Leidschendam

zaterdag 15 mei

Havenkantoor leiden

Via Lisse en Leiden zijn we nu in Leidschendam aangekomen. Van Haarlem naar Lisse voeren we over het prachtige, romantische Buitenspaarne tot aan het Gemaal Cruquius. Aan het Buitenspaarne liggen de roeivereniging van Haarlem en de groene volkstuinen waar Rixta Rommel, onze kleurrijke tuinarchitect, een tuintje had. Toen we vorig jaar in Haarlem lagen hoorden we dat ze was overleden. Ze heeft haar kapitein jammergenoeg nooit ontmoet. Het gemaal Cruquius ligt op de kruising van het Spaarne en de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Het gemaal is een van de drie stoomgemalen die de Haarlemmermeer tussen 1849 en 1852 heeft leeggepompt. Het is de grootste stoommachine ter wereld.

We vervolgden onze weg over de saaie Ringvaart. Het hoogteverschil tussen de polder en het ommeland is goed waar te nemen. De kant van de Haarlemmermeer is duidelijk de arme kant met kleine arbeidershuisjes, de kant van de duinen is een stuk rijker met hier en daar een landgoed en een natuurgebied. Bij de Bennebroekerbrug zagen we de lepelaars hoog in het nest zitten. Gerard had ons er op gewezen, hier in dit drassige natuurgebiedje naast de brug, goed op te letten. Ze zitten hier op de verlaten nesten van reigers, lui als ze zijn. In Hillegom kunnen we bij nadere informatie niet langs de kade van de Hillegommer beek liggen. We zijn te groot. Iets verderop krijgen we een plekje in de verenigingshaven van Lisse.

Dicht bij deze haven staat een Greenwheels deelauto waarmee we vrijdag naar Amersfoort moeten omdat Ria haar kiespijn maar niet over gaat. In Lisse zijn alle tandartsen gesloten of zij willen niet helpen. Slechte zaak! Ik ga vrijdagochtend de deelauto halen. Ria wacht bij de entree van de jachthaven op mij. De auto wil echter niet open. Nadat ik Greenwheels heb gebeld, kwam ik er achter dat de accu leeg was. Dubbele pech. Wat nu, een Greenwheels in Nieuw Vennep pakken? Geen goede optie want de tijd dringt. Dan maar een taxi gebeld. Een aardige schauffeur brengt ons in rap tempo en veilig naar Amersfoort. De assistente en de tandarts wachten dan al een half uur op ons. Dat is pas service! Gelukkig neemt Ria haar kiespijn na de behandeling af.

In Haarlem deed de aansluiting van de walstroom het niet. Daar hebben we voornamelijk op de zonnepanelen en de generator stroom opgewekt. Tot overmaat van ramp viel de generator in Lisse ook uit. Oververhit. Wat nu? Natuurlijk de wierpot gecontroleerd. Daar kwam een klein beetje wier uit. Blijkbaar niet de oorzaak want daarna deed de generator het nog niet. Dan maar de monteur van de werf Oldenhage aan de overkant van de Ringvaart gebeld. Deze aardige man kwam gelukkig op zaterdagochtend naar ons toe. Hij heeft de impeller vervangen. Die was totaal aan gort. De resten zaten tegen de warmtewisselaar. Gelukkig hadden we een reserve impeller aan boord. En de walstroom was een kwestie van een paar knoppen in de juiste stand zetten. Stom. We hadden weer stroom genoeg.

Eind van de regenachtige zaterdag stomen we verder naar de Kaag. We hebben een afspraak met John, Ria haar buurjongen van 50 jaar geleden. Hij heeft een zomerhuisje aan de Kaag met prachtig uitzicht over een van de plassen. We mogen aan een ponton, vlak bij zijn huisje aanmeren. Onder het genot van een fles witte wijn praten we bij over de wederzijdse moeders die vriendinnen van elkaar waren en natuurlijk over de wederzijdze levensgeschiedenis. Aan eten komen we niet toe. Zondag varen we met John in zijn rubber boot naar het bijgelegen restaurant en drinken daar koffie met koek in het zonnetje. Zondagmiddag doen we een uurtje over het stukje van de Kaag naar de Haven van Leiden. De volgende dag bezoek ik John zijn atelier. Leuk om hem hier aan het werk te zien en te praten over het fotografenvak. Hij maakt een paar portretten van me omdat hij dat leuk voor Ria vindt. John werkt prachtig en subtiel met licht. Leuke kennismaking met deze buurjongen die we via Facebook weer opnieuw hebben ontdekt.

En natuurlijk leuk om Leiden weer opnieuw te ontdekken. Ik maak een tekening van het havenkantoor en avond-foto’s van de stad. De voorlaatste avond in Leiden nodigen we Frank en Ineke uit, die vlak bij langs de Zoeterwoudsesingel wonen. Ook met hen hebben we, onder het genot van een drankje, heel wat bij te praten.

Woensdag stappen Gerard en Aniet op. Gerard kookt voor ons ’s avonds asperges met ham en eieren en natuurlijk nieuwe aardappeltjes met boterjus. Ouderwets lekker. We varen donderdag via de Vliet naar Leidschendam. En ontdekken opnieuw het toch redelijk groen gebleven landschap langs de Vliet. Ook al varen we door hartje randstad. In Leidschendam verdicht de bebouwing zich en worden we in de historische sluis, door uiterst vriendelijke sluismeesters geschut. We leggen iets verderop aan omdat we vinden dat we voor vandaag genoeg gedaan hebben. Ria kookt een heerlijke maaltijd van de site Cheflix die recepten van chefkoks prijs geeft.

Nog steeds Haarlem

Zondag 2 mei,

Gravestenenbrug, de Waag en het Teylers museum

Gerard heeft mij maandag 26 april opgehaald om in zijn prachtige klassieke Healey een rondje door de bollen te maken. Leuk om in de bollenstreek alle oude vertrouwde plekjes weer tegen te komen. De tulpen stonden prachtig in bloei. Het was op de maandag voor koningsdag al erg druk op de kleine binnenweggetjes door het kleurijke bollenland.

Met Koningsdag was het hier een gekkenhuis. De kades van het Spaarne stonden en zaten vol met oranje mensen en in het Spaarne is het nog niet zo druk geweest met kleine bootjes die af en aan spelevaren. Het was heel gezellig en gemoedelijk. Ik heb alles, natuurlijk van een afstand, rustig bekeken. Heel begrijpelijk met dit mooie weer en na twee zomers van beperkingen. Maar ja, het kan eigenlijk nog niet. De IC’s liggen nog vol. Later hoorden we via het nieuws dat de burgemeester de drankuitgifte, zowel in cafe’s als in de supermarkten heeft stop gezet om een eind aan het spektakel te maken. Gisteren hebben we voorzichtig en verantwoord ons eerste bezoekje aan een terras gebracht. Verstandig om de terrassen te openen. Heerlijk om zo, onderuitgezakt in een bank, van het zonnertje en een wit wijntje te genieten dat voor je wordt ingeschonken. Het is lang geleden dat we daarvan konden genieten.

Verder heb ik heerlijk de stad afgeschuimd naar mooie plekjes. Een favoriet is de hoek Gedempte Oude Gracht en de Botermarkt waar het warenhuis van de voormalige, door Jan Kuijt in 1927 ontworpen V&D staat. Jammer dat dit prachtige warenhuis over de kop is en lege plekken in veel steden van Nederland heeft achtergelaten. Nu zit hier de Hema op de begane grond. Heel wat anders dan de grandeur van het voormalige warenhuis met 6 verdiepingen dat vooral in de naoorlogse decennia haar bloeiperiode kende.

Gebouw van de voormalige V&D op de hoek van de Botermarkt en de Gedempte Oude Gracht.

2 WEKEN HAARLEM

Zaterdag 24 april,

Schets vanuit de kuip: hoek Burgwal Spaarnwouderstraat

Wel liggen al weer een week in Haarlem en zijn van plan nog een week te blijven. En dat is helemaal geen straf. Haarlem is leuk. Ria moet volgende week vrijdag voor de eerste prik naar Amsterdam en ik heb na volgend weekend een afspraak in Zaandam voor een project in Zaandijk. Gisteren hebben we met Thom en Elly in de waterleidingduinen gelopen en ’s avonds zijn we door Elly verwend met een heerlijke maaltijd. Vanavond gaan we bij Gerard en Anita eten, in de Glip. Daarvoor nemen we de Greenwheels die om de hoek staat.

Ik heb Ria’s fiets elektrisch gemaakt met een pakket van Swytch. We hebben daar ruim een jaar op moeten wachten. Door Covid liep de productie in China achter en vanwege de Lockdown in combinatie met de Brexit kwam het pakketje maar niet het Kanaal over. We geloofden er niet meer in dat we het motortje zouden krijgen. Goed, maar hij is er. Ik heb hem met veel gepuzzel op Ria’s Brompton vouwfiets gemonteerd. Dus gelijk maar eens uit geprobeerd met een ritje naar de Cruquius. Ria kon redelijk goed met de elektrische Brompton fiets overweg. Maar heeft door haar enthousiasme er eindelijk eens uit te kunnen, direct te lang gefietst met als gevolg drie dagen extra pijn in haar knieën. Volgende keer dus beter langzaam opbouwen! Zelf ben ik dinsdag op de Brompton met hulpmotor naar Bloemendaal gefietst en door de duinen terug. Dan is 22 km met een Bromton vouwfiets goed te doen.

Natuurlijk schuim ik met mijn fototoestel de binnenstad af, op zoek naar mooie plekjes. De foto van dit jaar heb ik al gemaakt:

Stadhuis van Haarlem aan de Grote Markt

Het is maar zelden dat je zo’n mooi leeg beeld van het centrum van de stad kunt maken. En jullie weten, ik hou van leeg. Juist in deze tijd is de stad minder bevolkt en is de kans op zo’n plaatje groter. Alhoewel het ook leuk is te zien hoe mensen zich nu anders gedragen. Ze zitten midden op de Grote Markt of op de kade van het Spaarne om hun drankje “to go” op te drinken. Nog even en dan mogen de terrassen weer beperkt open. Alhoewel de ziekenhuizen nog vol met Corona-patiënten liggen. Maar eens zien wat hier nu weer van komt…

Nieuwendam, Haarlem

zondag 18 april 2021

We liggen al een dag op het mooiste plekje van Haarlem. Kijken vanuit een bocht in het Spaarne, aan een kant naar de bekende Koepel en aan de andere kant naar het Teylers Museum, de spits van de Grote St. Bavokerk, en opzij naar de Burgwal…..hartje Haarlem dus. ’s Avonds verzamelen zich mensen vanuit de buurt die hier van de avondzon komen genieten. Thom en Elly hebben hier vanmiddag al in de kuip geluncht.

We werden andere jaren altijd gedwongen aan de kade te liggen waar je, opzij tegen auto’s aan kijkt. Nu liggen we aan het eind van een steigertje met de kuip in de zon en met prachtig uitzicht tot laat in de avond. We lunchen en dineren voor het eerst dit jaar weer met de tent open. Gecombineerd met het uitzicht dus “first class”. Dat kun je alleen op een boot zo organiseren.

Toen we een week geleden bij Nikos klaar waren, zijn we laat op de vrijdagmiddag naar Nieuwendam gevaren. Eerst nog wat hobbelig met de wind schuin van voren. Maar na het Paard nam de wind af. Na de Oranjesluis legden we aan op een onverwacht mooi verscholen plekje achter het Vliegenbos, tegen de pitoreske Nieuwendammerdijk aan. Omdat deze dijk vroeger direct aan de Zuidezee lag heerst er een scheeps karakter en zijn sommige houten huizen op de dijk voornaam. Gebouwd alsof ze nog een weids uitzicht op zee hebben. Achter de dijk ligt Amsterdam Noord met veel oude tuinstede van begin vorige eeuw. Het waren de woonplaatsen van de werkers in de haven, toen de eilanden in het IJ nog vol stonden met pakhuizen en werven.

Omdat de pink van mijn linker gitaarhand niet meer wil en ik hem rust moet geven, heb ik mijn schetsblok weer gepakt en teken Nieuwendam vanuit de boot.

Nieuwendam is ook een ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan Amsterdam centrum. Met de bus en de Noordzuid-lijn ben je er in een half uurtje. Eerst ben ik alleen geweest om eens rustig foto’s van de gouden bebouwing langs de grachten te maken. Ik stap uit op Metrohalte Museumplein en loop dwars door de stad terug naar het Centraal Station. Het is ongewoon stil in Amsterdam. Nergens staan toeristen in de weg. Het licht valt prachtig op de gevels.

Op mijn verjaardag maken Ria en ik er een uitje van. We reizen met de Noordzuid-lijn dit keer een halte verder naar de Pijp. Vanwaar we terug lopen naar de Albert Cuyp. Met als doel om de lekkerste glutenvrije winkel van Amstedam te bezoeken. We kopen glutenvrije croissantjes die nog lekkerder zijn dan normale croissants en glutenvrij brood dat niet te onderscheiden is van ons dagelijks brood. We drinken natuurlijk een espresso to go. Ongezellig langs de straat. Van een echte markt op de Albert Cuyp is geen sprake. Dooie boel. Dus maar weer gauw terug naar de boot waar we van de lekkere appeltaart genieten die Ria voor mijn verjaardag heeft gebakken. Verder heb ik van Ria een prachtig geweven kimono als ochtendjas gekregen. Ik ben echt jarig.

Gisterochtend vroeg hebben we Nieuwendam verlaten om over het ongewoon rustige IJ en havens, op ons dooie akkertje naar Haarlem te varen. Als we terug, tegen de zon in kijken, spiegelen de nieuwbouw op de eilanden en de kranen van de haven zich blauwgrijs in het water.

In Haarlem blijven we nog wel een weekje. Veel te leuk. En, we hebben geen haast.

Nieuwe mast en luie trappen

9 april 2021

Ons verblijf in Hoorn zit er weer op. Nikos en Mike hebben de door Peter gemaakte, prachtige mast geïnstalleerd, de motor en de generator een beurt gegeven en nog wat kleine klusjes gedaan. Daarvoor lagen we een paar dagen in de Schelphoek, bij Nikos zijn Jachtbedrijf. We liggen er ook nu nog even om de laaste klusjes te klaren. Peter heeft extra traptreden in de kuip en het gangboord gemaakt zodat Ria zich makkelijker op de boot kan bewegen. En we hebben uitgebreid bijgepraat met Peter en Elly.

Eerder had Peter ook al een nieuwe, luie trap voor binnen gemaakt en aan boord gebracht. Met Pasen hebben we een lang weekend in Enkhuizen gelegen. Altijd weer een prachtig havenstadje met veel ambachtelijke winkels. De bakker is voor Ria favoriet want die heeft heerlijke glutenvrije broodjes van Pastridor. Het is overal heerlijk rustig in de havens.

Uiterst langzaam varen we terug naar Hoorn om de sfeer op het water niet te verpesten. Het is windstil. We zijn de enigen in de Krabbersgatsluis en bijna alleen op het water. Een bijzondere ervaring. Er was ook wat nevel aan de horizon. Het leek of we over het water zweefden.

Als we dinsdag na Pasen richting Amersfoort rijden om naar de knieëndokter voor Ria te gaan, we de file hebben ontweken en in een dikke sneeuwstorm terecht komen, worden we in de buurt van Amsterdam door de kliniek gebeld. De orthopeed is positief getest op COVID-19. Shit. Onverrichterzake weer terug naar de boot. En het heeft al zo lang geduurd om een afspraak te maken. Gelukkig kan Ria de volgende dag bij een andere arts langs komen. Conclusie is dat Ria haar knieën te slecht zijn om niets te doen en te goed om te opereren. Gelukkig is de boot nu helemaal aangepast met luie trappen en beugels overal waar die nodig zijn. Verder moet Ria verder bij de reumatoloog om de ontsteking in haar knie te verminderen, waardoor er dan hopelijk minder vocht in blijft zitten. En daardoor de pijn wat kan verminderen.

Ook al is het rotweer, beetje winter; lijkt de natuur zich er niet veel van aan te trekken. Ondanks de harde en ijskoude wind, sneeuwstormen en hagelbuien lopen de meeste bomen gewoon weer zachtgroen uit; de meeste stinzenplantjes staan in bloei of zijn al uitgebloeid. Aad loopt een rondje en maakt prachtige foto’s van bomen die op het punt staan tot bloei tekomen. Pas wanneer je van zo dichtbij foto’s maakt, zie je plotseling hoe wonderbaarlijk die knoppen zijn samengesteld. Een zonnetje erbij en het wordt nog mooier.

We zijn weer los

We zijn weer weg. Heerlijk om te bewegen. Vooral de blik naar de einder doet ons goed. De glans van het water is weer intens. Zeker na het verblijf in de afgesloten Eemhaven in Amersfoort. Een boot moet ook varen. Dus dat doen we weer. We zijn Vrijdag samen met de Avontuur van Tinenke en […]

maandag 22 maart

Heerlijk om te bewegen. Vooral de blik op de einder doet ons goed. De glans van het water is intens. Zeker als compensatie voor de pandemie die alweer een jaar aanhoudt. Covid begon vorig jaar maart toen we nog in Hoorn lagen en we niet wisten wat te doen. Nu kunnen we ondanks de pandemie toch varen. Alhoewel we nog steeds in Lockdown zitten, mogen we binnen Nederland wel van haven naar haven varen. Tenminste, als we ons aan de regels houden. 

Het verblijf in Amersfoort is goed. Wel heel anders dan de open haven in Hoorn. De nabijheid van de kinderen is verwarmend. We hebben Ivo en Lisa helpen verhuizen en het huis helpen aankleden. Die wonen nu samen met de honden en katten op de bosrijke Surinamelaan, tegen Klein Zwitserland aan. Een paradijsje voor de honden. En omdat we tegenover het atelier van Marisja en Thijs liggen kunnen we af en toe even aanwippen. Zo zijn we weer helemaal bij. Het hoogtepunt is dat ik met Thijs, Marisja en Antal op de Vuntusplas bij Oud Loosdrecht geschaatst heb. Er wordt ook op de Eem, vlak naast de boot geschaatst! Een mooie ervaring. Jammer alleen dat we toch wat minder bekenden uit Amersfoort kunnen zien. We hebben wel enkele bezoekjes, voorzichtig op afstand gedaan. Maar minder dan waar we op gehoopt hadden. Ook het contact met de mede-winterliggers in de Eemhaven verloopt op afstand, voornamelijk via Whatsapp. Volgend jaar gaan we voor een herkansing en overwinteren nog eens in Amersfoort.

We zijn vrijdag samen met de Avontuur van Tineke en Ad via de Kwekersbrug en de Koppelbrug naar buiten gegaan. De slagboom van de Kwekersbrug wil eerst niet neer dus dobberen we wat langer op de Eem voordat we er door kunnen. En kunnen onze medeoverwinteraars ons wat langer uitzwaaien. Een of andere onverlaat heeft een tijdelijk bouwbord vlak voor de slagboom geplaatst. De brugwachter moet dus driftig sleutelen voordat we er door kunnen. Stephanie en Pieter vergezellen ons op de eerste tocht van het jaar. Zo hebben zij, als verstokte wereld-cruisers toch nog een minicruise. We lunchen op de Eem, vlak bij het Eemmeer en varen daarna door tot Muiden waar we overnachten. Stephanie en Pieter worden door Thijs en Marisja in Muiden opgehaald. Omdat het zaterdag prachtig weer is steken we die dag al direct over naar Hoorn. Ik maak onderweg een paar foto’s van het Paard en van het dorp Marken en natuurlijk van het havenhoofd van Hoorn om te bewijzen dat we er zijn. Morgen varen we naar de Schelphoek waar Nikos de door Peter gemaakte nieuwe mast monteert en enkele onderhoudswerkzaamheden doet.

Bijna klaar

donderdag 1 oktober
Het schilderwerk voor Tiberius is bijna klaar. Morgen ga ik nog even kijken of alles in orde is en hoe mooi hij weer glimt. Pollard komt dan ook de naam Tiberius weer op de boot plakken en nieuwe anodes aanbrengen. Maandag komt Willem ons van Harlingen naar Marknesse verhuizen. Fijn dat hij ons helpt. Dan hoeven wij geen huurauto terug naar Harlingen te brengen en weer 4 uur terug met de trein te reizen. Wallinga doet het transport van de schilder naar de kraan bij Mertrade in Marknesse. Daar zakt Tiberius weer het water in. We moeten de accu’s weer aansluiten en de apperatuur controleren voordat we kunnen vertrekken.

Ons doel is volgende week via de Randmeren naar Amersfoort te varen. Want Marisja, Thijs en Antal hebben volgende week zaterdag de presentatie van hun boek ‘Atmosfeer’: 20 jaar A.T.M. gevolgd door een drive- in expositie. We zijn erg benieuwd. We volgen zaterdag eerst de presentatie van het boek online, vanwege de deze week afgekondigde strengere Corona- regels. Mogen met maximaal 30 mensen samenzijn. Dus het bezoek daarna aan de expositie gaat in shifts van 30 mensen. Wel jammer dat deze mijlpaal van A.T.M. geen groot feest kan zijn.

Nog 4 dagen, dan zijn we weer op Tiberius. We missen de boot. Om mijn hoofd rustig te maken loop ik de zuidelijke pier van de haven af, helemaal tot het eind. Dan loop je langs het Wad met de strandlopertjes aan de vloedlijn. Aan de andere kant ligt Harlingen.

Noordwest- Friesland en Harlingen

Wij hebben het hier naar ons zin in Harlingen, maar vervelen ons wel een beetje. We missen de boot. Ria voelde zich de afgelopen week ook niet goed. Ze was grieperig en had reacties op verkeerd eten buiten de deur. Nu gaat het gelukkig weer beter. Nog een klein weekje en dan mogen we weer naar Tiberius. We leren Noordwest-Friesland wel steeds beter kennen. Nergens is de strijd tegen het water meer “aanwezig”. Lang geleden was het noordwesten van Friesland nog een eiland. Het werd omsloten door de Middelzee en de Marne, twee zeearmen die tussen Bolsward en Sneek bijelkaar kwamen. Deze ontstaansgeschiedenis heeft geresulteerd in een gebied met afwisselend ’oud’ en ’nieuw’ land, een ongekende weidsheid en drie prachtige steden: Bolsward, één van de twee Friese Hanzesteden; Franeker, de tweede stad in Nederland met een universiteit; en Harlingen.

Wat ons opvalt is dat de stadjes hier echt anders zijn dan in de rest van het land. We wisten natuurlijk al dat Friesland bijzonder was. Maar vooral vanaf het water. Nu we gewone landrotten zijn kijken we anders naar het Friese landschap en de stadjes. Het contrast tussen de stad en het platteland is groot. De steden zijn heel compact en het landschap is juist onnederlands wijds. Ook zijn de steden veel kleinschaliger. Meestal één duidelijke hoofdstraat met voorname panden waar winkels, bedrijven en woningen door elkaar staan. En daarachter veel smalle straatjes met lage huisjes, afgewisseld met pakhuizen of werkplaatsen. Er zijn veel smalle grachten met houten beschoeiingen. En alles ziet er piekfijn onderhouden uit.

Harlingen is vooral bijzonder omdat de zee zo dichtbij is. Dat heb je in geen enkele andere havenplaats in Nederland. Het zoute water komt samen met eb en vloed diep de stad in. De bewoners leven hier letterlijk met de zee voor de deur. ‘s Avonds kun je nog even een ommetje maken en over de zee turen, om de ferrie’s, vissers, de bruine vloot en beroepsschippers af en aan te zien varen. Kijken hoe hoog het water staat. De schepen van de bruine vloot komen ver de stad in. Vanuit ons huisje zie je de grote masten boven de daken uitsteken. Ik ben verliefd geworden op deze stad, vanwege de nabijheid van de zee en de altijd aanwezige bedrijvigheid. En natuurlijk is de stad zelf ook prachtig. Het voormalige kantongerecht aan het Havenplein, nu restaurant ‘t Havenmantsje, vormt de spil tussen de stad en de drukte in de haven. In de Voorstraat, kun je onder de oude, hoge platanen boodschappen doen. Verderop verdwaal je tussen de straten met lage huizen en de ongewoon smalle stegen.

Tussentijd

Hier in Harlingen verblijven we voor een maandje in “tussentijd”. Zo noemen wij dat. Nu we tijdelijk even geen thuis hebben. De boot staat op de kant en wordt geschilderd. We zijn maandag met alle spullen die we voor een maand nodig hebben, met een huurauto, van Marknesse naar ons tijdelijke huisje met bedstee aan de Grote Ossenmarkt verhuisd. Zo’n “tussentijd” is altijd anders, een beetje vreemd eigenlijk. Kamperen tussen de spulletjes van een ander. Even weg van je eigen thuis. Het geeft een soort lichtheid die we verder moeilijk kunnen omschrijven.

Dit is trouwens alweer onze zesde tussentijd. De eerste keer was in 1975 toen we tijdelijk bij een hospita op een bovenverdieping in de Hoogstraat in Eindhoven woonden. We hadden toen een onderkomen nodig omdat onze gloednieuwe terrasflat in Geldrop nog niet klaar was en we ons dijkhuisje aan de Noorderleidsevaart in Hillegom al hadden verkocht. Ik studeerde aan de TH en Ria werkte bij het St. Annaziekenhuis in Geldrop. Als Ria op haar Mobylette weer thuis kwam, zat onze grote herder Joep al bovenop zijn hondenhok op het balkon. Geen gezicht. Best eng ook. Hij was al een keertje van het hok naar beneden gesprongen toen Ria naar beneden wees. Hij zakte pardoes door het afdak, gelukkig vlak naast het scherpe tuingereedschap. De hospita altijd gekleed met een Ma Flodder-schort vond het allemaal niet zo schokkend, gelukkig maar. Joep hadden we trouwens als kleine pup gekocht, omdat Ria op de Noorderleidsevaart niet alleen thuis wilde zijn toen ik in militaire dienst moest. Een avond toen het al donker was, kwam er een man van de hervormde kerk om geld op te halen. Ria gebaarde de man achter het raam dat hij weg moest gaan en haar maar moest uit schrijven. Maar dat ging niet zo maar. Hij had dan wel een handtekening nodig. Ja, toen moest hij uiteindelijk toch naar binnen. Onze gevaarlijke waakhond Joepie kwispelde van blijdschap.

De tweede keer was vijf jaar later toen we samen met kleine Thijs naar Hoorn verhuisden. Ik kreeg een baan bij Bureau Zandvoort aan de Korenmarkt, om de hoek van de oude binnenhaven. We woonden toen tijdelijk in een van de zomerhuisjes op een terrein van de plaatselijk kroeg in Oosterleek, direct achter de dijk van het Markermeer. Een prachtige verstilde plek tussen de fruitbomen. ’s Avonds gingen we even op de dijk staan om over het grote water te kijken. Ria fietste daar met baby Thijs in de draagzak naar het consultatiebureau in Wijdenes. We voldeden de huur bij de eigenaar in Haarlem, contant aan de deur.

De derde keer was in Soesterberg waar we in een huisje van het Jachthuis woonden. Thijs was inmiddels zes jaar en Ivo, die in Hoorn was geboren werd daar twee. In deze tussentijd verbouwden we samen met Ria’s vader en Willem de Billitonstraat in Amersfoort. Ria’s moeder paste op Thijs en Ivo. Het was op een klein vakantiepark en er was een constant gevoel van op vakantie zijn. Ook al werd er hard gewerkt. We logeerden met zijn allen in het donkerbruine huisje in het bos. Jammergenoeg hebben we daar Jetje, onze poes, moeten begraven. Ook al hadden we haar daar een hele tijd binnen gehouden, was ze op de straatweg tussen Amersfoort en Utrecht aangereden. We vonden haar langs de weg en hebben haar met veel ritueel samen met Thijs en de andere kinderen van het Jachthuis, onder een boom in het bos begraven .

De vierde keer was boven Agaat, in de Agathastraat in Amersfoort. Een gebouwtje van SVP, achter het hoofdgebouw. Daar mochten we een poosje wonen toen ons huisje aan de Oranjelaan werd verbouwd. We woonden provisorisch op de zolder van Agaat. Als we op de benedenverdieping van Agaat vergaderden voor de plannen die ik toen voor Stadstuin in Amersfoort maakte, vonden de opdrachtgevers dat het zo lekker naar frisse was rook. Onze wasmachine stond in het keukentje er naast…. Wel gek. Het waren nogal wat mannen. Ik had van de gemeente Amersfoort een hele club ontwikkelaars gekregen die allemaal nog wat van de gemeente tegoed hadden. Het waren er 7. Wel mooi want daardoor kon ik met goedkeuring van de gemeente het voortouw nemen en een bijzonder plan maken. We woonden en werkten toen dus bij het bureau, want Ria kon ook praktijk in een van de kamers houden. Wanneer er een patient kwam werd deze aangemeld door de secretaresse van SVP. De maquettetafel van het bureau stond in onze woonkamer, daar bouwde Thijs een van zijn eerste grote maquettes voor het bureau. En jeetje, wat hebben we een plezier gehad met z’n viertjes. Twee pubers in huis en alleen maar gezellig!

De vijfde keer was in de Oude Viltfabriek van Jacques en Ellen. De kinderen beiden zelfstandig. Ik had voor onze vrienden de verbouwing van hun vergader- tentoonstelling- en ontmoetingsruimte de Oude Viltfabriek tot woonhuis ontworpen. In ruil daarvoor mochten we ruim een jaar met z’n tweetjes in hun nieuwe huis wonen toen Tiberius gebouwd werd. Dat was wel de meest luxueuze tussentijd die we hebben gehad. Een prachtige, hoge ruimte met twee slaapkamers en een eigen besloten Vilttuin. Ria had praktijk aan huis in een van de slaapkamers en ik werkte in de woonkamer. Jammergenoeg moest Ria met haar praktijk verhuizen toen Ivo zijn relatie uitging en hij tijdelijk bij ons kwam wonen.

Dit is dus onze zesde tussentijd. In de 46 jaar dat we zijn getrouwd hebben we op zeven adressen gewoond en hebben we daar tussendoor dus zes tussenadressen gehad. Eerst verhuisden we voor studie of werk van Ria. Daarna voor werk van Aad. Toen we bijna 11 jaar in de Billtonstraat wilden we nog wel op een paar andere plekken wonen. Bij voorbeeld op de berg in Amersfoort. Zo mooi groen en huizen met mooie kavels. Ook wilden we nog wel een keer in het centrum van de stad wonen. Beide wensen zijn uitgekomen. Aan alle mogelijkheden hebben we gesnuffeld. Behalve op het water wonen, dat was nog een uitdaging. En dat doen we nu, al moesten we er alles voor verkopen. Wel een tegevallertje is dat de boot opnieuw geschilderd moet worden en we eigenlijk gedwongen worden om weer een tussenadres te vinden. Maar, zoals gezegd: het is altijd een bijzondere ervaring wanneer je een poosje ergens woont waarvan je weet dat het maar voor even is. Vaak zijn dit de meest knusse momenten in ons leven. Altijd een klein plekje, en op een afstandje kun je je weer verheugen op dat wat er nog komen gaat. Voorlopig wonen we nog even hier in het prachtige Harlingen met zijn drukke haven en prachtige strandboulevard. Maar daarover volgende keer meer.

Groot water

Wat is het toch mooi om weer op open water te varen. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden. De vergezichten, het glimmende, weerkaatsende water, het steeds veranderende licht. Ik vraag Ria regelmatig het stuur over te nemen zodat ik de atmosfeer nog beter kan voelen en natuurlijk foto’s kan maken. Ik spaar ze die luchten. Ben er gek op. Vanuit Muiden naar Hoorn hadden we zeer veranderende luchten. Er trokken een paar fronten over het Markermeer. Donkere wolkenpartijen, verwaaide witte vlekken, donderkoppen, nevelachtige delen waar het regende en natuurlijk de regenbogen van het water naar het water, oneindig groot.

Van Hoorn naar Enkhuizen was het haast windstil. Je kon je spiegelen in het water. De lucht liep recht door in het Markermeer. We vaarden niet maar zweefden door het universum.

Ik snap best waarom het hier in de haven van Enkhuizen weer druk is. Vijf lagen dik gestapelde rijen aan de kade. Iedereen wil die vrijheid ervaren en dat licht zien.

We liggen nu al weer een weekje in Enkhuizen en genieten van deze prachtige Zuiderzeestad. Ik kon het natuurlijk niet laten het mooiste plekje van Enkhuizen te fotograferen: de kruising van de Zuider Havendijk en de Zuiderkerksteeg waardoor de prachtige toren van de Zuiderkerk zichtbaar is.

Morgen varen we naar Kampen waarvandaan Ria maandag met de trein naar Hilversum kan. Ze zorgt daar voor een paar extra ogen bij het bezichtigen van een eventuele huurwoning voor Ivo en Lisa. Ze zijn druk op zoek naar een appartement.

Dinsdag sukkelen we naar Marknesse waar Tiberius op de kant gaat om geschilderd te worden. Wij zijn dan een maandje Friezen. Gaan in Harlingen wonen.