Dronken olifant wordt zeewaardig schip

Gisteren is de test met de stabilisers geslaagd. Om 11.00 uur lagen we in het water en heeft Rens de computer voor de aansturing van de stabilisers ingesteld. Op weg, eerst nog op klein water, hebben we de stabilisers anders om laten werken. Toen ging Tiberius op vlak water flink heen en weer. Een gekke ervaring. Rens heeft gecontroleerd of al het laswerk goed gedaan was en de bussen waar de Stabilisers in zitten niet trilden of bewogen. Dat was o.k. Toen naar groter water tot buiten de fjord, op volle zee. Daar stond windkracht 6 met een onrustige deining van meer dan een meter. Ik heb Tiberius met de stabilisers in werking dwars op de golven gestuurd. We bewogen wel op en neer maar slingerden niet. Toen we de stabilisers parkeerden en dus buiten werking stelden begon Tiberius te rollen. Steeds heftiger. Ik liet het zo ver komen dat alles door de boot slingerde en Rens zich verschrikt vast hield. We gingen wel 15 graden scheef. Toen heb ik de stabilisers weer in werking gesteld en stabiliseerde Tiberius direct. Het leed was geleden. Tiberius is van een dronken onbeheersbare slingerende olifant een zeewaardig schip geworden. Tiberius laat zich veel makkelijker sturen. Ik hoef niet voortdurend op te letten waar de golven vandaan komen en met de billen bij elkaar sturen. Ongelooflijk wat twee van die, relatief kleine ronddraaiende armpjes met het schip kunnen doen. We hoeven voortaan minder snel voor zwaar weer bang te zijn. De mogelijkheden van onze reizen door Europa zijn werkelijk toe genomen. Het is een hele investering maar het is het waard!

Loftahammar

 

scheren bij Loftahammer

8 augustus We liggen al voor de zesde dag in de hal van Marina Loftahammar. Het werk aan de stabelizers vlot goed. Bosse en Magnus hebben goede lassers, een elektricien en een oude timmerman geregeld. Wij helpen waar we kunnen. Om ‘s avonds na het harde werk de maag te vullen hebben we een pizzeria in het dorp ontdekt, waar Ria heerlijk glutenvrije pizza’s kan eten. Daar eten we nu al drie dagen achter elkaar. De laatste twee dagen samen met Bosse, eigenaar van de Linssen die ook stabelizers krijgt en Rens, die het project vanuit DMS aanstuurt . Reuze gezellig. Bosse is eigenaar van de Marina en een aantal hotels in Visby. Hij is een kleurrijke man die vroeger op een crossmotor de rally Parijs – Dakkar gewonnen heeft. Rens is een aardige monteur van 30 jaar uit Brabant waar we het goed mee kunnen vinden. Als we klaar zijn met eten vallen we van al het werk en de drukte om ons heen direct in slaap in de Vandrarhem waar we een knusse kamer hebben. De volgende ochtend gebruiken we een rijk ontbijt in de Vandrarhem voordat we weer aan het werk gaan.

De Linssen van Bosse krijgt nu de bussen voor de stabelizers ingelast. Maandag en dinsdag zijn die er al bij ons ingegaan. De elekricien trekt de draden van de kuip naar de motor en naar het display op de stuurstand. Gisteren zijn Ria en ik daar al mee begonnen. Het is altijd weer een hele toer om de draden door de boot te krijgen. We zijn het fysieke werk ook niet meer gewend. Het is zweten bij een temperatuur van boven de 25 graden. Ik heb gisteravond ook de boxen rond de bussen en de bussen zelf de eerste grondlaag gegeven. Dan moet je, net als de lassers in de ruimte onder de kuip gaan liggen en zo in alle hoeken en gaten de verf zien te krijgen. Toen ik vanmorgen opstond was ik er stijf van. Rens denkt dat we vrijdag al weer het water in kunnen. Misschien testen we de stabelizers dan ook direct omdat er dan een pittig windje staat. Als dat niet lukt doen we het a.s. zondag.

De scheren voor Loftahammar zijn trouwens prachtig. Zondag zijn we met de Linssen van Bosse naar het prachtige eilandje Rågö gevaren waar we met hem geluncht hebben in het idylisch gelegen restaurantje op het eiland. Zo’n plek moet je weten. Dat staat niet in de boekjes.

Nyköping

 

24 juli Voor Ria’s verjaardag komen Jos en Rolf een paar dagen aan boord. Omdat het warm is in Nyköping gaan we de scheren in waar het een stuk koeler is. We ankeren de eerste nacht, waarbij Ria weer vaak wakker wordt. Rolf heeft het ankeralarm er op gezet en dat gaat natuurlijk af. En daarna blijft Ria waken om te luisteren. Mijn schuld. Het ankeralarm heb ik te krap afgesteld. Dus bij het draaien van de wind gaat Tiberius buiten de ingestelde circel. De tweede nacht liggen we lekker rustig in een klein haventje iets verderop en de laatste dag in de haven van Nyköping. Doordat Nyköping twee keer is afgebrand is het grotendeels een nieuwe stad. We ontdekken echter toch nog een paar kleurrijke oude plekjes. Als we terug komen uit de stad staat de hele kade vol met oude en nieuwe italiaanse auto’s: Fiat’s, Alfa Romeo’s, Ferrari’s enz. Een gele Ferrari staat direct naast de boot. Mijn “lievelingskleur”. Op Ria haar verjaardag zingen we natuurlijk met zijn drieën. Jos en Rolf hebben leuke servetten van Iittala en ballonnen meegenomen. Ria krijgt van mij sandalen en een gedicht. We eten zelfgebakken glutenvrije appeltaart die een beetje stuifmeelachtig smaakt, maar dat mag de pret niet drukken. Komende week varen we rustig richting Loftahammar. We willen daar donderdagavond zijn om vrijdag uit het water getild te worden. Bosse is daar dan met zijn Linssen, om ook stabelizers in te laten bouwen.

oud straatje Nyköping

Landsort

 

14 juli Het is inmiddels wel een jaar of acht geleden dat we met onze ONJ op Öja waren. Het is absoluut een feestje om hier weer terug te zijn. Wat een indrukwekkend eiland. Öja is het meest zuidelijke eiland van de Stockholm Archipel. Het eiland kent een oude geschiedenis. Koning Waldemar de IIe heeft in de zeventiende eeuw een handelsroute geopend tussen Denemarken en de Baltische staten. Omdat de kust van Zweden met name bij Öja een gevaarlijk traject was, vol met stenenmassa’s onder en net boven het wateroppervlak, werd dit eiland een loodseiland. Het dorpje Landsort op de zuidelijkste punt werd dan ook gebouwd rondom de thuishaven van de loodsboten en de vuurtoren. Deze vuurtoren is daarmee de oudste vuurtoren van Zweden, gebouwd in 1680. Nog steeds werkt deze vuurtoren en je kunt het wel een markant bouwwerk noemen. We meren aan in de Norrhamnen, zoals de naam al doet vermoeden, aan de noordkant van het eiland. Tegen de avond lopen we langzaam, want het is ontzettend warm, naar Landsort. Prachtige doorkijkjes bieden uitzicht op het open water, met de rotsen glanzend in het avondlicht. We wandelen door het bos, en komen uit in het fel gekleurde dorpje. Rood en wit van de vuurtoren, oranje van de loodsboten en het falu-rood van de oude huisjes. Er is op het moment dat we in Landsort aankomen een toneelvoorstelling, een bescheiden en eenvoudige gebeurtenis. Er zitten aardig wat mensen op klapstoeltjes ademloos te luisteren. Doodse stilte, er wordt geen woord gesproken. Wat een concentratie, aandacht. We lopen zachtjes over het grind, er zijn geen verharde wegen op het eiland, nog verder richting de vuurtoren. We hebben een tafeltje gereserveerd in het restaurant Svedtiljas, waar we heerlijk eten. Wel een verrassing, tot nu toe hebben we vaker niet lekker gegeten.

Onze reis is een aaneenschakeling van mooie ervaringen, vaak ook van herkenning. Maar er zijn toch wel een aantal plekken favoriet. Denk aan Stockholm, Trosa, Grinda, Lökholmen, Sandhamn, Harstena en niet te vergeten Öja.

Stadsgezicht Trosa kopie
Zicht op Trosa

“Tiberius en de kunst van het ankeren”

 

Het is donderdag 12 juli. Gisteren hebben we gehoord dat we op 6 augustus in Loftahammar, aan de westkust, terecht kunnen om de stabelisers in te laten bouwen. Dat is een grote opluchting. We zijn al een maand aan het wachten wanneer en waar het zou kunnen gebeuren. Het adres op Ökerö, dicht bij Gotenburg zagen we al niet zitten omdat die werf traag reageert en zo te zien niet op onze klus zit te wachten. Deze nieuwe oplossing is veel aantrekkelijker. We hebben dan al stabelisers in Zweden en kunnen via de oostkust van Zweden terug. Alhoewel de planning was dat we door het Götakanaal zouden gaan, hebben we daar nu steeds minder zin in. Hebben al genoeg indrukken opgedaan.

“Tiberius en de kunst van het ankeren”. We hebben de smaak van het ankeren te pakken. Maar het valt niet altijd mee. Tiberius is zwaar en heeft een vollekop waardoor er veel druk op het anker komt. We merken dat het anker op de rotsige bodem daarom snel de neiging heeft tot slepen. Ik trek me daar niet zo veel van aan en wacht wel totdat het echt niet meer gaat. Ria is daar minder flexibel in en kan er niet tegen als de boot een klein beetje verplaatst. Vooral als de ankerketting, door het zwaaien tegen de ankerplaat knerpt. Een nacht heeft Ria haast doorwaakt doorgebracht omdat ze steeds de indruk had dat we verplaatsten (En dat deden we ook). Ik heb daarentegen een aantal uurtjes lekker liggen snurken.

Als we goed liggen dan is de beloning echter groot. Zo los van alles in het water te drijven. Je een beetje heen en weer te laten wiegen op de zachte bries. Te zien hoe de avond tergend langzaam over gaat in de schemering. De wind afneemt. Het water, als een spiegel, de prachtige kleuren van de hemel aanneemt. De rotsen op de kant verkleuren van donkerbruin naar zwart. Dan weet je waarom je ankert. Zou je van zijn levensdagen niet in een haven willen liggen.

 

Ankeren

Zonsondergang op Grinda

6 juli.  Langzaam wordt het wat drukker op het water. Zeker in de havens. De vakanties zijn begonnen. Leuk dat er nu ook kinderen zijn. Dat maakt alles een stuk sprankelender. We hebben prachtig weer, met mooie uitzichten op het water en de eilanden. En de zonsondergangen niet te vergeten: geweldig mooi. 

Ankeren. Voor het eerst ankeren we de hele dag en nacht! Liggen naast het eiland Gallnö in een rustige baai. Genieten hier. Wat een rust! Hadden we veel eerder moeten doen. We hebben in gesprek met Jan en Grietje meer vertrouwen in het ankeren gekregen. Ze hebben ons een aantal plekken in de buurt aangewezen. Op een er van liggen we nu. Jan en Grietje kwamen met hun zeilboot Ahora op Grinda langszij. Een aantal jaren geleden hebben we ze hier in Zweden ontmoet. Met koffie, een wijntje, een etentje praten we bij. Lieve mensen.  

Grinda. Toen de macht in de 17e eeuw in Stockholm werd gecentraliseerd, gaf de koning veel landbouwgrond aan de adel. Tijdens de 18e eeuw had de boerderij op Grinda verschillende eigenaren uit welgestelde kringen. Pas in 1802  werd ze aan de boeren van de archipel teruggegeven. Een eeuw later werd het erg populair om je eigen zomerplek in de archipel te bouwen. De eerste directeur van de Nobel Foundation, Henrik Santesson, kocht Grinda in 1906 en bouwde wat nu het restaurant en hotel Grinda Värdshus is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de archipel ook voor het grote publiek toegankelijk. De stad Stockholm bouwde de eerste huizen op Grinda om te verhuren. Nu is Grinda een bestemming ook voor dagjesmensen. Je vaart er met de ferry in een uurtje heen.

Sandhamn

29 juni Vanuit Norrtälje doorkruisen we van noord naar zuid de scheren.  Door de 20 kilometer lange Norrtäljeviken zijn we eerst naar Gräddö afgezakt. Na een paar dagen zoeken we een oude plek op Fejan waar we 9 jaar geleden een paar dagen gelegen hebben. Aan het eind van de 19e eeuw werd hier een quarantainestation ingericht om de laatste gevallen van cholera in Zweden te stoppen. Het gebouw is er nog steeds. Maar vanuit het water zien we dat de hele locatie op de schop genomen wordt. Nu dus geen leuke plek om te liggen.

Na nog even een ankerplek geprobeerd te hebben stomen we naar Blidö. Een lang eiland dat vroeger uit vier kleine eilanden bestond. We genieten van het eiland en van de stille zonsondergangen. Bij een van onze fietstochtjes bezichtigen we het houten kerkje met klokkentoren. We worden er elke keer stil van als we de kleine Zweedse en Deense kerkjes bezoeken. Ze zijn zo prachtig licht en kleurrijk ingericht zijn. Meestal branden we kaarsjes voor de kinderen. Nu ook weer.

Als we verder de scheren in varen wordt het alsmaar mooier en stiller. De beboste eilanden gaan over in in de outer archipelago, met kale rotsen en zwerfstenen her en der, die nog net het zicht op de Oostzee beperken. Het licht is prachtig. Via de ankerplek het Paradiset varen we verder naar Möja waar we een haven zoeken. Maar dat valt tegen. Met de ONJ hebben we in drie havens op dit eiland gelegen. Met Tiberius lukt geen van de havens. Gewoon te groot. Wat we ook proberen. Later horen we op Sandhamn, waar we naar uitgeweken zijn, dat je met schepen groter dan 40 voet moeilijk in de havens in de archipel terecht kunt. Dat blijkt dus. Sandhamn is echter leuk. Het is een drukte van jewelste. We varen met een bootje van de SSS naar de overzijde. Het voor ons bekende eiland Lökholmen, dat lijkt op een grote Japanse tuin. Sandhamn, een voormalige Tolpost, is toeristisch maar nu nog redelijk rustig zo vlak voor het seizoen. De houten huizen op het eiland staan in een losse dorpse ordening direct op het zand. Auto’s komen hier niet.

Vanmiddag meerde met veel kabaal een 23 meter lange klassieke Benetti uit 1966 naast ons aan. Als we internet onderzoeken blijkt het schip van Prins Reinier van Monaco te zijn geweest. We hadden het schip al in Stockholm aan de Strandvägen gezien. We keken onze ogen uit. Komt de schipper met zijn vrouw naar ons toe om te vertellen dat wij zo’n mooie boot hebben! Ze waren onder de indruk van de ruimte en de prachtige afwerking. Complimenten nogmaals voor Pollard dus, die het schip zo mooi gebouwd heeft!

IMG_8420