We wonen en werken vanaf juli 2017 op de Tiberius. Ieder jaar, vanaf april t/m oktober varen we over de oostzee, de kanalen en rivieren van Europa. De verhalen daarover zijn in dit blog te lezen.
11 augustus 2024 We liggen in de sportboothaven van Hannover, ongeveer halverwege het Mittellandkanaal. Als we uit Brandenburg vertrekken komen we eerst nog over de laatste plassen bij Berlijn. Een visser is z’n netten aan het ophalen. Iets verderop leggen we in Burg aan. ‘s Ochtends als we wakker worden hangt de dauw boven het kanaal. Een teken dat de nachten al kouder worden.
Als het Elbe-Havel-Kanaal in het Mittellandkanaal overgaat, krijgen we eerst sluis Hohenwarthe waar we 18 meter omhoog gaan om vervolgens met een aquaduct over de Elbe te zweven. Aan de overkant blijven we hoog en laten het omringende landschap laag liggen. Het kanaal ligt hier dus op een verhoogd dijklichaam. Een gigantische werk. Bij de volgende grote plaats Haldesleben komen we pas weer op de hoogte van de omgeving.
Het Mittellandkanaal dat in de jaren 30 van de vorige eeuw is aangelegd heeft heel weinig sluizen. Heerlijk om te varen. De keerszijde is wel dat het kanaal dwars door het landschap snijdt. Eigenlijk vergelijkbaar met het Nederlandse Amsterdam – Rijnkanaal. Het westelijke deel is voor de tweede wereldoorlog aangelegd. Het tweede deel richting Berlijn, in het voormalige Oost Duitsland, is pas na de Wende afgerond. Er liggen ruim 400 bruggen over het kanaal van 326 kilometer. De bruggen van het oostelijke deel zijn nieuw en nagenoeg allemaal hetzelfde. Over het westelijke deel van het kanaal liggen veel verschillende, oudere bruggen. Van staal of beton of soms ook deels gemetseld. Vooral de stalen, half verroeste bruggen spreken tot de verbeelding. Bovendien liggen er twee lange aquaducten in het kanaal, een oude bij Minden over de Weser en een nieuwe over de Elbe. Vaak kun je niets van de omgeving zien omdat die ten opzichte van het kanaal te laag of te hoog ligt en er bovendien doorgaande bosschages langs het kanaal liggen. Het is leuk als je even op hoogte van de omgeving vaart en je het omliggende agrarische landschap kunt ervaren. Je kunt wel goed de industrieterreinen zien en af en toe een dorp of stad. Ik fotografeer ditmaal niet de steden maar de industrieterreinen. En als we ergens overnachten kan ik het omringende agrarische landschap fotograferen. Dan moet ik wel een stukje lopen en een gat in de bosschages vinden.
Het is hier zo mooi. De architectuur, de kerken en vooral de Dom. En overal het water van de Havel. Straten met kinderkopjes met de trambaan er door. Bijna geen auto te zien. Glad. Ben er van gecharmeerd. Het is nu de derde keer dat we we hier zijn aangemeerd, maar het blijft prachtig. Morgen komen onze (boot) buurtjes een paar dagen meegenieten. Dan gaan we ook weer de tentoonstelling van Modigliani in Potsdam bekijken. Je kunt hier gerust een poosje zijn. Dat doen we dan ook. Blijven hier twee weken.
De Ritterstrasse met de genoemde tram die door de haast lege straat rijdt.Rathenower TorturmNeustätische MülentorturmPlauwer Torturm
We maken meerdere wandelingen door Brandenburg. Naar de nieuwe Kunsthalle die in de oude fabriek van Opel is gevestigd. De kunst komt daar prachtig uit. In een andere wandeling zijn we naar de Dom gelopen. De Dom ligt op het meest noordelijke eiland. Wij liggen met de boot in de Altstadt met het stadsdeel Neustadt aan de overzijde van de Havel. Daaroverheen ligt de Jahrtausendbrücke. We gaan daar regelmatig een ijsje met een esspressootje scoren. Het is de laatste dagen erg warm.
Stadsgezicht Brandenburg aan de Havel
Hilda en Nico, onze bootburen uit Amersfoort, logeren 4 dagen op Tiberius. Wat natuurlijk heel gezellig is. We willen ze graag de tentoonstelling van Modigliani in Potsdam laten zien. Voor ons is het de tweede keer maar zeker niet vervelend. Je ziet weer andere kanten van de schilder.
Aansluitend bezoeken we het Park Sanssouci. Omdat m’n heup vandaag niet wil meewerken blijf ik bij de zuilengalerij en fotografeer de mensen die langslopen. Ondertussen laat Ria aan Hilda en Nico een deel van het park zien.
Als we na een kort ritje met de tram vanaf de jachthaven naar het centrum van Postdam rijden en de stad in lopen om de Alter Markt te bekijken, lopen we direct tegen de tentoonstelling van Modigliani in het Museum Barberini aan.We wilden deze tentoonstelling toch zien dus maken we van de gelegenheid gebruik om deze te bezoeken. We zijn diep onder de indruk van zijn werk. Hebben nog nooit zo veel prachtige gestileerde portretten bij elkaar gezien. Heel knap dat je in een tijd, dat het alleen gebuikelijk was om realistische afbeeldingen te maken portretten gaat maken die meer grafisch en vlak zijn. Maar juist daardoor veel beter het karakter van de afgebeelde figuur tonen. Ook beeldde hij de vrouwen die hij schilderde vaak meer androgyn af. De werken zitten soms in prachtige gestileerde lijsten. Het museum zelf is gloednieuw en prachtig licht. Na afloop drinken we een glaasje wijn op het terras aan Alter Fahrt. Ik maak foto’s van de Alte Markt met prachtig avondlicht.
Omdat er van die prachtige gebouwen rond de Alter Markt staan ontwerp ik in deze collage het plein nog een keer in een andere setting. De schilderachtige lucht en de stilte van het glimmende plein doen de rest.
We besluiten de volgende dag op onze fietsjes verder Potsdam te verkennen. Fietsen de lange Zeppelinstrasse af naar de Brandenburgertor en gaan, na een fotostop, links af de heuvel op, zodat we aan de achterkant van Schloss Sanssouci uitkomen. Vorige keer graasden er schapen. Nu is het gras kort gemaaid.
Vervolgens komen we langs de molen en bezoeken de Neue Kammern, het gastenverblijf van het slot met grote glimmende kamers in allerlei kleuren. Veel overdreven rijkdom wat het gebouw heel onpersoonlijk maakt. We gaan verder langs het park maar vinden het vervelend dat je met de fiets het park niet in mag. Daarom besluiten we weer de berg af te gaan naar het Marmorpalais. We komen door prachtige buurten waarbij de huizen stuk voor stuk paleizen zijn in een groene omgeving met grote bomen. Drinken een kopje koffie bij een aardige jongen die een provisorisch koffiekarretje heeft opgesteld in de verder lege Oranjerie. Het uitzicht over de Heiliger See en de bloemenborders in het park zijn prachtig.
Op ‘n avond fiets ik naar het park met de bedoeling het Neues Palais te bekijken, maar ik neem de verkeerde ingang waardoor ik een half uur door het park moet lopen. Ook al is het avond is het nog bloedheet. Dus niet zo fijn de grote grasvlaktes in de zinderende zon te moeten oversteken. Voordeel is dat ik nu wel langs Schloss Charlottenhof kom met prachtige pergola’s met druivenranken en een klassieke tuin. Het Neues Palais ligt er op de avond verlaten bij. Verderop, achter de Kolonnade hoor ik wel muziek. Daar zijn studenten van de Universiteit van Potsdam een feestje in het park aan het vieren.
Op ‘n avond laat spring ik nog een keertje op de fiets en ga dwars door het park naar het Orangerieschloss. Ik kom ook langs het Chinese Theehuis. Ik maak wel foto’s maar neem ze niet op. Het Chinese Theehuis is zo lelijk met al die gouden beelden. Eigenlijk is het te laat om nog te fotograferen maar dat geeft ook wel bijzonder licht. Prahtig dat je ’s avonds nog het park in mag. Het is gewoon openbaar. Er is verder bijna niemand. De Orangerie is mijn favoriet. Friedrich Wilhelm IV liet het rond 1864 aan de noordrand van het Park Sanssouci bouwen. Dus nog niet eens zo oud.
11 juli 2024 Het is 20 dagen geleden dat wij ons vorige blog schreven. We zijn de afgelopen weken ook volledig in beslag genomen door de wereldstad Berlijn. De eerste dag, als we de stad via de Spree in proberen te varen, is het al direct circus. We kunnen vanaf Spandau niet door de sluis Charlottenburg omdat die gestremd is. Dat wordt pas na een half uur wachten, via een luidspreker rondgebazuind, overigens zonder verder commentaar. Daarom moeten we omvaren via het Spandauer Schifffahrtskanal en komen pas laat in de middag op de Spree. We worden welkom geheten door het Oranjelegioen dat zich op de terrassen aan de kant aan het indrinken is voor de wedstrijd tegen Oosterijk. Verder moeten we tussen de rondvaartboten door laveren. Schippers die we laten passeren wijzen naar hun hoofd omdat je je op de Spree met de Marifoon moet melden, wat we niet deden omdat die Duitsers schippers gewoon niet te verstaan zijn. Verder een heel bijzondere ervaring vanwege de overweldigende stad die vanaf het water aan ons voorbijtrekt. Vooral als we onder de loopbrug van de Bundestag door varen en het Reichstagsgebäude achter de brede trappen zien liggen. We varen door via de Mühlendammerschleuse naar de City Marina Berlin waar we voor twee weken onze intrek nemen. Van daaruit kunnen we met tram 21 en U-bahn 5 in een klein uurtje naar Berlin Mitte reizen.
Holocaustmonument De eerste dag lopen we Unter den Linden helemaal af tot de Brandenburgertor. Daar kunnen we niet verder omdat het plein en het hele park Tiergarten is gereserveerd voor supportersbijeenkomsten. Dat vinden we wel een beetje vervelend. We lopen naar het Holocaustmonument met de formele naam: Denkmal für ermordeten Juden Europas. We zijn diep onder de indruk van dit krachtige monument met 2711 betonblokken die in hoogte variëren en met tussenruimtes van 95 cm waar je tussendoor kunt lopen. Omdat het maaiveld golft en de blokken tot wel 4,70 meter hoog zijn, verdwijn je af en toe geheel tussen de blokken en kun je alleen links en rechts de tussenruimten in kijken die je passeert. Af en toe zie je plotseling iemand staan of tussen de blokken zitten.
Monumentaal Berlijn is ook zo overweldigend omdat de stad zo ontzettend monumentaal is. Dat valt ons op als we Unter Den Linden aflopen. Bij de Berliner Dom is het nog druk en heerst nog enige geborgenheid. Maar als we verderop langs de Bebelplatz lopen is daar haast niemand te bekennen. De mensen die er lopen worden opgeslokt door de gigantische ruimte. Als we een paar dagen later het tegenover de Dom gelegen Humboldt-Forum bezoeken worden we volledig overdonderd door de schaal van het gebouwencomplex. Het aantal tentoonstellingen die er zijn ondergebracht is groot. Waarschijnlijk vinden de Duitsers dit mooi. Ja, Parijs en Rome zijn ook monumentaal maar daar is toch meer eigenheid, menselijkheid en geborgenheid te vinden. Berlijn is op een andere manier monumentaal. Al helemaal niet te vergelijken met de Nederlandse steden. Die zijn dan ook niet door machthebbers maar door kooplieden gebouwd. Wij Nederlanders willen van oudsher in steden wonen en geld verdienen. We hebben de indruk dat hier in Berlin Mitte vooral de uitstraling van macht voorop staat. Natuurlijk bestaat Berlijn voor het grootste deel uit gewone stedelijke wijken met blokken van 5 tot 6 verdiepingen in carrés met groene binnenplaatsen en drukke straten. Zoals dat ook in andere Europese steden is gemaakt. Maar in Berlin Mitte overheerst de monumentaliteit.
Mies van de Rohe De Neue Nationalgalerie is eveneens monumentaal maar dan op een zeer open en luchtige wijze. We vinden het een prachtig gebouw waar het verhaal over Andy Warhol en de kunst van Gerhard Richter prachtig tot haar recht komen. In de kelder worden we verrast door het interieur van het café. Oranje blikken wanden met patronen. En ook drukke witte blikken kroonluchters. Om tureluurs van te worden.
Friedrich. Omdat we in Greifswald naar een tentoonstelling van de schilder Caspar David Friedrich zijn geweest, gaan we ook naar de Alte Nationalgalerie waar veel meer werk van deze schilder hangt. Ik vind het een stoffig museum. De tuin voor het museum omrand door een zuilengallerij vind ik het mooist. We ontmoeten tijdens de koffie twee aardige Duitse mensen, die we later in Potsdam ook tegenkomen.
Als we op zoek gaan naar de Gendarmenmarkt, volgens velen het mooiste plein van Europa, lopen we tegen de prachtige nieuwgotische Friedrichswerdersche Kirche van Friedrich Schinkel aan. Het gebouw staat ingeklemd tussen moderne gebouwen maar is krachtig genoeg om overeind te blijven. Binnen staan prachtige beelden uit de periode van Friedrich Schinkel. De Gendarmenmarkt ligt trouwens geheel overhoop zoals veel plekken in Berlijn. Blijkbaar wordt het plein nog mooier gemaakt. Maar daarvoor moeten we dus nog even geduld hebben.
Bundestag. Het Reichstaggebäude dient als zetel van de Duitse Bundestag en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 19e eeuw. Aan de andere kant ligt het Paul-Löbe-Haus dat ik hier afbeeld, genoemd naar de voormalige voorzitter van de Bundestag Een modern glazen gebouw waarin de kantoren van veel parlementsleden zijn gevestigd. Het complex heeft een vloeroppervlak van 32.000 m² verdeeld over acht verdiepingen en herbergt 550 kantoren voor 275 parlementariërs, 21 vergaderzalen voor commissies, met diverse bezoekersgalerijen, 400 kantoren, 8 seminariezalen, twee restaurants. Ondanks de enorme afmetingen van het gebouw slaagde Stephan Braunfels er in het ontwerp luchtig te maken, wat sterk contrasteert met de monumentale Reichstag er tegenover. En toch passen de gebouwen bij elkaar.
20 juni 2024 We liggen nu op het Havel-Oder-Kanaal en zijn op weg naar Berlijn. De brede Oder zijn we dus gepasseerd. Een week geleden staken we nog met buiig weer schuin de Greifswalder Bodden over om via de Rijck naar de gelijknamige stad te varen. Geboorteplaats van schilder Caspar David Friedrich. Dit jaar wordt in heel Duitsland met grote tentoonstellingen zijn 250-ste geboortejaar gevierd. Na de prachtige Hanse-steden die we bezochten zijn we van Greifswald niet zo onder de indruk. De tentoonstelling over Friedrich in het prachtige Pommersches Landesmusuem zet ons echter wel aan het denken. Gelukkig krijg ik de volgende dag een berichtje van Henriëtte opgestuurd waarin de tentoonstellingen rond Friedrich in de NRC worden beschreven. Met name hoe groot hij voor Duitsland is geweest. We komen er achter wat voor een romanticus hij was. Voor zijn landschappen heeft hij veel inspiratie opgedaan in zijn geboorteplaats maar ook in de directe omgeving waaronder Rügen en Hiddensee. Het gebied waar we dan juist zijn of langs zijn gevaren. Dat maakt het allemaal wel heel aanraakbaar.
Vroege studies van Friedrich; een landschape op Rügen en Cap Arcona op Rügen.
Een aquarel van Friedrich met de hele familie van zijn vrouw op de Markt van Greifswald en een foto van de zelfde situatie.
De Hubbrücke Karnin op Usedom is een van de overblijfselen van de tweede wereldoorlog .
Via de Peene komen we in Wolgast en vervolgens in Usedom. Dit is een bijzonder eiland. Hét vakantie-eiland in de Oostzee waar de zon net zoveel schijnt als aan de Côte-d’Azur. Dat is ook wel te zien aan de mondaine badplaatsen die hier aan de kust liggen. De Keizer overnachtte er vaak. Het is bovendien het eiland waar von Braun in de tweede wereldoorlog de dodelijke V2 raket bedacht. Later werd van Braun door Kennedy naar Amerika gehaald om een raket naar de maan te ontwerpen. Hoe bizar kan het in de geschiedenis lopen. Wij overnachten in het stadje Usedom op het gelijknamige eiland. Geen modaine badplaats maar ‘n ingeslapen stadje.
Via het grote water met de onuit- sprekelijke naam Zalew Szczecinski varen we Polen in en worden vanuit de haven van Trzebiez nog op een laatste prachtige zonsondergang op groot water getrakteerd. Via het grote water met de onuit- sprekelijke naam Zalew Szczecinski varen we Polen in en worden vanuit de haven van Trzebiez nog op een laatste prachtige zonsondergang op groot water getrakteerd. De volgende dag varen we de brede Oder op en werken ons langs alle mogelijke bakens naar Szczecin.
Szczecin is een rauwe stad. Het kent een roerige geschiedenis zo op de grens tussen oost en west. Je kunt zien dat de stad in Duitse handen, onder anderen door de hertogen van Pommeren geschiedenis heeft gemaakt. Het renaissance paleis van de toenmalige hertog is nu een prachtig kultuurpaleis. De stad heeft veel meer monumentale gebouwen uit die tijd. Na de tweede wereldoorlog is de stad onder invloed van het oosten gekomen. En dat kun je zien. Naast de monumentale gebouwen in de stad, staat vaak slecht onderhouden Oostduitse plattenbouw. Dat geeft de stad een zeer onsamenhangende indruk. Bovendien wordt Szczecin doorkruist door zeer brede wegen waarvan er één via een hoog viaduct de Oder oversteekt en via een breed verkeersplein, waar Oudenrijn niet bij verbleekt, zo de stad in loopt. ‘s Nachts worden we op onze ligplaats langs de Oder-boulevard getrakteerd op zwaar diesel- lawaai van generatoren aan de overzijde. Een leuke afwisseling met de verkeersherrie van de snelweg over de Oder overdag.
Het renaissance paleis van de toenmalige hertog is nu een prachtig kultuurpaleis.
Als we vanuit Kloster, langs het eiland Hiddensee gevaren zijn, doemt Stralsund langzaam uit de nevel op. De drie kerken en de hoge hangbrug het eerst. Achter de Rügendammbrücke ligt als een gigantische kolos de hal van de Volkswerft. De belangrijkste werkgever voor de stad, al sindt 1945.
Komen we dichterbij dan krijgt de stad ook langzaam kleur en als we voor de havenmond liggen is het stadsgezicht compleet. Inclusief het minder hoge, maar daardoor niet minder opvallende, glimmende Oceanium, waar je de onderwaterwereld kan bewonderen. Niet alleen de grote en zeer hoge bakstenen kerken maar ook de bewaarde pakhuizen aan de kade vallen op.
De Marienkirche heb ik alvast even netjes in stukjes gefotografeerd en opnieuw in elkaar gezet.
Stadsgezicht Stralsund inclusief de Marien-, Jacobi- en Nicolaikirche, het oude stadhuis, de pakhuizen aan de kade en veel kleurrijke panden van de stad.
De Nicolaikerk vormt samen met het oude stadhuis een monumentaal complex aan de Alter Markt
Prachtige oorspronkelijke kleuren in de Nicolaikirche
We maken kennis met de Engelse mensen van de Albatros, we hebben elkaar al in verschillende havens gezien en krijgen een wijntje op hun boot. Zeer bijzondere mensen. Zij wonen op Jersey en hebben samen de oceanen overgezeild en motoren tegenwoordig met een Linssen Sturdy. Dappere avonturiers, ook met deze boot leggen ze heel wat zeemijlen af. De volgende dag is zij jarig en bakken we een appeltaartje voor haar. Vanmorgen vroeg waren ze al weer weg, we zullen ze nog wel vaker zien. Ook zij hebben het plan om naar Berlijn te gaan.
Na het prachtige Wismar liggen we een weekje in de oninteressante vakantiekustplaats Kühlungsborn. We wandelen wat over de boulevard en wachten een gunstig moment af om langs de kust naar Warnemunde te varen. Op donderdag 23 mei is het zo ver en gaan we vroeg in de ochtend, om 6.00 uur op pad. Omdat de volgende dag de wind weer zal aantrekken besluiten we in één keer, de 100 kilometer, rond Dasser Ort naar Barhöft te varen. We slaan Warnemunde en Rostock over. Dat zijn toch niet onze favorieten. Rostock is na de tweede wereld-oorlog niet meer zo mooi opgebouwd. Er loopt een brede “aufmarcheerstrasse” rakelings langs de oude binnenstad richting Warnemunde. Die straalt ons ‘n beetje te veel macht uit.
Op Hiddensee komen we thuis. Het is inmiddels 16 jaar geleden toen we hier voor het eerst kwamen. Dat was met onze snelle ONJ 10.20, Post 3. Dit is nu de derde keer op Hiddensee. De eerste dag verkennen we het dorp. Kijken of er niet teveel veranderd is. We hadden al direct gezien dat de haven is uitgebreid. Dat is netjes gedaan dus extra plaats vinden we niet erg. In het dorp is er nu een stukje zandweg extra bestraat. Maar verderop liggen er hopen gravel om de gaten en plassen in de nog steeds bestaande onverharde weg in het centrum van het dorp, op te vullen. Ook kijken we even op het strand. Dit keer geen meisjes in bikini maar een aantal oudere mensen met hoedjes op de keien in de branding. Het dorp is gelukkig nog het zelfde. Er rijden geen auto’s, dus als je een dutje in de kuip doet hoor je alleen de paarden over de weg draven en de branding in de verte. De tweede dag klimmen we het duin op, door het bos naar de vuurtoren. Best een hele klim. Ik merk wel dat ik minder energie heb. Om bij te komen eten we een “ijsje” bij “Zum Klausner”, vlak bij de vuurtoren.
Na het ijsje dalen we langs de vuurtoren, over een steil zandpad het duin af en komen op het open bloemrijke landschap langs de Dorfstrasse uit. Alle bloemetje die we onderweg zien fotografeer ik: Grote Ratelaar, Avondkoekoeksbloem, Papaver, Koninginnestruik, Havikskruid, Hondsroos, Rimpelroos, Gewone Ossentong.
Over de Dorpsstrasse komen we nog een boer met twee paarden tegen.
Dinsdag fiets ik naar de vuurtoren Gellen, op het zuidelijke puntje van Hiddensee. De landschappen worden steeds weidser en natuurlijker
Voordat we de oversteek naar Wismar maken zijn we al de brede Trave afgezakt en blijven we een nacht in Travemünde. Het is elke keer weer spannend waar we kunnen liggen. Aan de kant van de stad lukt niet dus zoeken we een plaatsje aan de overzijde in de jachthaven. We komen aan de buitenste steiger te liggen waar overdag en ‘s nachts de personen- en vrachtferry’s met bestemming Zweden en Finland vlak langs komen. Ik slaap als een os maar Ria hoort alle ferry’s. Toch staan we vroeg op en varen op ons gemak tegen de zon in de Oostzee op. Er is nu geen ferry te bekennen! Aan het eind van de ochtend zijn we na 4 uur varen over een rustige Oostzee in de Wismarbocht en zien we het stads-silhouet van Wismar langzaam uit de dan ontstane nevel opdoemen. We leggen een uur later aan in de prachtige Oude Haven.
In de middag maak ik foto’s van de stad en als ik terug kom zit Ria samen met oud- collega Eelkje en haar man Rini aan de koffie direct aan de overzijde van de haven. Ik sluit aan en we eten samen een IJsje. Eelkje had Tiberius herkend toen ze met de fiets in de haven kwamen kijken en heeft contact gezocht. Wel heel toevallig!
Oude haven van Wismar, gefotografeerd vanaf het water met de Nikolaikirche frontaal in het midden
Wismar werd al in de 13e eeuw door kolonisten uit Lübeck gesticht. De haven en handelsstad worden al van het begin planmatig aangelegd. Al in 1259 sloot Wismar een handelsverdrag met Lübeck en Rostock. Dat was de eerste kiem van de Hanze. Die zou later uitgroeien tot het machtige handelsverbond waaraan ook Nederlandse steden zouden gaan deelnemen. De snelle opkomst van de stad werd onderstreept door de bouw van drie belangrijke kerken in de stijl van de baksteengotiek: de Marienkirche, de Nikolaikirche en de Georgenkirche.
Aan het begin van de vorige eeuw kwam de industrialisatie goed op gang en ontwikkelde de scheepsbouw en handel zich snel. Geallieerde bombardementen hebben de stad in de tweede wereldoorlog echter zwaar beschadigd. De Georgenkirche ging in vlammen op, evenals een kwart van de woonhuizen. De beschadigde Marienkirche werd in augustus 1960 door de DDR-communisten opgeblazen, waarna slechts de toren restte. Het herstel van de ruïne van de Georgenkirche is pas na de Wende begonnen. Sindsdien is er hard aan het herstel van de stad gewerkt. Wismar ziet er nu uit om door een ringetje te halen. Hier en daar lijkt het zelfs een gloednieuwe stad met veelkleurige, stijlvolle gevels. De inrichting van de straten met graniet ziet er heel mooi en strak uit. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.
Stadsgezicht van Wismar
Een stadspoort en de drie kerken van Wismar waarvan hier direct boven de beroemde Georgenkirche
Het is gek. Maar alle drie de dagen dat we de stad bezochten zijn we uitgekomen in de Georgenkirche. Dat is bij mij het zo genaamde Pantheoneffect. Toen we een week in Rome waren viel het Ria op een gegeven moment op dat we steeds bij het Pantheon uitkwamen. Ze zei: wat gek dat we steeds hier uit komen. Bij zulke betoverend mooie gebouwen moet ik steeds langs als het kan. En ik vindt de Georgenkirche het mooiste voorbeeld van baksteengotiek in noord- Duitsland. Niet in de laatste plaats omdat het kerkinterieur er na het herstel niet is teruggeplaatst. Dat maakt de kerk iets minder katholiek terwijl het hemelse er juist daardoor tot uitdrukking wordt gebracht.
Uitzicht vanuit de kuip bij naderend onweer in de namiddag
Kraan naast onze ligplaats
Het licht in Lübeck is ongeëvenaard. De Oostzee dichtbij. Het is de mooiste plek op aarde. Voor zover wij weten. We worden er elke keer weer naar toegetrokken. En dat komt niet alleen door de prachtige Hanse steden die er aan liggen. Dat gaat over het licht. Hier in Lübeck voel je het al dichtbij. Ook al is het nog 20 km naar Travemünde voordat je er bent. Donderdag is het een goed moment om er naartoe te varen. Dan worden we opgetild uit het lichtgevende water. Lijkt het of je zweeft. Je kijkt onder de diepte in. Het heldere water in. Wonen dicht bij de Nederlandse kust is voor ons altijd van grote betekenis geweest. Maar de Oostzee slaat alles.
Enkele kerken en gebouwen uit Lübeck
Het is prachtig zonnig weer dus niets houd me tegen om nog eens door Lübeck te gaan om alle kerken en poorten te fotograferen. In andere jaren heb ik al veel panden verzameld. Alle voor Lübeck zo bekende 7 torenspitsen had ik nog niet. Het valt niet mee. Lübeck is een krappe stad. Zeer dicht bebouwd. Vaak moest ik de torens van verschillende kanten fotograferen om een volledig beeld te krijgen. Ook vanwege de dicht op de torens geplaatste bomen. Op Tiberius heb ik de torens weer een voor een samengesteld tot éen beeld. En een nieuw stadsgezicht is geboren met alle 7 koperen torenspitsen en twee poorten. Ook het middeleeuwse Heilige Geest Hospitaal met de karakteristieke 5 torentjes heb ik toegevoegd.
Stadsgezicht van Lübeck met alle kerktorens en poorten
Lübeck zit vol met meer dan 50 verstopte ‘Gänge’, ofwel de hofjes achter en tussen de oude straten van de oude binnenstad. De wirwar van hofjes gaat terug tot begin van de 14e eeuw. Wegens de enorme groei van de bevolking, toen de handel in Lübeck in bloei stond, hebben de kooplieden en slimme huiseigenaren nagedacht over de woonruimte. Zij hebben uiteindelijk de zogenoemde kleine, raamloze ‘kraampjes van één verdieping hoog in hun achtertuinen gebouwd. Deze werden verhuurd aan knechten, dagloners, ambachtslieden en zeelieden. Ooit waren er 180 bewoonde stegen en binnenplaatsen, nu zijn er nog ongeveer 80 te vinden. De meeste zijn opengesteld voor publiek en zijn vrij toegankelijk. De kleine, liefdevolle gerestaureerde steeghuisjes zijn nu begeerde woonruimtes in het hart van de stad en prachtig als het gaat om idyllische romantiek. Een goed voorbeeld voor de Nederlandse steden om het woningtekort mede op te lossen.
‘Gänge’ achter en tussen de oude straten van de oude binnenstad
We zijn afgelopen twee weken zo inbeslag genomen door Lübeck dat we haast het laatste stuk van de reis vanaf Hannover hier naar toe vergeten zijn. Daarvoor moesten we toch nog een heel stuk Mittelandkanaal en het hele Elbe-Seiten-Kanaal af varen. Als beloning komt dan eerste de scheepslift Scharnebeck waar we ditmaal een ochtend moesten wachten voordat wij een sluisbeurt kregen. Maar dat is dan ook wel de moeite waard om 38 meter te mogen zakken naar het niveau van de Elbe.
De scheepslift Scharnebeck aan het eind van het Elbe-Seiten-Kanaal
Om de hoek ligt de Elbe met op de kruising het Elbe-Lübeckkanaal de voor ons bekende plaats Lauenburg. Het is altijd gezellig in de haven. En we hebben hier al een beetje het gevoel dicht bij de Oostzee te zijn. Alleen nog maar het Elbe-Lübeckkanaal afvaren. Maar dat is geen straf. Dit kanaal heeft meer het karakter van een romantisch riviertje. De route werd sinds het eind van de 14e eeuw bevaren. De route was een belangrijke doorvoerroute naar de Oostzee, maar tegenwoordig wordt de route minder gebruikt, omdat door de sluizen en bruggen slechts kleine schepen op het kanaal kunnen varen. Daarom wordt het kanaal nu vooral door de pleziervaart gebruikt.
We zijn alweer een heel eind opgeschoten. Liggen nu op een mooi plekje in de jachthaven van Hannover. Het enige nadeel is dat grote schepen hier met volle vaart langs denderen en de lijnen doen kraken. Maar dat hoort er bij op een schip. Je bent zelden alleen op het water. In tegenstelling tot het plekje op de foto waar we lagen nadat we uit Oldenburg waren vertrokken. Een prachtige avond op de Hunte bij Elsfleth waar we overnachtten voordat we de Weser op draaiden.
Het eerste stuk op de Wezer naar Bremen was goed te doen. We voeren daar nog op getijdenwater en gingen ’s middags met het opkomende water mee. Na Bremen was de Weser weerbarstig. We moesten tegen de stroom opboksen. Resultaat was dat de kilometerteller soms maar weinig vooruit kroop. Dan gaf de teller krap 8 km/uur aan terwijl we toch met een gangetje van 12 km door het water ploegden. Gelukkig viel het verderop mee met een tegenstroom van gemiddeld 3 km/uur. Dan is het heerlijk om op het Mittellandkanaal te varen en lekker met de andere schepen mee te kunnen komen. Daarom konden we vandaag de afstand van 62 km tussen Minden en Hannover makkelijk overbruggen.
Het bezoek aan Bremen was ditmaal kort maar een lust voor het oog. In de middag brak de zon door en konden we na het bezoek aan de ‘Kunsthalle’ en een lunch in het Speiselokal Canova, onder het museum, genieten van de overvloedig gedetailleerde architectuur van het Bremer Rathaus. En natuurlijk van de Bremer Stadsmuzikanten.
In het museum troffen we een werk van Tobias Radziwill aan, dat hij in 1950 al had gemaakt. Hij schilderde een collage van de haven van Bremen met schip, kraan en wagon zoals ik met m’n foto’s nu af en toe doe. Niets geks onder de zon dus. Iets verderop vonden we een werk van Ben Vautier die middels een inloopinstallatie laat zien wat de mens allemaal koopt. Het grote aantal verschillende objecten en slogans weerspiegelt de onverzadigbaarheid van onze consumptiemaatschappij. De bizarre kunstbazaar zet je aan om na te denken over wat kunst eigenlijk is en of er iets is dat je niet kunt kopen.
We stopten onderweg bij Nienburg waar ooit een graaf woonde en in Stolzenau waar de graaf van Hoya in de 16e eeuw een burcht bouwde. Verder veel ontluikende meidoorn langs de lommerrijke Wezer.
Na Stolzenau dachten we vrolijk door te gaan naar Minden. Maar daarbij hielden we geen rekening met de dag van de arbeid, 1 mei. Alle zondagen draaien de sluizen behalve op 1 mei. Dus hebben we van de nood een deugd gemaakt en zijn naar het nabij gelegen dorp Schüsselburg gelopen waar we een oploopje van brandweerlieden rond een versnaperingenwagentje aantroffen. Reuze gezellig en goeie worst en chili concarne.
Aan het eind van de Wezer bij de kruising met het Mittellandkanaal kom je bij de Schachtschleuse en ga je 13 meter omhoog. Naast de nieuwe sluis ligt nog de oude prachtige sluis en ook het aquaduct waarmee het Mittellandkanaal over de Wezer gaat is monumentaal. De Duitsers hebben van het Mittellandkanaal sowieso een echt prestige-werk gemaakt.