Enkhuizen

We liggen nu, na twee nachten Marker Wadden, in Enkhuizen. We willen niet terug naar Hoorn. Veel te lekker om weg te zijn. Nog een tijdje blijven zwerven. Kunnen het niet laten. Tegen de adviezen in. Alhoewel vanavond een eerste inzicht is gegeven op de versoepeling van de maatregelen, is er voor de recreatievaart geen duidelijkheid. Het beleid daarvoor wordt regionaal en per gemeente bepaald. We moeten maar een beetje zien. En dat doen we nu dan maar.

De Marker Wadden zijn mooi. Nog maar zo jong en dan al zo mooi. Wat zandduinen, enkele slik-plassen, hier en daar wat moerasandijvie, plus een oneindige horizon en er is weer een nieuw paradijs op aarde. De vogels vinden het sowieso geweldig. Er wordt driftig gebouw aan wat huisjes en enkele servicegebouwen. Allemaal in de zelfde stijl. Prachtig vergrijzend hout, maar nu nog grotendeels oranje-geel. En een prachtige folie als uitkijkpost waarvan ik maar niet genoeg krijg om hem te fotograferen. Tot aan zonsondergang toe. Alleen jammer dat ik met mijn stomme kop, de zonsondergang-foto’s, gisteravond met uiterste inspanning, in de kille noorder wind genomen, vanmorgen heb gewist. Dus jullie moeten maar je fantasie gebruiken. Het is nog rustig op de Wadden. Grote groepen, met charters aangevoerd, zijn nog niet toegestaan. En we liggen allemaal enkel aan de paar steigers die er zijn. Allemaal vriendelijke mensen. Van ons soort.

Vanmorgen op ons dooie akkertje naar Enkhuizen gegleden. Want ik moet iets versturen. En op de Wadden is geen internet. Het was vanmorgen nog rustig in de haven toen we tegen een uur of elf aankwamen. Maar inmiddels ligt de haven weer vol. Alhoewel vol nu een relatief gegeven is. Je mag hier, zoals in veel havens maar enkel liggen. En dat is maar goed ook.

Waar gaan we heen?

Laatste bericht is van 24 maart toen we van plan waren te vertrekken. Dat kon toen echter niet van wegen het toen net in Nederland gearriveerde Covid-19 virus. Dat is intussen al weer 7 weken geleden. Ondertussen is er veel gebeurd. De wereld is veranderd. De berichten buitelen over elkaar heen. Soms is het te veel om te blijven volgen. Bovendien leven we nog steeds in onzekerheid. Weten we niet wat de oplossing is om hier uit te komen. Er wordt veel gespeculeerd over een exitstrategie maar dat komt meer voort uit ongeduld dan uit wijsheid. Alhoewel ik best snap dat sommige bedrijven het water aan de lippen staat.

Wij merken daar niet zo veel van. Ik heb een aantal mooie klussen in Hoorn waar veel aandacht naartoe gaat. Dus ik hoef mij niet te vervelen. Ik heb het zelfs ongewoon druk. Ria schildert veel. Vooral planten en bloemen die hier in de buurt te vinden zijn. We doen ons best elke dag een ommetje in het park te maken om in beweging te blijven. Alleen op de boot zitten is geen optie. Dan roest je vast. We genieten van het voorjaar dat hier uitbundig is losgebarsten. De waterkanten in het park zijn prachtig. Hadden we nog niet eerder gezien. De bomen staan in volle bloei.

DSC_8216-bewerkt
Aquarel van Ria, geschilderd naar Vincent Jeannerot.

We proberen zo weinig mogelijk boodschappen te doen. Slaan 7 dagen vooruit in, om zo min mogelijk naar de stad te hoeven. We gaan ook niet naar de markt. Alleen af en toe naar de notenkraam waar we dan voor drie weken voorraad kopen. Die heeft heerlijk verse noten die we niet kunnen weerstaan. Over het algemeen genomen houdt iedereen in de stad zich hier aan de richtlijnen: afstand houden en hier en daar handen ontsmetten bij de winkels. En we liggen hier relatief rustig. Aan het park met het Markermeer als rugdekking. Alhoewel het hier in de haven en op de kade steeds drukker wordt met dagjesmensen die een luchtje komen scheppen.

Toch gaan we morgen proberen een rondje te varen. Naar de Markerwadden of een haven die nog open is zoals Enkhuizen of Medemblik. Of wellicht even oversteken naar Stavoren. Ik heb geïnventariseerd bij schippers hier aan de kade. Die melden dat veel havens richting Amsterdam zijn gesloten. Daar kom je sowieso niet in. Andere zijn wel open maar bieden verder geen voorzieningen, geen toiletgebouw, geen water. Maar we zijn gelukkig zelfvoorzienend dus ons maakt dat niet veel uit.

De situatie in de haven is ook sterk veranderd. Er zijn haast geen winterliggers meer. Alle buurboten zijn vertrokken. De meeste naar een vaste zomer-ligplaats elders. Een boot is verkocht. Nico ligt als vanouds weer buiten in de aanloophaven voor anker. Alle schepen van de bruine vloot zijn ook weg. Daarom gaat het ook bij ons kriebelen.

We zullen zien.

Hoorn 3 mei 2020

We gaan toch niet

Zal je altijd zien. We wilden vanmorgen vetrekken, maar het mist net als vorig jaar toen we weggingen. De natuur waarschuwt ons, haha.

Na de aanzwelling van de berichtgeving over het nieuwe corona-virus hebben we gisteren besloten toch maar voorlopig in Hoorn te blijven liggen. De maatregelen die de landen om ons heen nemen en nog zullen nemen zijn onduidelijk. Toen we het besluit gisteren genomen hadden sloot Denemarken bijvoorbeeld al haar grenzen. Bovendien is het verstandig zo veel mogelijk contacten te vermijden. Je moet er ook niet aan denken midden in Duitsland besmet te raken.

We blijven dus voorlopig in het vetrouwde Hoorn. Ik heb nu eenmaal geleerd stil in een hoekje te gaan zitten als er gevaar dreigt en te wachten tot het gevaar geweken is. Kan ik wellicht nog wat foto’s van de stad maken.

Rode Steen.02.2020.Hoorn
De Rode Steen in Hoorn zoals ik die zie. Zonder rotzooi van opgeslagen terrasmeubilair, parasols en reclame en met toevoeging van een nieuw gebouw op de plek waar in de middeleeuwen het stadhuis van Hoorn stond. Zo staan de Waag en het voormalige Statencollege waarin nu het Westfries museum is gehuisvest, weer mooi in evenwicht op het plein.

Hoorn – Lindesnes

Onze bestemming is deze zomer de zuid-oostkust van Noorwegen. Deze Noorse Riviera bereiken we via de Rijn, de Duitse Kanalen, het Noord-Oostzeekanaal, Denemarken en Zweden. We moeten dus weer heel wat gastenvlaggetjes mee. Die van Noorwegen is nieuw.

We hebben de winter, als je daarvan spreken mag, hier in Hoorn goed doorgebracht. Alhoewel het vaker waaide dan gewoonlijk. Wellicht volgend jaar maar eens een andere winterhaven kiezen. Tiberius is in ieder geval door Nikos, onze Hoornse scheepsmonteur, weer helemaal op en top gemaakt. Tiberius kan er weer tegen.

We liggen komende week nog in Hoorn om hier de laatste klussen af te ronden. Daarna komen we twee weken naar Amersfoort. En vanaf 1 april gaan we op reis. Jullie kunnen ons, als je dat leuk vindt, weer zoals gewoonlijk via ons blog volgen: Tiberius.blog

Routekaart 2020 Hoorn-Lindesnes

Weer thuis

Hooglandse Kerk vanaf de Burcht in Leiden

We zijn weer thuis. Of zo voelt het. Gisteren kwamen we in Leiden aan. De geboortestad van Ria en een stad waar ik ook veel voetstappen heb liggen. Vandaag al een rondje gelopen. Via de Oude Rijn, waar Ria haar ouderlijk huis en kleuterschool staat, via de Hooglandse Kerkgracht naar de Burcht met uitzicht over de stad. En door via de Aalmarkt en het Pieterskerkhof even gluren in de Hortus waar Ria a.s. donderdag een korte lezing voor een besloten club houdt. We beschouwen Leiden voorlopig als het eindpunt van onze reis dit jaar. Dit is dus ook het laatste blog dat we dit jaar schrijven. Hierna tutten we nog wat in Nederland; moeten nog in Baarn op de kant voor wat schilderwerk, waarna we proberen half oktober weer in Hoorn te liggen om te overwinteren.

We kijken terug op een mooie reis van 4 maanden waarbij het niet altijd de bedoeling was alsmaar door te gaan, maar ook eens een weekje te blijven liggen. We hebben 2.500 km gevaren met een gemiddelde van 10 km per uur. Dat betekent dus totaal 250 uur achter het stuurwiel. Uitgesmeerd over 17 weken is dat zowat 15 uur per week. Niet weinig, maar ook niet te gek. We hebben de plekken op onze reis niet alleen maar even aangeraakt en bezocht, maar er ook tijdelijk gewoond. Ons gevoel bij terugkomst in Nederland was echter weer als altijd. Namelijk dat we van dit landje toch het meeste houden. En niet alleen omdat we het kennen en er geboren zijn, maar ook omdat we het oprecht veelzijdiger en mooier vinden dan de ons omringende landen. We hebben dit jaar op onze hele reis niet zo veel vogels gezien dan langs de Nederrijn en de Lek.

Pontje over de Nederrijn vlak bij Rhenen.
Wadende koeien tussen de kieviten, ganzen en aalscholvers langs de Lek.
Achter de Sint-Jan in Gouda.

En natuurlijk kunnen de Duitse kanalen en Hanzesteden niet tippen aan het Nederlandse cultuurlandschap met zijn prachtige steden, pittoreske dorpen en het weidse rivierenland. Maar dat kun je alleen maar zeggen als je voor langere tijd bent weg geweest.

Is dat dan alleen maar een bevestiging van dat we eigenlijk helemaal niet weg hadden hoeven gaan? Nee natuurlijk niet. We hebben genoten van onze reis door de kanalen tot aan Berlijn en het prachtige uitgestrekte merenlandschap rond de Havel. Ons bezoek aan Brandenburg en Potsdam. De reis over de Oder tot aan Szczecin in Polen. En natuurlijk weer de aangename verrassing van het groen-blauwe heldere water van de Oostzee waar je nooit op uitgekeken raakt. En te merken hoe verschillend de Duitse Hanzesteden zijn: Stralsund, Rostock, Wismar en Lübeck. Door langzaam door dat andere cultuurlandschap te varen ervaar je het ook echt. Je moet moeite doen om er te komen en ook weer terug te gaan. Door langzamer te bewegen ervaar je meer. Dat is de waarde van het reizen per schip.

We zullen komende winter weer eens rustig nadenken over het volgend jaar. Blijven we toch een keer in Nederland? Of kunnen we het niet laten en gaan we via de Rijn en de Donau naar Boedapest? Wellicht gaan we weer over de Oostzee, maar nu naar Oslo. We weten het nog niet. Hebben ook weer een hele winter om daar over na te denken en te mijmeren. Voorlopig zijn we hier om iedereen weer eens te zien. Dat is ook weer extra leuk!

Münster, Rijn en Nederrijn

Münster

Vanaf het Mittellandkanaal is het niet ver naar Münster. We dachten er zondag 18 augustus vanuit Steinbeck in een paar uurtjes te zijn. Niets was minder waar. Zodra we het Dortmund-Eemskanaal op voeren, zaten we achter twee langzame binnenvaarschippers. Dus moesten we met krap 9 kilometer per uur tevreden zijn. Ik heb halverwege Tiberius nog even de sporen gegeven om een van de langzaamste schippers voorbij te gaan. Maar bij sluis Münster moesten we alletwee de schepen weer voor laten gaan en anderhalfuur wachten tot de sluismeester zo goed was het licht voor ons op groen te zetten, nadat hij een uur eerder al verlekkerend de sluisdeur voor ons had open gezet. Omdat Geer en Aniet dinsdag aan boord komen gebruiken we maandag om schoon schip te maken en boodschappen te doen. Ze zijn de volgende dag op tijd voor de lunch en we praten tijdens een broodje en koffie bij, waarna we de stad verkennen en aan het eind van de dag in Das Altes Gasthaus een lekkere Duitse stoofpot eten.

Van Münster naar de Rijn

Op woensdagochtend maken we vroeg los en varen in een paar uurtjes naar het Wesel-Dattelnkanaal. Onderweg wisselt Geer Aad af, kan Aad lekker op het voordek navelstaren en een filmpje maken van het voorbij trekkende landschap en de verrichtingen aan boord. Halverwege onze route naar Datteln zoeken we onderweg een plekje voor de lunch en twee uur later meren we om 15.30 uur af in Datteln. De volgende dag doen we een stuk van het Wesel-Dattelnkanaal. In dit kanaal hebben we zes sluizen en zakken totaal ruim 40 meter. Voor Aniet en Geer een hele belevenis om zo de wanden naast je steeds hoger te zien worden. Ze zijn samen de hulpmatrozen voor Ria. Kunnen ze zo mooi de stootwillen in de gaten houden in de sluizen met stalen damwanden. Direct na sluis Dorsten, meren we af aan de kade. Liggen vlak naast de warme bakker, waar de volgende ochtend frische Brötchen voor het ontbijt worden gehaald. We bekijken het plaatsje en laten ons op een terrasje zakken voor een Weizen-bier. De volgende dag nog twee sluizen te gaan en daarna zijn we zomaar op de Rijn. Dat is wel andere koek: heel veel vrachtverkeer. We meren aan in de jachthaven van Wesel, daar hebben we elf jaar geleden ook met onze ONJ gelegen. Ik herinner me dat het enige geluid wat we hoorden dat van de zweefvliegtuigen was die vlak boven je hoofd zoemden. Nu is er wel het een en ander veranderd, nu volgen de gyrocopter en sportvliegtuigen met veel kabaal vlak over ons hoofd. Niemand keek er van op, in de jachthaven was men er blijkbaar wel aan gewend. Zaterdagochtend vroeg nemen Geer en Aniet de taxi naar station Wesel om met de trein terug naar de auto in Münster te gaan. Van daaruit vervolgen zij hun vakantie. We kijken terug op super-leuke dagen, met een fijn stel! Nu weer samen op pad. De eerstvolgende stop is Arnhem. Weer in Nederland! Verrassend om weer Nederlands te spreken na meer dan drie maanden. Ook weer fijn!

En als we moeten kiezen tussen de machtige Rijn in Duitsland of de lieflijke Nederrijn in Nederland dan weten we het wel. Op de echte Rijn moet je voortdurend opletten, waar je bent t.o.v. de andere scheepvaart die soms met 10 tegelijk je tegemoet stomen. Waar onder de machtige Hercules duwmachines die 6 bakken van totaal 300 meter voortstuwen, een venijnige branding van 1,5 meter achter zich latend. Of de verstilde Nederrijn op zondagmorgen, als er nog geen speedbootjes of waterscooters langs komen scheuren. Dan kun je van het puur Nederlandse landschap genieten, en met een rustig gangetje op het voordek verder varen. Fototoestel en Pilot bij de hand, alles los laten. Een plaatje schieten alsof je Potter zelf bent.

Zen en de kunst van het motoronderhoud!

Via het Schiffhebewerk Scharnebeck, het Elbe-Seitenkanaal en het Mittellandkanaal zijn we op weg naar “huis”. Als we hebben vastgemaakt op de kruising van beide kanalen bellen Marisja en Thijs. Ze zijn in Hamburg, of ze niet even langs kunnen komen. Haha. Ze kunnen rond acht uur bij ons zijn. We eten een geïmproviseerde maaltijd en kletsen bij. Ria, Thijs en Maris maken het laat. De volgende dag brengen ze de auto bij het station in Calberlah en varen twee dagen met ons mee tot Hannover.

Maris en Thijs verwonderen zich over de vele verschillende bruggen over het Mittellandkanaal. Ongeveer elke kilometer ligt er wel een. Thijs neemt het varen een stukje van me over en legt op onze tussenstop aan. We willen eten bij een uitspanning iets verderop; Thijs en ik hadden trek in echte Duitse Bratwurst. We konden echter alleen wat drinken. De tent was erg verwaarloosd en net door iemand anders over genomen.Terug op de boot maak ik samen met Thijs een lekkere spaghetti.

De volgende dag doen we de sluis Anderten. Een 18 meter diepe sluis met enkel kleine bolders in de muur. Thijs en Maris verwonderen zich over de snelheid waarmee het water zakt. Zo snel dat de twee schippers voor ons het niet bij konden houden en hun lijn bleef hangen. De voorste verspeelde zijn lijn. De achterste kon hem nog maar net los krijgen door hem met de pikhaak los te wurmen. Ons overkomt dat niet. Wij zijn goed op elkaar ingespeeld. In Hannover nemen Thijs en Maris de volgende dag de trein terug. Wij gaan om het hoekje op het Stichkanaal liggen voor een rustige overnachting.

Nadat we in Minden hebben overnacht gaan we door naar Bad Essen. Dat vinden we zo’n leuke plaats. Sinds 1902 mag Essen als een officieel kuuroord de titel “Bad” dragen vanwege de aanwezigheid van geneeskrachtige bronnen. Maar………de tocht verloopt zeker niet vlekkenloos. Onderweg begint het instrumentenpaneel van Tiberius te gillen. De motor is oververhit. We leggen de boot stil en doen het luik open om het waterfilter te wisselen. Dat mag echter niet meer helpen. Er zit niets anders op dan de motor uit te zetten en af te laten koelen en af te wachten. Ik vraag via de marifoon aan de schippers om rustig aan te doen: als een schip van 85 meter langs komt lig je zomaar 10 meter verderop door de zuiging. Uiteindelijk komt een aardig Duits stel in een kruiser langs dat ons op sleeptouw neemt. Geen gezicht, wij met onze hulpeloze grote zwarte Tiberius achter de veel kleinere witte kruiser.

Maar hij doet het goed. We worden met een gangetje van 7 kilometer per uur naar de haven van Lübbecke gesleept. Twaalf kilometer verderop. Onderweg passeren nog enkele grote bakken, maar dat gaat goed. We houden ons hart vast voor de aankomst. Hoe gaat de schipper dat doen. Hij stuurt langzaam het haventje in en zoekt een plek langs een lang steiger, midden in de haven. Hij houdt er echter geen rekening mee dat 30 ton niet zomaar stil ligt. Ik probeer de vaart er uit te halen door Tiberius pardoes tegen het steiger te varen. Ria heeft een lijn op de middenbolder vastgemaakt die ze met een goede worp om de aanwezige stalen meerpaal werpt. Tiberius komt schrapend, net voor de kruiser tot stilstand. Van de weeromstuit weet de schippersvrouw voor ons niet meer hoe ze een lijn vast moet maken. Ze staat te trillen op haar benen. Ik haal de bagger uit het filter en probeer de motor. Hij spuit weer water. De volgende keer vaker controleren stommerd! We houden er een dikke kras op de romp aan over. Als we van het aardige al wat oudere duitse stel afscheid hebben genomen, vervolgen we onze weg naar Bad Essen.

Heftig Hamburg

Omdat we niet verder kunnen door de stremming van het Schiffhebewerk bij Scharnebeck, hebben we besloten een paar dagen naar Hamburg te gaan. Die stad staat toch al langer op ons verlanglijstje. Tot 15.00 uur hebben we de stroom op de Elbe mee en vertrekken dus op tijd, samen met een Deens echtpaar dat naast ons in Lauenburg ligt. De sluis bij Geesthacht schut ons snel en rond de middag zijn we al in de City Sporthafen Hamburg, midden in de stad. We liggen direct onder de bekende Elbphilharmonie. Drommen mensen kijken vanaf het balkon naar beneden over de Elbe. Want dat moet je doen als je Hamburg bezoekt, zo staat in de boekjes. De prachtige nieuwe verhoogde boulevard loopt direct langs de haven. Eigenlijk dachten we in een dito prachtige haven te zullen liggen. Zo leuk, een beetje lux voor een paar dagen grote stad. Niets is minder waar, een nog oude soort werkhaven was ons plekje. Daar, waar de rondvaartboten met een rotvaart langs denderen. Verder liggen de cruise- en containerschepen aangemeerd. Een ponton naast ons geeft plek aan grote rondvaartboten waarvan twee van die afschuwelijke zogenaamde Mississippi radarboten. Met van die uit elkaar gespatte schoorstenen bovenop en witte truttige balkonhekjes rondom. ‘s Avonds, als ze met veel gekreun zijn aangemeerd worden ze als een kerstboom fel verlicht met blauwe ledlampjes. We hebben dus een paar dagen flink klotsend in een soort bordeel gelegen. Maar de stad zelf is prachtig. Een beetje Amsterdam, maar ook vooral Rotterdam. Aan de Elbe een gigantische werkhaven, van binnen een booming-city. Voor een paar dagen te voet is Hamburg eigenlijk te groot. Misschien nog eens terug, maar dan in een hotelletje. Dan moeten we wel een jaartje van te voren boeken, want blijkbaar zijn de concerten in de Elbphilharmonie al voor een jaar uitverkocht.

Na een dutje lopen we de historische Speicherstadt in. Het is een complex van pakhuizen dat op een reeks eilandjes in de rivierbedding van de Elbe is gebouwd. De eerste magazijnen, werden al in 1888 in gebruik genomen. Om ruimte voor de pakhuizen in de vrijzone van de haven te creëren werd in 1883 de hele Hamburgse wijk Kehrwieder ontruimd. Daarbij moesten niet minder dan 20.000 inwoners verhuizen. De Speicherstadt bestaat uit 15 grote magazijnblokken met zes aangrenzende gebouwen en een tussenliggend netwerk van korte kanalen met eb en vloed, waar de te beladen schepen konden aanmeren. Op oude foto’s liggen de platbodems mannetje aan mannetje op de slikkige oever.

Aan het eind van de dag eten we bij een Italiaan die zegt goed voor Ria haar dieet te zorgen, maar dat niet gedaan blijkt te hebben als Ria in de loop van de avond heftig ziek wordt. Dinsdag, wanneer we een groene route lopen en ook de voormalige Botanische tuin bezoeken, komen we bij een medisch centrum een goede glutenvrije banketbakker tegen. Ria koopt een brood en eet een taartje. Dat maakt weer veel goed. Woensdag blijft Ria op de boot. Ze heeft zere knieën en last van een wespensteek. Ik loop nog een keer door het nieuw ontwikkelde havenkwartier en de Speicherstadt. Onder andere om mijn bestaande groothoeklens te proberen. Conclusie is dat de oude Sigma 10-20mm het in prestatie lang niet haalt bij mijn nieuwe Nikon lens op de Z6……

Het is nu 11.40 uur en we zijn bij kilometerrai 577. Naderen het begin van het Elbe-Seitenkanaal. Maar gaan nog even door naar Lauenburg. Morgen zakken we af naar het zuiden, naar het Schiffhebewerk Scharnebeck, richting het Mittellandkanaal, op weg naar “huis”.

Elbe-Lübeck kanaal

We varen in een ruk het Elbe-Lübeck kanaal af naar Lauenburg op de hoek van de Elbe. Het kanaal heeft wel iets Vecht-achtigs met de vele kronkels en het prachtige golvende groene landschap waar we door varen. We vertrekken vroeg om 8.30 uur. Het eerste stuk stijgt redelijk snel, elke 5 kilometer hebben we een sluis. Bij de eerste sluis liggen al 3 schepen te wachten. We sluiten met nog een schip aan en het licht springt op groen. Zo varen we het eerste stuk van het kanaal in colonne met een vaartje van 10 kilometer. Ria leert Rutger met de fenders en de lijnen om te gaan. Hij leert snel. Na twee sluizen hebben we er een matroos bij. Dat scheelt Ria werk! Na Mölln hebben we nog 20 kilometer voor de boeg en twee sluizen omlaag met een groot verval. We denken op tijd in de haven te zijn maar bij de eerste sluis moeten we 1,5 uur wachten omdat er gebrek aan water is. Dat is vroeg dit jaar. De laatste sluis bij Lauenburg doen we tegen 6 uur en we leggen aan in de haven.

De havenmeester komt met een vervelende mededeling: het Schiffhebewerk Lüneburg, aan het begin van het Elbe- Seitenkanaal is gestremd. Het water op de Elbe is een halve meter verlaagd omdat er verderop reparatiewerkzaamheden aan een van de sperrwerken in de Elbe nodig zijn. Door de waterstandverlaging kan de scheepslift niet werken. We liggen dus vast in Lauenburg. Via de Elbe en buitenom is voor ons geen optie. Er zit niets anders op dan te wachten. We verkennen zaterdag de mooie oude benedenstad van Lauenburg.

We doen op zaterdag boodschappen en verkennen Lauenburg.
Kerkplein van Lauenburg.

Dat is vette pech voor Rutger die zich erg heeft verheugd om in het Schiffhebewerk 37 meter omhoog te worden getakeld! Nu we niet weten hoe lang we moeten wachten en Rutger een beetje moe wordt is het beter dat hij opgehaald wordt. Morgen komt Thomas hem halen. Wel jammer. We hadden best nog graag een stuk met onze extra matroos willen varen.

Lübeck

Aad en ik liggen voor de derde keer in Lübeck, maar deze keer is het wel heel anders. We krijgen direct de eerste avond na aankomst bezoek. Thomas en Marja komen met de kinderen net met de ferry terug uit Denemarken. Ze vinden het leuk om even langs te komen. Ik maak een supergrote pan nasi, bak eieren en bananen en we smikkelen met z’n allen aan boord. Rutger wil weleens blijven logeren. Hij is ondertussen vaak op de boot geweest, maar heeft nog nooit meegevaren. Leuk! Dat gaan we doen. We blijven eerst een paar dagen in Lübeck, want dat was ons plan. Daarna vertrekken we richting het zuiden en kan Rutger mooi zien hoe Tiberius vaart.

Aankomst in de haven van Lübeck.

Rutger en ik gaan samen op pad in de stad. Aad blijft op de boot. Eerst hebben we de huisjes van de bruggewachters bewonderd en de prachtige stalen bruggen. Rutger vindt de bruggen niet bijzonder. Daarna bezoeken we het Europese Hanzemuseum. Leuk, het museum ligt helemaal onder de grond en Rutger loopt van het ene interactieve stukje naar het volgende. Wel leuk om te zien, ik ben dat helemaal niet meer gewend. Hij vindt vooral de historische markt die is ingericht erg leuk. Hier kun je zien wat voor spullen de boten allemaal vervoerden en verhandelden. We zagen: kaneel, luizen, paarden, huiden, citroenen, suiker, zout, etc. Teveel om op te noemen. Ook de wand met een supergrote maquette van Londen vond hij interessant. Poep! Grapje van Rutger. We hebben naar Smikkelkaas op de I-pad gekeken. Een grappig kinderfilmpje op You-tube. Dan weet je het wel. Tiberius is opeens een boot met veel beweging en grapjes.

Entreeplein Europese Hazemuseum.
Op woensdagavond onweer in de haven van Lübeck.

Samen, Rutger en ik, doen we boodschappen en lopen naar de Untertrave. Aan de Untertrave ligt een mooi gedeelte van de stad. Tussen en achter de grotere huizen zijn verspreid in dit gebied, voor de arbeiders die de stad overvolkte, meer dan 50 kleine, lage steegjes gemaakt. Als je daar doorheen loopt kom je op binnenterreintjes met kleine huisjes. Overal is het stil en groeien bomen en bloemen. Erg mooi. We bezoeken de Dom, en bewonderen het interieur. De organist is aan het oefenen op het moderne orgel, om drie uur is er een concert voor groot en klein. Rutger kijkt naar mij alsof hij water ziet branden, een concert? Nee, daar heeft hij geen trek in. Poep! Hij steekt een kaarsje op, zoals Aad en ik ook altijd doen. Op straat laat Rutger zich verrassen door het water.

Vanavond gaan we met z’n drietjes gezellig naar Da Luigi. Vorig jaar aten we hier een paar keer in een prachtig oud pand in de Fischergrube. Dan slaan we ook nog wat provisie in, zodat we morgen niet nog naar een winkel hoeven wanneer we aan het varen zijn.