Hoorn, als van ouds

Ja, Hoorn, daar hebben we met Tiberius 3 winters aan het Baatland gelegen en ver daarvoor, 40 jaar geleden, 5 jaar op de Tinnegieter gewoond. Ik werkte toen hier om de hoek bij Buro Zandvoort. Ria haalde mij bij het Buro op vrijdag op, met Thijs in het zitje voorop de fiets. Tijdens een strenge winter hebben we op de Hop geschaatst. Bovendien is Ivo hier in het ziekenhuis geboren en thuis door Ria onder haar hoede genomen. Dus Hoorn is wel ’n beetje onze stad. 

Dat merken we ook wel want Martin kwam gisteren spontaan een praatje aan boord maken en Regina komt een dezer dagen ’n kopje thee drinken. 

Maandag gaat Tiberius bij Nikos op de kant waar hij de aangroei van 2 jaar binnenwateren en zee zal afspuiten en nieuwe antifouling aan gaat brengen. Ook monteert hij een proportionele hekschroef voor meer gemak bij het aanmeren. Verder nog wat onderhoudswerkzaamheden die elk jaar terug komen. Daarna wordt het tijd om naar onze winterligplaats in Amersfoort te gaan. Maar daar berichten wij nog over.

Afgelopen maand hebben we een rondvaart door Friesland gemaakt. Een hele gezellige rondreis langs veel vrienden die we via het water nader hebben leren kennen. Vanuit Lemmer eerst langs Balk waar ik nog en klein project voor Gerrit Hiemstra heb ontworpen. Toen naar Heerenveen, langs Ad en Tineke, een van de collega-overwinteraars in de haven van Amersfoort. Daar bezoeken we samen met Ton het prachtige Museum Belvédère met o.a. portretten van Jan Mankes.

Vervolgens naar een Marrekrite plek aan de Goaiïngarypster Puollen waar ook Jos en Rolf met hun zeilboot komen en we heerlijk eten en bijkletsen.

Dan naar Sneek vanwaaruit we de trein nemen naar Leeuwarden waar Rob en Nienke met hun Pollard aan de Prinsentuin liggen. We lunchen gezamenlijk in restaurant Proefverlof in de oude gevangenis. En tot slot varen we ook nog met Tiberius naar Leeuwarden vanwaaruit we de trein naar Harlingen nemen om nu eindelijk het nieuwe appartement van Gerda en Dick te bekijken, waar we verwend worden met een heerlijke lunch.

Niet zo gek om op een boot te wonen. Je ontmoet makkelijk vrienden op veel verschillende plaatsen.

Ondertussen ben ik al weer een beetje aan het werk met afspraken in Heerenveen en Leeuwarden. Dat werk komt vanzelf weer aanwaaien als we in Nederland terug zijn. Leuk om te blijven doen. Ook nog een onbezoldigde klus in Sneek, waar ik eens naar al de schreeuwerige reclame heb gekeken nadat ik Rob en Nienke daar op geattendeerd heb. Een stad knapt een stuk op als je de reclame wat terughoudender maakt:

Voor het schoon maken van de gevels…..
… en nadat ik al de schreeuwerige reclame van de panden gefotoshopt heb.
Met een prachtig “schoon” stadsgezicht Sneek als resultaat.

Urk

Zaterdag 27 augustus

Brug tussen het Ketelmeer en het IJsselmeer

De rust is op Tiberius teruggekeerd. Pollard, de werf van Tiberius, heeft de laatste resten van het ontplofte accuzuur verwijderd, heeft de voorpunt weer fris geschilderd en de nieuwe AGM-accu’s in een bak op een verse houten constructie geplaatst. Alles is weer nagelnieuw, alsof er niets gebeurd is. De kussens liggen weer op hun plek en de nare lucht is uit ons woonschip verdwenen. Nadat de Volvo monteur de riem van de dynamo heeft vernieuwd en gespannen zoals dat hoort waren we vrij.

We liggen als vanouds weer even op Urk. Visje kopen en een rondje vuurtoren lopen. Het is hier altijd gemoedelijk, een aparte gemeenschap. Bij de koffie vertelde een oude dame dat Urk op een schip 200 Oekraïense vluchtelingen heeft opgenomen en ook in het dorp worden bij mensen thuis nog eens 63 vluchtelingen opgevangen. De oude Rabobank is ingericht als buurthuis voor de Oekraïners. Alle Oekraïners zijn inmiddels aan het werk. Dat doen ze toch maar.

Vorige week zijn we vanuit Groningen via het van Starkenborgkanaal en het Prinses Margrietkanaal naar Eernewoude. Het waterpark De Alde Feanen is zoals altijd prachtig. Je zou er toch voor altijd willen wonen. Jammer dat op de eilandjes alleen maar vakantiewoningen liggen. Onze volgende stop is Lemmer waar het groot feest is. Ook al ligt de kom van het dorp helemaal vol schepen kunnen wij er nog wel bij. We leggen aan tegen een Barkas en genieten van de ontspannen sfeer in het stadje vanwege de SKS-Skûtsjesilen rond de baai van Lemmer.

Via de polder varen we naar Blokzijl. Het is altijd weer druk bij de sluis. De volgende ochtend vroeg varen we het laatste stukje naar Pollard en zijn rond 10 uur op de werf in Steenwijk.

Stadsgezicht Blokzijl

Komende maand vermaken we ons nog op het water in Friesland. De vakantiegangers zijn verdwenen dus het is rustig op de Marekritteplaatsen.

Ontplofte boegschroef-accu

donderdag 18 augustus

Groningen centrum vanaf het dak van het Forum

We komen langzaam tot rust in Groningen. In de voor ons bekende Oosterhaven. Zijn, na een rondreis van ruim 4 maanden, weer terug in Nederland. We zorgen bij T-Mobile dat ons internet het weer op de ouderwetse wijze doet. Brengen een bezoek aan Forum Groningen waar ik vanaf het dak foto’s van de stad maak. Forum Groningen is een groot modern bibliotheek- en filmpaleis. Het gebouw is openbaar. Je kunt via roltrappen op en neer door de hoge verdiepingen. Heel verrassend om te doen. Je zoeft kriskras door een gigantische vide van waaruit je voortdurend contact met de stad hebt. Studieplekken en meerdere podia liggen direct rond deze vide waardoor een heel aangename, witte, amorfe ruimte ontstaat. De buitenkant van het gebouw is blijkbaar ondergeschikt. Het is geen gebouw dat meegaat in de ruimtelijkheid van de stad. De wanden vormen geen straatwand of plein omdat ze wijken en ijzig glad zijn. Je zou kunnen zeggen dat het gebouw zich van buiten afkeert van de stad maar van binnen juist met de stad samensmelt.

We zijn vorige week donderdag uit Bremen vertrokken. Er zouden erg warme dagen van boven de 30 graden komen. Bovendien hadden we weer zin om naar Nederland te gaan. Vooral het blikkige Duits door de marifoon en de afgepaste wijze waarop wij ons ten opzichte van sluismeesters moesten gedragen kwamen ons zo langzamerhand de keel uit. Hadden geen zin meer om ons voortdurend aan te passen. Die dag voeren we in de middag, met de stroom mee, de Weser af naar Elsfleth. We overnachtten aan de steiger die in de nacht een keer op en neer ging omdat we nog steeds op getijdewater lagen. Eerst kijk je naar het dorp, zes uur later tegen een hoge modderige oever op. De volgende dag kies ik er voor om vroeg tegen de laatste stroom, vlak vóór de kentering de Hünte op te varen. Zo kunnen we vandaag ook nog het 70 kilometer lange Küstenkanaal varen. Die planning wordt echter overhoop gegooid door de sluiswachter in Oldenburg. Hij liet tot wel drie keer de beroepsvaart voorgaan waar we niet bij pasten. Toen Ria na 2 uur wachten vriendelijk vroeg of hij ons niet vergeten was, mochten we gelijk mee. Vreemd. Uiteindelijk zijn we pas in de avond aan het eind van het Küstenkanaal en vragen en krijgen een plekje in de jachthaven ter plaatse. We weten dat het op sommige plekken erg ondiep is dus manoeuvreer ik uiterst voorzichtig.

Dan klinkt er een ijzig luide klap van onder uit Tiberius. We schrikken ons rot, denken dat er iets in de schroef zit. We weten niet wat er aan de hand is. Ik denk een stuk hout of ijzer in de schroef. Maar die doet het nog. Ik probeer de boegschroef te gebruiken omdat de havenmeester aangeeft dat we op een plek, achteraf aan bakboord moeten liggen. Dan blijkt de boegschroef te zijn overleden. Met heel veel kunst- en vliegwerk meren we tussen de andere jachten aan. Er is aan drie kanten niet veel ruimte. Ik krijg met de schroef en met de wielwerking daarvan Tiberius niet opzij. Er staat stroom. Draai een rondje zonder dat ik het wil en we worden uiteindelijk door een man met zijn zoon met twee lijnen naar de kant getrokken. Ria houdt ons af zodat we andere schepen niet raken en beschadigen. We zijn alle twee lichtelijk in paniek. Als de havenmeester komt geef ik de ondiepe haven de schuld en zeg dat er rotzooi op de bodem van de haven ligt. Dat blijkt achteraf echter niet zo te zijn. Wanneer ik samen met een elektricien die toevallig in de haven is, de bank in de voorpunt open maak om naar de boegschroef te kijken is het daar een grote rotzooi. Alles zit onder de spetters en er ligt olie op de plank waar de accu’s op staan…. denk ik. Ik voel er aan….. maar het plakt niet. Het blijkt accuzuur te zijn. Een van de accu’s is volledig uit elkaar geknald. Het accuzuur is overal tegenaan en onder gelopen. Onder de plank van de accu’s liggen tientallen vaatjes met ballast waar het zuur tussendoor is gelopen op het vlak. De bedrading zit onder het zuur. En dan…….?

Wat moeten we doen? Alle bedrijven zijn in Duitsland met vakantie. Bovendien is het vrijdagavond 21.00 uur. Ria belt het calamiteiten-nummer van de verzekering. De man die we aan de telefoon krijgen zegt: spoelen spoelen spoelen. Maar dat durven we niet. Eerst moet de geëxplodeerde accu er uit! En dat kunnen we niet. Hij zit klem en we durven het niet. Bang dat de rest van het zuur uit de accu op het parket loopt. Ik bel Pollard die ook met vakantie is en Nikos onze onderhoudsmonteur die wel de telefoon opneemt, maar in Griekenland op een eiland zit. Ria durft zonder boegschroef niet naar Nederland te varen. Ik bel onze vriend Rob die ook een boot van de Pollardwerf heeft en legt hem het probleem uit. Hij biedt direct aan te komen. Hij durft wel met z’n drieën zonder boegschroef naar Nederland te varen. Als zijn vrouw Nienke hem de volgende dag brengt lunchen we eerst. Daarna vertrekken we direct. We willen de eerste drie sluizen op het Küstenkanaal en de Eems vandaag nog meepakken. Dat gaat vlot. Het teamwerk op Tiberius is goed. Rob kent het sluiswerk. We varen achter een Nederlandse schipper die zegt voorzichtig te zijn. Zo kunnen we met z’n tweeën veilig in de twee sluizen op de Eems mee naar beneden. Na de laatste sluis knallen we, met de steeds intenser wordende stroom richting Nederland. Eerst met 14 kilometer per uur oplopend bij Emden tot wel 18 kilometer per uur. Zo snel is Tiberius nog niet gegaan. Het modderwater kolkt om ons heen. Als we op de Dollard in de verte Delfzijl zien liggen doen we het laatste stuk over het open water in het uitdovende avondlicht. De luchten zijn betoverend. Om 21.15 maken we, bij het laatste beetje licht, vast in de buitenhaven van Delfzijl.

Zondagmorgen wordt Rob met een plank van een rug wakker, of eigenlijk heeft hij niet geslapen, ontbijten met een fruithap en gaan de Zeesluis door naar de Scheepswerf Delfzijl. We doen rustig aan en eten bij de Toko om de hoek.

Maandagochtend komt Louis Hylkema naar onze uiteengespatte accu kijken en hij zet twee mannen aan het werk. Die voeren de twee accu’s uit de voorpunt af en zetten een grote ventilator in het luik. Zo worden de giftige dampen van de accu afgevoerd. Daarna wordt er de hele dag met veel water en later ook met soda schoon gemaakt en gespoeld. De bilgenpomp draait overuren. De plank waar de accu’s op stonden is echter helemaal vol gezogen met zuur wat we er niet uit krijgen. Dus worden twee nieuwe AGM-accu’s op de bank gezet en aangesloten. Ook is de dynamo aan de motor overbelast geraakt omdat hij de kapotte accu probeerde te compenseren. En de diode-brug functioneert niet goed. Nu varen we via Groningen naar Pollard, de bouwer van het schip om voor in de punt de bedrading en het hout te laten vervangen. De punt moet verder grondig schoon gemaakt worden. Er zal ook een nieuwe dynamo in moeten en de bilgenpomp is ook vergiftigd door het zuur.

AIS……..

De Weser moet je langzaam af varen, geen haast hebben en genieten van het landschap. Wij vinden het een van de mooiste rivieren van Noord-Duitsland. De rivier ligt niet diep zodat je altijd de oevers kunt ervaren. Voor een rivier waar toch best wel wat scheepvaart over gaat is ze flink bochtig. Soms ga je 180 graden naar oost of naar westelijke richting. De allergrootste bochten zijn afgesneden door een kanaal waar dan ook een sluis zit. We doen het rustig aan en varen het grootste deel van de het traject van Minden tot Bremen (107 km) achter een binnenvaartschipper waar je anders toch op zou moeten wachten bij de volgende sluis. Onderweg melden we ons, net als de binnenvaartschipper bij de sluis en we merken de de schippers rekening met ons houden. Er heerst een gemoedelijke sfeer op het water. Ik hou de AIS (Automatic Identification System) in de gaten zodat we niet te dicht op de schepen varen.

Beeld plotter van het zwarte schip met rode AIS-waarschuwingspijlen van schepen die dicht in de buurt zijn. Op dit moment zien we alleen rood knipperende icoontjes van de schepen. De rode waarschuwingspijlen zijn niet te zien omdat onze AIS niet helemaal in orde is.

We varen als rode icoontjes achter elkaar aan. En ik hou goed stuurboordwal om de tegenligger niet in de weg te zitten. Alhoewel we gemiddeld 1,5 km stroom mee hebben gaan we niet harder dan 10 km/uur. Tiberius draait dan rustig op zo’n 1300 toeren. Voordat we het laatste traject tot Bremen afleggen draaien we de zijrivier de Aller op en blijven een paar dagen bij een zeer gemoedelijke watersportvereniging aan de kant liggen. Het is ook drie dagen ver boven de 30 graden en dan kun je beter in open terrein liggen dan in de stad. Vroeg in de ochtend fietsen we naar de gezellige provinciestad Verden voor boodschappen en een ijsje. Wat later in de middag doen we een dutje of zitten in de schaduw van een boom aan de Aller. Een beetje in de wind als we geluk hebben. De laatste avond fotografeer ik de ooievaars die direct beslag nemen van het pas gemaaide akkerland. Het is de laatste keer dat het land naast de jachthaven wordt gemaaid, het gebied wordt natuurreservaat.

Vrijdag is het afgekoeld en varen we vroeg naar Bremen. Wanneer ik op de AIS kijk als we nog op de Aller varen, zie ik twee binnenvaartschepen al op het lange sluiskanaal voor de sluis van Hemelingen varen. Ik geef wat gas bij zodat we nog met deze twee schippers mee kunnen. Als we ons aanmelden sluit het tweede schip zich al in de sluis aan. We mogen nog net met de Umschlag en de Wilka mee. Dat is een meevaller. Zo kunnen we mooi op tijd in Bremen zijn om nog een plekje te hebben. Een sluisrondje duurt hier al gauw een uur en dan is het nog de vraag of er zich snel binnenvaartschippers aanmelden waar we dan met mee zouden kunnen. De volgende sluis Weserwehr gaat net zo, alleen is er wat verwarring over de marifoon. Ik begrijp het blikkige Duits van de sluiswachters niet altijd goed. Maar goed, we kunnen mee.

Vanaf deze sluis is het nog een half uurtje naar Marina Bremen. We varen weer rustig achter de Wilka aan. De Umslag is al vooruit want die vaart wat sneller. De Wilka is een beetje een oud Duits schip, zwaar beladen met zand. Vlak voor de stad ligt er een binnenvaartschip aan stuurboordwal te manoeuvreren. Ik geef wat gas bij en ik sluit weer aan bij de Wilka. We gaan er vanuit dat het schip keert en de Weser op zal varen. We letten ook op de stad en de bruggen. De Weser wordt hier smaller. Vooral op het stuk voordat de Kleine Weser zich bij de Weser voegt. Ook zijn er hier op regelmatige afstand steigers waardoor het vaarwater nog iets verder wordt versmald. Omdat ik net het manoeuvrerende binnenvaartschip ben gepasseerd vaar ik nog redelijk ver aan bakboord. Er wordt wat gecommuniceerd op de marifoon en een schipper heeft het over die sportboot; ik denk dat het een andere sportboot is, in de sluis en niet wij. Later vermoeden we dat hij het over ons had…. Het marifoonkanaal is op de Weser bij Bremen namelijk hetzelfde als voor de sluis.

Situatie bijna aanvaring op de Weser in Bremen

We passeren de Wilhelm-Kaisen-Brücke. We zijn nog ruim een kilometer van onze aanlegplaats: Marina Bremen. Ik overleg met Ria als ik een vage schim aan stuurboord zie. Ik geloof het niet en kijk nog eens. Tot mijn schrik zie ik de hoge zwarte neus van een onbeladen binnenvaartschip vlak naast Tiberius. Tussen ons en de stuurboordwal. Het is een hoog boven Tiberius uitstekende zwartgrijze neus van een onbeladen binnenvaartschip. Met een bruisende boeggolf er onder. Het is het schip dat we net gepasseerd zijn en lag te manoeuvreren. Hij is direct op volle snelheid achter ons aan gekomen…… Nu zie ik hem ook op mijn AIS scherm als een rood oplichtend scheepje schuin naast ons…… we worden haast overvaren…… dus ik geef een ruk aan mijn stuurwiel en ga uiterst bakboord varen. Het binnenvaartschip schiet met een vaart langs. Ria gaat naar het voordek om haar ongenoegen aan de schipper duidelijk te maken. Ik schakel de marifoon naar 10 en bedank de schipper op een bedoeld cynische wijze in het Duits wat natuurlijk niet over komt. Maar de ramen van het schip zijn geblindeerd en de schipper reageert niet over de marifoon. Wij zijn blijkbaar maar een sportboot die wat aanrommelt en die moet je als professional negeren! Het kan ook zijn dat de schipper in Bremen een ongelukkige date heeft gehad en kwaad wegvaart zonder met andere schepen rekening te houden. Wij blijven verbouwereerd achter. De schrik zit er bij ons goed in. We hebben veel vraagtekens. Wat hebben we fout gedaan? Ja we hadden beter stuurboordwal moeten houden! En onze AIS zou niet stuk moeten zijn! Dan hadden we hem wellicht beter kunnen volgen! En we hadden beter op moeten letten! Ria kijkt normaal gesproken vaak achter zich, maar nu even niet. Maar het binnenvaartschip had toch wel op z’n minst even een sein met z’n hoorn kunnen geven? Met name bij het weg varen. Veel tijd hebben we niet, want we moeten bij Marina Bremen aanmeren. Dat gebeurt op een rommelige manier. Drie mannen op de kant pakken touwtjes van Ria aan die ze vervolgens verkeerd vastmaken. Ik probeer Tiberius tegen de stroom in op z’n plek te houden. Als we uiteindelijk liggen lunchen we en vallen in een diepe onrustige slaap. De schrik zit er bij ons nog steeds in.

Bremer stadsmuzikanten: Een prangende vraag is waarom vier absoluut onmuzikale dieren juist naar Bremen wilden om daar muzikant te worden. Er wordt beweerd dat de bewoners van Bremen zo onmuzikaal zijn dat ze het gebalk van een ezel, het geblaf van een hond enz. nog mooi vonden. Er wordt beweerd, ditmaal voornamelijk door de Bremers zelf, dat de stad zo tolerant is, dat er zelfs plaats is voor dit soort lawaaimakers. Toch is de meest waarschijnlijke reden die voor de bedenker(s) van het verhaal de aanleiding was de muzikanten naar Bremen te laten gaan, dat de stad een vrije handelsstad is, waar eenieder het beroep dat hij had kon uitoefenen. Iets wat in het verleden geen vanzelfsprekendheid was.

Teutoburgerwoud

zaterdag 30 juli

Ria op het aquaduct op de kruising van Wezer en Mittellandkanaal

We zijn al weer 270 kilometer, 31 uur varen en 7 dagen geleden uit Hamburg vertrokken. Hebben er even de vaart in gezet omdat vandaag het aquaduct over de Wezer in het Mittellandkanaal bij Minden, voor een hele week gesloten wordt. We liggen nu aan de Wezer op een stil plekje in Landesbergen. Heerlijk. Gewoon een klein steigertje langs de rivier voor enkele boten. De stilte overvalt ons een beetje. We blijven daarom nog maar ’n dagje.

Vertrek uit Hamburg waar druk aan de stad gebouwd wordt

Bij ons vertrek uit Hamburg zorgen we er voor een stukje van de vloed mee te hebben. Met 3 tot 4 kilometer per/uur stroom mee scheelt dat al gauw een uur. Op het Elbe-Seitenkanaal moeten we 3 uur voor het Schiffshebewerke wachten. Vervolgens komen we via het Mittellandkanaal met de vele bruggen, in Minden.

We maken een wandelingetje over het bewuste aquaduct bij Minden en verwonderen ons over de grootte van het project dat al weer ruim een eeuw geleden is gebouwd.

Op vrijdag huren we een auto in Minden om naar Hamelen (Hameln), Externsteine en een rondje door het Teutoburgerwoud te rijden. We krijgen een scheurbakkie, een Golfje GTI. Nemen de binnendoor-weg met veel bochten en prachtige uitzichten naar Hamelen. Het gaat ons al vlug te hard. We rijden het liefst maximaal 70 kilometer per uur. Dat is al heel snel als je de laatste weken niet harder dan 10 km/uur bent gegaan. Maar soms moeten we mee met het verkeer en mag je op de binnenwegen wel 100 rijden, maar sneller dan 80 km/uur durven we niet. We moeten ook een beetje van het landschap kunnen genieten en gedragen ons dus als toerist. We zoeken in Hamelen een parkeergarage en denken in de oude stad uit te komen, maar worden geleid naar Parkhaus Stadtgalerie. We stijgen via een hellingbaan in de vorm van een kurkentrekker in 4 rondjes omhoog en parkeren tot onze schrik boven een splinternieuwe shoppingmall, zo blijkt later. Via twee roltrappen, waarbij we gedwongen worden langs een hele batterij winkels van bekende merken te lopen, komen we op de begane grond en uiteindelijk in de oude binnenstad.

In de straten rond de Markt is het nog rustig. Ik maak foto’s van de prachtige vakwerk-architectuur.

We eten een ijsje bij een goede Italiaanse ijssalon op de Pferdemarkt en lopen nog een rondje door de stad, op zoek naar een restaurant waar we kunnen lunchen. We hebben vanaf de boot al geprobeerd ergens voor de lunch te reserveren maar gek genoeg lukte dat niet. Bij alle adressen, vijf stuks, die ons leuk leken kon het niet. Ze waren op vakantie, hadden een groep op bezoek of personeelsgebrek. Heel vreemd. Uiteindelijk heb ik een pizzaatje bij een kleine Italiaan gegeten. Ria kreeg niet meer dan een nogal kale carpaccio omdat hij bang was dat er ergens gluten in het eten zouden zitten.

Hamelen heeft prachtige architectuur. Maar de stad als geheel valt ons ’n beetje tegen. Je kunt zien dat de winkels in het oude centrum last hebben van de concurrentie van het nieuwe winkelcentrum. Er zijn weinig speciaal-winkeltjes in de oude stad overgebleven. De horeca zit in de grote straten en in de kleine straatjes bruist het niet. We zien ook leegstand. De felgekleurde banken die her en der op straat zijn gezet en de gekleurde “versieringen” boven de kleine straatjes, detoneren en compenseren het verlies aan leuke winkeltjes zeker niet.

’s Middags rijden we door het prachtige landschap van het Teutoburgerwoud naar de Externsteine, een formatie van zandstenen. De formatie bestaat uit enkele lange stenen, die abrupt uit het heuvelachtige landschap oprijzen. Ze staan voor een deel in een waterpartij. Een heel bijzonder fenomeen.

De stenen zijn ontstaan in het Krijt, ongeveer 120 miljoen jaar geleden. Behalve een natuurmonument zijn de Externsteine mogelijk van religieuze of cultureel geschiedkundige waarde. Men stelt steeds opnieuw dat de Externsteine in de steentijd de functie van cultusplaats hadden. Dat is echter nooit bewezen. Toch zien we een groepje mensen die voortdurend een mantra zingen. Het gezang weerkaatst tegen de rotsen. In de 12de eeuw werd volgens een inscriptie een grot in de westelijke rots als kerk ingewijd door de plaatselijke bisschop. Links naast de ingang van die grot bevindt zich een reliëf van de kruisafname van Jezus. Dit is het oudst bewaarde stenen beeld van Duitsland.

Het is al laat geworden dus rijden we rechtstreeks terug naar Minden. De navigatie stuurt ons over de A2. We raken langzaam weer ’n beetje gewend aan de snelheid. Als ik gas geef om in te halen laar de Golf GTI een onderaards gegrom horen en we worden met onze rug in de kussens gedrukt! De auto katapult ons naar voren. Wat ’n monster. Niets voor ons.

Hamburg Speicherstadt

zaterdag 16 juli

Stadsgezicht Hamburg Speicherstadt

We liggen al weer zowat een week in Hamburg, hartje centrum, hartje haven, tussen de bekende, beetje verloederde, kleurrijke wijk St. Pauli en de Speicherstadt. We doen een beetje of we hier ’n tijdje wonen. Genieten van de stad maar bijven soms ook langer op de boot. Ria maakt een hesje uit een oude jurk. Ik maak een compleet stadsgezicht van Speicherstadt. We wandelen ook veel door de stad en zijn naar een concert van de NDR-Bigband in de Rolf Liebermann-Studio geweest. Het is een leuke stad om nader kennis mee te maken en niet alleen de highlights te pakken.

In het bovenstaande stadsgezicht is de architectuur van de Speicherstadt uit het eind van de 19e eeuw gecombineerd met het nieuwste staaltje architectuur in Hamburg: de 40 meter hoge Elbphilharmonie.We moeten nog binnen gaan kijken, dat schijnt spectaculair te zijn.

De Speicherstadt is een hoogtepunt van de Hamburgse architectuur. Het staat op de monumentenlijst en is samen met het Kontorhausviertel UNESCO-werelderfgoed. De Speicherstadt wordt tussen 1883 en 1927 op de voormalige Elbe-eilanden Kehrwieder en Wandrahm gebouwd als onderdeel van de vrijhaven van Hamburg. Om ruimte voor de pakhuizen in de vrijzone van de haven te creëren wordt in 1883 de hele Hamburgse wijk Kehrwieder ontruimd. Daarbij moesten niet minder dan 20.000 inwoners ergens anders gehuisvest worden. Het ontwerp van de pakhuizen is van architect Carl Johann Christian Zimmermann en hoofdingenieur Andreas Meyer. Elk pakhuis heeft meerdere verdiepingen en toegangen vanaf het water en vanaf de straat.

doorsnee uit 1888: Zollkanal en Freihafengebiet

De bouwwerkzaamheden werden verdeeld in drie delen, waarvan het eerste in 1888 werd voltooid. De resterende bouwwerkzaamheden waren bij het begin van de Eerste Wereldoorlog voltooid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ongeveer de helft van de Speicherstadt verwoest; de wederopbouw, die trouw bleef aan het origineel, duurde tot 1967.

De Speicherstadt is niet alleen historisch van belang, het is ook een inspiratiebron voor de huidige generatie stedenbouwers en architecten die zich voor de opgave gesteld zien weer een compacte stad te bouwen. En dat is de Speicherstad zeker, met een oppervlakte van 300.000 m² is de grootte vergelijkbaar met de bouw van 3.000 tot 5.000 woningen.

We blijven ook volgende week nog een paar dagen in Hamburg. Het wordt te heet om de kanalen op te varen. Hier, in de haven van Hamburg liggen we nog een beetje op de wind.

Noord-Oostzeekanaal

zondag 10 juli

We zijn het Noord-Oostzeekanaal af gekeuteld en liggen nu in het haventje van Brunsbüttel, direct naast de grote sluizen. Onze eerste stop was aan de steiger voor de sluis bij Holtenau, vlakbij Kiel. Daar hebben we afscheid van de Oostzee genomen. Na een rustige nacht moeten we de volgende ochtend opschieten om, samen met al onze buren rond 8.00 uur voor de sluis te liggen en te wachten tot de lichten op wit gaan, een teken dat de jachten de sluis in mogen varen. We komen naast de romp van een gigantisch schip te liggen en gaan met z’n allen maar ’n metertje omhoog.

Gelukkig zijn de oude gladde houten steigertjes, met gaten ertussen vervangen door aaneengesloten steigers met roosters zodat er geen ongelukken gebeuren. De steigers drijven op het water en gaan langs kettingen die aan de sluismuur zijn bevestigd omhoog of omlaag. We leggen de stootwillen helemaal in het water zodat ze hun werk nog net kunnen doen.

Ons doel is vandaag tot Rendsburg te varen, dat ongeveer halverwege het kanaal van totaal 100 kilometer ligt. Tijdens een wandeling in Rendsburg komen we bij de bijzondere, uit eind 19e eeuw stammende, Schwebefähre. Dit is een spoorbrug op 40 meter hoogte, met daaronder een hangende gondel die als veer dienst kan doen. Een prachtige constructie, waar Eiffel nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Afgelopen jaren is het veer gerestaureerd en wordt eind van dit jaar weer in gebruik genomen. De spoorburg maakt aan de zijde van Rendsburg een grote loop om op hoogte komen en gaat zo een heel stuk over de bebouwing en de bomen van de stad heen. Gek gezicht.

We blijven nog wat langer in Rendsburg omdat het toch te hard waait om de Elbe op te varen. Als ik bij de vrouwelijke havenmeester twee dagen bijboek schrijft ze een verkeerde datum op het reçu dat we aan de boot moeten bevestigen. Daar komen we echter pas later achter en gaan de volgende dag opnieuw naar de havenmeester om de datum te laten corrigeren. We worden daarbij getrakteerd op een voorstelling die zo als Commedia dell’ Arte opgevoerd kan worden. Ze bladert driftig door haar bonnen-boekjes op zoek naar de naam Tiberius maar vindt het de eerste keer niet. Als ze ziet dat er al een aantal mensen buiten staan te wachten, maakt ze nog meer misbaar om te laten blijken dat zij er ook niets aan kan doen dat ze moeten wachten. Uiteindelijk vindt ze een “Iberius” en schrijft met tegenzin een nieuw reçu met een nieuwe datum uit, om die aan de boot te bevestigen. Ons advies is dus om maar niet naar deze haven met zeer onvriendelijke havenmeester te gaan.

We besluiten na 4 dagen niet direct naar Brunsbüttel te varen maar een tussenstop op het Gieselau-Kanaal te maken, waar we voor het sluisje naar de Eider aan een steigertje in het groen liggen. We worden gewekt met vogelgeluiden.

De volgende dag varen we het laatste stukje kanaal en komen aan een steiger, direct tegen de vaarweg naar de Noordsluis te liggen. Daar worden we overdonderd door de grootte van de schepen die we haast kunnen aanraken en waarvan we de motoren en schroeven van heel dicht bij in onze borst kunnen voelen. Veel schepen zijn redelijk rustig, maar af en toe is er een die een zodanig zwaar geluid produceert dat je niets anders kunt dan er naar te luisteren. En het erge is, dat ze de motoren ook laten draaien als het schip in de sluis ligt en moet wachten om de Elbe op te varen. Dat duurt bij elkaar dan een klein uurtje. Het lijkt me geen pretje op zo’n schip te moeten werken, waarbij je voortdurend aan dit oorverdovende geweld wordt blootgesteld.

Al weer zowat twee weken geleden hebben we afscheid van Denemarken genomen. Het scheelde niet veel of we werden door de Kroonprins uitgezwaaid, die naar het koninklijke jacht zou komen om de derde etappe van de tour de France door Denemarken te zien. Maar uiteindelijk is zijn komst afgelast vanwege de zeer nare aanslag op een winkelcentrum in Kopenhagen dat weekend. De boot van Koningin Margrethe II is dus voor niets naar Sønderborg gekomen.

Odense – Æbelø – Bogense

Het gaat gelukkig weer beter met Ria. Ondanks de haperende medische zorg in Odense. Nadat Ria tweemaal bij de huisarts van onze aardige buren in de haven van Odense was geweest, leek het de arts wel goed als er een scan van Ria haar nieren zou worden gemaakt om te kijken wat de oorzaak van haar aanhoudende pijn was. Maar links om of rechts om lukte dat niet. Niet via de arts en niet direct via de verzekering naar een privékliniek. Misschien kwam dat wel dat het bijna Sankt Hans-dag was, waarbij ter gelegenheid van de zonnewende de heks (pop) op de brandstapel wordt verbrand.

Na overleg met Ton en Chris, artsen in de familie, hebben we toen maar besloten dat Ria met pijnstillers voorzichtig verder gaat. Gelukkig knapte ze daarna langzaam op. Toen een paar dagen later Jos en Rolf met hun boot Odense aandeden, is Ria een klein dagje mee de stad in geweest. Dat was ontzettend gezellig en het verzette de zinnen.

Het H.C. Andersen museum is prachtig. Het museum ligt op een plek waar eerst een vierbaansweg door de stad liep en die nu is omgebouwd tot een oase van rust, groen en cultuur. De omgeving van het museum sluit naadloos aan bij de oude kleinschalige Deense straatjes.

Na twee dagen nemen we afscheid van Jos en Rolf die nog een dagje blijven, en gaan weer voorzichtig aan op weg. Eerst de 20 kilometer de Odensefjord uit en daarna langs de zacht glooiende kust van Funen. Het weer is prachtig, de zee is kalm. Wat wil een mens nog meer. We komen bij van de stad en van al het gedoe met ziekte, zeer en ongemak. Bij het eiland Æbelø besluiten we te ankeren. Dat is in het verleden niet goed gelukt. Maar nu gaat het na het volgen van de juiste procedure goed. Toen we om de hoek van Æbelø kwamen lag het al vol met zeilschepen. We sluiten aan bij de andere schepen en genieten van de rust, het uitzicht en de zon.

ankeren voor Æbelø

’s Avonds komt er een kleine onweersbui vlak langs het eiland. We kunnen de bui van het begin tot het eind volgen. Het is een prachtig gezicht zoals de bui boven Funen nog even een laatste klap laat horen en dan als een gigantisch luchtschip boven zee aan ons voorbij schuift. Het beeld wordt nog sprookjesachtiger als de bui een gordijn van regenwater voor ons in zee stort, en de zon soms half, soms bijna geheel afdekt en het licht laat variëren van fel tot half duister in alle kleuren van de regenboog.

de aankomst bui vanaf Funen ca. 21.00 uur
om 21.45
om 22.00

We worden de volgende ochtend in alle rust wakker. De meeste zeilschepen vertrekken een voor een. Rond de middag zetten we koers naar Bogense, een klein uurtje varen vanaf onze ankerplek. We moeten proviand inslaan en de volgende dag wordt het slechter weer. Ik vermaak me aan het eind van de dag nog met het fotograferen van de mensen die in kleine groepjes of alleen een bezoekje aan het baken bij de haveningang brengen. Het eind van zo’n pier in zee heeft toch altijd aantrekkingskracht.

Odense

Stadsgezicht Odense

Odense is meer dan de verhalen van Hans Christian Andersen. Eerlijk gezegd zijn we, ondanks diverse aansporingen, nog niet in het nieuwe museum van de schrijver geweest. Odense heeft mij vooral verrast door haar geschiedenis en de architectuur in de stad die daarvan het resultaat is. Ik begin altijd een beetje andersom. Ik lees de stad door er eenvoudig doorheen te lopen, en het stratenpatroon en de architectuur te bekijken. Daarna tracht ik via die beelden en de verhalen over de stad, achter de geschiedenis te komen. Het maken van een stadsgezicht helpt daarbij. Dat ordent mijn gedachten.

de Dom van Odense

Odense is een van de oudste steden van Denemarken. Het oudste gebouw in dit stadsgezicht is de Dom. Deze Dom is een fraai voorbeeld van eenvoudige gotische baksteenarchitectuur. Na de heiligverklaring van koning Knud, die hier begraven ligt, werd in 1101 de toenmalige houten kerk vervangen door een kerk van kalksteen, die tussen 1300 en 1500 vergroot en verbouwd werd. De toren is pas in 1586 voltooid. In de Dom liggen naast Knud nog drie koningen begraven.

Kunstmuseum Brandt

Tijdens de industrialisering in het midden van de 19e eeuw groeide de stad buiten de oude middeleeuwse grenzen. Uit die tijd is de Brandts Kledingfabriek. De fabriek groeide en verspreidde zich over een groot deel van de stad. Je kunt nu nog over het goed behouden fabrieksterrein lopen waar veel horecagelegenheden en winkeltjes zijn gevestigd. Het grootste gebouw van de voormalige fabriek is nu Kunstmuseum Brandt.

Het gemeentehuis in de historistische stijl, is geïnspireerd op Italiaanse gebouwen zoals het Palazzo Pubblico in Siena. Het rode metselwerk is versierd met zandstenen trapgevels. 

Ook het classicistische academiegebouw ( in het midden van het stadsgezicht) stamt uit die tijd. Het waren de rijke jaren van de stad.

In de toenmalige uitbreidingen van de stad is nog veel prachtige baksteenarchitectuur te zien.

Ria steekt over van Sam naar Odense.

Omdat ik me grieperig voel geef ik Ria onderweg van Samsø naar het eiland Fyn de stuurautomaat in handen. Ze wil dat eigenlijk niet. Neemt normaal gesproken alleen af en toe alleen een stukje voor haar rekening als ik even naar het toilet moet. Maar ik vind dat ze het wel moet kunnen: een koers uit zetten naar een bestemming op de kaart en de automaat het werk laten doen. Ze begint direct als we de haven van Ballen op Samsø hebben verlaten. Onderweg neem ik het stuur alleen over als er een vrachtschip aan bakboord op ramkoers lijkt te liggen. We dachten veilig te varen onder de bescherming van de windmolens aan stuurboord waar het, almaar groter wordende vrachtschip, omheen zou moeten varen. Maar hij blijft recht naar ons toe varen. Na een oproep op kanaal 16, waar we gelijk weer af gegooid worden omdat het het noodkanaal is, roepen we het schip nog eens op kanaal 10 en dan pas wijkt het schip uit. Zonder ons overigens te antwoorden. Een nare ervaring.

aanloop Odense via het Odensefjord

In Odense liggen we nu alweer zowat twee weken in het haventje van de Zeil- en motorboot-club Frem. We zijn daar heel vriendelijk ontvangen. Ik kom daar een paar dagen bij van mijn griep terwijl Ria informeert of men wellicht een monteur voor de hydrofoor weet te vinden. Na heel wat zoeken door de buren, die hun stalen Barkas uit Hoorn hebben opgehaald, komt er een monteur die de hydrofoor vervangt. Nu kunnen we eindelijk weer rustig water tappen. Maar dan begint Ria zich niet lekker te voelen. Ze denk eerst dat het de naweeën van haar gekneusde ribben zijn. Maar ze blijft pijn in haar nierstreek houden. Via onze lieve buren vinden we een huisarts die onderzoek doet en een infectie vindt waarvoor Ria antibiotica krijgt. Maar, nadat ze haar hele kuur zowat heeft afgemaakt is het nog niet voldoende verbeterd. We kunnen niet eens samen naar de stad of een stukje wandelen. Na nog een bezoek aan de arts vandaag heeft Ria besloten de verzekering te bellen of die niet een ziekenhuis in de buurt weet die vlot een scan kan maken. We willen toch weten waar de pijn vandaan komt. Verder leeft Ria voorlopig af en toe op paracetamol.

De uitslag moeten we nu weer afwachten. Het heeft nu eenmaal weinig zin te gaan varen als we niet precies weten wat er aan de hand is. We liggen hier bovendien veilig met vriendelijk en behulpzame mensen om ons heen. En dat is veel waard in een ver, vreemd land.

Kerken en luchten

Bergen heb je in Denemarken niet, maar des te meer kerken en luchten. Vooral hier op de eilanden. We liggen in de prachtige natuurhaven van Langør op Samsø. Eerste Pinksterdag was het nog zomer hier in de haven. Dan kan het onweer niet lang op zich laten wachten. Eerst een paar spetters. Daarna prachtige luchten. Het onweer trok in de vorm van een strijkijzer-wolk weg.

op ons vorige eiland Sejerø waren de luchten ook goed te zien
de zaagbekken trekken zich er niets van aan
de avondlucht in Odde weerspiegelde zich in het doodstille water van de haven

De kerkjes lijken allemaal door dezelfde architect ontworpen. Ze zijn, een uitzondering daar gelaten, stuk voor stuk kalkwit. Dat is natuurlijk omdat het prachtige licht hier op de eilanden daarin goed weerkaatst en het goddelijke wordt opgeroepen.

het kerkje van Nordby ligt prachtig op de lange heuvel
het kerkje van Langør ligt aan het wad rond het schiereiland

Voor morgen heeft Ria een elektrisch autootje gehuurd waarmee we het eiland verder kunnen verkennen. Donderdag neemt de wind waarschijnlijk af. Dan kunnen we naar de stad van Hans Christian Andersen varen. We hebben voor nu wel even genoeg luchten en kerkjes gezien. Gaan ons nu verdiepen in de opgeschreven Deense sprookjes.