Bijna klaar

donderdag 1 oktober
Het schilderwerk voor Tiberius is bijna klaar. Morgen ga ik nog even kijken of alles in orde is en hoe mooi hij weer glimt. Pollard komt dan ook de naam Tiberius weer op de boot plakken en nieuwe anodes aanbrengen. Maandag komt Willem ons van Harlingen naar Marknesse verhuizen. Fijn dat hij ons helpt. Dan hoeven wij geen huurauto terug naar Harlingen te brengen en weer 4 uur terug met de trein te reizen. Wallinga doet het transport van de schilder naar de kraan bij Mertrade in Marknesse. Daar zakt Tiberius weer het water in. We moeten de accu’s weer aansluiten en de apperatuur controleren voordat we kunnen vertrekken.

Ons doel is volgende week via de Randmeren naar Amersfoort te varen. Want Marisja, Thijs en Antal hebben volgende week zaterdag de presentatie van hun boek ‘Atmosfeer’: 20 jaar A.T.M. gevolgd door een drive- in expositie. We zijn erg benieuwd. We volgen zaterdag eerst de presentatie van het boek online, vanwege de deze week afgekondigde strengere Corona- regels. Mogen met maximaal 30 mensen samenzijn. Dus het bezoek daarna aan de expositie gaat in shifts van 30 mensen. Wel jammer dat deze mijlpaal van A.T.M. geen groot feest kan zijn.

Nog 4 dagen, dan zijn we weer op Tiberius. We missen de boot. Om mijn hoofd rustig te maken loop ik de zuidelijke pier van de haven af, helemaal tot het eind. Dan loop je langs het Wad met de strandlopertjes aan de vloedlijn. Aan de andere kant ligt Harlingen.

Noordwest- Friesland en Harlingen

Wij hebben het hier naar ons zin in Harlingen, maar vervelen ons wel een beetje. We missen de boot. Ria voelde zich de afgelopen week ook niet goed. Ze was grieperig en had reacties op verkeerd eten buiten de deur. Nu gaat het gelukkig weer beter. Nog een klein weekje en dan mogen we weer naar Tiberius. We leren Noordwest-Friesland wel steeds beter kennen. Nergens is de strijd tegen het water meer “aanwezig”. Lang geleden was het noordwesten van Friesland nog een eiland. Het werd omsloten door de Middelzee en de Marne, twee zeearmen die tussen Bolsward en Sneek bijelkaar kwamen. Deze ontstaansgeschiedenis heeft geresulteerd in een gebied met afwisselend ’oud’ en ’nieuw’ land, een ongekende weidsheid en drie prachtige steden: Bolsward, één van de twee Friese Hanzesteden; Franeker, de tweede stad in Nederland met een universiteit; en Harlingen.

Wat ons opvalt is dat de stadjes hier echt anders zijn dan in de rest van het land. We wisten natuurlijk al dat Friesland bijzonder was. Maar vooral vanaf het water. Nu we gewone landrotten zijn kijken we anders naar het Friese landschap en de stadjes. Het contrast tussen de stad en het platteland is groot. De steden zijn heel compact en het landschap is juist onnederlands wijds. Ook zijn de steden veel kleinschaliger. Meestal één duidelijke hoofdstraat met voorname panden waar winkels, bedrijven en woningen door elkaar staan. En daarachter veel smalle straatjes met lage huisjes, afgewisseld met pakhuizen of werkplaatsen. Er zijn veel smalle grachten met houten beschoeiingen. En alles ziet er piekfijn onderhouden uit.

Harlingen is vooral bijzonder omdat de zee zo dichtbij is. Dat heb je in geen enkele andere havenplaats in Nederland. Het zoute water komt samen met eb en vloed diep de stad in. De bewoners leven hier letterlijk met de zee voor de deur. ‘s Avonds kun je nog even een ommetje maken en over de zee turen, om de ferrie’s, vissers, de bruine vloot en beroepsschippers af en aan te zien varen. Kijken hoe hoog het water staat. De schepen van de bruine vloot komen ver de stad in. Vanuit ons huisje zie je de grote masten boven de daken uitsteken. Ik ben verliefd geworden op deze stad, vanwege de nabijheid van de zee en de altijd aanwezige bedrijvigheid. En natuurlijk is de stad zelf ook prachtig. Het voormalige kantongerecht aan het Havenplein, nu restaurant ‘t Havenmantsje, vormt de spil tussen de stad en de drukte in de haven. In de Voorstraat, kun je onder de oude, hoge platanen boodschappen doen. Verderop verdwaal je tussen de straten met lage huizen en de ongewoon smalle stegen.

Tussentijd

Hier in Harlingen verblijven we voor een maandje in “tussentijd”. Zo noemen wij dat. Nu we tijdelijk even geen thuis hebben. De boot staat op de kant en wordt geschilderd. We zijn maandag met alle spullen die we voor een maand nodig hebben, met een huurauto, van Marknesse naar ons tijdelijke huisje met bedstee aan de Grote Ossenmarkt verhuisd. Zo’n “tussentijd” is altijd anders, een beetje vreemd eigenlijk. Kamperen tussen de spulletjes van een ander. Even weg van je eigen thuis. Het geeft een soort lichtheid die we verder moeilijk kunnen omschrijven.

Dit is trouwens alweer onze zesde tussentijd. De eerste keer was in 1975 toen we tijdelijk bij een hospita op een bovenverdieping in de Hoogstraat in Eindhoven woonden. We hadden toen een onderkomen nodig omdat onze gloednieuwe terrasflat in Geldrop nog niet klaar was en we ons dijkhuisje aan de Noorderleidsevaart in Hillegom al hadden verkocht. Ik studeerde aan de TH en Ria werkte bij het St. Annaziekenhuis in Geldrop. Als Ria op haar Mobylette weer thuis kwam, zat onze grote herder Joep al bovenop zijn hondenhok op het balkon. Geen gezicht. Best eng ook. Hij was al een keertje van het hok naar beneden gesprongen toen Ria naar beneden wees. Hij zakte pardoes door het afdak, gelukkig vlak naast het scherpe tuingereedschap. De hospita altijd gekleed met een Ma Flodder-schort vond het allemaal niet zo schokkend, gelukkig maar. Joep hadden we trouwens als kleine pup gekocht, omdat Ria op de Noorderleidsevaart niet alleen thuis wilde zijn toen ik in militaire dienst moest. Een avond toen het al donker was, kwam er een man van de hervormde kerk om geld op te halen. Ria gebaarde de man achter het raam dat hij weg moest gaan en haar maar moest uit schrijven. Maar dat ging niet zo maar. Hij had dan wel een handtekening nodig. Ja, toen moest hij uiteindelijk toch naar binnen. Onze gevaarlijke waakhond Joepie kwispelde van blijdschap.

De tweede keer was vijf jaar later toen we samen met kleine Thijs naar Hoorn verhuisden. Ik kreeg een baan bij Bureau Zandvoort aan de Korenmarkt, om de hoek van de oude binnenhaven. We woonden toen tijdelijk in een van de zomerhuisjes op een terrein van de plaatselijk kroeg in Oosterleek, direct achter de dijk van het Markermeer. Een prachtige verstilde plek tussen de fruitbomen. ’s Avonds gingen we even op de dijk staan om over het grote water te kijken. Ria fietste daar met baby Thijs in de draagzak naar het consultatiebureau in Wijdenes. We voldeden de huur bij de eigenaar in Haarlem, contant aan de deur.

De derde keer was in Soesterberg waar we in een huisje van het Jachthuis woonden. Thijs was inmiddels zes jaar en Ivo, die in Hoorn was geboren werd daar twee. In deze tussentijd verbouwden we samen met Ria’s vader en Willem de Billitonstraat in Amersfoort. Ria’s moeder paste op Thijs en Ivo. Het was op een klein vakantiepark en er was een constant gevoel van op vakantie zijn. Ook al werd er hard gewerkt. We logeerden met zijn allen in het donkerbruine huisje in het bos. Jammergenoeg hebben we daar Jetje, onze poes, moeten begraven. Ook al hadden we haar daar een hele tijd binnen gehouden, was ze op de straatweg tussen Amersfoort en Utrecht aangereden. We vonden haar langs de weg en hebben haar met veel ritueel samen met Thijs en de andere kinderen van het Jachthuis, onder een boom in het bos begraven .

De vierde keer was boven Agaat, in de Agathastraat in Amersfoort. Een gebouwtje van SVP, achter het hoofdgebouw. Daar mochten we een poosje wonen toen ons huisje aan de Oranjelaan werd verbouwd. We woonden provisorisch op de zolder van Agaat. Als we op de benedenverdieping van Agaat vergaderden voor de plannen die ik toen voor Stadstuin in Amersfoort maakte, vonden de opdrachtgevers dat het zo lekker naar frisse was rook. Onze wasmachine stond in het keukentje er naast…. Wel gek. Het waren nogal wat mannen. Ik had van de gemeente Amersfoort een hele club ontwikkelaars gekregen die allemaal nog wat van de gemeente tegoed hadden. Het waren er 7. Wel mooi want daardoor kon ik met goedkeuring van de gemeente het voortouw nemen en een bijzonder plan maken. We woonden en werkten toen dus bij het bureau, want Ria kon ook praktijk in een van de kamers houden. Wanneer er een patient kwam werd deze aangemeld door de secretaresse van SVP. De maquettetafel van het bureau stond in onze woonkamer, daar bouwde Thijs een van zijn eerste grote maquettes voor het bureau. En jeetje, wat hebben we een plezier gehad met z’n viertjes. Twee pubers in huis en alleen maar gezellig!

De vijfde keer was in de Oude Viltfabriek van Jacques en Ellen. De kinderen beiden zelfstandig. Ik had voor onze vrienden de verbouwing van hun vergader- tentoonstelling- en ontmoetingsruimte de Oude Viltfabriek tot woonhuis ontworpen. In ruil daarvoor mochten we ruim een jaar met z’n tweetjes in hun nieuwe huis wonen toen Tiberius gebouwd werd. Dat was wel de meest luxueuze tussentijd die we hebben gehad. Een prachtige, hoge ruimte met twee slaapkamers en een eigen besloten Vilttuin. Ria had praktijk aan huis in een van de slaapkamers en ik werkte in de woonkamer. Jammergenoeg moest Ria met haar praktijk verhuizen toen Ivo zijn relatie uitging en hij tijdelijk bij ons kwam wonen.

Dit is dus onze zesde tussentijd. In de 46 jaar dat we zijn getrouwd hebben we op zeven adressen gewoond en hebben we daar tussendoor dus zes tussenadressen gehad. Eerst verhuisden we voor studie of werk van Ria. Daarna voor werk van Aad. Toen we bijna 11 jaar in de Billtonstraat wilden we nog wel op een paar andere plekken wonen. Bij voorbeeld op de berg in Amersfoort. Zo mooi groen en huizen met mooie kavels. Ook wilden we nog wel een keer in het centrum van de stad wonen. Beide wensen zijn uitgekomen. Aan alle mogelijkheden hebben we gesnuffeld. Behalve op het water wonen, dat was nog een uitdaging. En dat doen we nu, al moesten we er alles voor verkopen. Wel een tegevallertje is dat de boot opnieuw geschilderd moet worden en we eigenlijk gedwongen worden om weer een tussenadres te vinden. Maar, zoals gezegd: het is altijd een bijzondere ervaring wanneer je een poosje ergens woont waarvan je weet dat het maar voor even is. Vaak zijn dit de meest knusse momenten in ons leven. Altijd een klein plekje, en op een afstandje kun je je weer verheugen op dat wat er nog komen gaat. Voorlopig wonen we nog even hier in het prachtige Harlingen met zijn drukke haven en prachtige strandboulevard. Maar daarover volgende keer meer.

Groot water

Wat is het toch mooi om weer op open water te varen. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden. De vergezichten, het glimmende, weerkaatsende water, het steeds veranderende licht. Ik vraag Ria regelmatig het stuur over te nemen zodat ik de atmosfeer nog beter kan voelen en natuurlijk foto’s kan maken. Ik spaar ze die luchten. Ben er gek op. Vanuit Muiden naar Hoorn hadden we zeer veranderende luchten. Er trokken een paar fronten over het Markermeer. Donkere wolkenpartijen, verwaaide witte vlekken, donderkoppen, nevelachtige delen waar het regende en natuurlijk de regenbogen van het water naar het water, oneindig groot.

Van Hoorn naar Enkhuizen was het haast windstil. Je kon je spiegelen in het water. De lucht liep recht door in het Markermeer. We vaarden niet maar zweefden door het universum.

Ik snap best waarom het hier in de haven van Enkhuizen weer druk is. Vijf lagen dik gestapelde rijen aan de kade. Iedereen wil die vrijheid ervaren en dat licht zien.

We liggen nu al weer een weekje in Enkhuizen en genieten van deze prachtige Zuiderzeestad. Ik kon het natuurlijk niet laten het mooiste plekje van Enkhuizen te fotograferen: de kruising van de Zuider Havendijk en de Zuiderkerksteeg waardoor de prachtige toren van de Zuiderkerk zichtbaar is.

Morgen varen we naar Kampen waarvandaan Ria maandag met de trein naar Hilversum kan. Ze zorgt daar voor een paar extra ogen bij het bezichtigen van een eventuele huurwoning voor Ivo en Lisa. Ze zijn druk op zoek naar een appartement.

Dinsdag sukkelen we naar Marknesse waar Tiberius op de kant gaat om geschilderd te worden. Wij zijn dan een maandje Friezen. Gaan in Harlingen wonen.

Krak

Maandag 26 augustus

Het is alweer 26 augustus, het weer is omgeslagen, de zomervakanties zijn afgelopen. Alle basisscholen zijn met het nieuwe schooljaar gestart. Het was dan ook al een stuk rustiger op het water.

We zijn maandag uit ’s Hertogenbosch vertrokken richting Woudrichem aan de Boven Merwede. Een klein lief plaatsje waar nog een behoorlijk aantal zalmschouwtjes ligt waar hier op de Waal vroeger zalm mee werd gevist. Leuke kleine bootjes met een kleine kajuit van zeildoek er op. We hebben genoten van ons tochtje over de Maas en de Andelse Maas. Deze rivieren zijn zo mooi, met kleine zandstrandjes en solitaire bomen. Gisteren zijn we het Merwedekanaal afgestoomd naar Vianen waar we nu aan het kantje schuilen tegen de stormachtige westenwind.

Het beviel ons wel in het prachtige ’s Hertogenbosch. Een fijne stad met prachtige woonhuizen, pastorieën, schoolgebouwen en natuurlijk de kathedraal. Een nog goed herkenbare vestingstad.

Het kleine riviertje de Dieze stroomt dwars door ’s Hertogenbosch, tussen de straten en vaak ook er onderdoor. Je waant je soms in een Anton Pieck schilderijtje. Heel lieflijk.

We ontmoetten Carien, onze lieve vriendin, op de boot. Fijn om haar na een lange tijd weer te spreken. Zondagmiddag, na het museumbezoek, gaan we bij haar langs om haar nieuwe appartement te bekijken.

We blijven gewoon wat langer. Zonde om na een of twee dagen weer te vertrekken. Je ziet immers niets van een stad in zo’n korte tijd. Zondag brachten we een bezoek aan het NoordBrabantsMuseum dat midden in het centrum ligt. Samen met het DesignMuseum omarmt het een gigantische binnentuin. Het klapstuk was de tentoonstelling van Shao Fan, een Chinese kunstenaar van een jaar of 50. Hij vond het jammer dat de mens eigenlijk vergeet dat wij ook maar gewoon zoogdieren zijn, alleen dan wel met begrip van ethiek en moraal. In zijn schilderijen zag je dan ook dieren zoals konijnen, een aap en een baby tijger met menselijke handen en mooi gelakte nagels. Heel bijzonder. Olieverf op doek, maar ook hingen er grote werken met inkt op rijstpapier. Prachtig! Zo subtiel, zacht en met fijne streken en subtiele kleuren. Heel indrukwekkend. De verzameling van Jan Sluijters viel er helemaal bij in het niet.

We lagen aan een laag steiger in de Brede Haven. Met naast ons een hoge kademuur, zoals je die  door heel ’s Hertogenbosch ziet. Met een heel steile trap van 4 meter hoog naar boven. Ik ben er een keer op geklommen, op mijn achterwerk. Terug achterstevoren er weer af. De volgende dag was het weer extra waardeloos met mijn knieën. Dit is niks, dit moet anders. We vroegen de havenmeester of er misschien ook een plekje met een helling was. Ja, aan de andere kant van de brug had hij wel een extra brede box voor ons. Dat zou moeten passen. We kleedden ons snel aan voordat het plekje weer weg zou zijn…. Aad haalde de lijnen en stootwillen aan de voorzijde  al weg, zodat ik mijn knieën kon ontlasten. En ik ging achter in de kuip kijken. We moesten achteruit onder de brug door. Het was nl. zo smal dat we niet konden keren. Zo ontzettend knap van Aad dat hij met de boot achteruit kan varen, bijna zoals hij ook met een auto rijdt.

En dan: een hoop herrie, ja hoor de mast weer vergeten! Deze is nu helemaal afgebroken. Als een lucifer. Eigenlijk wilden we het niet in het blog zetten, omdat we ons zo ontzettend generen. Wat ontzettend stom! Maar ja, beter nu opbiechten dan later van iedereen horen: maar jullie hadden toch een houten mast? Ons mooie cederhouten mastje, helemaal naar eigen ontwerp met de hand door een mastenbouwer gemaakt. Afgeschreven.

We balen verschrikkelijk, Aad kwaad, hij begon zelfs met spullen te gooien en gaf mij de schuld.

Na  een beetje van de schrik bekomen te zijn, zijn we ’s avonds maar uit eten gegaan. Dat was trouwens wel een tijdje geleden. Ondertussen heeft Aad alweer een nieuwe mast getekend, van RVS deze keer en een stuk korter. We varen de komende week naar Hoorn waar Nikos, onze steun en toeverlaat, de oude mast zal ontmantelen en een tijdelijke oplossing voor de apparatuur kan vinden. Daarna varen we over naar Vollenhove, zodat de boot daar op 14 september uit het water kan om geschilderd te worden. Terwijl Tiberius in de hal ligt, kan het nieuwe RVS mastje gemaakt worden. Als de boot is geschilderd laten we het mastje monteren en varen weer helemaal nieuw naar Amersfoort om te overwinteren. 

Rivieren

20 augustus 2020
Andere jaren voeren we grotendeels op kanalen en over zee. Dit jaar doen we veel rivieren. De Vecht, Hollandse IJssel, Lek, Nederrijn, Waal en Maas. Kanalen zijn af en toe mooi, maar meestal saai en eentonig. Je kunt er ergens mee komen. Daarvoor zijn ze gemaakt.
De Nederlandse rivieren daarentegen zijn prachtig en zeer verschillend van karakter. Zo veel smaken als je wilt hebben. Ze hebben er dan ook duizende jaren over gedaan om te worden hoe ze nu zijn. Een beetje geholpen door de mens.

De Vecht bijvoorbeeld, is langzaam stromend water met een deftig karakter. De 17e eewse kooplieden uit Amsterdam zochten hier rust en bouwden de vele buitenplaatsen met bijbehorende nuftige theekoepeltjes.

De Hollandse IJssel is zacht en romantisch en bovenstrooms heel smal. Het lijkt af en toe alsof ze ophoudt. Vooral op het stuk tussen Oudewater en Monfoort.

De Nederrijn, die bendenstrooms Lek heet, is breed maar zeker net zo romantisch. Vooral in het vroege ochtendlicht wanneer de nevel nog boven het water hangt en je je er alleen op de wereld waant. Vóór de jaartelling zag deze rivier er natuurlijk heel anders uit. Niet gehinderd door dijken ging het water zijn gang. Nu hebben de Lek en de Nederrijn machtige wijdse uiterwaarden en steeds hogere dijken waardoor de rivier in toom gehouden wordt. De meeste dorpen en stadjes liggen ver van het water en soms, als verrrassing direct er langs, zoals Culemborg en het oude Wijk bij Duurstede.

Op de Waal moet je met je jachtje niet zijn. Alleen als dat echt niet anders kan. Deze brede rivier is de economische levensader tussen het Duitse Roergebied en de haven van Rotterdam. En tijd is geld. De rivier stroomt niet alleen snel, ook de schepen hebben haast. Het water kolkt langs de kribben. De opvarende grote duwbakken snijden de bochten af door met de stroomaf varende schepen stuurboord – stuurboord aan te houden. Het blauwe bord omhoog. En jij moet maar zien waar je blijft. Je tuurt voortdurend op je plotter om de beweging van de schepen in de gaten te houden.

Nee, dan de traag stromende Maas. Stromend door het oude katholieke landschap van Nederland. Koeien en donkere kerken op de oever. De groene en lommerrijke uiterwaarden worden aan de rivierzijde afgepaald door machtige populieren en wilgen. Als ik een rondje via het pondje van Appeltern en de brug van de A50 bij Ravenstein fiets, kom ik aan de Brabantse kant van de rivier over donkere laantjes, die de lage dijken aan de buitenzijde van de uiterwaarden begeleiden.

Als we in Batenburg liggen, komen elke ochtend en avond de ganzen gillend over, alsof ze het licht verwelkomen of afscheid willen nemen van de dag. Ze verruilen dan het natuurgebied langs de oude rivierarm voor een weide verderop waar ze kunnen grazen.

Wijk bij Duurstede, alhoewel,

17 augustus 2020
We lagen afgelopen weekend in Wijk bij Duurstede om af te kunnen spreken met Ivo, Lisa en haar moeder en vriend. Nu de relatie tussen Ivo en Lisa serieus wordt, is het de hoogste tijd nader kennis te maken. En dat hebben we dus gedaan. Onder de wieken van de oude Molen. Het was gezellig en we hebben ons het brood van de molen goed laten smaken.

We zijn echter inmiddels weer gevlucht. Na zowat twee weken Culemborg en een weekend Wijk bij Duurstede vonden we het vanmorgen wel genoeg, het stil liggen. We kunnen nog een maandje rondtoeren voordat de boot het water uit moet dus zijn we niet de Nederrijn opgevaren, zoals eerst gepland, maar via het abnormaal rustige Amsterdam-Rijn-Kanaal, doorgestoken naar de super drukke Waal, waar de grote schepen voortdurend in ons nek zaten te hijgen, linksafgeslagen naar het Kanaal van St.Andries en rechtsaf de prachtige verstilde Maas op. We liggen nu dus in Batenburg in Gelderland met Brabant aan de overkant, waarvan de foto’s later volgen.

We hebben wel genoten van Wijk bij Duurstede. Het is een prachtig stadje met nog veel middeleeuwse kenmerken. Het is leuk om de geschiedenis van Wijk bij Duurstede met Jacob Ruisdael (1628 Haarlem) te beginnen. Hij maakte net als ik stadsgezichten. Bijvoorbeeld van Wijk bij Duurstede, met een prachtig perspectief en een dreigende wolkenlucht. Daar kan ik wel wat van leren. Het schilderij met de voorstelling van de molen bij Wijk bij Duurstede is het beroemdste schilderij van de landschapsschilder. De voorstelling toont de molen aan de oever van de Rijn. In de verte is de toren van de Grote Kerk te zien. Links van de molen zien we kasteel Duurstede. Wijk bij Duurstede was toen al een vestingstad. De stad was een centrum van scheepvaart en handel. In de nauwe straatjes in het centrum staan nog veel huizen uit de middeleeuwen. De toren van de Grote Kerk, zonder spits, behoort tot de belangrijkste laat-gotische kerktorens in ons land. Hij werd rijk versierd met steunberen en balustrades. Het stadhuis dat in 1666 in de sobere Hollands classicistische stijl werd gebouwd, staat direct naast de kerk. De door Ruisdael geschilderde runmolen zou omstreeks 1800 zijn afgebroken. De huidige Runmolenpoort met molen die nog resteert werd omstreeks 1659 gebouwd. Het is de enige bestaande molen in Nederland die werd gebouwd op een oude stadspoort. Deze poort verschafte de inwoners vanaf de veertiende eeuw toegang tot de weg naar De Leuth en werd daarom Leuterpoort genoemd.

Jacob Ruisdael schilderde Wijk bij Duurstede niet exact naar de werkelijkheid. Hij liet de stadspoort en stadsmuur weg. Kasteel Duurstede is wel duidelijk zichtbaar. Zo zie je maar. Toen loog Jacob al op zijn schilderij. Het is dus niet zo gek dat ik nog steeds, met de huidige technieken, de stadsgezichten mooier maak dan dat ze in werkelijkheid zijn……

Het valt niet mee om de Grote Kerk op de relatief kleine Markt te fotograferen: hier de zijkant van de kerk vanaf de hoek met de prachtige Peperstraat waar de panden met de achterzijde zowat tegen de kerk staan.

Dan nog een paar plaatjes van het onweer dat gisteravond over Wijk bij Duurstede trok, resp. 20 minuten en 5 minuten voordat de wind ongenaakbaar aantrok en de regen op het dek plensde. We hadden nog net een zeilboot gered door deze vast te maken aan onze boot, voordat het onweer losbarstte.

Over – Zomeren langs de Lek

11 augustus 2020
Het is niet zo gek om in Culemborg aan de kade te over – zomeren. Vanaf het begin van de middag liggen we hier namelijk met Tiberius in de schaduw van de hoge populieren langs de Veerdijk. Die schaduw is hard nodig met de huidige, langste hittegolf in 100 jaar.

Wij volgen elke dag hetzelfde patroon. In de nacht zetten we alle poorten, luiken en de hordeur aan de zijkant open om de warmte van de dag te laten ontsnappen en de koelte van de nacht binnen te laten. Dat proces van warmte-uitwisseling gaat echter elke dag trager omdat de nachttemperaturen nu zijn opgelopen tot 20 graden. In de vroege ochtend maken we een wandeling om even te bewegen. We doen een boodschapje en maken foto’s van de historische binnenstad. De rest van de ochtend werken we beneden, waar het dan nog redelijk koel is. Ria maakt tekeningen in podlood. Een nieuwe techniek die ze aan het uitproberen is. Ik werk de foto’s van de stad uit tot stadsgezichten. Met lunchtijd wordt het te warm en verkassen we van de boot naar de kade, op campingstoeltjes om te lunchen, te lezen en te drinken tot aan de avond. Dan ‘n borrel op het voordek waar dan al een windje staat en koken tegen acht uur, koelen af in de kuip tot we last van de muggen krijgen en onze ogen dicht vallen. Zo nog twee dagen te gaan. Donderdag en vrijdag, na 6 tropische dagen op rij, zet de verkoeling in. We kijken er met smart naar uit.


In de 14e eeuw kwamen er een stadsmuur en -gracht rond Culemborg om ongeregelde bendes en vijandelijke troepen buiten de stad te houden. Daarna werd de stad tweemaal buiten de bestaande muren uitgebreid. Omstreeks 1370 aan de noordzijde met het Havenkwartier en twintig jaar later aan de zuidzijde, waar het dorp Lanxmeer (NieuwStad) bij de stad werd gevoegd. Zo ontstond een soort “driestad” die volledig ommuurd werd.

Het stadhuis van Culemborg ligt midden in de Oude Stad en dateert uit 1534. Het Stadhuis werd gebouwd met geld dat door Elisabeth van Culemborg werd voorgeschoten. De kelder van het stadhuis diende oorspronkelijk als vleeshuis, later als wijnkelder. De Binnenpoort is de enige van de zeven stadspoorten die bewaard is gebleven.

Toen de oude stad nog uit drie delen bestond, elk apart ommuurd en omgracht, vormde deze poort de verbinding tussen de Oude en Neuwe stad. Deze stadspoort stamt uit de 14e eeuw. In de nis staat een beeld van de heilige Barbara, beschermheilige van Culemborg.

De basis van de Grote of Barbarakerk in de Oude stad werd gelegd vóór 1300. In 1654 verloor de toren zijn spits door blikseminslag en brandde de kerk, tot op het koor na, uit. De spits is nooit teruggeplaatst, dus heeft de kerk nu een stompe toren. Deze oude grote kerk moet niet verward worden met zijn veel jongere, neogotische naamgenoot die er vlak naast staat. De Korenmolen “De Hoop” dateert uit 1853 en staat aan de zuidzijde van de oude binnenstad. In bovenstaande stadsgezichten heb ik bovenstaande historische gebouwen verwerkt en een opgepoetste mooie plek gegeven.

Oude reclame voor Miss Blanche, Virginia Cigarettes op de zijgevel van het pand tussen de Tollenstraat en de Achterstraat.

Nog meer Hollandse IJssel

4 augustus 2020
Hoe verder we op de Hollandse IJssel komen, hoe mooier ze wordt. Ik noem deze rivier bewust vrouwelijk. Zo zacht en romantisch is ze. Af en toe heeft ze Vechtse allures, maar dan op een bescheiden Hollandse schaal. Als we op de rivier varen lijkt het af en toe of ze ophoudt. Vooral op het stuk tussen Oudewater en Monfoort. Zo smal is de rivier, zo kronkelig en vol met bomen. Als we tegenliggers hebben moeten we een boom wachten. Anders raken we met de mast verstrikt in de takken.


Na het plekje bij de Waaiersluis vlak bij Gouda, liggen we een paar kilometer verderop in Haastrecht. Vervolgens 3 dagen in het mooie Oudewater met haar opvallend grote St. Michaëlskerk die pront langs de IJssel staat te stralen.


Oudewater ontstond omstreeks 1100 in een meanderbocht waar de Lange Linschoten samenkomt met de Hollandse IJssel. De stad was strategisch gelegen in het grensgebied van het Graafschap Holland en het Sticht Utrecht. De stad kreeg rond 1265 stadsrechten en nam op 19 juli 1572 samen met elf andere steden deel aan de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht. In deze vergadering werd de basis gelegd voor de Staat der Nederlanden onder ‘leiding’ van het Huis van Oranje. Jammer dat de bevolking van de stad als gevolg daarvan, na een korte belegering op 7 augustus 1575 door een Spaans leger praktisch geheel werdt uitgeroeid. Volgens de overleveringen wisten slechts drie inwoners deze slachting te overleven. Tijdens de inname ontstond een brand die een groot deel van de middeleeuwse bebouwing in as legde. Oudewater werd in de zestiende en zeventiende eeuw opnieuw opgebouwd en werd een belangrijk producent van touw. Dit touw werd gebruikt door de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie. Een groot aantal panden in de historische binnenstad dateert nog van deze periode.


We blijven een nacht in Monfoort en varen daarna via IJsselstein door naar de Lek. Wel vreemd als we midden in het smalle deel van de IJssel, dwars door IJsselstein mijn project van 15 jaar geleden tegenkomen: het Masterplan IJsseloever, prachtig gelegen langs het riviertje, voorzien van eigen jachthaven natuurlijk.

De Hollandse IJssel

29 juli 2020
De Hollandse IJssel is prachtig en heeft bovenstrooms soms Vechtse allures. Dit deel van deze rivier hadden we nog niet ontdekt. Het benedenstroomse deel van de Hollandse IJssel tussen Gouda en de plek waar de rivier in de Nieuwe Maas stroomt, is heel druk met beroepsvaart. Dat merkten we vorig jaar, op de terugweg vanuit Duitsland. De rivier is daar nog breed en onder invloed van eb en vloed.

Wij varen nu vanuit Gouda de andere kant op, stapje voor stapje de Hollandse IJssel af richting IJsselstein. We willen de rivier goed leren kennen en blijven in elk stadje 3 dagen liggen. Zo komen we de de drukste vakantieperiode in het jaar op een leuke manier door.

Het eerste stukje was heel kort. Van het centrum van Gouda, via de Mallegatsluis de Hollandse IJssel op tot de Waaiersluis, waar de invloed van eb en vloed ophoudt. We worden geholpen door een enthousiaste sluismeester. Hij had een eigen bedrijf met veel stress en is nu sluiswacht. Hij geniet er zichtbaar van. Deze sluis wordt nu nog voornamelijk door de pleziervaart gebruikt, maar de extra “waaierdeuren” zijn nog in werking. Worden ook nog wel een enkele keer gebruikt. De sluis heeft normaal een schutlengte van 24 meter. Grotere schepen tot 38 meter kunnen dus niet geschut worden. Wanneer de waterstand aan beide zijden van de sluis echter even hoog staat, wordt de sluis geheel opengezet en kunnen de grotere schepen er ook door varen. Toch kan er dan ineens, door bijvoorbeeld een snel opkomende vloed, een krachtige stroming in de sluis ontstaan. De sluis kan dan niet meer veilig met de gebruikelijke sluisdeuren worden afgesloten. Op zo’n moment bewijzen de waaierdeuren hun waarde.

Het tweede deel van onze tocht over deze romantische rivier is van de Waaiersluis tot Haastrecht. Ook maar een stukje van nog geen 3 kilometer. Haastrecht ontstond rond 1100 op de plaats waar het veenriviertje de Vlist uitmondt in de Hollandse IJssel. Op grond van deze belangrijke ligging, op het kruispunt van twee waterwegen, heeft Haastrecht in 1396 stadsrechten gekregen.

We nemen vanuit Haastrecht bus naar Oudewater. Over de dijk en over het jaagpad maken we terug een prachtige wandeling naar Hekendorp. Een schattige plek waar je via een handbediend sluisje naar de Reeuwijkse plassen kunt varen, als je tenminste niet hoger bent dan twee meter.