“Tiberius en de kunst van het ankeren”

 

Het is donderdag 12 juli. Gisteren hebben we gehoord dat we op 6 augustus in Loftahammar, aan de westkust, terecht kunnen om de stabelisers in te laten bouwen. Dat is een grote opluchting. We zijn al een maand aan het wachten wanneer en waar het zou kunnen gebeuren. Het adres op Ökerö, dicht bij Gotenburg zagen we al niet zitten omdat die werf traag reageert en zo te zien niet op onze klus zit te wachten. Deze nieuwe oplossing is veel aantrekkelijker. We hebben dan al stabelisers in Zweden en kunnen via de oostkust van Zweden terug. Alhoewel de planning was dat we door het Götakanaal zouden gaan, hebben we daar nu steeds minder zin in. Hebben al genoeg indrukken opgedaan.

“Tiberius en de kunst van het ankeren”. We hebben de smaak van het ankeren te pakken. Maar het valt niet altijd mee. Tiberius is zwaar en heeft een vollekop waardoor er veel druk op het anker komt. We merken dat het anker op de rotsige bodem daarom snel de neiging heeft tot slepen. Ik trek me daar niet zo veel van aan en wacht wel totdat het echt niet meer gaat. Ria is daar minder flexibel in en kan er niet tegen als de boot een klein beetje verplaatst. Vooral als de ankerketting, door het zwaaien tegen de ankerplaat knerpt. Een nacht heeft Ria haast doorwaakt doorgebracht omdat ze steeds de indruk had dat we verplaatsten (En dat deden we ook). Ik heb daarentegen een aantal uurtjes lekker liggen snurken.

Als we goed liggen dan is de beloning echter groot. Zo los van alles in het water te drijven. Je een beetje heen en weer te laten wiegen op de zachte bries. Te zien hoe de avond tergend langzaam over gaat in de schemering. De wind afneemt. Het water, als een spiegel, de prachtige kleuren van de hemel aanneemt. De rotsen op de kant verkleuren van donkerbruin naar zwart. Dan weet je waarom je ankert. Zou je van zijn levensdagen niet in een haven willen liggen.

 

Ankeren

Zonsondergang op Grinda

6 juli.  Langzaam wordt het wat drukker op het water. Zeker in de havens. De vakanties zijn begonnen. Leuk dat er nu ook kinderen zijn. Dat maakt alles een stuk sprankelender. We hebben prachtig weer, met mooie uitzichten op het water en de eilanden. En de zonsondergangen niet te vergeten: geweldig mooi. 

Ankeren. Voor het eerst ankeren we de hele dag en nacht! Liggen naast het eiland Gallnö in een rustige baai. Genieten hier. Wat een rust! Hadden we veel eerder moeten doen. We hebben in gesprek met Jan en Grietje meer vertrouwen in het ankeren gekregen. Ze hebben ons een aantal plekken in de buurt aangewezen. Op een er van liggen we nu. Jan en Grietje kwamen met hun zeilboot Ahora op Grinda langszij. Een aantal jaren geleden hebben we ze hier in Zweden ontmoet. Met koffie, een wijntje, een etentje praten we bij. Lieve mensen.  

Grinda. Toen de macht in de 17e eeuw in Stockholm werd gecentraliseerd, gaf de koning veel landbouwgrond aan de adel. Tijdens de 18e eeuw had de boerderij op Grinda verschillende eigenaren uit welgestelde kringen. Pas in 1802  werd ze aan de boeren van de archipel teruggegeven. Een eeuw later werd het erg populair om je eigen zomerplek in de archipel te bouwen. De eerste directeur van de Nobel Foundation, Henrik Santesson, kocht Grinda in 1906 en bouwde wat nu het restaurant en hotel Grinda Värdshus is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de archipel ook voor het grote publiek toegankelijk. De stad Stockholm bouwde de eerste huizen op Grinda om te verhuren. Nu is Grinda een bestemming ook voor dagjesmensen. Je vaart er met de ferry in een uurtje heen.

Sandhamn

29 juni Vanuit Norrtälje doorkruisen we van noord naar zuid de scheren.  Door de 20 kilometer lange Norrtäljeviken zijn we eerst naar Gräddö afgezakt. Na een paar dagen zoeken we een oude plek op Fejan waar we 9 jaar geleden een paar dagen gelegen hebben. Aan het eind van de 19e eeuw werd hier een quarantainestation ingericht om de laatste gevallen van cholera in Zweden te stoppen. Het gebouw is er nog steeds. Maar vanuit het water zien we dat de hele locatie op de schop genomen wordt. Nu dus geen leuke plek om te liggen.

Na nog even een ankerplek geprobeerd te hebben stomen we naar Blidö. Een lang eiland dat vroeger uit vier kleine eilanden bestond. We genieten van het eiland en van de stille zonsondergangen. Bij een van onze fietstochtjes bezichtigen we het houten kerkje met klokkentoren. We worden er elke keer stil van als we de kleine Zweedse en Deense kerkjes bezoeken. Ze zijn zo prachtig licht en kleurrijk ingericht zijn. Meestal branden we kaarsjes voor de kinderen. Nu ook weer.

Als we verder de scheren in varen wordt het alsmaar mooier en stiller. De beboste eilanden gaan over in in de outer archipelago, met kale rotsen en zwerfstenen her en der, die nog net het zicht op de Oostzee beperken. Het licht is prachtig. Via de ankerplek het Paradiset varen we verder naar Möja waar we een haven zoeken. Maar dat valt tegen. Met de ONJ hebben we in drie havens op dit eiland gelegen. Met Tiberius lukt geen van de havens. Gewoon te groot. Wat we ook proberen. Later horen we op Sandhamn, waar we naar uitgeweken zijn, dat je met schepen groter dan 40 voet moeilijk in de havens in de archipel terecht kunt. Dat blijkt dus. Sandhamn is echter leuk. Het is een drukte van jewelste. We varen met een bootje van de SSS naar de overzijde. Het voor ons bekende eiland Lökholmen, dat lijkt op een grote Japanse tuin. Sandhamn, een voormalige Tolpost, is toeristisch maar nu nog redelijk rustig zo vlak voor het seizoen. De houten huizen op het eiland staan in een losse dorpse ordening direct op het zand. Auto’s komen hier niet.

Vanmiddag meerde met veel kabaal een 23 meter lange klassieke Benetti uit 1966 naast ons aan. Als we internet onderzoeken blijkt het schip van Prins Reinier van Monaco te zijn geweest. We hadden het schip al in Stockholm aan de Strandvägen gezien. We keken onze ogen uit. Komt de schipper met zijn vrouw naar ons toe om te vertellen dat wij zo’n mooie boot hebben! Ze waren onder de indruk van de ruimte en de prachtige afwerking. Complimenten nogmaals voor Pollard dus, die het schip zo mooi gebouwd heeft!

IMG_8420

 

“Midzomer” in Norrtälje

Smalle sund op weg naar de scheren21 juni We liggen in Norrtälje. Om dezelfde reden als 9 jaar geleden. Omdat het slecht weer is en de scheren nu minder aantrekkelijk zijn. Met dit druilerige weer zie je niks. Bestaan de scheren enkel uit vage contouren. Zo voelen we ons ook een beetje. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de stabilisatoren begin juli in Västervik ingebouwd zouden worden, en daardoor konden we nog maar kort in de scheren liggen. Het inbouwen is echter uitgesteld tot half augustus, wanneer we in Götenburg zijn aangekomen. Natuurlijk fijn dat we daarom wel drie weken van de scheren kunnen genieten. Maar daar moeten we wel even aan wennen.

Stockholm is het hoogtepunt van onze reis. De week daar was prachtig. Maar ook de scheren staan op ons verlanglijstje. We vinden onze draai echter nog niet. Zijn nog een beetje op zoek. Misschien is het ook omdat we al twee en een halve maand op reis zijn en onze bestemming hebben bereikt. Of komt het omdat het nu Hollands weer is en we de afgelopen 2 maanden prachtig zonnig weer hebben gehad. We weten het niet. Misschien komt het ook wel doordat we ons een olifant voelen als we, met Tiberius, in weer een kleine haven een ligplaats proberen te vinden. Iedereen vindt onze boot apart en mooi. Maar hij is in de scheren ook wel groot. Met de ONJ pasten we perfect. Nu moeten we naar een plekje zoeken. En dan doet het hekanker het ook nog niet. En die is wel cruciaal om aan de scheren aan te kunnen leggen. Kortom we moeten een nieuwe modus vinden. Wellicht even tot rust komen.

Vanuit Stockholm zijn we naar Saltsjöbaden gegaan om af te wachten wanneer de stabilisatoren zouden worden geplaatst. Nu dat niet nodig is gaan we noordwaarts. Eerst naar Bullando omdat dat een beschutte plek is. Daar werden we met aanmeren geholpen door de haveneigenaar Mats en zijn dochter. Bullando is de grootste jachthaven van Stockholm. Mats vertelde over plekken in de scheren die bijzonder zijn. Onder andere over Arholma dat je daar goed het midzomernachtfeest kunt vieren. Bij nader inzien was de haven voor onze boot niet geschikt dus zijn we naar Norrtälje uitgeweken. Blijven hier een paar dagen. Want Norrtälje is een leuke stad. Daarna kijken we wat ons programma voor de komende weken wordt.

Varen langs de route die de grote schepen gaan

Hoe veel Stockholm wil je hebben

Meer stad dan hier kun je niet krijgen. Zo dicht als de Gamla Stan is. Het licht, in de smalle straten tegen de gele en okerkleurige panden, is betoverend . Soms een doorkijkje naar buiten. Daar tegenover de geweldige ruimte in de stad over het water, tussen de eilanden langs Strandvägen en vanaf de Wasa-haven waar we liggen. Je hoeft eigenlijk niet eens de stad in. Vanuit de kuip ervaren we het waterleven volop. Vier keer op een dag komen er twee grote ferry’s richting de Stockholmse Skärgården. We stuiteren dan heen en weer met de boot. Maar ook heel veel rondvaartboten en pondjes varen af en aan. Het krioelt van de schepen groot en klein. In de verte liggen de grote Ferry’s en Cruiseschepen naar Finland en Mariehamn. ’s Avonds als we in de kuip eten genieten we er van.

Stockholm wordt lustig verbouwd. Zowel bij de waterwegen-knoop Slussen, als het grote winkelcentrum Gallerian staan veel bouwkranen die het stadsbeeld vervuilen. Bij drie musea stoten we onze neus omdat ze bezig zijn de tentoonstelling te wijzigen. Het Nationalmuseum wordt al 5 jaar verbouwd. Gelukkig is het Fotografiska Museum geopend en laat de Extraordinary World of Christian Tagliavini zien:

  • Sinds het begin van zijn carrière is de Zwitsers-Italiaanse fotograaf Christian Tagliavini gefascineerd door mise-enscène fotografie en renaissanceportretten. Verwijzend naar de schilderstijl van de oude meesters, ademen zijn zorgvuldig gefotografeerde fotoportretten de waardigheid en kalmte uit van de 15e en 16e-eeuwse hoofse cultuur. In zijn proces gaat Tagliavini nog een stapje verder dan het
    renaissance-kunstenaarsideaal en presenteert hij zichzelf als een fotografische vakman die elk van zijn kostuums en rekwisieten met de hand ontwerpt. Bijzonder uitgebreid is het werk aan zijn meest uitgebreide reeks tot nu toe, Voyages Extraordinaires, waarvoor Tagliavini hele scènes construeerde, geïnspireerd door de romans van Jules Vernes.

Maar we gaan ook naar de Thielska Galleriet met werk van o.a. Zorn en naar Waldermarsudde met werk van Prins Eugèn. Deze musea en het werk wat er hangt  stralen een overdadige Scandinavische rust uit.

Verder dwalen we veel door de stad en gaan op onze Brompton vouwfietsjes of nemen die een stuk mee in de T-banen als het te ver is. Zo zijn we in de Stockholmse Hortus geweest, op zoek naar Chinese kruiden voor Ria. Maar ook door het groene Djurgården en het chique Östermalm waar alle duren merken staan uitgestald en natuurlijk te koop zijn.

 

Christian tagliavini 01