AIS……..

De Weser moet je langzaam af varen, geen haast hebben en genieten van het landschap. Wij vinden het een van de mooiste rivieren van Noord-Duitsland. De rivier ligt niet diep zodat je altijd de oevers kunt ervaren. Voor een rivier waar toch best wel wat scheepvaart over gaat is ze flink bochtig. Soms ga je 180 graden naar oost of naar westelijke richting. De allergrootste bochten zijn afgesneden door een kanaal waar dan ook een sluis zit. We doen het rustig aan en varen het grootste deel van de het traject van Minden tot Bremen (107 km) achter een binnenvaartschipper waar je anders toch op zou moeten wachten bij de volgende sluis. Onderweg melden we ons, net als de binnenvaartschipper bij de sluis en we merken de de schippers rekening met ons houden. Er heerst een gemoedelijke sfeer op het water. Ik hou de AIS (Automatic Identification System) in de gaten zodat we niet te dicht op de schepen varen.

Beeld plotter van het zwarte schip met rode AIS-waarschuwingspijlen van schepen die dicht in de buurt zijn. Op dit moment zien we alleen rood knipperende icoontjes van de schepen. De rode waarschuwingspijlen zijn niet te zien omdat onze AIS niet helemaal in orde is.

We varen als rode icoontjes achter elkaar aan. En ik hou goed stuurboordwal om de tegenligger niet in de weg te zitten. Alhoewel we gemiddeld 1,5 km stroom mee hebben gaan we niet harder dan 10 km/uur. Tiberius draait dan rustig op zo’n 1300 toeren. Voordat we het laatste traject tot Bremen afleggen draaien we de zijrivier de Aller op en blijven een paar dagen bij een zeer gemoedelijke watersportvereniging aan de kant liggen. Het is ook drie dagen ver boven de 30 graden en dan kun je beter in open terrein liggen dan in de stad. Vroeg in de ochtend fietsen we naar de gezellige provinciestad Verden voor boodschappen en een ijsje. Wat later in de middag doen we een dutje of zitten in de schaduw van een boom aan de Aller. Een beetje in de wind als we geluk hebben. De laatste avond fotografeer ik de ooievaars die direct beslag nemen van het pas gemaaide akkerland. Het is de laatste keer dat het land naast de jachthaven wordt gemaaid, het gebied wordt natuurreservaat.

Vrijdag is het afgekoeld en varen we vroeg naar Bremen. Wanneer ik op de AIS kijk als we nog op de Aller varen, zie ik twee binnenvaartschepen al op het lange sluiskanaal voor de sluis van Hemelingen varen. Ik geef wat gas bij zodat we nog met deze twee schippers mee kunnen. Als we ons aanmelden sluit het tweede schip zich al in de sluis aan. We mogen nog net met de Umschlag en de Wilka mee. Dat is een meevaller. Zo kunnen we mooi op tijd in Bremen zijn om nog een plekje te hebben. Een sluisrondje duurt hier al gauw een uur en dan is het nog de vraag of er zich snel binnenvaartschippers aanmelden waar we dan met mee zouden kunnen. De volgende sluis Weserwehr gaat net zo, alleen is er wat verwarring over de marifoon. Ik begrijp het blikkige Duits van de sluiswachters niet altijd goed. Maar goed, we kunnen mee.

Vanaf deze sluis is het nog een half uurtje naar Marina Bremen. We varen weer rustig achter de Wilka aan. De Umslag is al vooruit want die vaart wat sneller. De Wilka is een beetje een oud Duits schip, zwaar beladen met zand. Vlak voor de stad ligt er een binnenvaartschip aan stuurboordwal te manoeuvreren. Ik geef wat gas bij en ik sluit weer aan bij de Wilka. We gaan er vanuit dat het schip keert en de Weser op zal varen. We letten ook op de stad en de bruggen. De Weser wordt hier smaller. Vooral op het stuk voordat de Kleine Weser zich bij de Weser voegt. Ook zijn er hier op regelmatige afstand steigers waardoor het vaarwater nog iets verder wordt versmald. Omdat ik net het manoeuvrerende binnenvaartschip ben gepasseerd vaar ik nog redelijk ver aan bakboord. Er wordt wat gecommuniceerd op de marifoon en een schipper heeft het over die sportboot; ik denk dat het een andere sportboot is, in de sluis en niet wij. Later vermoeden we dat hij het over ons had…. Het marifoonkanaal is op de Weser bij Bremen namelijk hetzelfde als voor de sluis.

Situatie bijna aanvaring op de Weser in Bremen

We passeren de Wilhelm-Kaisen-Brücke. We zijn nog ruim een kilometer van onze aanlegplaats: Marina Bremen. Ik overleg met Ria als ik een vage schim aan stuurboord zie. Ik geloof het niet en kijk nog eens. Tot mijn schrik zie ik de hoge zwarte neus van een onbeladen binnenvaartschip vlak naast Tiberius. Tussen ons en de stuurboordwal. Het is een hoog boven Tiberius uitstekende zwartgrijze neus van een onbeladen binnenvaartschip. Met een bruisende boeggolf er onder. Het is het schip dat we net gepasseerd zijn en lag te manoeuvreren. Hij is direct op volle snelheid achter ons aan gekomen…… Nu zie ik hem ook op mijn AIS scherm als een rood oplichtend scheepje schuin naast ons…… we worden haast overvaren…… dus ik geef een ruk aan mijn stuurwiel en ga uiterst bakboord varen. Het binnenvaartschip schiet met een vaart langs. Ria gaat naar het voordek om haar ongenoegen aan de schipper duidelijk te maken. Ik schakel de marifoon naar 10 en bedank de schipper op een bedoeld cynische wijze in het Duits wat natuurlijk niet over komt. Maar de ramen van het schip zijn geblindeerd en de schipper reageert niet over de marifoon. Wij zijn blijkbaar maar een sportboot die wat aanrommelt en die moet je als professional negeren! Het kan ook zijn dat de schipper in Bremen een ongelukkige date heeft gehad en kwaad wegvaart zonder met andere schepen rekening te houden. Wij blijven verbouwereerd achter. De schrik zit er bij ons goed in. We hebben veel vraagtekens. Wat hebben we fout gedaan? Ja we hadden beter stuurboordwal moeten houden! En onze AIS zou niet stuk moeten zijn! Dan hadden we hem wellicht beter kunnen volgen! En we hadden beter op moeten letten! Ria kijkt normaal gesproken vaak achter zich, maar nu even niet. Maar het binnenvaartschip had toch wel op z’n minst even een sein met z’n hoorn kunnen geven? Met name bij het weg varen. Veel tijd hebben we niet, want we moeten bij Marina Bremen aanmeren. Dat gebeurt op een rommelige manier. Drie mannen op de kant pakken touwtjes van Ria aan die ze vervolgens verkeerd vastmaken. Ik probeer Tiberius tegen de stroom in op z’n plek te houden. Als we uiteindelijk liggen lunchen we en vallen in een diepe onrustige slaap. De schrik zit er bij ons nog steeds in.

Bremer stadsmuzikanten: Een prangende vraag is waarom vier absoluut onmuzikale dieren juist naar Bremen wilden om daar muzikant te worden. Er wordt beweerd dat de bewoners van Bremen zo onmuzikaal zijn dat ze het gebalk van een ezel, het geblaf van een hond enz. nog mooi vonden. Er wordt beweerd, ditmaal voornamelijk door de Bremers zelf, dat de stad zo tolerant is, dat er zelfs plaats is voor dit soort lawaaimakers. Toch is de meest waarschijnlijke reden die voor de bedenker(s) van het verhaal de aanleiding was de muzikanten naar Bremen te laten gaan, dat de stad een vrije handelsstad is, waar eenieder het beroep dat hij had kon uitoefenen. Iets wat in het verleden geen vanzelfsprekendheid was.

Teutoburgerwoud

zaterdag 30 juli

Ria op het aquaduct op de kruising van Wezer en Mittellandkanaal

We zijn al weer 270 kilometer, 31 uur varen en 7 dagen geleden uit Hamburg vertrokken. Hebben er even de vaart in gezet omdat vandaag het aquaduct over de Wezer in het Mittellandkanaal bij Minden, voor een hele week gesloten wordt. We liggen nu aan de Wezer op een stil plekje in Landesbergen. Heerlijk. Gewoon een klein steigertje langs de rivier voor enkele boten. De stilte overvalt ons een beetje. We blijven daarom nog maar ’n dagje.

Vertrek uit Hamburg waar druk aan de stad gebouwd wordt

Bij ons vertrek uit Hamburg zorgen we er voor een stukje van de vloed mee te hebben. Met 3 tot 4 kilometer per/uur stroom mee scheelt dat al gauw een uur. Op het Elbe-Seitenkanaal moeten we 3 uur voor het Schiffshebewerke wachten. Vervolgens komen we via het Mittellandkanaal met de vele bruggen, in Minden.

We maken een wandelingetje over het bewuste aquaduct bij Minden en verwonderen ons over de grootte van het project dat al weer ruim een eeuw geleden is gebouwd.

Op vrijdag huren we een auto in Minden om naar Hamelen (Hameln), Externsteine en een rondje door het Teutoburgerwoud te rijden. We krijgen een scheurbakkie, een Golfje GTI. Nemen de binnendoor-weg met veel bochten en prachtige uitzichten naar Hamelen. Het gaat ons al vlug te hard. We rijden het liefst maximaal 70 kilometer per uur. Dat is al heel snel als je de laatste weken niet harder dan 10 km/uur bent gegaan. Maar soms moeten we mee met het verkeer en mag je op de binnenwegen wel 100 rijden, maar sneller dan 80 km/uur durven we niet. We moeten ook een beetje van het landschap kunnen genieten en gedragen ons dus als toerist. We zoeken in Hamelen een parkeergarage en denken in de oude stad uit te komen, maar worden geleid naar Parkhaus Stadtgalerie. We stijgen via een hellingbaan in de vorm van een kurkentrekker in 4 rondjes omhoog en parkeren tot onze schrik boven een splinternieuwe shoppingmall, zo blijkt later. Via twee roltrappen, waarbij we gedwongen worden langs een hele batterij winkels van bekende merken te lopen, komen we op de begane grond en uiteindelijk in de oude binnenstad.

In de straten rond de Markt is het nog rustig. Ik maak foto’s van de prachtige vakwerk-architectuur.

We eten een ijsje bij een goede Italiaanse ijssalon op de Pferdemarkt en lopen nog een rondje door de stad, op zoek naar een restaurant waar we kunnen lunchen. We hebben vanaf de boot al geprobeerd ergens voor de lunch te reserveren maar gek genoeg lukte dat niet. Bij alle adressen, vijf stuks, die ons leuk leken kon het niet. Ze waren op vakantie, hadden een groep op bezoek of personeelsgebrek. Heel vreemd. Uiteindelijk heb ik een pizzaatje bij een kleine Italiaan gegeten. Ria kreeg niet meer dan een nogal kale carpaccio omdat hij bang was dat er ergens gluten in het eten zouden zitten.

Hamelen heeft prachtige architectuur. Maar de stad als geheel valt ons ’n beetje tegen. Je kunt zien dat de winkels in het oude centrum last hebben van de concurrentie van het nieuwe winkelcentrum. Er zijn weinig speciaal-winkeltjes in de oude stad overgebleven. De horeca zit in de grote straten en in de kleine straatjes bruist het niet. We zien ook leegstand. De felgekleurde banken die her en der op straat zijn gezet en de gekleurde “versieringen” boven de kleine straatjes, detoneren en compenseren het verlies aan leuke winkeltjes zeker niet.

’s Middags rijden we door het prachtige landschap van het Teutoburgerwoud naar de Externsteine, een formatie van zandstenen. De formatie bestaat uit enkele lange stenen, die abrupt uit het heuvelachtige landschap oprijzen. Ze staan voor een deel in een waterpartij. Een heel bijzonder fenomeen.

De stenen zijn ontstaan in het Krijt, ongeveer 120 miljoen jaar geleden. Behalve een natuurmonument zijn de Externsteine mogelijk van religieuze of cultureel geschiedkundige waarde. Men stelt steeds opnieuw dat de Externsteine in de steentijd de functie van cultusplaats hadden. Dat is echter nooit bewezen. Toch zien we een groepje mensen die voortdurend een mantra zingen. Het gezang weerkaatst tegen de rotsen. In de 12de eeuw werd volgens een inscriptie een grot in de westelijke rots als kerk ingewijd door de plaatselijke bisschop. Links naast de ingang van die grot bevindt zich een reliëf van de kruisafname van Jezus. Dit is het oudst bewaarde stenen beeld van Duitsland.

Het is al laat geworden dus rijden we rechtstreeks terug naar Minden. De navigatie stuurt ons over de A2. We raken langzaam weer ’n beetje gewend aan de snelheid. Als ik gas geef om in te halen laar de Golf GTI een onderaards gegrom horen en we worden met onze rug in de kussens gedrukt! De auto katapult ons naar voren. Wat ’n monster. Niets voor ons.

Hamburg Speicherstadt

zaterdag 16 juli

Stadsgezicht Hamburg Speicherstadt

We liggen al weer zowat een week in Hamburg, hartje centrum, hartje haven, tussen de bekende, beetje verloederde, kleurrijke wijk St. Pauli en de Speicherstadt. We doen een beetje of we hier ’n tijdje wonen. Genieten van de stad maar bijven soms ook langer op de boot. Ria maakt een hesje uit een oude jurk. Ik maak een compleet stadsgezicht van Speicherstadt. We wandelen ook veel door de stad en zijn naar een concert van de NDR-Bigband in de Rolf Liebermann-Studio geweest. Het is een leuke stad om nader kennis mee te maken en niet alleen de highlights te pakken.

In het bovenstaande stadsgezicht is de architectuur van de Speicherstadt uit het eind van de 19e eeuw gecombineerd met het nieuwste staaltje architectuur in Hamburg: de 40 meter hoge Elbphilharmonie.We moeten nog binnen gaan kijken, dat schijnt spectaculair te zijn.

De Speicherstadt is een hoogtepunt van de Hamburgse architectuur. Het staat op de monumentenlijst en is samen met het Kontorhausviertel UNESCO-werelderfgoed. De Speicherstadt wordt tussen 1883 en 1927 op de voormalige Elbe-eilanden Kehrwieder en Wandrahm gebouwd als onderdeel van de vrijhaven van Hamburg. Om ruimte voor de pakhuizen in de vrijzone van de haven te creëren wordt in 1883 de hele Hamburgse wijk Kehrwieder ontruimd. Daarbij moesten niet minder dan 20.000 inwoners ergens anders gehuisvest worden. Het ontwerp van de pakhuizen is van architect Carl Johann Christian Zimmermann en hoofdingenieur Andreas Meyer. Elk pakhuis heeft meerdere verdiepingen en toegangen vanaf het water en vanaf de straat.

doorsnee uit 1888: Zollkanal en Freihafengebiet

De bouwwerkzaamheden werden verdeeld in drie delen, waarvan het eerste in 1888 werd voltooid. De resterende bouwwerkzaamheden waren bij het begin van de Eerste Wereldoorlog voltooid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ongeveer de helft van de Speicherstadt verwoest; de wederopbouw, die trouw bleef aan het origineel, duurde tot 1967.

De Speicherstadt is niet alleen historisch van belang, het is ook een inspiratiebron voor de huidige generatie stedenbouwers en architecten die zich voor de opgave gesteld zien weer een compacte stad te bouwen. En dat is de Speicherstad zeker, met een oppervlakte van 300.000 m² is de grootte vergelijkbaar met de bouw van 3.000 tot 5.000 woningen.

We blijven ook volgende week nog een paar dagen in Hamburg. Het wordt te heet om de kanalen op te varen. Hier, in de haven van Hamburg liggen we nog een beetje op de wind.

Noord-Oostzeekanaal

zondag 10 juli

We zijn het Noord-Oostzeekanaal af gekeuteld en liggen nu in het haventje van Brunsbüttel, direct naast de grote sluizen. Onze eerste stop was aan de steiger voor de sluis bij Holtenau, vlakbij Kiel. Daar hebben we afscheid van de Oostzee genomen. Na een rustige nacht moeten we de volgende ochtend opschieten om, samen met al onze buren rond 8.00 uur voor de sluis te liggen en te wachten tot de lichten op wit gaan, een teken dat de jachten de sluis in mogen varen. We komen naast de romp van een gigantisch schip te liggen en gaan met z’n allen maar ’n metertje omhoog.

Gelukkig zijn de oude gladde houten steigertjes, met gaten ertussen vervangen door aaneengesloten steigers met roosters zodat er geen ongelukken gebeuren. De steigers drijven op het water en gaan langs kettingen die aan de sluismuur zijn bevestigd omhoog of omlaag. We leggen de stootwillen helemaal in het water zodat ze hun werk nog net kunnen doen.

Ons doel is vandaag tot Rendsburg te varen, dat ongeveer halverwege het kanaal van totaal 100 kilometer ligt. Tijdens een wandeling in Rendsburg komen we bij de bijzondere, uit eind 19e eeuw stammende, Schwebefähre. Dit is een spoorbrug op 40 meter hoogte, met daaronder een hangende gondel die als veer dienst kan doen. Een prachtige constructie, waar Eiffel nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Afgelopen jaren is het veer gerestaureerd en wordt eind van dit jaar weer in gebruik genomen. De spoorburg maakt aan de zijde van Rendsburg een grote loop om op hoogte komen en gaat zo een heel stuk over de bebouwing en de bomen van de stad heen. Gek gezicht.

We blijven nog wat langer in Rendsburg omdat het toch te hard waait om de Elbe op te varen. Als ik bij de vrouwelijke havenmeester twee dagen bijboek schrijft ze een verkeerde datum op het reçu dat we aan de boot moeten bevestigen. Daar komen we echter pas later achter en gaan de volgende dag opnieuw naar de havenmeester om de datum te laten corrigeren. We worden daarbij getrakteerd op een voorstelling die zo als Commedia dell’ Arte opgevoerd kan worden. Ze bladert driftig door haar bonnen-boekjes op zoek naar de naam Tiberius maar vindt het de eerste keer niet. Als ze ziet dat er al een aantal mensen buiten staan te wachten, maakt ze nog meer misbaar om te laten blijken dat zij er ook niets aan kan doen dat ze moeten wachten. Uiteindelijk vindt ze een “Iberius” en schrijft met tegenzin een nieuw reçu met een nieuwe datum uit, om die aan de boot te bevestigen. Ons advies is dus om maar niet naar deze haven met zeer onvriendelijke havenmeester te gaan.

We besluiten na 4 dagen niet direct naar Brunsbüttel te varen maar een tussenstop op het Gieselau-Kanaal te maken, waar we voor het sluisje naar de Eider aan een steigertje in het groen liggen. We worden gewekt met vogelgeluiden.

De volgende dag varen we het laatste stukje kanaal en komen aan een steiger, direct tegen de vaarweg naar de Noordsluis te liggen. Daar worden we overdonderd door de grootte van de schepen die we haast kunnen aanraken en waarvan we de motoren en schroeven van heel dicht bij in onze borst kunnen voelen. Veel schepen zijn redelijk rustig, maar af en toe is er een die een zodanig zwaar geluid produceert dat je niets anders kunt dan er naar te luisteren. En het erge is, dat ze de motoren ook laten draaien als het schip in de sluis ligt en moet wachten om de Elbe op te varen. Dat duurt bij elkaar dan een klein uurtje. Het lijkt me geen pretje op zo’n schip te moeten werken, waarbij je voortdurend aan dit oorverdovende geweld wordt blootgesteld.

Al weer zowat twee weken geleden hebben we afscheid van Denemarken genomen. Het scheelde niet veel of we werden door de Kroonprins uitgezwaaid, die naar het koninklijke jacht zou komen om de derde etappe van de tour de France door Denemarken te zien. Maar uiteindelijk is zijn komst afgelast vanwege de zeer nare aanslag op een winkelcentrum in Kopenhagen dat weekend. De boot van Koningin Margrethe II is dus voor niets naar Sønderborg gekomen.

Odense – Æbelø – Bogense

Het gaat gelukkig weer beter met Ria. Ondanks de haperende medische zorg in Odense. Nadat Ria tweemaal bij de huisarts van onze aardige buren in de haven van Odense was geweest, leek het de arts wel goed als er een scan van Ria haar nieren zou worden gemaakt om te kijken wat de oorzaak van haar aanhoudende pijn was. Maar links om of rechts om lukte dat niet. Niet via de arts en niet direct via de verzekering naar een privékliniek. Misschien kwam dat wel dat het bijna Sankt Hans-dag was, waarbij ter gelegenheid van de zonnewende de heks (pop) op de brandstapel wordt verbrand.

Na overleg met Ton en Chris, artsen in de familie, hebben we toen maar besloten dat Ria met pijnstillers voorzichtig verder gaat. Gelukkig knapte ze daarna langzaam op. Toen een paar dagen later Jos en Rolf met hun boot Odense aandeden, is Ria een klein dagje mee de stad in geweest. Dat was ontzettend gezellig en het verzette de zinnen.

Het H.C. Andersen museum is prachtig. Het museum ligt op een plek waar eerst een vierbaansweg door de stad liep en die nu is omgebouwd tot een oase van rust, groen en cultuur. De omgeving van het museum sluit naadloos aan bij de oude kleinschalige Deense straatjes.

Na twee dagen nemen we afscheid van Jos en Rolf die nog een dagje blijven, en gaan weer voorzichtig aan op weg. Eerst de 20 kilometer de Odensefjord uit en daarna langs de zacht glooiende kust van Funen. Het weer is prachtig, de zee is kalm. Wat wil een mens nog meer. We komen bij van de stad en van al het gedoe met ziekte, zeer en ongemak. Bij het eiland Æbelø besluiten we te ankeren. Dat is in het verleden niet goed gelukt. Maar nu gaat het na het volgen van de juiste procedure goed. Toen we om de hoek van Æbelø kwamen lag het al vol met zeilschepen. We sluiten aan bij de andere schepen en genieten van de rust, het uitzicht en de zon.

ankeren voor Æbelø

’s Avonds komt er een kleine onweersbui vlak langs het eiland. We kunnen de bui van het begin tot het eind volgen. Het is een prachtig gezicht zoals de bui boven Funen nog even een laatste klap laat horen en dan als een gigantisch luchtschip boven zee aan ons voorbij schuift. Het beeld wordt nog sprookjesachtiger als de bui een gordijn van regenwater voor ons in zee stort, en de zon soms half, soms bijna geheel afdekt en het licht laat variëren van fel tot half duister in alle kleuren van de regenboog.

de aankomst bui vanaf Funen ca. 21.00 uur
om 21.45
om 22.00

We worden de volgende ochtend in alle rust wakker. De meeste zeilschepen vertrekken een voor een. Rond de middag zetten we koers naar Bogense, een klein uurtje varen vanaf onze ankerplek. We moeten proviand inslaan en de volgende dag wordt het slechter weer. Ik vermaak me aan het eind van de dag nog met het fotograferen van de mensen die in kleine groepjes of alleen een bezoekje aan het baken bij de haveningang brengen. Het eind van zo’n pier in zee heeft toch altijd aantrekkingskracht.

Odense

Stadsgezicht Odense

Odense is meer dan de verhalen van Hans Christian Andersen. Eerlijk gezegd zijn we, ondanks diverse aansporingen, nog niet in het nieuwe museum van de schrijver geweest. Odense heeft mij vooral verrast door haar geschiedenis en de architectuur in de stad die daarvan het resultaat is. Ik begin altijd een beetje andersom. Ik lees de stad door er eenvoudig doorheen te lopen, en het stratenpatroon en de architectuur te bekijken. Daarna tracht ik via die beelden en de verhalen over de stad, achter de geschiedenis te komen. Het maken van een stadsgezicht helpt daarbij. Dat ordent mijn gedachten.

de Dom van Odense

Odense is een van de oudste steden van Denemarken. Het oudste gebouw in dit stadsgezicht is de Dom. Deze Dom is een fraai voorbeeld van eenvoudige gotische baksteenarchitectuur. Na de heiligverklaring van koning Knud, die hier begraven ligt, werd in 1101 de toenmalige houten kerk vervangen door een kerk van kalksteen, die tussen 1300 en 1500 vergroot en verbouwd werd. De toren is pas in 1586 voltooid. In de Dom liggen naast Knud nog drie koningen begraven.

Kunstmuseum Brandt

Tijdens de industrialisering in het midden van de 19e eeuw groeide de stad buiten de oude middeleeuwse grenzen. Uit die tijd is de Brandts Kledingfabriek. De fabriek groeide en verspreidde zich over een groot deel van de stad. Je kunt nu nog over het goed behouden fabrieksterrein lopen waar veel horecagelegenheden en winkeltjes zijn gevestigd. Het grootste gebouw van de voormalige fabriek is nu Kunstmuseum Brandt.

Het gemeentehuis in de historistische stijl, is geïnspireerd op Italiaanse gebouwen zoals het Palazzo Pubblico in Siena. Het rode metselwerk is versierd met zandstenen trapgevels. 

Ook het classicistische academiegebouw ( in het midden van het stadsgezicht) stamt uit die tijd. Het waren de rijke jaren van de stad.

In de toenmalige uitbreidingen van de stad is nog veel prachtige baksteenarchitectuur te zien.

Ria steekt over van Sam naar Odense.

Omdat ik me grieperig voel geef ik Ria onderweg van Samsø naar het eiland Fyn de stuurautomaat in handen. Ze wil dat eigenlijk niet. Neemt normaal gesproken alleen af en toe alleen een stukje voor haar rekening als ik even naar het toilet moet. Maar ik vind dat ze het wel moet kunnen: een koers uit zetten naar een bestemming op de kaart en de automaat het werk laten doen. Ze begint direct als we de haven van Ballen op Samsø hebben verlaten. Onderweg neem ik het stuur alleen over als er een vrachtschip aan bakboord op ramkoers lijkt te liggen. We dachten veilig te varen onder de bescherming van de windmolens aan stuurboord waar het, almaar groter wordende vrachtschip, omheen zou moeten varen. Maar hij blijft recht naar ons toe varen. Na een oproep op kanaal 16, waar we gelijk weer af gegooid worden omdat het het noodkanaal is, roepen we het schip nog eens op kanaal 10 en dan pas wijkt het schip uit. Zonder ons overigens te antwoorden. Een nare ervaring.

aanloop Odense via het Odensefjord

In Odense liggen we nu alweer zowat twee weken in het haventje van de Zeil- en motorboot-club Frem. We zijn daar heel vriendelijk ontvangen. Ik kom daar een paar dagen bij van mijn griep terwijl Ria informeert of men wellicht een monteur voor de hydrofoor weet te vinden. Na heel wat zoeken door de buren, die hun stalen Barkas uit Hoorn hebben opgehaald, komt er een monteur die de hydrofoor vervangt. Nu kunnen we eindelijk weer rustig water tappen. Maar dan begint Ria zich niet lekker te voelen. Ze denk eerst dat het de naweeën van haar gekneusde ribben zijn. Maar ze blijft pijn in haar nierstreek houden. Via onze lieve buren vinden we een huisarts die onderzoek doet en een infectie vindt waarvoor Ria antibiotica krijgt. Maar, nadat ze haar hele kuur zowat heeft afgemaakt is het nog niet voldoende verbeterd. We kunnen niet eens samen naar de stad of een stukje wandelen. Na nog een bezoek aan de arts vandaag heeft Ria besloten de verzekering te bellen of die niet een ziekenhuis in de buurt weet die vlot een scan kan maken. We willen toch weten waar de pijn vandaan komt. Verder leeft Ria voorlopig af en toe op paracetamol.

De uitslag moeten we nu weer afwachten. Het heeft nu eenmaal weinig zin te gaan varen als we niet precies weten wat er aan de hand is. We liggen hier bovendien veilig met vriendelijk en behulpzame mensen om ons heen. En dat is veel waard in een ver, vreemd land.

Kerken en luchten

Bergen heb je in Denemarken niet, maar des te meer kerken en luchten. Vooral hier op de eilanden. We liggen in de prachtige natuurhaven van Langør op Samsø. Eerste Pinksterdag was het nog zomer hier in de haven. Dan kan het onweer niet lang op zich laten wachten. Eerst een paar spetters. Daarna prachtige luchten. Het onweer trok in de vorm van een strijkijzer-wolk weg.

op ons vorige eiland Sejerø waren de luchten ook goed te zien
de zaagbekken trekken zich er niets van aan
de avondlucht in Odde weerspiegelde zich in het doodstille water van de haven

De kerkjes lijken allemaal door dezelfde architect ontworpen. Ze zijn, een uitzondering daar gelaten, stuk voor stuk kalkwit. Dat is natuurlijk omdat het prachtige licht hier op de eilanden daarin goed weerkaatst en het goddelijke wordt opgeroepen.

het kerkje van Nordby ligt prachtig op de lange heuvel
het kerkje van Langør ligt aan het wad rond het schiereiland

Voor morgen heeft Ria een elektrisch autootje gehuurd waarmee we het eiland verder kunnen verkennen. Donderdag neemt de wind waarschijnlijk af. Dan kunnen we naar de stad van Hans Christian Andersen varen. We hebben voor nu wel even genoeg luchten en kerkjes gezien. Gaan ons nu verdiepen in de opgeschreven Deense sprookjes.

Sjaellands Odde

Tiberius ligt direct aan de pier in Odden Havn

Het lijkt ondertussen wel of we in Sjaelands Odde wonen. Weten de weg naar de supermarkt feilloos te vinden. En leggen al contacten met bewoners. Gisteren bijvoorbeeld met de vriendin van de eigenaar van een delicatessenwinkel. Ze is in Nederland geboren en heeft in Denemarken stedenbouw gestudeerd. Ze werkt bij de gemeente die het hele schiereiland beslaat. Nu kunnen we eindelijk eens praten over de slechte staat waarin het dorp Odde zich bevindt. Lekker roddelen over de eigenaar van de ruim gesorteerde viswinkel hier op de haven die alle uitbreiding van activiteiten tegenhoudt. En over de slechte staat van de wegen en de sobere staat van de woningen. Het blijkt dat het dorp voor 2/3 uit vakantiewoningen bestaat. De eigenaren betalen hier geen belasting. Er is hier niet zoiets als toeristenbelasting. Dus dan is het logisch dat de gemeente geld te kort komt. De jonge stedenbouwkundige heeft hier een prachtig jaren 30 “opknap-huis” gekocht, dat ze met vrienden gaat opknappen. Ze probeert, als stedenbouwkundig medewerker, de gemeente achter een plan te krijgen waarin Odde zich verder kan ontwikkelen. Lijkt me geen eenvoudige taak voor een pas afgestudeerde stedenbouwer. We wensen haar succes.

Het schiereiland is trouwens prachtig. Doordat het zo smal is en door de hogere ligging zie je soms de zee aan beide zijden. De pas met maïs ingezaaide akkers vormen prachtige golvende sporen naar zee. We wandelen in een uurtje naar Odden Kirke. Een vreemd vuurrood geschilderd, middeleeuws kerkje in het dorp Overby met een kerkhof er omheen. Jammer dat alle deuren op slot zitten. De interieurs van de oude Deense kerkjes zijn vaak erg mooi. We eten onze broodjes met een kopje bouillon in een hoek naast de kerk. Een beetje uit de wind want het waait behoorlijk. We nemen een andere weg terug waarbij we de zee tussen ons en het eiland Sejerø zien liggen. Sejerø is onze volgende bestemming waar we pas naartoe kunnen varen als de wind afneemt. Hopelijk kan dat a.s. maandag.

De haven is prachtig met de helder blauw geschilderde vissersboten die qua kleur mooi bij de heldere blauwe luchten en ook bij de dreigend blauwe onweerswolken passen. De gekleurde vlaggetjes op de schepen steken in de avondzon scherp af tegen de donkere achtergrond. Een paar keer per dag, soms in de nacht, schrikken we op als de fel oranje gekleurde Pilot vlak voor ons met veel kabaal wegracet om het volgende zeeschip te begeleiden. Lijkt ons zwaar werk. We moeten even op de muur rond de haven klimmen om de zee te zien. Blijkbaar is deze hoge zeewering noodzakelijk om de haven te beschermen bij echte noordelijke herfststormen. Het voordeel is wel dat we achter de muur een beetje uit de wind liggen.

Twee dagen geleden zijn we op aanraden van Jos met de bus naar het Hempel glasmuseum gereisd. Het kleine museum, met een particuliere verzameling glaswerk, ligt op enige afstand van Nykøbing waar de bus stopt. We eten eerst iets in het plaatselijke cafe in Nykøbing en wandelen via het bos naar het museum dat tegen een helling ligt. Er is een prachtige verzameling glaswerk uit alle eeuwen te zien. J.C. Hempel heeft tijdens zijn leven de collectie verzameld. Hij verdiende veel geld aan een goede scheepsverf die hij ontwikkelde en met name aan de firma Maersk verkocht. De grote lichtblauwe containerschepen varen over de hele wereld. De combinatie van het glaswerk, tentoongesteld in een mooie hoge lichte ruimte, dat met een groot raam uitkijkt op de Nykøbing Bugt, maakt dat het glas nog helderder overkomt. Ria is onder de indruk van de prachtige, uit gekrulde glazen onderdelen opgebouwde, ovale bol van Jeanet Iskander, die de glasprijs van het museum in 2015 won.

Toen we maandag de rustige oversteek van Hundested naar Odde maakten, zagen we het schiereiland Overby op haar mooist. Zacht golvend reist het uit zee omhoog, hier en daar getooid met groepjes naaldbomen. Twee dagen er voor waren we al over de Roskildefjord naar Hundested gevaren. Alhoewel er een aardige noordelijke bries stond, hadden we daar op de fjord weinig last van. Totdat we bij het gat bij Hundested kwamen. Toen heb ik Tiberius en Ria weer op de proef gesteld. Ik moest gas terug nemen omdat Tiberius zich gedroeg als een duikelaartje waarbij de neus diep in de opeenvolgende golven dook. Dan helpen stabilisatoren niet. Alleen als de golven van opzij komen.

Denemarken

vrijdag 20 mei

oversteek van Zweden naar Denemarken

Reizen over het water brengt een extra dimensie met zich mee. Water geeft je een enorme vrijheid. Maar maakt je aan de andere kant ook zeer afhankelijk. Van het water en het weer. Ook wel de elementen genoemd. En die zijn niet voor de poes. Als je daar niet goed mee omgaat kan dat grote gevolgen hebben. Maar als je er wel goed mee omgaat, en je past je aan, dan is de beloning groot. Je ziel stijgt op tot het bovenmenselijke.

Blijkbaar brengt het ouder worden met zich mee dat je dat spel minder goed kan spelen. Of dat je misschien vroeger wel te roekeloos was en daardoor ver kwam. Door schade en schande dus. Ria merkt dat van ons twee het meest. Ik ga met mijn dolle kop wellicht nog te veel door roeien en ruiten. Maar natuurlijk besef ik ook steeds meer dat het minder gemakkelijk gaat. Je raakt eerder vermoeid. Je ziet het gevaar eerder. Maar de conclusie is dat we het rustiger aan gaan doen en het rondje Noorwegen wordt een rondje Denemarken.

Ik vermaak me met het verhaal van Rob en Nienke Peters over de reis met hun Hutting 40 in 2008 naar de Lofoten. Een zeer bijzondere reis van 4,5 maand. Met af en toe gewaagde stukjes. Met Tiberius zou het veel moeilijker zijn om de buitenkapen rond de Fjorden te passeren. Als ik lees hoe het er op de Hutting aan toe gaat, moet ik er niet aan denken dat we er met onze stalen, zware Tiberius, met Ria aan boord, in terecht zouden komen. Dat overleven we niet. Een Hutting is daarvoor gebouwd. Dus geen Noorwegen en toch ’n beetje Noorwegen door het lezen van het prachtige reisverhaal van Rob en Nienke. Geen beter moment om dat te doen.

We zijn van Zweden naar Denemarken overgestoken, lagen gisteren in Hundested en zijn nu de mooie Roskilde Fjord in gevaren. We onderzoeken Denemarken van binnen en van buiten. Voor Ria geeft het nu al rust. In Hundested hebben we het Knud Rasmussen-museum bezocht. Erg interessant om zijn reisgeschiedenis te lezen en de wijze waarop hij voor Denemarken Groenland en de Inuit-cultuur van de inlandse bevolking onderzocht. De haven in Hundested is ook leuk. Zoveel vissers als er liggen. Ook hele oude, vergane glorie. Er varen vooral nog hobbyvissers met kleine plastic bootjes.

Ik ben altijd jaloers op het prachtige vergrijzende hout aan woningen en in de havens in Denemarken. Dat kan niet in Nederland. Daar wordt het onbehandelde hout direct groen. In Hundested hebben ze een pier vernieuwd met prachtige grote gestapelde stenen in combinatie met het vergrijzende hout. Om van te smullen zo mooi.

De tocht over het Roskildefjord was bijzonder. In de ochtendnevel was het land rondom grijs terwijl er onweerswolken over trokken. Het gaf een Lord of the Rings- sfeertje. Erg mooi. Het is overigens oppassen. Ook al is de Fjord qua breedte te vergelijken met onze randmeren, in combinatie met een stukje Markermeer, zijn de vaargeulen vaak erg smal. We varen dan ook sommige stukjes van boei naar boei.

In de ochtendnevel was het land om ons heen grijs terwijl er onweerswolken over trokken. Het gaf een Lord of the Rings- sfeertje

Viken

Zaterdag 14 mei 2022

We gaan niet meer verder naar het noorden. Ria kan het niet meer opbrengen. De golven, de afstand, het grote water benauwen haar. Ria heeft dat wel vaker gezegd maar ze is toch steeds meegegaan. Toen woog voor haar de schoonheid van de havens en het landschap nog voldoende op tegen het ongemak en de angst. Nu niet meer. Ria kan niet meer van de reis genieten omdat alles haar aanvliegt. We hebben met Willem en Syl gebeld en Ria met Jos om het gevoel te delen. Dat helpt het beter te begrijpen. Het valt tegen, mijn gedroomde reis naar de Noorse fjorden niet te kunnen maken. Nadat Ria zei dat we al wel veel mooie reizen hebben gemaakt, ben ik dat maar eens op een rijtje gaan zetten. Als het me niet zo goed meer lukt vooruit te kijken, kijk ik maar terug. Het is een heel verhaal geworden.


Vanaf onze jeugd komen we op het water. Ria had een Jol waarmee ze op de Braasem zeilde en ik voer op de IJslandse vlet van de Reddingsbrigade in Noordwijk. Met opgroeiende kinderen en in onze werkende jaren hadden we geen oog meer voor het water. Maar toen de kinderen groter waren begon het water weer aan ons te trekken. We gingen op zoek naar een boot en kwamen uit op een klassieke Scheldenschouw “Seepaert” zonder mast, want zeilen wilde Ria niet meer. Via de kanalen en rivieren gaan we drie weken naar Zeeland. Deze prachtige reis op het water smaakt naar meer. We gaan daarom op zoek naar een serieuzere boot waar we wat verder weg mee kunnen. Het wordt geen stalen opa en oma boot. Ook geen boot die te plastic of te glimmend is. Nee, het wordt een stoere pilot, een ONJ 10.20 “Post 3” waar we niet alleen binnen Nederland, maar ook naar Denemarken kunnen varen. Wat zijn we trots op onze boot. Je kan er niet alleen maar op varen. Nee, je kan hem ook als tweede huis gebruiken en even helemaal weg zijn. We hebben 8 jaar van Post 3 genoten.
In 2004 verkenden we het IJsselmeer en de andere Nederlandse wateren. In 2005 is het tijd voor het grote werk dus doen we in de zomer een rondje Denemarken. We genieten. Vooral als we de Kieler Fjord opvaren. Daar worden we stil van. Vanaf hier lonkt het frisse noorden pas echt. Die zomer in het mooie Denemarken raken we verknocht aan de Oostzee. Toch doen we in 2006 een rondje Parijs over de Belgische en Franse wateren. Ria wil even niet op groot water. Parijs en de Seine vinden we mooi maar de reis erheen en terug door de Ardennen is niet wat we willen. Alhoewel mensen zeggen dat de Ardennen mooi zijn, kunnen we er niet echt warm voor lopen. Te somber en te donker. We willen het licht! In 2007 ondernemen we weinig. We verhuizen in maart naar de Westsingel. Dat geeft veel drukte. In de zomer varen we naar het Duitse eiland Borkum en doen een poging om buitenom naar het volgende eiland te varen. Dat is echter te ruig voor Ria en we besluiten daarna wat in Friesland en langs de oevers van het IJsselmeer te blijven hangen.

In 2008 staat een rondje Duitse hanzesteden op het programma. In mei varen we de Rijn op en vanaf Wesel via de Duitse kanalen naar Potsdam. We genieten van deze koninklijke stad. Via het spectaculaire Schiffhebewerke Niederfinow komen we op de Oder en in Polen. Via Stettin, het Stettiner Haf en de Peenestrom varen we naar Stralsund en zijn voor de tweede keer op de Oostzee. Om echter via de Duitse hanzesteden terug naar Nederland te varen lukt niet, het weer zit niet mee. Daarom besluiten we om Post 3 in Barth in Duitsland achter te laten. Dat biedt ons de mogelijkheid om het volgende jaar de Zweedse Oostkust te verkennen.

In het voorjaar van 2009 pakken we de draad weer op. We wachten op Hiddensee tot het weer goed genoeg is om de oversteek naar Bornholm te maken. Als de wind is afgenomen tot 3 à 4 Beaufort wagen we het er op. Halverwege valt de wind weg en varen we over een glad zeetje. Ria glimt van oor tot oor. Tussendoor gaan we een maand naar huis om te werken. In mei varen we verder, langs de steeds mooier wordende Oostkust naar Oxelösund. Tussen de scheren zien we steeds meer eilandjes en tellen de stenen onder water. In Zweden is het de gewoonte geen vaarweg met boeien uit te zetten, maar alleen het gevaar onder water met een boei of een teken op een rots aan te geven. Dat is even wennen. Hoe dichter we bij Stockholm komen hoe talrijker de eilanden. Bijvoorbeeld het prachtige Harstena. Een oud robbeneiland waar nu in de winter nog twee mensen wonen. Wij zijn vroeg in het jaar en liggen in ons eentje. We verkennen vervolgens de Archipel van Stockholm. Duizenden eilanden én de stad. Als we in Lökholmen aanmeren worden we geholpen door een zachtaardige Zweed met een witte pet op. Hij geeft ons een adres van twee jachthavens waar we vlakbij Stockholm de boot kunnen laten overwinteren. Lökholmen lijkt een Japanse tuin. We liggen aan prachtige grijze steigers tegen de rotsen, nemen kronkelende paadjes door het dennenbos en wandelen over dikke tapijten van mos waar je diep in wegzakt. Regelmatig hebben we prachtige doorkijkjes naar de zee. We hebben het paradijs gevonden. Na twee vermoeiende maar prachtige weken Stockholm, brengen we Post 3 op de winterplek en nemen de trein terug naar Nederland. Ons vaarzeizoen zit er op voor dit jaar.


Ook in 2010 willen we weer drie korte perioden naar de boot gaan. We hebben kaarten tot Turku gekocht en kunnen dus naar Finland oversteken. En dat doen we na veel wikken en wegen ook. Na nog kanelbullar en vers brood te hebben gekocht varen we de scheren in. Morgen verder naar Fejan. Daarvandaan heb je een directe route over zee naar Mariehamn op Åland. De grote ferries nemen die route ook. Na ongeveer 30 zeemijl en 2,5 uur varen passeren we het baken Marhallen, voor de grillige kust van Åland. Ria kan opgelucht ademhalen. Het was weer een uiterst zachte overtocht zonder wind en golven en bij een stralend blauwe lucht. Als je denkt dat er verder nog veel zee is tussen Mariehamn en vasteland van Finland heb je het mis. Het is een zee van kleine eilandjes. We hoppen van eiland naar eiland. Ze lijken op elkaar maar zijn toch steeds anders. We moeten de verschillen leren zien. Meer bos, minder bos, kaler of hoger, veel water of minder. Soms huizen of alleen schuren en vaak ook helemaal niets. Het is hier absolut minder lieflijk ten opzichte van de Zweedse scheren bij Stockholm. We naderen langzaam maar zeker het uiterste punt van onze grote reis naar het noorden. We gaan nog tot Uusikaupunki en dan vallen we van de waterkaarten die we hebben aangeschaft. Voor Ria is het welletjes. Ik begin ook naar ons traditionele rondje IJssel te verlangen. Maar eerst nog naar Turku en terug naar Stockholm. Volgend jaar varen we de boot naar Nederland terug. Dat doen we in 2011 via het Götakanaal, Götenborg, de kale scheren aan de westkust van Zweden, de Deense eilanden, het Kieler-kanaal en via Otterndorf aan de Elbe en de Duitse kanalen naar Delfzijl.

Dan moeten we tot ons verdriet Post 3 verkopen. Een appartement in de stad en een boot onderhouden kan bruin niet meer trekken. Ik werk steeds minder en dat betekent dat we zuiniger moeten leren leven. De laaste keer dat we op de Vecht varen gaan we aan een steigertje liggen om de boot klaar te maken voor verkoop. Daar zitten we alle twee te janken in de kuip. We zullen Post 3 missen.
We besluiten een campertje te kopen waarmee we er opuit kunnen trekken. Dat doen we binnen Nederland, naar Frankrijk en een keer naar Noorwegen. Dat geeft ook een bepaalde vorm van vrijheid. Daar genieten we van. Alleen jammer dat je niet in de binnensteden mag staan. Je wordt meestal weggestopt in een hoekje. En je staat mannetje aan mannetje op een grasveld. Alleen ver in Noorwegen buiten het hoogseizoen, en op kleine boeren campinkjes kun je nog alleen staan. En als je, terug uit Noorwegen, in Zweden aan het water wilt staan is het daar vol en geven ze je een plekje achteraan. We zijn verwend. Als ik in de zomer van 2014 tegen tegen Ria zeg dat de Johanna weer in de haven van Amersfoort ligt maakt Ria stiekem een afspraak met Peter en Elly, zij wonen op de boot. We gaan langs in Huizen, waar ze inmiddels zijn aangekomen en we zijn direct verkocht. Dat willen we ook, op een boot wonen. Dus gaan we op zoek naar een geschikt schip; lopen heel wat werven voor nieuwbouw af en bezoeken makelaars die tweedehands schepen verkopen. Na heel wat keren ons hoofd te hebben gestoten zeg ik dat ik de boot zelf wel ga ontwerpen. Bij Pollard jachtbouw in Steenwijk kan dat en voor ons budget. Ik ontwerp de Trawler
die we willen in grote lijnen. Van Vossen in Steenwijk maakt het ontwerp maritiem en tekent het snijpakket voor het casco. Vervolgens doe ik nog een jaar over het uitwerken van het interieur. Het valt ook niet mee als je een appartement van 170 m2 naar een oppervlak van 60 m2 terug moet brengen. Pollard heeft nog nooit zo veel laatjes in een schip getimmerd. Ria begint alvast op te ruimen en weg te geven. Na vier jaar zoeken, denken, ontwerpen en bouwen is Tiberius klaar. We wonen inmiddels tijdelijk in de Oude Viltfabriek in Amersfoort. Dat mag van Jacques en Ellen, omdat ik een ontwerp voor de Viltfabriek maak, om de ruimte voor hen om te bouwen tot woonruimte. In juli 2017 is Tiberius helemaal klaar. We dopen hem met veel vrienden en familie in de haven van Amersfoort. We varen nog wat rond in Nederland om Tiberius uit te proberen en overwinteren in Hoorn. Naast de Johanna.

Eind maart 2018 beginnen we ons vaarseizoen met een weekje Amersfoort. Om er in te komen en een en ander te regelen. Daarna varen we in april en mei naar Stockholm waar we krap twee maanden in de prachtige Stockholmse scheren willen rondzwerven. We hebben er nog zo veel herinneringen liggen. Eind juli willen we door het Götakanaal naar de westkust van Zweden, waar we de maand augustus willen blijven. In september en oktober zouden we dan via Denemarken en de Duitse kanalen weer terug naar Nederland. Maar dat loopt anders. Ria vindt dat Tiberius wel erg slingert als we op wat ruiger en groter water komen. We bedenken een steunzeiltje maar geloven daar uiteindelijk niet in. Je houdt 30 ton immers niet zo maar recht. Ria wil echter zonder voorzieningen niet meer terug naar Nederland met Tiberius. Ze heeft al te veel nare ervaringen opgedaan. We leggen contact met DMS die het rotorswing- stabilisatie- systeem heeft ontwikkeld. Samen met een Zweed laten we in een week de rotors onder de boot monteren. Kost een kleine Mercedes maar dan heb je ook wat. Ria gaat mee terug, maar is niet echt gerustgesteld. Het Götakanaal komt er niet meer van. We vinden het achteraf ook te zwaar, al die sluizen, al die trappen, ga er maar aan staan. Ria heeft van de scheren genoten maar de grotere oversteken waren voor haar te spannend.
In 2019 doen we het rustiger aan. We varen van oost naar west langs de Duitse noordkust en doen alle Duitse hanzesteden aan. Onderweg ontmoeten we Jos en Rolf in Rostock. Een leerzame reis, voor een stedenbouwer om te smullen. We eindigen in het grote Hamburg waar we de Speicherstadt ontdekken.
Afgelopen twee jaar werden we door de Corona-pandemie gedwongen om alleen in Nederland te varen. We kunnen een paar jaar niet naar de Europese wateren buiten eigen land varen. Toch vermaken we ons in Nederland goed. Er is geen land waar de verscheidenheid aan waterwegen zo groot is. De Oostzee is echter die jaren niet uit ons hoofd geweest. De ruimte en het licht dat je daar kan ervaren is heel bijzonder. Als je daar eenmaal van geproefd hebt, wil je terug.

Maar dat is nu dus niet meer mogelijk. Ria wil niet meer op groot water. We passen ons oorspronkelijke plan aan, gaan niet naar Noorwegen. Maar varen komende tijd daarom heel voorzichtig , via de Deense eilanden en de Duitse kanalen terug naar Nederland. We zullen wel eerder terug zijn dan gepland.