Goedereede

Woensdag 2 juni,

Uitzicht over Goedereede vanaf de Toren.

We hadden gisteren een goede reden om in Hellevoetsluis een Greenwheels te huren en er een dagje op uit te trekken. En, jullie raden het al, de reis ging naar het Middeleeuwse stadje Goedereede. Betekent: goede aanlegplek. Een prachtige plaats met een lange geschiedenis die terug gaat tot de Romeinse tijd. De Markt van het stadje lag er onder de stralende zon bij als een idylle uit een Frans sprookje.

Ik had bij aankomst in Goedereede het voorrecht om zo’n beetje als eerste na het Coranatijdperk de toren te mogen beklimmen. Er zaten beneden twee mensen even uit te puffen die de toren aan het schoon maken waren. Het schoonmaken betekent ook het stofzuigen van de 275 traptreden van de toren. Omdat ze toch aan het werk waren mocht ik, samen met nog iemand naar boven. ’n Hele klim, maar het uitzicht was de moeite waard. Er is ook niets mooier voor een stedenbouwer dan de verkavelingsstructuur van een stad van boven te bekijken. En Goedereede is extra de moeite waard vanwege haar prachtige patroon van daken en schuren die langs smalle straten in het stadje staan. Het middeleeuwse stratenpatroon is praktisch nog volledig in takt. Goedereede heeft nog een oude “schurenstraat” waar vroeger de boeren hun werkplaatsen en opslag hadden. Van de oorspronkelijke stads-wallen is niet veel meer over. En het is natuurlijk jammer dat de stad nu midden op het eiland Goeree ligt terwijl het vroeger een uitgang naar zee had en van de visserij leefde.

Natuurlijk hebben we, na het bezoek aan Goedereede, ook het nabijgelegen strand van Ouddorp bezocht. Heerlijk om weer even ouderwets aan het strand te navelstaren en een boterhammetje met omelet te eten zoals moeder Lena dat vroeger klaarmaakte.

We hebben al weer 1,5 week geleden het koude en druilerige Schiedam verlaten en zijn we via de Oude Maas en het Brielse Meer naar Brielle gevaren. We hadden eerlijk gezegd meer van Brielle verwacht dan het ons kon bieden. Natuurlijk heeft Brielle een lange geschiedenis die veel van ons wel kennen. En Brielle is ook een van de stadjes dat nog praktisch volledige stadswallen heeft. Maar al met al vonden wij het er een beetje rommelig bij liggen. Met name de openbare ruimte zou wel eens een opknapbeurt kunnen gebruiken. En het voorzieningen niveau was op z’n zachts gezegd mager.

Stadsgezicht op Brielle met een oude kaart als onderlegger.

Dan was het eigelijk nog leuker na Brielle nog een nachtje aan een van de vele aanlegsteigertjes in het Brielse Meer te liggen en te genieten van de vogels. Vlak bij zat moeder zwaan op haar nest terwijl haar man een beetje in de buurt rond schooierde. En twee families Koet waren druk bezig hun gebroed groot te brengen met het afzoeken van de hele oever naar beestjes die ze vervolgens in de kleine hongerige bekjes van de piepende kleintjes stopten.

Op weg naar Hellevoetsluis lag Oud- Beijerland als tussenstop voor de hand. De reis er naar toe was vervelender dan verwacht. We hadden er geen rekening mee gehouden dat de Oude Maas een van de drukste scheepvaartroutes voor de binnenvaart is. Het is natuurlijk de verbinding tussen Europoort en de Waal realiseerden we ons later. Stom. We hadden, bij het verlaten van de Voornse Sluis, aan het eind van het Brielse Meer, direct twee van die joekels achter ons aan. Voor de Spijkenisserbrug liet ik de eerste voor gaan. Onder de brug vond Ria dat ik gas bij moest geven omdat de volgende gigantische duwbak in ons nek zat. Met als gevolg dat ik de eerste weer langzaam aan stuurboord begon in te halen, terwijl hij steeds meer stuurboordwal begon aan te houden. Daarbij hield hij op een gegeven moment zo veel stuurboordwal dat ik ternauwernood nog gas kon terug nemen om niet op de volgende krib te worden gezet. Na een oproep via de marifoon gaf hij aan dat ik me maar had moeten melden en als ik er langs wilde dat aan bakboord kon. Daar zijn we maar niet op in gegaan en zijn de rest van de Oude Maas tot aan het Spui er netjes en veilig achter blijven hangen.

Bij aankomst in het kleine haventje van Oud- Beijerland zei de havenmeester dat hij nog een plekje achterin had. We schrokken best toen we binnen liepen. De haven lag links en rechts Tjokvol op deze zeldzaam hete zaterdagmiddag. Aan beide zijden had ik ongeveer nog twee handbreedtes over tussen de reeds aangemeerde schepen. De jongelui op de kade riepen ons met een glas in de hand toe. Op de plek die de havenmeester voor ons in gedachte had, lag nog een sloep en een waterscooter. Toen die door hem werden weggehaald pasten we net in het overgebleven gaatje. Nadat we twee dagen in Oud- Beijerland gelegen hadden, en de haven weer grotendeels was leeggestroomd op de vaste liggers na, zat er niets anders op dan de hele haven weer achteruit te verlaten. Een man op de kant riep ons toe dat je daar ook alleen met schepen korter dan 10,5 meter in mag. Dat had de havenmeester ons niet verteld. Bovendien ga je er van uit dat hij wel weet wat hij doet. Stom, temeer ook dat Ria al van te voren gevraagd had, of we daar dan wel konden keren. Ja hoor, dat kon makkelijk. Niet dus! Op de foto ziet het er nog wel aardig riant uit maar in werkelijkheid hadden we gewoon te weinig ruimte. Heel anders dan met onze ONJ, hebben we nu vaak echt in de gaten dat we wel een grote boot hebben. Die gewoon niet overal zomaar past.

Met de schoenlepel in de haven van Oud Beijerland.

Op dit moment liggen we aan een meer- boei in het zuidelijke bochtje van het Spui, grenzend aan het Haringvliet. En genieten van het prachtige, warme, zonnige weer en het frisse windje hier op het open water. We draaien met het getijde en met de wind mee. Heerlijk rustig na een rumoerig verblijf in de haven van Hellevoetsluis. Vannacht blijven we hier. Om Rolf gerust te stellen, zullen we het ankeralarm aanzetten.

Delft en Schiedam

zaterdag 22 mei

Gezicht op Delft naar Johannes Vermeer, Aad Trompert mei 2021

De route over de Trekvliet en de Delftse Vliet, van Leidschendam naar Delft is prachtig. Eerst komen we langs het chique Voorburg. We varen langs diepe, rijk begroeide achtertuinen tot aan het water. Verderop, in Den Haag schampen we de rand van de stad met veel verkeer en bruggen. Ongeveer de helft van de bruggen moet open. Via de marifoon gaat dat vlot. De brugwachters volgens ons op afstand van brug naar brug. We hoeven nergens lang te wachten. Het laatste stuk varen we rond de Delftse binnenstad en leggen aan in de Zuidkolk. Hiervandaan schilderde Vermeer zijn bekende stadsgezicht op Delft. Van het uitzicht van toen is niet veel meer over. We kunnen vanaf onze ligplaats alleen de de toren zien die de binnenstad doet vermoeden.

Tussen de buien door maak ik foto’s van Delft. Zo kan ik, als het buiten guur en koud is op de boot de foto’s samenstellen tot een stadsgezicht. En wat is er leuker dan het ‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer proberen na te bouwen. Heel leerzaam. Veel van de poorten en oude gebouwen uit de 17e eeuw zijn echter verdwenen. Maar, door goed te zoeken vind ik toch nog monumenten die er voor in de plaats kunnen staan. En natuurlijk wordt dit met foto’s samengestelde stadsgezicht niet hetzelfde als het met vlotte kwast geschilderde exemplaar van Vermeer. Het blijft een interpretatie. Zo heb ik rechts in mijn stadsgezicht de Oosterpoort gebruikt, waar Vermeer de Schiedamse poort schilderde en heb ik veel meer onderdelen op een andere plek in de stad gevonden. Maar, de toren, het stralende middelpunt staat er gelukkig nog steeds. Het mooiste is om het licht dat Vermeer probeerde te vangen, na te maken. Een hel verlichte toren en rode daken op de achtergrond, suggereren dat de stad daar door de zon beschenen wordt.

We genieten van Delft. Zo hebben we de stad nog niet meegemaakt. Altijd waren we er voor een kort bezoek. Nu zien we dat de stad meer is dan een studentenstad. De binnenstad is prachtig en divers, met zijn smalle grachten en een grootse markt.

Jos en Rolf varen mee naar Schiedam, omdat dit met name voor Rolf bekend terrein is. Als we Schiedam naderen moeten we bij De Rolbrug bij ‘Huis te Riviere’ de brugwachter in Schiedam bellen. Bij de naam van de brug zou je wel iets anders verwachten dan dit smalle, roestige, grotendeels met de hand te bedienen exemplaar, gelegen naast een sloopbedrijf. Een van de wachters met snor, komt met zijn zwarte regenjas, voorzien van lichtgevende grijze strepen, op een glimmend gepoetste oldtimer Zundapp bromfiets. Precies zoals een brugwachter er uit moet zien. Iets verderop begrijpen we pas hoe serieus hun taak is. Als we de A20 en het vlak er naast gelegen spoor kruisen moeten zij 5 bruggen vlak achter elkaar voor ons openen. Het zijn de afritten van de A20 en parallelwegen aan het spoor. Soms is de ruimte tussen de bruggen niet veel langer dan een scheepslengte. Bovendien lig je dan te wachten onder het brede, donkere viaduct van de A20 en het spoor, dat voor ons net hoog genoeg is. Na de Proveniersbrug liggen we in een klein haventje vlak naast de molen de Kameel. Een opnieuw gebouwde, typische Schiedamse stelling-stadsmolen die gebruikt werd om gemout graan te malen voor de fabricage van jenever, waar Schiedam bekend om is. De oorspronkelijke Kameel heeft tot 156 jaar geleden dienst gedaan. Toen blies een windvlaag de wieken van de molen. Drie jaar later zijn de resten van de molen gesloopt. Omdat dit een van de meest beeldbepalende molens in Schiedam was, is 12 jaar geleden besloten de molen te herbouwen.

Om het oude beeld van Schiedam, met zijn hoge molens en karakteristieke, vaak uit gele baksteen gebouwde pakhuizen te eren, heb ik een stadsgezicht langs de Noordvestgracht gemaakt. De molen De Noord en De Nieuwe Palmboom laat ik daarlangs figureren en ook de brug naast de Beurs komt op mijn stadsgezicht terug omdat die zo typisch Schiedams is. De donkere lucht is geen fake, zo is het weer hier op dit moment!

Stadsgezicht Schiedam met hoge stelling stadsmolens aan de Noordvestgracht.

Leidschendam

zaterdag 15 mei

Havenkantoor leiden

Via Lisse en Leiden zijn we nu in Leidschendam aangekomen. Van Haarlem naar Lisse voeren we over het prachtige, romantische Buitenspaarne tot aan het Gemaal Cruquius. Aan het Buitenspaarne liggen de roeivereniging van Haarlem en de groene volkstuinen waar Rixta Rommel, onze kleurrijke tuinarchitect, een tuintje had. Toen we vorig jaar in Haarlem lagen hoorden we dat ze was overleden. Ze heeft haar kapitein jammergenoeg nooit ontmoet. Het gemaal Cruquius ligt op de kruising van het Spaarne en de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Het gemaal is een van de drie stoomgemalen die de Haarlemmermeer tussen 1849 en 1852 heeft leeggepompt. Het is de grootste stoommachine ter wereld.

We vervolgden onze weg over de saaie Ringvaart. Het hoogteverschil tussen de polder en het ommeland is goed waar te nemen. De kant van de Haarlemmermeer is duidelijk de arme kant met kleine arbeidershuisjes, de kant van de duinen is een stuk rijker met hier en daar een landgoed en een natuurgebied. Bij de Bennebroekerbrug zagen we de lepelaars hoog in het nest zitten. Gerard had ons er op gewezen, hier in dit drassige natuurgebiedje naast de brug, goed op te letten. Ze zitten hier op de verlaten nesten van reigers, lui als ze zijn. In Hillegom kunnen we bij nadere informatie niet langs de kade van de Hillegommer beek liggen. We zijn te groot. Iets verderop krijgen we een plekje in de verenigingshaven van Lisse.

Dicht bij deze haven staat een Greenwheels deelauto waarmee we vrijdag naar Amersfoort moeten omdat Ria haar kiespijn maar niet over gaat. In Lisse zijn alle tandartsen gesloten of zij willen niet helpen. Slechte zaak! Ik ga vrijdagochtend de deelauto halen. Ria wacht bij de entree van de jachthaven op mij. De auto wil echter niet open. Nadat ik Greenwheels heb gebeld, kwam ik er achter dat de accu leeg was. Dubbele pech. Wat nu, een Greenwheels in Nieuw Vennep pakken? Geen goede optie want de tijd dringt. Dan maar een taxi gebeld. Een aardige schauffeur brengt ons in rap tempo en veilig naar Amersfoort. De assistente en de tandarts wachten dan al een half uur op ons. Dat is pas service! Gelukkig neemt Ria haar kiespijn na de behandeling af.

In Haarlem deed de aansluiting van de walstroom het niet. Daar hebben we voornamelijk op de zonnepanelen en de generator stroom opgewekt. Tot overmaat van ramp viel de generator in Lisse ook uit. Oververhit. Wat nu? Natuurlijk de wierpot gecontroleerd. Daar kwam een klein beetje wier uit. Blijkbaar niet de oorzaak want daarna deed de generator het nog niet. Dan maar de monteur van de werf Oldenhage aan de overkant van de Ringvaart gebeld. Deze aardige man kwam gelukkig op zaterdagochtend naar ons toe. Hij heeft de impeller vervangen. Die was totaal aan gort. De resten zaten tegen de warmtewisselaar. Gelukkig hadden we een reserve impeller aan boord. En de walstroom was een kwestie van een paar knoppen in de juiste stand zetten. Stom. We hadden weer stroom genoeg.

Eind van de regenachtige zaterdag stomen we verder naar de Kaag. We hebben een afspraak met John, Ria haar buurjongen van 50 jaar geleden. Hij heeft een zomerhuisje aan de Kaag met prachtig uitzicht over een van de plassen. We mogen aan een ponton, vlak bij zijn huisje aanmeren. Onder het genot van een fles witte wijn praten we bij over de wederzijdse moeders die vriendinnen van elkaar waren en natuurlijk over de wederzijdze levensgeschiedenis. Aan eten komen we niet toe. Zondag varen we met John in zijn rubber boot naar het bijgelegen restaurant en drinken daar koffie met koek in het zonnetje. Zondagmiddag doen we een uurtje over het stukje van de Kaag naar de Haven van Leiden. De volgende dag bezoek ik John zijn atelier. Leuk om hem hier aan het werk te zien en te praten over het fotografenvak. Hij maakt een paar portretten van me omdat hij dat leuk voor Ria vindt. John werkt prachtig en subtiel met licht. Leuke kennismaking met deze buurjongen die we via Facebook weer opnieuw hebben ontdekt.

En natuurlijk leuk om Leiden weer opnieuw te ontdekken. Ik maak een tekening van het havenkantoor en avond-foto’s van de stad. De voorlaatste avond in Leiden nodigen we Frank en Ineke uit, die vlak bij langs de Zoeterwoudsesingel wonen. Ook met hen hebben we, onder het genot van een drankje, heel wat bij te praten.

Woensdag stappen Gerard en Aniet op. Gerard kookt voor ons ’s avonds asperges met ham en eieren en natuurlijk nieuwe aardappeltjes met boterjus. Ouderwets lekker. We varen donderdag via de Vliet naar Leidschendam. En ontdekken opnieuw het toch redelijk groen gebleven landschap langs de Vliet. Ook al varen we door hartje randstad. In Leidschendam verdicht de bebouwing zich en worden we in de historische sluis, door uiterst vriendelijke sluismeesters geschut. We leggen iets verderop aan omdat we vinden dat we voor vandaag genoeg gedaan hebben. Ria kookt een heerlijke maaltijd van de site Cheflix die recepten van chefkoks prijs geeft.

Nog steeds Haarlem

Zondag 2 mei,

Gravestenenbrug, de Waag en het Teylers museum

Gerard heeft mij maandag 26 april opgehaald om in zijn prachtige klassieke Healey een rondje door de bollen te maken. Leuk om in de bollenstreek alle oude vertrouwde plekjes weer tegen te komen. De tulpen stonden prachtig in bloei. Het was op de maandag voor koningsdag al erg druk op de kleine binnenweggetjes door het kleurijke bollenland.

Met Koningsdag was het hier een gekkenhuis. De kades van het Spaarne stonden en zaten vol met oranje mensen en in het Spaarne is het nog niet zo druk geweest met kleine bootjes die af en aan spelevaren. Het was heel gezellig en gemoedelijk. Ik heb alles, natuurlijk van een afstand, rustig bekeken. Heel begrijpelijk met dit mooie weer en na twee zomers van beperkingen. Maar ja, het kan eigenlijk nog niet. De IC’s liggen nog vol. Later hoorden we via het nieuws dat de burgemeester de drankuitgifte, zowel in cafe’s als in de supermarkten heeft stop gezet om een eind aan het spektakel te maken. Gisteren hebben we voorzichtig en verantwoord ons eerste bezoekje aan een terras gebracht. Verstandig om de terrassen te openen. Heerlijk om zo, onderuitgezakt in een bank, van het zonnertje en een wit wijntje te genieten dat voor je wordt ingeschonken. Het is lang geleden dat we daarvan konden genieten.

Verder heb ik heerlijk de stad afgeschuimd naar mooie plekjes. Een favoriet is de hoek Gedempte Oude Gracht en de Botermarkt waar het warenhuis van de voormalige, door Jan Kuijt in 1927 ontworpen V&D staat. Jammer dat dit prachtige warenhuis over de kop is en lege plekken in veel steden van Nederland heeft achtergelaten. Nu zit hier de Hema op de begane grond. Heel wat anders dan de grandeur van het voormalige warenhuis met 6 verdiepingen dat vooral in de naoorlogse decennia haar bloeiperiode kende.

Gebouw van de voormalige V&D op de hoek van de Botermarkt en de Gedempte Oude Gracht.

2 WEKEN HAARLEM

Zaterdag 24 april,

Schets vanuit de kuip: hoek Burgwal Spaarnwouderstraat

Wel liggen al weer een week in Haarlem en zijn van plan nog een week te blijven. En dat is helemaal geen straf. Haarlem is leuk. Ria moet volgende week vrijdag voor de eerste prik naar Amsterdam en ik heb na volgend weekend een afspraak in Zaandam voor een project in Zaandijk. Gisteren hebben we met Thom en Elly in de waterleidingduinen gelopen en ’s avonds zijn we door Elly verwend met een heerlijke maaltijd. Vanavond gaan we bij Gerard en Anita eten, in de Glip. Daarvoor nemen we de Greenwheels die om de hoek staat.

Ik heb Ria’s fiets elektrisch gemaakt met een pakket van Swytch. We hebben daar ruim een jaar op moeten wachten. Door Covid liep de productie in China achter en vanwege de Lockdown in combinatie met de Brexit kwam het pakketje maar niet het Kanaal over. We geloofden er niet meer in dat we het motortje zouden krijgen. Goed, maar hij is er. Ik heb hem met veel gepuzzel op Ria’s Brompton vouwfiets gemonteerd. Dus gelijk maar eens uit geprobeerd met een ritje naar de Cruquius. Ria kon redelijk goed met de elektrische Brompton fiets overweg. Maar heeft door haar enthousiasme er eindelijk eens uit te kunnen, direct te lang gefietst met als gevolg drie dagen extra pijn in haar knieën. Volgende keer dus beter langzaam opbouwen! Zelf ben ik dinsdag op de Brompton met hulpmotor naar Bloemendaal gefietst en door de duinen terug. Dan is 22 km met een Bromton vouwfiets goed te doen.

Natuurlijk schuim ik met mijn fototoestel de binnenstad af, op zoek naar mooie plekjes. De foto van dit jaar heb ik al gemaakt:

Stadhuis van Haarlem aan de Grote Markt

Het is maar zelden dat je zo’n mooi leeg beeld van het centrum van de stad kunt maken. En jullie weten, ik hou van leeg. Juist in deze tijd is de stad minder bevolkt en is de kans op zo’n plaatje groter. Alhoewel het ook leuk is te zien hoe mensen zich nu anders gedragen. Ze zitten midden op de Grote Markt of op de kade van het Spaarne om hun drankje “to go” op te drinken. Nog even en dan mogen de terrassen weer beperkt open. Alhoewel de ziekenhuizen nog vol met Corona-patiënten liggen. Maar eens zien wat hier nu weer van komt…

Nieuwendam, Haarlem

zondag 18 april 2021

We liggen al een dag op het mooiste plekje van Haarlem. Kijken vanuit een bocht in het Spaarne, aan een kant naar de bekende Koepel en aan de andere kant naar het Teylers Museum, de spits van de Grote St. Bavokerk, en opzij naar de Burgwal…..hartje Haarlem dus. ’s Avonds verzamelen zich mensen vanuit de buurt die hier van de avondzon komen genieten. Thom en Elly hebben hier vanmiddag al in de kuip geluncht.

We werden andere jaren altijd gedwongen aan de kade te liggen waar je, opzij tegen auto’s aan kijkt. Nu liggen we aan het eind van een steigertje met de kuip in de zon en met prachtig uitzicht tot laat in de avond. We lunchen en dineren voor het eerst dit jaar weer met de tent open. Gecombineerd met het uitzicht dus “first class”. Dat kun je alleen op een boot zo organiseren.

Toen we een week geleden bij Nikos klaar waren, zijn we laat op de vrijdagmiddag naar Nieuwendam gevaren. Eerst nog wat hobbelig met de wind schuin van voren. Maar na het Paard nam de wind af. Na de Oranjesluis legden we aan op een onverwacht mooi verscholen plekje achter het Vliegenbos, tegen de pitoreske Nieuwendammerdijk aan. Omdat deze dijk vroeger direct aan de Zuidezee lag heerst er een scheeps karakter en zijn sommige houten huizen op de dijk voornaam. Gebouwd alsof ze nog een weids uitzicht op zee hebben. Achter de dijk ligt Amsterdam Noord met veel oude tuinstede van begin vorige eeuw. Het waren de woonplaatsen van de werkers in de haven, toen de eilanden in het IJ nog vol stonden met pakhuizen en werven.

Omdat de pink van mijn linker gitaarhand niet meer wil en ik hem rust moet geven, heb ik mijn schetsblok weer gepakt en teken Nieuwendam vanuit de boot.

Nieuwendam is ook een ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan Amsterdam centrum. Met de bus en de Noordzuid-lijn ben je er in een half uurtje. Eerst ben ik alleen geweest om eens rustig foto’s van de gouden bebouwing langs de grachten te maken. Ik stap uit op Metrohalte Museumplein en loop dwars door de stad terug naar het Centraal Station. Het is ongewoon stil in Amsterdam. Nergens staan toeristen in de weg. Het licht valt prachtig op de gevels.

Op mijn verjaardag maken Ria en ik er een uitje van. We reizen met de Noordzuid-lijn dit keer een halte verder naar de Pijp. Vanwaar we terug lopen naar de Albert Cuyp. Met als doel om de lekkerste glutenvrije winkel van Amstedam te bezoeken. We kopen glutenvrije croissantjes die nog lekkerder zijn dan normale croissants en glutenvrij brood dat niet te onderscheiden is van ons dagelijks brood. We drinken natuurlijk een espresso to go. Ongezellig langs de straat. Van een echte markt op de Albert Cuyp is geen sprake. Dooie boel. Dus maar weer gauw terug naar de boot waar we van de lekkere appeltaart genieten die Ria voor mijn verjaardag heeft gebakken. Verder heb ik van Ria een prachtig geweven kimono als ochtendjas gekregen. Ik ben echt jarig.

Gisterochtend vroeg hebben we Nieuwendam verlaten om over het ongewoon rustige IJ en havens, op ons dooie akkertje naar Haarlem te varen. Als we terug, tegen de zon in kijken, spiegelen de nieuwbouw op de eilanden en de kranen van de haven zich blauwgrijs in het water.

In Haarlem blijven we nog wel een weekje. Veel te leuk. En, we hebben geen haast.

Nieuwe mast en luie trappen

9 april 2021

Ons verblijf in Hoorn zit er weer op. Nikos en Mike hebben de door Peter gemaakte, prachtige mast geïnstalleerd, de motor en de generator een beurt gegeven en nog wat kleine klusjes gedaan. Daarvoor lagen we een paar dagen in de Schelphoek, bij Nikos zijn Jachtbedrijf. We liggen er ook nu nog even om de laaste klusjes te klaren. Peter heeft extra traptreden in de kuip en het gangboord gemaakt zodat Ria zich makkelijker op de boot kan bewegen. En we hebben uitgebreid bijgepraat met Peter en Elly.

Eerder had Peter ook al een nieuwe, luie trap voor binnen gemaakt en aan boord gebracht. Met Pasen hebben we een lang weekend in Enkhuizen gelegen. Altijd weer een prachtig havenstadje met veel ambachtelijke winkels. De bakker is voor Ria favoriet want die heeft heerlijke glutenvrije broodjes van Pastridor. Het is overal heerlijk rustig in de havens.

Uiterst langzaam varen we terug naar Hoorn om de sfeer op het water niet te verpesten. Het is windstil. We zijn de enigen in de Krabbersgatsluis en bijna alleen op het water. Een bijzondere ervaring. Er was ook wat nevel aan de horizon. Het leek of we over het water zweefden.

Als we dinsdag na Pasen richting Amersfoort rijden om naar de knieëndokter voor Ria te gaan, we de file hebben ontweken en in een dikke sneeuwstorm terecht komen, worden we in de buurt van Amsterdam door de kliniek gebeld. De orthopeed is positief getest op COVID-19. Shit. Onverrichterzake weer terug naar de boot. En het heeft al zo lang geduurd om een afspraak te maken. Gelukkig kan Ria de volgende dag bij een andere arts langs komen. Conclusie is dat Ria haar knieën te slecht zijn om niets te doen en te goed om te opereren. Gelukkig is de boot nu helemaal aangepast met luie trappen en beugels overal waar die nodig zijn. Verder moet Ria verder bij de reumatoloog om de ontsteking in haar knie te verminderen, waardoor er dan hopelijk minder vocht in blijft zitten. En daardoor de pijn wat kan verminderen.

Ook al is het rotweer, beetje winter; lijkt de natuur zich er niet veel van aan te trekken. Ondanks de harde en ijskoude wind, sneeuwstormen en hagelbuien lopen de meeste bomen gewoon weer zachtgroen uit; de meeste stinzenplantjes staan in bloei of zijn al uitgebloeid. Aad loopt een rondje en maakt prachtige foto’s van bomen die op het punt staan tot bloei tekomen. Pas wanneer je van zo dichtbij foto’s maakt, zie je plotseling hoe wonderbaarlijk die knoppen zijn samengesteld. Een zonnetje erbij en het wordt nog mooier.

We zijn weer los

We zijn weer weg. Heerlijk om te bewegen. Vooral de blik naar de einder doet ons goed. De glans van het water is weer intens. Zeker na het verblijf in de afgesloten Eemhaven in Amersfoort. Een boot moet ook varen. Dus dat doen we weer. We zijn Vrijdag samen met de Avontuur van Tinenke en […]

maandag 22 maart

Heerlijk om te bewegen. Vooral de blik op de einder doet ons goed. De glans van het water is intens. Zeker als compensatie voor de pandemie die alweer een jaar aanhoudt. Covid begon vorig jaar maart toen we nog in Hoorn lagen en we niet wisten wat te doen. Nu kunnen we ondanks de pandemie toch varen. Alhoewel we nog steeds in Lockdown zitten, mogen we binnen Nederland wel van haven naar haven varen. Tenminste, als we ons aan de regels houden. 

Het verblijf in Amersfoort is goed. Wel heel anders dan de open haven in Hoorn. De nabijheid van de kinderen is verwarmend. We hebben Ivo en Lisa helpen verhuizen en het huis helpen aankleden. Die wonen nu samen met de honden en katten op de bosrijke Surinamelaan, tegen Klein Zwitserland aan. Een paradijsje voor de honden. En omdat we tegenover het atelier van Marisja en Thijs liggen kunnen we af en toe even aanwippen. Zo zijn we weer helemaal bij. Het hoogtepunt is dat ik met Thijs, Marisja en Antal op de Vuntusplas bij Oud Loosdrecht geschaatst heb. Er wordt ook op de Eem, vlak naast de boot geschaatst! Een mooie ervaring. Jammer alleen dat we toch wat minder bekenden uit Amersfoort kunnen zien. We hebben wel enkele bezoekjes, voorzichtig op afstand gedaan. Maar minder dan waar we op gehoopt hadden. Ook het contact met de mede-winterliggers in de Eemhaven verloopt op afstand, voornamelijk via Whatsapp. Volgend jaar gaan we voor een herkansing en overwinteren nog eens in Amersfoort.

We zijn vrijdag samen met de Avontuur van Tineke en Ad via de Kwekersbrug en de Koppelbrug naar buiten gegaan. De slagboom van de Kwekersbrug wil eerst niet neer dus dobberen we wat langer op de Eem voordat we er door kunnen. En kunnen onze medeoverwinteraars ons wat langer uitzwaaien. Een of andere onverlaat heeft een tijdelijk bouwbord vlak voor de slagboom geplaatst. De brugwachter moet dus driftig sleutelen voordat we er door kunnen. Stephanie en Pieter vergezellen ons op de eerste tocht van het jaar. Zo hebben zij, als verstokte wereld-cruisers toch nog een minicruise. We lunchen op de Eem, vlak bij het Eemmeer en varen daarna door tot Muiden waar we overnachten. Stephanie en Pieter worden door Thijs en Marisja in Muiden opgehaald. Omdat het zaterdag prachtig weer is steken we die dag al direct over naar Hoorn. Ik maak onderweg een paar foto’s van het Paard en van het dorp Marken en natuurlijk van het havenhoofd van Hoorn om te bewijzen dat we er zijn. Morgen varen we naar de Schelphoek waar Nikos de door Peter gemaakte nieuwe mast monteert en enkele onderhoudswerkzaamheden doet.

Bijna klaar

donderdag 1 oktober
Het schilderwerk voor Tiberius is bijna klaar. Morgen ga ik nog even kijken of alles in orde is en hoe mooi hij weer glimt. Pollard komt dan ook de naam Tiberius weer op de boot plakken en nieuwe anodes aanbrengen. Maandag komt Willem ons van Harlingen naar Marknesse verhuizen. Fijn dat hij ons helpt. Dan hoeven wij geen huurauto terug naar Harlingen te brengen en weer 4 uur terug met de trein te reizen. Wallinga doet het transport van de schilder naar de kraan bij Mertrade in Marknesse. Daar zakt Tiberius weer het water in. We moeten de accu’s weer aansluiten en de apperatuur controleren voordat we kunnen vertrekken.

Ons doel is volgende week via de Randmeren naar Amersfoort te varen. Want Marisja, Thijs en Antal hebben volgende week zaterdag de presentatie van hun boek ‘Atmosfeer’: 20 jaar A.T.M. gevolgd door een drive- in expositie. We zijn erg benieuwd. We volgen zaterdag eerst de presentatie van het boek online, vanwege de deze week afgekondigde strengere Corona- regels. Mogen met maximaal 30 mensen samenzijn. Dus het bezoek daarna aan de expositie gaat in shifts van 30 mensen. Wel jammer dat deze mijlpaal van A.T.M. geen groot feest kan zijn.

Nog 4 dagen, dan zijn we weer op Tiberius. We missen de boot. Om mijn hoofd rustig te maken loop ik de zuidelijke pier van de haven af, helemaal tot het eind. Dan loop je langs het Wad met de strandlopertjes aan de vloedlijn. Aan de andere kant ligt Harlingen.

Noordwest- Friesland en Harlingen

Wij hebben het hier naar ons zin in Harlingen, maar vervelen ons wel een beetje. We missen de boot. Ria voelde zich de afgelopen week ook niet goed. Ze was grieperig en had reacties op verkeerd eten buiten de deur. Nu gaat het gelukkig weer beter. Nog een klein weekje en dan mogen we weer naar Tiberius. We leren Noordwest-Friesland wel steeds beter kennen. Nergens is de strijd tegen het water meer “aanwezig”. Lang geleden was het noordwesten van Friesland nog een eiland. Het werd omsloten door de Middelzee en de Marne, twee zeearmen die tussen Bolsward en Sneek bijelkaar kwamen. Deze ontstaansgeschiedenis heeft geresulteerd in een gebied met afwisselend ’oud’ en ’nieuw’ land, een ongekende weidsheid en drie prachtige steden: Bolsward, één van de twee Friese Hanzesteden; Franeker, de tweede stad in Nederland met een universiteit; en Harlingen.

Wat ons opvalt is dat de stadjes hier echt anders zijn dan in de rest van het land. We wisten natuurlijk al dat Friesland bijzonder was. Maar vooral vanaf het water. Nu we gewone landrotten zijn kijken we anders naar het Friese landschap en de stadjes. Het contrast tussen de stad en het platteland is groot. De steden zijn heel compact en het landschap is juist onnederlands wijds. Ook zijn de steden veel kleinschaliger. Meestal één duidelijke hoofdstraat met voorname panden waar winkels, bedrijven en woningen door elkaar staan. En daarachter veel smalle straatjes met lage huisjes, afgewisseld met pakhuizen of werkplaatsen. Er zijn veel smalle grachten met houten beschoeiingen. En alles ziet er piekfijn onderhouden uit.

Harlingen is vooral bijzonder omdat de zee zo dichtbij is. Dat heb je in geen enkele andere havenplaats in Nederland. Het zoute water komt samen met eb en vloed diep de stad in. De bewoners leven hier letterlijk met de zee voor de deur. ‘s Avonds kun je nog even een ommetje maken en over de zee turen, om de ferrie’s, vissers, de bruine vloot en beroepsschippers af en aan te zien varen. Kijken hoe hoog het water staat. De schepen van de bruine vloot komen ver de stad in. Vanuit ons huisje zie je de grote masten boven de daken uitsteken. Ik ben verliefd geworden op deze stad, vanwege de nabijheid van de zee en de altijd aanwezige bedrijvigheid. En natuurlijk is de stad zelf ook prachtig. Het voormalige kantongerecht aan het Havenplein, nu restaurant ‘t Havenmantsje, vormt de spil tussen de stad en de drukte in de haven. In de Voorstraat, kun je onder de oude, hoge platanen boodschappen doen. Verderop verdwaal je tussen de straten met lage huizen en de ongewoon smalle stegen.