Nog meer Hollandse IJssel

4 augustus 2020
Hoe verder we op de Hollandse IJssel komen, hoe mooier ze wordt. Ik noem deze rivier bewust vrouwelijk. Zo zacht en romantisch is ze. Af en toe heeft ze Vechtse allures, maar dan op een bescheiden Hollandse schaal. Als we op de rivier varen lijkt het af en toe of ze ophoudt. Vooral op het stuk tussen Oudewater en Monfoort. Zo smal is de rivier, zo kronkelig en vol met bomen. Als we tegenliggers hebben moeten we een boom wachten. Anders raken we met de mast verstrikt in de takken.


Na het plekje bij de Waaiersluis vlak bij Gouda, liggen we een paar kilometer verderop in Haastrecht. Vervolgens 3 dagen in het mooie Oudewater met haar opvallend grote St. Michaëlskerk die pront langs de IJssel staat te stralen.


Oudewater ontstond omstreeks 1100 in een meanderbocht waar de Lange Linschoten samenkomt met de Hollandse IJssel. De stad was strategisch gelegen in het grensgebied van het Graafschap Holland en het Sticht Utrecht. De stad kreeg rond 1265 stadsrechten en nam op 19 juli 1572 samen met elf andere steden deel aan de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht. In deze vergadering werd de basis gelegd voor de Staat der Nederlanden onder ‘leiding’ van het Huis van Oranje. Jammer dat de bevolking van de stad als gevolg daarvan, na een korte belegering op 7 augustus 1575 door een Spaans leger praktisch geheel werdt uitgeroeid. Volgens de overleveringen wisten slechts drie inwoners deze slachting te overleven. Tijdens de inname ontstond een brand die een groot deel van de middeleeuwse bebouwing in as legde. Oudewater werd in de zestiende en zeventiende eeuw opnieuw opgebouwd en werd een belangrijk producent van touw. Dit touw werd gebruikt door de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie. Een groot aantal panden in de historische binnenstad dateert nog van deze periode.


We blijven een nacht in Monfoort en varen daarna via IJsselstein door naar de Lek. Wel vreemd als we midden in het smalle deel van de IJssel, dwars door IJsselstein mijn project van 15 jaar geleden tegenkomen: het Masterplan IJsseloever, prachtig gelegen langs het riviertje, voorzien van eigen jachthaven natuurlijk.

De Hollandse IJssel

29 juli 2020
De Hollandse IJssel is prachtig en heeft bovenstrooms soms Vechtse allures. Dit deel van deze rivier hadden we nog niet ontdekt. Het benedenstroomse deel van de Hollandse IJssel tussen Gouda en de plek waar de rivier in de Nieuwe Maas stroomt, is heel druk met beroepsvaart. Dat merkten we vorig jaar, op de terugweg vanuit Duitsland. De rivier is daar nog breed en onder invloed van eb en vloed.

Wij varen nu vanuit Gouda de andere kant op, stapje voor stapje de Hollandse IJssel af richting IJsselstein. We willen de rivier goed leren kennen en blijven in elk stadje 3 dagen liggen. Zo komen we de de drukste vakantieperiode in het jaar op een leuke manier door.

Het eerste stukje was heel kort. Van het centrum van Gouda, via de Mallegatsluis de Hollandse IJssel op tot de Waaiersluis, waar de invloed van eb en vloed ophoudt. We worden geholpen door een enthousiaste sluismeester. Hij had een eigen bedrijf met veel stress en is nu sluiswacht. Hij geniet er zichtbaar van. Deze sluis wordt nu nog voornamelijk door de pleziervaart gebruikt, maar de extra “waaierdeuren” zijn nog in werking. Worden ook nog wel een enkele keer gebruikt. De sluis heeft normaal een schutlengte van 24 meter. Grotere schepen tot 38 meter kunnen dus niet geschut worden. Wanneer de waterstand aan beide zijden van de sluis echter even hoog staat, wordt de sluis geheel opengezet en kunnen de grotere schepen er ook door varen. Toch kan er dan ineens, door bijvoorbeeld een snel opkomende vloed, een krachtige stroming in de sluis ontstaan. De sluis kan dan niet meer veilig met de gebruikelijke sluisdeuren worden afgesloten. Op zo’n moment bewijzen de waaierdeuren hun waarde.

Het tweede deel van onze tocht over deze romantische rivier is van de Waaiersluis tot Haastrecht. Ook maar een stukje van nog geen 3 kilometer. Haastrecht ontstond rond 1100 op de plaats waar het veenriviertje de Vlist uitmondt in de Hollandse IJssel. Op grond van deze belangrijke ligging, op het kruispunt van twee waterwegen, heeft Haastrecht in 1396 stadsrechten gekregen.

We nemen vanuit Haastrecht bus naar Oudewater. Over de dijk en over het jaagpad maken we terug een prachtige wandeling naar Hekendorp. Een schattige plek waar je via een handbediend sluisje naar de Reeuwijkse plassen kunt varen, als je tenminste niet hoger bent dan twee meter.

Haarlem – Lisse – Leiden

23 juli 2020
We hebben Leiden verlaten omdat het in de stad, ondanks corona, een gekkenhuis is. Lisa is gisteren nog wel in Leiden aan boord geweest om Inca te laten oefenen met in de boot stappen. Inca was bang van de afstand tussen de boot en de kade. Het was met de hulp van Frans van het KNGF snel opgelost. Volgens hem is de boot veel te glad en is er te weinig ruimte voor een hond om op te stappen. De oplossing is om Inca bij kop en kont op te pakken en over het gangboord op de boot te tillen. Een handigheid die ik nu van Frans geleerd heb.
We zijn al weer een week geleden uit Haarlem vertrokken met als bestemming Lisse. We hadden aan Dymp en Jan beloofd dat zij een stukje zouden kunnen meevaren. Om er even uit te zijn. En zij hadden de voorkeur om vanuit Lisse mee te varen.


In Lisse hebben we eerst nog een bezoek aan het museum de Zwarte Tulp gebracht omdat daar een tentoonstelling van de botanisch tekenaars is. Er hingen een paar prachtige aquarellen o.a. van Jacomien van Andel. Ria heeft meerdere keren les van haar gehad. Maar eigenlijk waren de twee films die in het museum vertoond werden nog interessanter. Een prachtige zwartwit film uit de oude doos waarin het hele proces van de bol gepresenteerd wordt, van het met de hand planten, koppen, pellen, sorteren, verpakken tot en met het transport per schip en per stoomtram. Prachtige beelden die deels nog veel herinneringen opriepen. Een tweede, lange documentairefilm ging over de geschiedenis van de tulp. Van de oorsprong van de wilde bloem in de Kaukasus, het meenemen van de bollen naar Turkije waar meerdere Sultans er straal verliefd op werden. En vele eeuwen later pas naar het westen waar de tulp ook uitgroeide tot een succes. Gevolg was o.a. tulpenmanie; een hausse in de tulpenhandel in Holland, die rond 1634 opkwam. In de Nederlandse Gouden Eeuw bereikten de prijzen van de nieuw geïntroduceerde tulpenbollen extreme hoogten. In januari 1637 werden tulpenbollen verkocht voor meer dan tien keer het jaarsalaris van een ervaren vakman, en waren ze ongeveer evenveel waard als een Amsterdams grachtenpand! Begin februari 1637 kwam er al weer een abrupt einde aan deze gekte. Blijkt dus dat ik, ondanks het feit dat ik midden in de bollenstreek ben opgegroeid, weinig van de geschiedenis af wist. Schande voor het onderwijs op de lagere school!

De volgende dag zijn Jan en Dymp om 10.00 uur op de boot en maken een prachige cruise met ons van Lisse, via de Ringvaart, de Brasem, de Wetering en de Oude Rijn naar Leiden.

Achterzijde van de Hooglandse Kerk aan de zijde van de Nieuwstraat.

Amersfoort – Weesp – Amsterdam – Haarlem

14 juli 2020
Om met Ilja Leonard Pfeijffer te spreken, we zwerven verder door het oude Europa; dit jaar alleen door Nederland. Van de ene historische stad naar de volgende. Wij Europeanen leven volgens Ilja voornamelijk in het verleden en ik denk dat hij daarin gelijk heeft. De Chinezen gooien oude spullen weg, wij koesteren onze historie. Ik maak dan ook voornamelijk plaatjes van de oude stad. Daarin zijn de lagen van het verleden opgeslagen. Zelfs als we nieuwe stadsdelen maken, borduren we vaak voort op eeuwen bouwtraditie.

Pieter en Stephanie varen van Amersfoort mee naar Weesp. Ze kunnen dit jaar hun buitenlandse tripjes niet doen. Maar op deze wijze hebben ze toch een kleine cruise. Een mooie tocht over de Eem, het Randmeer, het Markermeer langs Pampus en de Vecht op via de Grote Zeesluis van Muiden. We maken vast op ons oude vertrouwde plekje, tegenover café de Walrus aan de Vecht. Vandaar hebben we een mooi uitzicht op de Lange Vechtbrug en het Fort.

Natuurlijk drinken we een kopje koffie bij Lisa en Ivo nu we hier liggen. Wat is Weesp toch een ontzettend leuke plaats aan de Vecht. Met lieflijke grachtjes en mooie plekjes rond de kerken. Op vrijdag gaan we met een Greenwheels auto naar Amsterdam, voor een nieuwe ronde ACP injecties in Ria’s kniëen. De volgende dag maken we een wandeling langs de Vecht. Zondag varen we over het Smal Weesp naar het Amsterdam-Rijnkanaal. We slaan rechtsaf richting het noorden en varen een stuk over het nu zeer rustige kanaal. Zo stil hebben we het nog niet eerder meegemaakt. Weinig beroepsvaart; het kan hier anders met die kanjers van schepen, flink tekeer gaan in deze klotsbak. Zelfs op het Binnen-IJ is het rustig. Waarschijnlijk ook doordat de rondvaartboten dankzij de Covid 19 uitbraak nog steeds niet met passagiers varen. We varen de Sixhaven voorbij, hier hebben we al vaker gelegen. Nu meren we aan bij de wat verder naar het westen gelegen Amsterdam Marina, bij de voormalige NDSM werf. Een grote, luxe, maar wat onpersoonlijke jachthaven. We liggen aan de binnenkant van de golfbreker en hebben een eersterangs uitzicht op de voorbij varende schepen en genieten van een prachtige zonsondergang. We eten Ceviche van kabeljauw bij het hippe Pllek iets verder op de voormalige NDSM-Werf.

Je kunt hier al aan de lucht zien en het ook voelen: we zijn dichtbij de kust. Het lijkt alsof we op een eiland liggen, een maritiem gevoel met al die zeeschepen. Eén nacht is genoeg, dan we varen door naar Haarlem. Een mooie tocht, via het sluisje in Spaarndam. Ook hier liggen we op ons vaste plekje, aan het Korte Spaarne. We hebben vanuit de kuip uitzicht op de St. Bavokerk, de Waag, het Teylers Museum en de voet van Mercurius op ooit het kleinste museum van Nederland.

Amersfoort

29 juni 2020
We hebben Friesland verlaten en liggen nu in de Eemhaven van Amersfoort om hier Ivo zijn verjaardag te vieren. Weer helemaal vertrouwd hier. Alle plekjes van Amersfoort kennen we op ons duimpje.
Onze eerste stop hier naar toe was Urk. Altijd leuk om in dit drukke vissersdorp te liggen. Woningen en werk- plekken zoals scheepswerven liggen hier nog ouderwets pal naast elkaar. Iets wat op andere plekken in Nederland niet meer schijnt te kunnen. Geweldig om te zien dat het juist extra veel woonplezier geeft en geen hinder. Tussen de middag zie je de mensen nog ouderwets met de fiets naar huis gaan voor de warme hap.


Via het Markermeer varen we de volgende dag in een ruk naar de Eem waar we een plekje naast het Raboes vinden. We genieten van de prachtige weidsheid van de Eempolder. Omdat het de komende dagen tropisch warm wordt zoeken we een plekje in Eembrugge op het hoekje van het Ocrieteiland. Lekker in de schaduw onder een boom. We eten weer voor het eerst buiten de deur op het terras van het restaurant van de Eemnesser-haven.


We moeten echter wel, ondanks de warmte op vrijdag in de Eemhaven een plekje hebben om de verjaardag van Ivo te kunnen voorbereiden. Die vieren we weer voor het eerst met ons hele gezin en natuurlijk ook met Lisa. Sinds Ivo en Lisa hebben besloten een huis te zoeken hoort zij er echt bij. Ria heeft een toespaakje voorbereid waarin ze stil staat bij Ivo zijn 36-ste verjaardag en heet Lisa welkom in ons clubje. Ze heeft drie schalen lasagne gemaakt met heerlijke frisse Caprese vooraf. Samen met de honden van Lisa en Ivo en de papagaai Joeri is het alsof het altijd zo geweest is.

De Alde Feanen

woensdag 18 juni 2020

Het Fries Museum …… op de Wadden …….

Vanmorgen varen we door het gedicht van Marsman:

En in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,

boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.

de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord……..

Vooral die lage lucht is toepasselijk, die hier over het Friese land tussen Leeuwarden en Earnewald hangt. Varend over het Langdeel richting Wartena overvalt me dat gevoel.

We liggen nu op een van de Marrekrite-plaatsen langs de Lange Sleatten in het Nationaal park de Alde Feanen. Het is hier weer stil in vergelijking met Leeuwarden, waar in de avond de prachtige glooiende oevers van de stadsgracht vol zaten met jonge mensen die van lekkere harde muziek hielden. We zijn een klein stukje opgeschoven zodat de muziek minder luid klinkt.

We hebben wel genoten van Leeuwarden. Het is een mooie stad. En natuurlijk was het ook leuk dat Ton ons een bezoekje heeft gebracht. We zijn een dag samen met Ton opgetrokken en hebben Leeuwarden nader verkend en heerlijk ’s avonds in de kuip gegeten.

De voormalige strafgevangenis van Leeuwarden: DeBlokhuisPoort, is nu cultureel centrum.

Dokkum en de Dokkumer Ee

15 juni 2020.

Ook aan het liggen op een leuke plek komt een eind. Na drie nachtjes is het meestal wel weer voldoende. We vertrekken dus vanuit Dokkum voor een volgende stap op onze vrijblijvende reis door Friesland. Geen grote tochten, niet naar het buitenland. Gewoon, zoals de meeste mensen, uit in eigen land. We vinden het wel heerlijk te weten dat hier in het noorden bijna geen Corona-besmettingen zijn aangetoond. Geeft toch wel een ontspannen gevoel. Zo vinden we het ook niet zo’n bezwaar om weer wat vrienden of familie te zien.

Vanuit Dokkum zijn we zaterdag de Dokkumer Ee opgevaren. Hier in Friesland noemt men de Ee de “Ieje” op een zangerige manier uitgesproken. Het is mooi op de Ee: een dromerig en wijds landschap. Alles mooi groen, ontelbare koeien in de wei. In sommige weides lijken ze wel stuk voor stuk gewassen, op andere weides zijn ze een en al koeienstront. Vlak bij zien we zelfs grote herten staan. Met prachtige geweien, zo fluwelig behaard dat je ze zou willen aaien. ‘Hertenvlees’ te koop; dat zie je in Nederland toch niet zoveel. Boven de Ee cirkelen twee zeearenden hoog in de lucht, wat zijn het toch enorme vogels. We zijn onderweg naar Leeuwarden, kunnen in de stad aanleggen. Maar, wanneer we een mooi plekje onderweg zien kunnen we ook een of twee nachten aan de Ee blijven liggen.

Ter hoogte van Raard roept Aad: kijk, daar komt nog een Pollard. Grappig, daar komen we de Neeltje Maria tegen met Gerda en Dick. We keren om en varen een stukje met ze terug. Zij hebben een favoriete plek op de Ee aan een van de Marrekriteplekken. Geweldig, die provincie Friesland heeft het wel voor elkaar hoor. Overal door heel Friesland heeft de provincie ligplaatsen gemaakt, steigertjes of kades op de meest mooie plekken, midden in de natuur. We wandelen naar Raard en langs de Ee. Hier voel je je pas welkom.

We eten met elkaar, op afstand natuurlijk en wat is het gezellig! De dag erna bellen Willem en Syl, zij zijn in de buurt van Leeuwarden en onderweg naar Dokkum; het moet niet gekker worden. Ook zij leggen aan bij de Marrekriteplek en we hebben met z’n zessen de meest leuke avond met elkaar sinds de uitbraak en het isolement door het Coronavirus. Wat hebben we dat gemist: met elkaar aan tafel en lachen. Heerlijk. Dat geeft weer hernieuwde energie.

Vanmiddag zijn we verder de Ee op gevaren en hebben in Leeuwarden een plekje aan de Stadsgracht gevonden. Sinds Leeuwarden in 2018 tot Culturele hoofdstad van Europa is benoemd, kun je hier goed vertoeven.

Dokkum

11 juni 2020,

Het is druilerig in Dokkum. Al de hele dag komt het water als een nevel uit de lucht. Peter en Elly zijn vanochtend op de koffie geweest. Meta en Arnold uit Groningen waren er gisteravond omdat het nu slechts een klein uurtje naar ons rijden is. Dat is het leuke van het reizen op een boot. Ergens laat je wat vrienden achter, maar onderweg vind je weer andere terug.

Er restte ons nog een paar dagen Ameland na ons noodzakelijke uitstapje naar Amsterdam. Met een op Ameland gehuurde auto brachten we donderdag eerst een bezoek aan Ivo en Lisa in Weesp. Nadat we in een Weesp in een hotelletje hebben overnnacht gingen we 5 juni naar de afspraak voor Ria’s knieen. De ACP injectie in beide knieen moet verbetering gaan brengen. Hopen nu maar dat het straks beter gaat.

Een paar dagen later vertrekken we vanaf Ameland richting Lauwersoog. Eerder waaide het te veel en was het doodtij. Dus te weinig water om over de wantijen te kunnen komen. De platen vallen bij eb droog en pas bij hoogwater kunnen we er met 1.20 m diepgang overheen. Bij springtij wel te verstaan. De kosmos bepaalt wanneer er meer of minder water is en wanneer we kunnen gaan. We zijn afhankelijk van de natuurlijke ritmes en dat geeft een soort weldadig gevoel. Een met de natuur. Hoe kun je dat beter voelen dan op een boot in het Waddengebied. Spannend, dit keer moeten we wel over vijf wantijen. Gelukkig, alles gaat goed; onderweg spotten we een enkele zeehond. Die steekt nieuwsgierig zijn kopje boven het water uit, om daarna snel weer onder te duiken.

Wat was het mooi op Ameland, zoveel prachtige natuur. Duinrozen, bottelrozen, gele lis, heide, duindoorn, bloeiende vlierstruiken. Wilde Orchideeën en natuurlijk heel veel weide- en wadvogels. Tureluurs, kievitten, lepelaars, scholeksters, kluten, strandlopertjes, sternen en meeuwen in alle soorten en maten. Teveel om op te noemen.

Nu zijn we weer aan land, varen weer op zoet water, geen eb en vloed. Een wereld van verschil. Eerst hebben we een paar dagen aan een klein steigertje in het Lauwersmeer gelegen en een mooie wandeling gemaakt. Even bijkomen want het varen op de wantijen is behoorlijk inspannend. Tussen het riet dachten we eerst dat de boot een soort alarmpje gaf, begrepen niets van het brommetje. Bleek het de roep van de roerdomp te zijn. Nooit eerder gehoord. En nu dus in Dokkum. Je weet wel :Bonifatius in 754 in Dokkum vermoord. Maar geen nood, alhoewel je hier af en toe een wilde blonde Fries tegenkomt, is Dokkum een pittoresk leuk vestingstadje. Hier blijven we een paar dagen, doen eindelijk weer boodschappen. Nog steeds gelden de coronamaatregelen. De supermarkt mag je niet met z’n tweetjes in. Handen ontsmetten, afstand houden. Het is een hele dans van klanten en personeel om elkaar maar niet voor de voeten te lopen. Niet zomaar even iets pakken, je snel omdraaien omdat je iets bent vergeten. Het is een bizarre tijd. Langzaam maar zeker kunnen we wel wat vrienden ontmoeten maar, er wordt niet geknuffeld. Alleen een elleboog en verder ieder op een hoek van de tafel.

Omdat we pas rond 30 juni in Weesp willen zijn, hebben we tijd genoeg om nog een tijdje door Friesland te scharrelen. We hebben geen haast, de tijd aan ons zelf!

Ameland

1 juni 2020
Vandaag worden de Corona-maatregelen verruimd. We mogen nu, onder voorwaarden van voldoende afstand, een terrasje pikken. De take-away- plekken, hier op het eiland, waar we tot nu toe af en toe koffie of een ijsje halen, zullen nu wel weer verdwijnen. Met zijn allen mogen we weer naar het theater, de bioscoop en naar een restaurant, echter met niet meer dan 30 personen. Voor ons verandert er eigenlijk niet veel. Wij bezoeken geen restaurants en terrasjes, maar hier in de dorpjes op straat wordt het wel weer wat gezelliger.

Het is al weer een week geleden dat we vanaf Vlieland hier naar toe zijn gevaren. Ria’s berekening van de route komt mooi uit. Eerst steken we de brede Vliestroom over. Bij de ingang van de vaargeul richting Terschelling hebben we veel zijwaartse stroom zodat we scheef door het water gaan. We hebben een prachtig uitzicht op West-Terschelling. Daarna komt het Oosterom, ons eerste wantij op de route. De boeien, die overigens steeds verder uit elkaar staan, volgen we netjes. Prikken zijn er niet meer, zoals we op onze tocht met Post 3 nog tegen kwamen. Wel veel stokken van vissers die daarmee hun mosselkavel hebben afgezet. Het Oosterom is op het meest ondiepe deel 1.80 meter diep. Dan hebben we nog 60 cm kielspeling. Kan goed. Even verder steken we de Blauwe Balg door, beschermd door de Robbenplaat voor de golven vanuit zee. Recht op de mooie rood-wit gestreepte vuurtoren van Ameland af. Verschillende zeehonden steken nieuwsgiering hun kopje boven water. In de verte liggen de grote robben op de plaat. Lekker te zonnen. Dan is het nog een klein stukje naar de haven van Ameland, bij Nes. Wanneer we de haven binnen lopen worden we gefilmd door Rolf en Jos. Leuk! Dan rusten we een uurtje uit want zo’n zoektocht over het Wad is best vermoeiend.

Nadat ze ons, ongepland, twee weken vergezeld hebben zijn Jos en Rolf vertrokken. Weer hun eigen weg. Het was hartstikke leuk met elkaar. Gezellig bij de een of de ander aan boord. Praten over van alles, en het Wad. Stukje wandelen, plantjes en vogels kijken. Genieten van dit bijzondere landschap. Of gewoon kijken hoe de ander het doet. Jos en Rolf gaan meestal hun eigen gang. Fietsen een eind en wandelen dan een stukje. Ria en ik hebben een autootje gehuurd. Dat ontlast Ria’s knieen en zo komen we toch op de uiteinden van het eiland. Bij de mooie vuurtoren, het landschap bij Roosduinen en de dorpen. Twee dagen trek ik er met Rolf op uit. Maak foto’s van de koeien, van het strand of van het bos; Rolf is gefocust op wat er vliegt en zingt. Leuke combinatie.
De mooiste wandeling was wel naar het Nieuwlandsreid, aan de oostkant van Ameland. Dit gebied wordt, van vader op zoon, aan een paar boeren verpacht die er schapen of koeien laten grazen. Aan het eind van de 19e eeuw was het Nieuwlandsreid een stuivende zandvlakte waarop duinen zich vormden. Het gebied had toen nog te lijden van overstromingen van de Noord- en Waddenzee. In 1893 werd de Kooi-oerdstuifdijk aangelegd waardoor de opening van de Noordzee was afgesloten. Zo werd de open zandvlakte een zoute eilandkwelder. Door het Nieuwlandsreid stromen een paar slenken die uitkomen in de Waddenzee. Wanneer de kwelder na een hoge vloed helemaal onder water heeft gestaan, veranderen ze in een snelstromende watermassa. Wij lopen, met een paar jonge stieren langs een van de slenken naar het Wad. Dat levert een prachtig gezicht op, die herkauwende stieren aan de waterkant in het slik.

Vlieland

De overtocht van Makkum naar Vlieland liep afgelopen dinsdag op rolletjes. Vroeg in de morgen worden we bij hoogwater, samen met 8 zeiljachten in de sluis bij Kornwerderzand, vlot geschut. Daarna varen we met het laatste beetje vloedstroom rechts af over de Boontjes naar Harlingen. Heerlijk weer op het zoute heldere, blauwgroene water. De motor begint zachter te ronken. Tiberius is helemaal in zijn element. Onderweg is er weinig verkeer, alleen een paar garnalenkotters die het wad afstropen en een peilvaartuig dat zigzaggend de diepten aan het meten is. Want het wad verandert voortdurend. In de verte zien we de ferry’s van Vlieland in het nevelige ochtendlicht naar Harlingen schuiven.

Vanaf Harlingen krijgen we aan het eind van de Pollendam wat stroom tegen; maar even verder, in de Blauwe Slenk begint het al weer te ebben en neemt onze snelheid langzaam toe. We varen steeds naast de hoofdvaargeul voor de grote schepen, tussen de grote boeien en de recreatieboeien in. Zo schuiven we samen met twee ferry’s met een behoorlijk vaartje richting Vlieland. Op de Vliesloot, naast de kop van het eiland hebben we even flink de ebstroom tegen. Dan is het even mikken om het gaatje te vinden. Zo komen we vroeg genoeg aan om nog een mooie plek tussen de grote jongens, aan het steiger vlak achter de dijk, te krijgen. Jos en Rolf komen een half uurtje later het gat indraaien en maken iets verderop vast.

Natuurlijk lopen we samen met Jos en Rolf een rondje met prachtig uitzicht vanaf de vuurtoren over het dorp en het wad. Onderweg inventariseren Jos, Rolf en Ria de plantjes en de beestjes. Ik maak hier en daar een foto omdat ik dat graag doe. En s’avonds eten we bij ons aan boord, wat we komende dagen nog wel een paar keer, over en weer zullen herhalen.

Eergisteren heerlijk ouderwets naar het strand. Met z’n tweeën lopen we helemaal rond de punt van het eiland naar de kant van de Noordzee, op het verlaten brede strand. We zien Terschelling aan de overzijde. Alhoewel het Hemelvaart-vakantie is, is het overal opvallend rustig. Op het strand kun je een kanon afschieten zonder iemand te raken. Even gezonnebaad op onze te kleine handdoeken en het eerste laagje bruin opgebakken. Met je ogen dicht luisteren naar het geluid van de zee en de krijsende meeuwen.

Gisteravond heb ik de zon vanaf het duin een hele zachte oranje-roode landing zien maken. Hier gaat de zon net op het randje van het strand in het kleine zeetje onder. Op de terugweg naar de haven kleurde de lucht rosé/rood op een zachtblauwe ondergrond.

Vanmorgen palaver gehad, samen met Jos en Rolf. Ria had zich al terdege voorbereid om de verdere tocht over het wad naar Ameland te bezien. We nemen de planning door en controleren het rekenwerk. Ja, voor ons is het spannend. De vorige keer, dat we met de ONJ richting Ameland voeren misten we een wantij en voeren pardoes de geul naar de Noordzee op, de grondzeeën tegemoet. Dat willen we niet nog eens meemaken. Daarom is het goed de tocht met deze ervaren waddenzeilers punt voor punt door te nemen. Maandag zeilen Jos en Rolf die kant op. Dinsdag, wanneer het rustig weer is, volgen wij.