn. Ik heb halverwege Tiberius nog even de sporen gegeven om een van de langzaamste schippers voorbij te gaan. Maar bij sluis Münster moesten we alletwee de schepen weer voor laten gaan en anderhalfuur wachten tot de sluismeester zo goed was het licht voor ons op groen te zetten, nadat hij een uur eerder al verlekkerend de sluisdeur voor ons had open gezet. Omdat Geer en Aniet dinsdag aan boord komen gebruiken we maandag om schoon schip te maken en boodschappen te doen. Ze zijn de volgende dag op tijd voor de lunch en we praten tijdens een broodje en koffie bij, waarna we de stad verkennen en aan het eind van de dag in Das Altes Gasthaus een lekkere Duitse stoofpot eten.

Van Münster naar de Rijn

Op woensdagochtend maken we vroeg los en varen in een paar uurtjes naar het Wesel-Dattelnkanaal. Onderweg wisselt Geer Aad af, kan Aad lekker op het voordek navelstaren en een filmpje maken van het voorbij trekkende landschap en de verrichtingen aan boord. Halverwege onze route naar Datteln zoeken we onderweg een plekje voor de lunch en twee uur later meren we om 15.30 uur af in Datteln. De volgende dag doen we een stuk van het Wesel-Dattelnkanaal. In dit kanaal hebben we zes sluizen en zakken totaal ruim 40 meter. Voor Aniet en Geer een hele belevenis om zo de wanden naast je steeds hoger te zien worden. Ze zijn samen de hulpmatrozen voor Ria. Kunnen ze zo mooi de stootwillen in de gaten houden in de sluizen met stalen damwanden. Direct na sluis Dorsten, meren we af aan de kade. Liggen vlak naast de warme bakker, waar de volgende ochtend frische Brötchen voor het ontbijt worden gehaald. We bekijken het plaatsje en laten ons op een terrasje zakken voor een Weizen-bier. De volgende dag nog twee sluizen te gaan en daarna zijn we zomaar op de Rijn. Dat is wel andere koek: heel veel vrachtverkeer. We meren aan in de jachthaven van Wesel, daar hebben we elf jaar geleden ook met onze ONJ gelegen. Ik herinner me dat het enige geluid wat we hoorden dat van de zweefvliegtuigen was die vlak boven je hoofd zoemden. Nu is er wel het een en ander veranderd, nu volgen de gyrocopter en sportvliegtuigen met veel kabaal vlak over ons hoofd. Niemand keek er van op, in de jachthaven was men er blijkbaar wel aan gewend. Zaterdagochtend vroeg nemen Geer en Aniet de taxi naar station Wesel om met de trein terug naar de auto in Münster te gaan. Van daaruit vervolgen zij hun vakantie. We kijken terug op super-leuke dagen, met een fijn stel! Nu weer samen op pad. De eerstvolgende stop is Arnhem. Weer in Nederland! Verrassend om weer Nederlands te spreken na meer dan drie maanden. Ook weer fijn!

En als we moeten kiezen tussen de machtige Rijn in Duitsland of de lieflijke Nederrijn in Nederland dan weten we het wel. Op de echte Rijn moet je voortdurend opletten, waar je bent t.o.v. de andere scheepvaart die soms met 10 tegelijk je tegemoet stomen. Waar onder de machtige Hercules duwmachines die 6 bakken van totaal 300 meter voortstuwen, een venijnige branding van 1,5 meter achter zich latend. Of de verstilde Nederrijn op zondagmorgen, als er nog geen speedbootjes of waterscooters langs komen scheuren. Dan kun je van het puur Nederlandse landschap genieten, en met een rustig gangetje op het voordek verder varen. Fototoestel en Pilot bij de hand, alles los laten. Een plaatje schieten alsof je Potter zelf bent.

Zen en de kunst van het motoronderhoud!

Via het Schiffhebewerk Scharnebeck, het Elbe-Seitenkanaal en het Mittellandkanaal zijn we op weg naar “huis”. Als we hebben vastgemaakt op de kruising van beide kanalen bellen Marisja en Thijs. Ze zijn in Hamburg, of ze niet even langs kunnen komen. Haha. Ze kunnen rond acht uur bij ons zijn. We eten een geïmproviseerde maaltijd en kletsen bij. Ria, Thijs en Maris maken het laat. De volgende dag brengen ze de auto bij het station in Calberlah en varen twee dagen met ons mee tot Hannover.

Maris en Thijs verwonderen zich over de vele verschillende bruggen over het Mittellandkanaal. Ongeveer elke kilometer ligt er wel een. Thijs neemt het varen een stukje van me over en legt op onze tussenstop aan. We willen eten bij een uitspanning iets verderop; Thijs en ik hadden trek in echte Duitse Bratwurst. We konden echter alleen wat drinken. De tent was erg verwaarloosd en net door iemand anders over genomen.Terug op de boot maak ik samen met Thijs een lekkere spaghetti.

De volgende dag doen we de sluis Anderten. Een 18 meter diepe sluis met enkel kleine bolders in de muur. Thijs en Maris verwonderen zich over de snelheid waarmee het water zakt. Zo snel dat de twee schippers voor ons het niet bij konden houden en hun lijn bleef hangen. De voorste verspeelde zijn lijn. De achterste kon hem nog maar net los krijgen door hem met de pikhaak los te wurmen. Ons overkomt dat niet. Wij zijn goed op elkaar ingespeeld. In Hannover nemen Thijs en Maris de volgende dag de trein terug. Wij gaan om het hoekje op het Stichkanaal liggen voor een rustige overnachting.

Nadat we in Minden hebben overnacht gaan we door naar Bad Essen. Dat vinden we zo’n leuke plaats. Sinds 1902 mag Essen als een officieel kuuroord de titel “Bad” dragen vanwege de aanwezigheid van geneeskrachtige bronnen. Maar………de tocht verloopt zeker niet vlekkenloos. Onderweg begint het instrumentenpaneel van Tiberius te gillen. De motor is oververhit. We leggen de boot stil en doen het luik open om het waterfilter te wisselen. Dat mag echter niet meer helpen. Er zit niets anders op dan de motor uit te zetten en af te laten koelen en af te wachten. Ik vraag via de marifoon aan de schippers om rustig aan te doen: als een schip van 85 meter langs komt lig je zomaar 10 meter verderop door de zuiging. Uiteindelijk komt een aardig Duits stel in een kruiser langs dat ons op sleeptouw neemt. Geen gezicht, wij met onze hulpeloze grote zwarte Tiberius achter de veel kleinere witte kruiser.

Maar hij doet het goed. We worden met een gangetje van 7 kilometer per uur naar de haven van Lübbecke gesleept. Twaalf kilometer verderop. Onderweg passeren nog enkele grote bakken, maar dat gaat goed. We houden ons hart vast voor de aankomst. Hoe gaat de schipper dat doen. Hij stuurt langzaam het haventje in en zoekt een plek langs een lang steiger, midden in de haven. Hij houdt er echter geen rekening mee dat 30 ton niet zomaar stil ligt. Ik probeer de vaart er uit te halen door Tiberius pardoes tegen het steiger te varen. Ria heeft een lijn op de middenbolder vastgemaakt die ze met een goede worp om de aanwezige stalen meerpaal werpt. Tiberius komt schrapend, net voor de kruiser tot stilstand. Van de weeromstuit weet de schippersvrouw voor ons niet meer hoe ze een lijn vast moet maken. Ze staat te trillen op haar benen. Ik haal de bagger uit het filter en probeer de motor. Hij spuit weer water. De volgende keer vaker controleren stommerd! We houden er een dikke kras op de romp aan over. Als we van het aardige al wat oudere duitse stel afscheid hebben genomen, vervolgen we onze weg naar Bad Essen.

Heftig Hamburg

Omdat we niet verder kunnen door de stremming van het Schiffhebewerk bij Scharnebeck, hebben we besloten een paar dagen naar Hamburg te gaan. Die stad staat toch al langer op ons verlanglijstje. Tot 15.00 uur hebben we de stroom op de Elbe mee en vertrekken dus op tijd, samen met een Deens echtpaar dat naast ons in Lauenburg ligt. De sluis bij Geesthacht schut ons snel en rond de middag zijn we al in de City Sporthafen Hamburg, midden in de stad. We liggen direct onder de bekende Elbphilharmonie. Drommen mensen kijken vanaf het balkon naar beneden over de Elbe. Want dat moet je doen als je Hamburg bezoekt, zo staat in de boekjes. De prachtige nieuwe verhoogde boulevard loopt direct langs de haven. Eigenlijk dachten we in een dito prachtige haven te zullen liggen. Zo leuk, een beetje lux voor een paar dagen grote stad. Niets is minder waar, een nog oude soort werkhaven was ons plekje. Daar, waar de rondvaartboten met een rotvaart langs denderen. Verder liggen de cruise- en containerschepen aangemeerd. Een ponton naast ons geeft plek aan grote rondvaartboten waarvan twee van die afschuwelijke zogenaamde Mississippi radarboten. Met van die uit elkaar gespatte schoorstenen bovenop en witte truttige balkonhekjes rondom. ‘s Avonds, als ze met veel gekreun zijn aangemeerd worden ze als een kerstboom fel verlicht met blauwe ledlampjes. We hebben dus een paar dagen flink klotsend in een soort bordeel gelegen. Maar de stad zelf is prachtig. Een beetje Amsterdam, maar ook vooral Rotterdam. Aan de Elbe een gigantische werkhaven, van binnen een booming-city. Voor een paar dagen te voet is Hamburg eigenlijk te groot. Misschien nog eens terug, maar dan in een hotelletje. Dan moeten we wel een jaartje van te voren boeken, want blijkbaar zijn de concerten in de Elbphilharmonie al voor een jaar uitverkocht.

Na een dutje lopen we de historische Speicherstadt in. Het is een complex van pakhuizen dat op een reeks eilandjes in de rivierbedding van de Elbe is gebouwd. De eerste magazijnen, werden al in 1888 in gebruik genomen. Om ruimte voor de pakhuizen in de vrijzone van de haven te creëren werd in 1883 de hele Hamburgse wijk Kehrwieder ontruimd. Daarbij moesten niet minder dan 20.000 inwoners verhuizen. De Speicherstadt bestaat uit 15 grote magazijnblokken met zes aangrenzende gebouwen en een tussenliggend netwerk van korte kanalen met eb en vloed, waar de te beladen schepen konden aanmeren. Op oude foto’s liggen de platbodems mannetje aan mannetje op de slikkige oever.

Aan het eind van de dag eten we bij een Italiaan die zegt goed voor Ria haar dieet te zorgen, maar dat niet gedaan blijkt te hebben als Ria in de loop van de avond heftig ziek wordt. Dinsdag, wanneer we een groene route lopen en ook de voormalige Botanische tuin bezoeken, komen we bij een medisch centrum een goede glutenvrije banketbakker tegen. Ria koopt een brood en eet een taartje. Dat maakt weer veel goed. Woensdag blijft Ria op de boot. Ze heeft zere knieën en last van een wespensteek. Ik loop nog een keer door het nieuw ontwikkelde havenkwartier en de Speicherstadt. Onder andere om mijn bestaande groothoeklens te proberen. Conclusie is dat de oude Sigma 10-20mm het in prestatie lang niet haalt bij mijn nieuwe Nikon lens op de Z6……

Het is nu 11.40 uur en we zijn bij kilometerrai 577. Naderen het begin van het Elbe-Seitenkanaal. Maar gaan nog even door naar Lauenburg. Morgen zakken we af naar het zuiden, naar het Schiffhebewerk Scharnebeck, richting het Mittellandkanaal, op weg naar “huis”.

Elbe-Lübeck kanaal

We varen in een ruk het Elbe-Lübeck kanaal af naar Lauenburg op de hoek van de Elbe. Het kanaal heeft wel iets Vecht-achtigs met de vele kronkels en het prachtige golvende groene landschap waar we door varen. We vertrekken vroeg om 8.30 uur. Het eerste stuk stijgt redelijk snel, elke 5 kilometer hebben we een sluis. Bij de eerste sluis liggen al 3 schepen te wachten. We sluiten met nog een schip aan en het licht springt op groen. Zo varen we het eerste stuk van het kanaal in colonne met een vaartje van 10 kilometer. Ria leert Rutger met de fenders en de lijnen om te gaan. Hij leert snel. Na twee sluizen hebben we er een matroos bij. Dat scheelt Ria werk! Na Mölln hebben we nog 20 kilometer voor de boeg en twee sluizen omlaag met een groot verval. We denken op tijd in de haven te zijn maar bij de eerste sluis moeten we 1,5 uur wachten omdat er gebrek aan water is. Dat is vroeg dit jaar. De laatste sluis bij Lauenburg doen we tegen 6 uur en we leggen aan in de haven.

De havenmeester komt met een vervelende mededeling: het Schiffhebewerk Lüneburg, aan het begin van het Elbe- Seitenkanaal is gestremd. Het water op de Elbe is een halve meter verlaagd omdat er verderop reparatiewerkzaamheden aan een van de sperrwerken in de Elbe nodig zijn. Door de waterstandverlaging kan de scheepslift niet werken. We liggen dus vast in Lauenburg. Via de Elbe en buitenom is voor ons geen optie. Er zit niets anders op dan te wachten. We verkennen zaterdag de mooie oude benedenstad van Lauenburg.

We doen op zaterdag boodschappen en verkennen Lauenburg.
Kerkplein van Lauenburg.

Dat is vette pech voor Rutger die zich erg heeft verheugd om in het Schiffhebewerk 37 meter omhoog te worden getakeld! Nu we niet weten hoe lang we moeten wachten en Rutger een beetje moe wordt is het beter dat hij opgehaald wordt. Morgen komt Thomas hem halen. Wel jammer. We hadden best nog graag een stuk met onze extra matroos willen varen.

Lübeck

Aad en ik liggen voor de derde keer in Lübeck, maar deze keer is het wel heel anders. We krijgen direct de eerste avond na aankomst bezoek. Thomas en Marja komen met de kinderen net met de ferry terug uit Denemarken. Ze vinden het leuk om even langs te komen. Ik maak een supergrote pan nasi, bak eieren en bananen en we smikkelen met z’n allen aan boord. Rutger wil weleens blijven logeren. Hij is ondertussen vaak op de boot geweest, maar heeft nog nooit meegevaren. Leuk! Dat gaan we doen. We blijven eerst een paar dagen in Lübeck, want dat was ons plan. Daarna vertrekken we richting het zuiden en kan Rutger mooi zien hoe Tiberius vaart.

Aankomst in de haven van Lübeck.

Rutger en ik gaan samen op pad in de stad. Aad blijft op de boot. Eerst hebben we de huisjes van de bruggewachters bewonderd en de prachtige stalen bruggen. Rutger vindt de bruggen niet bijzonder. Daarna bezoeken we het Europese Hanzemuseum. Leuk, het museum ligt helemaal onder de grond en Rutger loopt van het ene interactieve stukje naar het volgende. Wel leuk om te zien, ik ben dat helemaal niet meer gewend. Hij vindt vooral de historische markt die is ingericht erg leuk. Hier kun je zien wat voor spullen de boten allemaal vervoerden en verhandelden. We zagen: kaneel, luizen, paarden, huiden, citroenen, suiker, zout, etc. Teveel om op te noemen. Ook de wand met een supergrote maquette van Londen vond hij interessant. Poep! Grapje van Rutger. We hebben naar Smikkelkaas op de I-pad gekeken. Een grappig kinderfilmpje op You-tube. Dan weet je het wel. Tiberius is opeens een boot met veel beweging en grapjes.

Entreeplein Europese Hazemuseum.
Op woensdagavond onweer in de haven van Lübeck.

Samen, Rutger en ik, doen we boodschappen en lopen naar de Untertrave. Aan de Untertrave ligt een mooi gedeelte van de stad. Tussen en achter de grotere huizen zijn verspreid in dit gebied, voor de arbeiders die de stad overvolkte, meer dan 50 kleine, lage steegjes gemaakt. Als je daar doorheen loopt kom je op binnenterreintjes met kleine huisjes. Overal is het stil en groeien bomen en bloemen. Erg mooi. We bezoeken de Dom, en bewonderen het interieur. De organist is aan het oefenen op het moderne orgel, om drie uur is er een concert voor groot en klein. Rutger kijkt naar mij alsof hij water ziet branden, een concert? Nee, daar heeft hij geen trek in. Poep! Hij steekt een kaarsje op, zoals Aad en ik ook altijd doen. Op straat laat Rutger zich verrassen door het water.

Vanavond gaan we met z’n drietjes gezellig naar Da Luigi. Vorig jaar aten we hier een paar keer in een prachtig oud pand in de Fischergrube. Dan slaan we ook nog wat provisie in, zodat we morgen niet nog naar een winkel hoeven wanneer we aan het varen zijn.

Neustadt aan de Lübecker Bucht

Haven van Neustadt wanneer het nacht wordt.

Donderdag de 25e zijn we uit Wismar vertrokken, met bestemming Neustadt. We gaan niet direct door naar Lübeck omdat het de komende dagen erg warm wordt. In Neustadt is het koeler, omdat de wind vanuit het oosten direct de haven in waait. Zo warm als in Nederland gaat het hier gelukkig niet worden, maar op de boot is 25 tot 28 graden al behoorlijk warm. Om 13.30 meren we in de stadshaven van Neustadt aan. We passen zowaar in een box. Dat is voor de eerste keer deze reis. Wel leuk, geeft het gevoel dat we er ook bijhoren en niet apart aan de kade hoeven te liggen. Helemaal nu, de stad viert haar zoveel-jarig bestaan met muziek aan de kade en de hulpdiensten zoals brandweer en See-notretters, hebben een soort open dag. Wel een mooi gezicht, alle SAR schepen uit de omgeving doen mee. Nadat we de boot hebben omgedraaid liggen we helemaal goed. Alleen in de ochtend in de zon en lekker in het windje. We fietsen vrijdagochtend een rondje door het mooie golvende landschap in de buurt van Neustandt. Maar het bevalt Ria niet. Direct weer pijn in haar knieën.

Het ziet er naar uit dat de temperatuur dinsdag wat zakt en de wind en golven ook. Een mooi moment om naar Lübeck te vertrekken. Daar zullen we een paar dagen blijven, omdat we dat zo’n heerlijke stad vinden. Waarschijnlijk bezoeken we het Eropese Hanze-museum nog een keer. Vorig jaar vonden we dat zeer indrukwekkend. Een soort interactieve voorstelling over de handel en wandel van de Hanzesteden. Teveel om te kunnen onthouden, dus voor herhaling vatbaar.

Het zal wel weer wennen zijn om na Lübeck de kanalen te bevaren, na zo’n mooie tijd aan de Oostzee. Open en helder blauw-groen water met kwalletjes er in. Je kunt een heel stuk onder de boot doorkijken. Zodra we in de kanalen varen is dat gelijk afgelopen. Toch moet je niet denken dat de open Oostzee een paradijs is voor de visliefhebber, de viseter bedoel ik dan. Overal in de havens liggen kotters aan de kade met de aankondiging van verse vis, bakvis, visbroodjes. En allemaal direct van de visser. Nou dat is dus niet waar. Soms wordt hier vis gevangen en direct gerookt en verkocht. Maar vaker wordt de vis bevroren aangeleverd, vanuit ja je ziet het goed, vanuit Urk. Vorige week liep ik langs die leuke vissershuisjes aan de haven in Wismar en stond naast het reclamebord van de kotter een grote vrachtauto uit Urk. Natuurijk direct nagevraagd hoe dat nou zat. Ja, alles wordt bevroren vanuit Urk aangeleverd. Urk is een soort distributiesysteem voor Europa. Soms wordt er hier aan de Oostzee wat gevangen en niet direct verkocht. Dan gaat die vis naar Urk, wordt daar schoongemaakt en gefileerd, ingevroren en weer terug naar de Oostzee gestuurd. Vreemde wereld waarin we leven.