Vanuit de kuip: De door Cuijpers (die van het Rijksmuseum) gerestaureerde O.L.V. Munsterkerk in Roermond. Rechts de latere bebouwing met poort in mergelsteen, rond de Abdijhof, ontworpen door jongere familieleden van Cuijpers senior.
We hebben niet veel lol gehad van de dure ligplaatsen in jachthaven Nautilus in Roermond. Het was, vooral in het weekend, nogal een rumoerige haven. De uitbater van het restaurant/cafe naast de haven hield er van tot ’s avonds laat volksmuziek op het terras te draaien, waar dan ook prompt rumoerig en gillend publiek met een zelfde interresse op af kwam. Bovendien kon ik me alleen op de dag dat we aankwamen nog door de stad slepen. Diezelfde avond sloeg de vermoeidheid en het gesnotter definitief toe. Na drie dagen door Ria verwend te zijn en een sneltest te doen die gelukkig negatief uitviel, nam Ria het stokje over. Maar niet voordat ze nog voor een week boodschappen had ingeslagen en we waren verkast naar een stil eilandje in een van de plassen bij de stad. Ik was toen net beter genoeg en Ria nog niet ziek genoeg om toch verantwoord Tiberius te verplaatsen. Daar werkte Ria het zelfde griepgerelateerde ritueel af. Nu had ik de beurt Ria van alles te voorzien waar zij behoefte aan had. Zoals uitgeperste sinaasappeltjes en versterkende kippenboulion.
Om ons verblijf toch nog enigzins te documenteren heb ik regelmatig ons uitzicht vanuit de kuip gefotografeerd wat resulteerde in bijgaande van de vroege morgen tot de late avond gefotografeerde stads-silhouetten van Roermond.
Vandaag hebben we ons eiland verlaten en zijn de Maas weer opgevaren tot aan Kessel. We hebben vanmiddag voorzichtig weer ons eerste wandelingetje gemaakt wat Ria niet meeviel. Morgen zien we wel verder.
Vanuit de Kuip: Markt van Maastricht met het stadhuis en afgezoomd met typische Maastrichtse architectuur in Franse en Maaslandse stijl. Gezien vanaf het standbeeld van Minckelers waarvan gezegd wordt dat hij het gaslicht heeft uitgevonden.
Al weer ruim een week geleden zijn we vanuit de plassen bij Roermond een klein stukje verder de Maas opgevaren naar Maasbracht. Een gekke plek aan het begin van het Julianakanaal. Maasbracht is nauw met de Maas verbonden. Vanaf 1860 was de Maas ten zuiden van Venlo niet bevaarbaar, omdat België veel water onttrok om dat via kanalen naar de Kempen te laten stromen. Stroomopwaarts was de Maas nog een onbetrouwbare regenrivier. Hierdoor was het gunstig om na verbetering van de Maas tussen Venlo en Maasbracht, in Maasbracht een overslaghaven te realiseren, waarbij steenkool uit de mijnstreek het belangrijkste overslaggoed was. In 1934 kwam het Julianakanaal gereed waardoor je verder de Maas op kon varen naar Maastricht en België. Maasbracht wordt mede daardoor ook door veel binnenvaartschippers gekozen als zogenaamde “thuishaven”, om een vast adres aan wal te hebben. En dat is te zien aan de tientallen schepen die hier samen met ons liggen.
Een dag later gaan we via de grote grote sluizen met drijvende bolders van Maasbracht het Julianakanaal op richting Maastricht. We hebben geen tegenstroom meer omdat het water via de parallel lopende Maas wordt afgevoerd. Dat kunnen we merken aan de vele drijvende brokstukken, restanten van de bizarre overstroming in juli. Tegengehouden door de keersluis en het afvoerkanaal bij Limmen daar waar het Julianakanaal uitkomt in de Maas. We moeten werkelijk tussen de brokstukken door laveren. De deuren van de sluis naar het Bassin gaan niet helemaal open omdat er brokstukken achter de deuren blijven hangen. Ook in het Bassin, waar we de komende week blijven liggen vinden we nog veel rotzooi, die we gedurende de week uit het water vissen. Gisteren is de verzamelde stapel hout door een man met een trekker en een kar meegenomen. Een hele kar vol!
Ria houdt Tiberius stevig vast in een van de sluizen in het Julianakanaal. Achter zie je het hoogteverschil, 12,5 meter, dat we al overbrugd hebben.
Het is even wennen in het Bassin. We kennen deze Maastrichtse stadshaven nog van 15 jaar geleden toen we met onze ONJ 10.20 vanuit Frankrijk hier een paar nachten bleven liggen. Toen bruiste de de haven van het plezier. Veel terrasjes en de haven lag tjokvol. Nu zijn de terrassen leeg en woont de nieuwe havenmeester in een oude boot aan het begin van de haven. Pas in de avond komt er wat leven in de brouwerij.
Maar het is wel een prachtige uitvalsbasis om Maastricht te verkennen. Maastricht is, na Amsterdam, de aan monumenten rijkste gemeente van Nederland. Bovendien bruist Maastricht van energie. De zichtbare historie van de stad komt onder meer tot uitdrukking in imposante voorbeelden van kerkelijke bouwkunst uit de Middeleeuwen, rijen van solide in Maaslandse en Franse stijl gebouwde huizen uit de 17e en 18e eeuw. En in de Maasbrug die met haar ritmisch lijnenspel Maastricht en Wijck tot een dubbelstad verbindt. En last but not least een rijke schakering van verdedigingswerken vanaf de Gallo-Romeinse tijd tot diep in de 19e eeuw, toen men na de opheffing van de vesting in 1867 het grootste gedeelte van de muren, poorten, torens en buitenwerken overijld en onbezonnen heeft gesloopt.
Een deel van de middeleeuwse muren en de machtige St. Servaas Basiliek.
Ria in het Bonnefantenmuseum en op de voetgangersbrug over de Maas naar Wyck.
Rijen van solide in Maaslandse en Franse stijl gebouwde huizen.
We dwalen veel door de stad, brengen een bezoek aan het Bonnefantenmuseum en laten ons het eten in een van de vele kleine stadsrestaurants in de smalle straatjes goed smaken. Op winkeltijden vermijden we de winkelstraten omdat die dan vol zijn met dagjesmensen. Het Vrijthof is niet zo mooi meer omdat de terrassen veel meer van het plein in bezit hebben genomen. Het typische Maastrichtse pad tussen de terrassen door is dicht gezet en we lopen over straat. De stoelen van de terrassen zijn, nu in Coronatijd verder van elkaar gezet tot ver op het plein. Het is maar de vraag of de stad de oude discipline die er daarvoor heerste weer terug krijgt. Als de horecaondernemers gewend zijn aan meer ruimte dan moet je je best doen om die weer terug te krijgen. Bovendien is het maar de vraag of we na Corona weer dichter op elkaar willen zitten…
Ondertussen maak ik vroeg in de ochtend foto’s van de stad, op zoek naar een lokatie waar ik weer een schets kan maken. Ik maak veel foto’s rond de kerken aan het Vrijthof. Alhoewel het een mooi plaatje kan worden ….. maar om nu weer kerken te gaan tekenen stuit mij tegen de borst. Misschien later nog eens.
De Basiliek van St. Servaas basiliek en de St. Janskerk aan het Vrijthof.
Uiteindelijk kies ik voor een meer stadser plaatje met meer ruimte: de Markt. Daar kun je ook beter de typische Maastrichtse architectuur rond het plein zien.
Na een laatste rondje ’s Hertogenbosch,’s avonds tussen de buien door, gaan we verder. De Zuid-Willemsvaart vonden we bij nadere bestudering niet aantrekkelijk genoeg om te varen. Te weinig aanlegplaatsen en te veel bestemd voor de beroepsaart. Bovendien komt de afspraak met Jean en Karina niet uit, dus hoeven we niet langs Veghel. We hebben daarom als alternatief, om dan via een stukje Maas stroomafwaarts, de Afgedamde Maas en het Merwedekanaal naar de ons bekende Lek te varen. Om daarna via de IJssel naar het noorden te gaan. Wel jammer. Weer het noorden…… Dus toen ik de Maas opdraaide begon het te kriebelen en ben ik omgedraaid om tegen de stroom in de Maas juist op te varen. Naar het zuiden. Want de Maas is, ondanks haar nukkige karakter, wel de mooiste rivier van het land. Ria moet even slikken, zomaar het plan veranderen en dát zonder overleg. We hebben gemiddeld 1,5 kilometer stroom tegen. Afhankelijk van de binnen- of de buitenbocht en of we dichtbij of juist ver van de sluis zijn, is de tegenstroom soms sterker en soms zwakker.
De eerste dag varen we naar het ons bekende Batenburg. Een stadje met een roemruchtig verleden. De overblijfselen van het kasteel getuigen daarvan. We wandelen een rondje geschiedenis. Batenburg kreeg in 1349 stadsrechten. Het werd bestuurd door de machtige Heren van Batenburg, die alleen aan de Duitse Keizer ondergeschikt waren. Het waren strenge heren voor hun onderdanen en vochten veel oorlogen uit. Hun kasteel is echter sinds de Franse tijd een ruïne. Zo zie je maar, macht is niet voor eeuwig. Bij de Munt lezen we dat Batenburg in de Middeleeuwen tot aan het begin van de 17e eeuw zijn eigen munten sloeg. Die werd echter overal in Europa nagemaakt, vanwege hun slechte kwaliteit. Daar stond tegenover dat valsemunters levend in de olie werden gekookt. Dit overkwam onder andere in 1434 de muntmeester van de heer van Batenburg.
Na twee nachten vervolgen we de Maas en kiezen een jachthaven in een dode arm van de Maas bij Boxmeer. Als tussenstop op weg naar Venlo. De Maas wordt ondertussen steeds katholieker, getuige de vele kerken en kloosters die we zien.
Venlo presenteert zich als een dicht bebouwde stad direct aan de Maas. We leggen aan in de stadshaven, onder een nieuw gebouw met winkels, restaurants en appartementen. De havenmeester vertelt ons dat de restaurants op de wandelpromenade boven ons helemaal onder water hebben gestaan. Een verhoging van 6 à 7 meter. We kunnen het ons nauwelijks voorstellen. De voetgangersbrug boven ons lag in het water. Onderweg komen we ook sluizen tegen waar de verlichting stuk is: onder water gestaan!
De binnenstad van Venlo is erg gezellig en daarom drinken we ’s avonds iets in een gezellige Venlose kroeg aan de Parade. Ria een rosé en ik een Venlo’s witbiertje.
Nu liggen we al weer een nacht in de Noorderplas bij Roermond. Het plan is om morgen verder te gaan en een tijdje in Maastricht te blijven. Daarna willen we een rondje door Belgisch Vlaanderen over de oude kanalen varen. We zullen zien of dat gaat lukken. Ria bestudeert alvast de Belgische scheepvaart-berichten en kaarten.
Vanuit de Kuip getekend: Prachtige, zeer gedetailleerde Neo-renaissancegevels aan de Stationsweg in ’s Hertogenbosch
Dinsdag, 20 juli hebben we ’s Hertogenbosch tijdelijk verlaten en vol goede moed onze koffers gepakt om met het OV naar Amersfoort te reizen. Daar staat een Greenwheels auto op het station op ons stond te wachten. We hebben dit keer een bestelauto voor een week gehuurd. Die hebben we wel nodig ook! We gaan ons overgebleven “bezit” op de wal drastisch beperken!
Maar eerst vieren we dinsdagavond de verjaardag van Gerard. Voor het eerst zien we bijna al Aad’s broers en zusjes weer. Door het wereldwijd verspreide virus was dat meer dan een jaar geleden.
De berging die we in Amersfoort mochten gebruiken moeten we leeg opleveren. Woensdag gaan we eerst maar eens ruimte maken zodat we een beetje kunnen werken. Twee rondjes stort en kringloop brengen verlichting. Alles wat weg kan gaat ook weg! Nu kunnen we beter sorteren. Weer een splitsing van spullen die al dan niet bewaard moeten worden. Alleen fotoboeken, de accordeon van Aad, wat servies, vazen en onze bed-ombouw gaan in de opslag bij de verhuizer. Verder gaan onze oude fietsen en meerdere dozen naar Thijs en Marisja. De kinderboeken en Ivo’s servies gaan in de berging bij Ivo en Lisa. Nog een paar rondjes stort op donderdag en alles is klaar voordat vrijdag de verhuizer de laatste spulletjes op komt halen. Aad haalt op de Westsingel de stellingkasten uit elkaar. Zaterdag zetten Marisja en ik ze weer in elkaar, maar dan bij Ivo en Lisa. Hierdoor hebben ze een overzichtelijke en ruime berging.
Op zaterdag zagen Aad en Thijs planken voor in de kasten van Ivo en Lisa. Die zaten er voor een deel nog steeds niet in. Gekke dag, die zaterdag, want ik ben jarig. Het is een beetje rommelig, dat wel; maar ik heb nu wel al mijn kids bij elkaar! ’s Avonds worden we feestelijk ontvangen op de Koppel. Thijs en Marisja hebben een heerlijke verjaardagsmaaltijd gemaakt. Met bloemen op tafel: nu voel ik me echt jarig!
Al die tijd in Amersfoort, mochten we gebruik maken van het huis van Jos en Rolf, terwijl zij met hun Watersnip op de Elbe varen. Wij konden heerlijk ons gangetje gaan. Wel gek om weer in een huis te zijn, al zijn we heel blij met dit geweldige aanbod. Op zondag maken we ons logeeradres schoon en leveren we moe, maar voldaan de auto in en gaan met het OV weer terug naar Den Bosch.
We liggen aan drijvende stijgers in de Brede Haven
Met die enorme regenbuien van twee weken geleden was het water in de Maas zo ontzettend gestegen, met veel overstromingen als gevolg. Er kon op de Maas niet meer gevaren worden, ook omdat er ontzettend veel meegesleurde troep in de Maas lag. Zelfs hier in de haven van Den Bosch, tussen de sluizen in, was het water gestegen tot 3.60 m boven N.A.P. De vaste steigers van de haven waar we eerst lagen, liggen samen met de meerpalen en de elektriciteitsaansluiting een heel stuk onder water. Gelukkig ligt de boot nu aan een drijvend steiger en kunnen we deze onder het waakzaam oog van de havenmeester met een gerust hart voor wat langere tijd achterlaten.
Heerlijk, we zijn weer terug op ons bootje. Het waterpeil in de haven is gezakt tot 2.60 m boven N.A.P. Morgen is het dinsdag 27 juli en varen we richting het zuid-oosten. Over de Zuid-Willemsvaart naar Veghel. Daar gaan we het nieuwe huis van Karina en Bap bewonderen!
Het water in de grachten van ’s Hertogenbosch begint ook al te stijgen.
Iedereen heeft natuurlijk wel op het nieuws gezien dat de enorme regenbuien gisteren in Duitsland, België en Zuid-Nederland voor veel wateroverlast en schade hebben gezorgd. In Duitsland zijn er ruim 100 mensen verdronken, velen nog vermist en hele gedeelten van dorpen door het water verzwolgen. Wanneer je in een van deze gebieden woont is het natuurlijk verschrikkelijk, het water is meedogenloos.
We kunnen niet meer op de Maas varen. Ook de beroepsvaart is gestremd. De sluizen gaan spuien om grote hoeveelheden water af te kunnen voeren en er ontstaat een gigantische stroom. Gisteren rond tien uur zagen we beelden van de Maas in de buurt van sluis Limmel. Vreselijk, bijna niet voorstelbaar in Nederland, waar we zo bedreven zijn in het beheersen van het water. Een kolkende stroom, met overal grote boomstammen in het water.
Ook hier in ’s Hertogenbosch, waar we sinds maandag liggen, wordt er rekening gehouden met het meer openzetten van de sluizen op de Dommel. Vanmorgen kwam de havenmeester bij alle boten langs. De verwachting is dat het vaste steiger in de jachthaven zeker een meter onder water komt te liggen. Dus, verhuizen is de enige optie. Onder de vaste Boombrug door, nu het nog kan. Dit is een beter plekje wanneer het water stijgt. Hier is een drijvend steiger.
Na een paar heerlijke weken in Dordrecht, was het vorige week ook fijn om naar buiten te gaan en in de natuur te kunnen liggen. We passeren twee sluisjes aan weerszijde van de Nieuwe Merwede en varen zomaar de prachtige Biesbosch binnen. We meren af aan een paar palen die op vijf meter afstand van de kant van een eilandje staan en zijn de enige boot. Af en toe meert er een bootje van Rijkswaterstaat aan om wat materieel te brengen of op te halen. Het geeft direct een eilandgevoel en je waant je een beetje in Scandinavië. Nou ja, een klein beetje dan.
Aad wordt na een dag een beetje onrustig omdat hij niet van de boot af kan. Het is natuurlijk ook wel leuk om een beetje op verkenning uit te kunnen gaan. De volgende dag gaan de trossen los en kabbelen we door het zuidelijke deel van de Biesbosch richting Maas. We zien onderweg toch nog een leuk plekje, en omdat we tijd genoeg hebben leggen we aan bij een paar boxen aan de kant. Ook wel een keer leuk om wat andere boten naast ons te hebben. Hier kunnen we een behoorlijke wandeling maken rondom een moerasachtig gebied. Bloeiende moerasspirea, engelwortel en smeerwortel. Mooi en ongerept.
De foto’s die Aad in de avond maakt laten een verstild landschap zien met de ondergaande zon boven een grote vogelplas. Jammer van die aan een stuk door kakelende vrouwen naast ons. De dames praten vanuit de kuip van hun twee boten. Op het water klinkt alles zo hard en we zijn natuurlijk niets meer gewend. We kunnen onze draai niet vinden; waar hebben die vrouwen het toch urenlang over?
De volgende ochtend zijn we om half negen al weg. Pfff, het kan alleen maar beter worden.
Op naar Heusden. De Maas is nu gelukkig nog rustig. De rivier is prachtig. Langzaam meandert de Maas door het landschap, een Amerikaanse windmolen en koeien langs de kant. Grote bomen begeleiden als piketpalen de loop van de rivier.
We leggen aan op een mooi kops kantje, met een prachtig uitzicht op de twee molens en het witte klapbruggetje. Wat is Heusden een snoepje van een stad. Helemaal gerestaureerd, Heusden lijkt wel een groot openluchtmuseum. Met zoveel liefde is het vestingstadje in oude staat teruggebracht. Jammer van de vele auto’s en terrassen in de stad.
We eten ’s avonds heerlijk in het zonnetje bij restaurant ‘van Dijk’. Vanaf het terras zien we de Tiberius liggen. Wat een uitzicht, een feestje om Tiberius zo van een afstandje te bekijken!
Na twee dagen is het tijd om naar ’s Hertogenbosch te varen.
Starks zien we Meta en Arnold uit Groningen met hun drie kinderen, dat wordt pannenkoeken eten! We verheugen ons er op.
We zijn twee weken Dordtenaar geweest. Ook wel schapenkoppen genoemd. Zo werden de inwoners van de stad uitgescholden omdat ze probeerden de belasting op “geslacht” (vlees) te ontduiken. Verder is het een rustige stad die ons goed bevallen is. Dordrecht is een van de oudste steden van ’t land met een roemrucht verleden. Onder andere dat van de ‘jongens van Johan de Witt’. Het is erg leuk om door de stad te kuieren en zo de geschiedenis ervan te ontdekken. Deze oude stad is vergroeid met het water en de scheepvaart. Er zijn nog steeds prachtige binnenhavens. Als je een rondvaart door de stad maakt vaar je er als-het-ware onderdoor. Dan zie je ook de rafelranden van de oude stad wat mooi is. Niet alle gebouwen zijn tot in de puntjes “gerestaureerd”. Je kunt het verleden, zowel economisch als bouwkundig aflezen.
We liggen hier prachtig in de Nieuwe haven. Zo stil hebben we zelden midden in een middeleeuws centrum van een stad gelegen. Twee stegen door en we zijn op de Markt of bij een lekkere Italiaan. Gisteren hebben we het Dordts Museum doorkruist. Er was een tentoonstelling gewijd aan 800 jaar stad met veel inzendingen van bewoners. Alles rijp en groen met hier en daar een pareltje. En natuurlijk hebben we de vaste collectie bekeken waar het stadsgezicht op Dordrecht van de Leidse Jan van Goyen uit 1656 niet mag ontbreken.
Vanavond gaan we met een Greenwheels – auto naar Ivo en Lisa in Amersfoort, waar ik pannenkoeken voor Ivo’s verjaardag ga bakken. Zijn lievelingsmaal. Vooral als z’n vader ze bakt. Voor Lisa heeft Ria een lekkere courgette-lasagne gebakken. Ook was het vorige week heel gezellig met Marisja en Thijs op de boot. We hebben door de stad gezworven en gegeten bij Villa Augustus. Een restaurant in een voormalig waterzuiveringsgebouw met daarbij een voormalige watertoren als hotel in de moestuin. Net zo hip als het Rotterdamse hotel New York. Jammer dat de kwaliteit van het eten tegenviel.
Komende week gaan we weer ’n stukje door richting het oosten. Door de Biesbosch richting ’s Hertogenbosch.
Zicht op Veere vanaf het eilandje Mosselplaat in het Veerse Meere
Ons rondje Zeeland zit er op. Na een onrustige nacht aan een steiger bij de Volkeraksluis zijn we vanochtend vroeg, in de druilerige regen, via het Hollands Diep en de Dordtsche Kil naar Dordrecht gevlucht. De noordelijke wind stond vannacht recht op het drijvende steiger. Toen Ria vanochtend even boven ging kijken, hing de zware boot voor ons, half op twee springen aan het steiger. Ik heb de mensen nog proberen te wekken maar ze gaven geen sjoege. We vertrouwden het niet en zijn voor dag en dauw vertrokken. Stel je voor dat die boot los raakt en met de wind tegen Tiberius aan klapt. De tocht over de Dordtsche Kil was onrustig met stroom tegen wind en de zware tankers die ons passeerden. Door de zuiging van de schepen stond er af en toe een golfslag op de rivier waardoor de kortere boot voor ons zich gedroeg als een duikelaartje. Hier in de haven van de Koninklijke Dordrechtse Roei- en Zeilvereniging liggen we goed. We blijven hier minimaal een week. We bezoeken donderdag de voorstelling Beefteefjes van Servaes Nelissen in Kunstmin hier in de stad. En natuurlijk is er nog veel meer te zien in deze prachtige middeleeuwse stad.
Oosterkerk Middelburg gecombineerd met de negentiende eeuwse wanden van het Prins Hendrikdok geven de kerk een Romaans sfeertje.
Het was heerlijk een paar dagen door Middelburg te zwerven. De stad straalt een klassieke schoonheid uit. Dat is onder meer te danken aan architect P.Verhagen die de wederopbouw van het historische centrum na het bombardement aan het begin van de tweede wereldoorlog met traditionalistische hand heeft begeleid. De stad is weer pandje voor pandje heropgebouwd waarbij de architectuur dienstbaar is aan de stedelijke ruimte. De rechtlijnig denkende modernisten spraken er schande van. Ik vind het mooi en met mij steeds meer mensen. De Markt ligt er nog steeds netjes bij nadat ik hem 20 jaar geleden heb heringericht en de auto’s van het plein verdwenen.
Vanuit Middelburg hebben we met een Greenwheels autootje nog een bezoek aan de boulevard van Vlissingen gebracht. Lekker uitgewaaid. Bij terugkomst vanuit Middelburg via het kanaal door Walcheren in het Veerse Meer zijn we op een eilandje blijven hangen. We vonden het te warm om weer in Veere te gaan liggen. Konden vanaf het eilandje wel genieten van het prachtige uitzicht op de stad.
Ook leuk om met Ria daarna door Zierikzee te wandelen. Ze heeft veel herinneringen aan de stad waar haar moeder is geboren en getogen. Ria vertelt op elke hoek van de straat wel een verhaal over de tijd dat ze hier bij haar oom en tante of oma en opa logeerde.
Ria: ‘Mijn moeder werd geboren op het hoekje van het Kraanplein, naast het Havenplein aan de oude haven, waar mijn oma een sigarettenwinkel annex snoepwinkel runde. De kinderen waren altijd in de kamer achter de winkel te vinden. Opa fietste over het hele eiland om boeren en hun werknemers te bezoeken en wekelijks loon te betalen. Ook controleerde hij aardappel- en uienoogsten. Deze verkocht hij voor de boeren nadat ze waren opgeslagen in zijn loodsen aan de haven. Later woonden opa en oma aan de Nieuwe Haven. Bij springvloed lagen de zandzakken voor de voordeur. Zo indrukwekkend dat je als kind het hele proces van eb en vloed van zo dichtbij meemaakt en ook over de watersnoodramp hoort praten.
Opa en Oma zijn dan ook geëvacueerd en hebben een maand lang in Leiden bij mijn ouders gewoond. Eenmaal per jaar, in augustus was het mosseldag en de hele kade van de Nieuwe Haven lag dan vol met vissersschepen, waar we met de hele familie bij elkaar kwamen en emmers vol mosselen kochten. Met hier en daar een allergische reactie als gevolg van het gulzige festijn.
Ook herinner ik me bezoekjes aan een tante van mijn moeder. Wat een indruk heeft die vrouw op mij gemaakt; ik denk dat ik een jaar of tien was. Zij was al heel vroeg weduwe en bleef met drie kleine kinderen achter. Om de kost te verdienen werkte ze in het weeshuis en de kinderen kwamen tussen de middag uit school daar eten. Er was waarschijnlijk weinig geld, maar toch vond ik het geweldig dat ze zulke mooie meubels had en dan dat servies! Dat wilde ik later ook! Pas later wist ik dat het meubels van Pastoe waren en dat zij waarschijnlijk een van de eersten was met het Teema servies van Iitalla. Leuk dat mijn smaak voor mooie spulletjes toen al bepaald was’.
De haven van Zierikzee was in het weekend dat we er lagen mudje vol. Wel zijn we van vrijdag op zaterdag verhuisd. De plek waar we de eerste dag lagen was direct naast een terras en de geneugten van deze nieuwe tijd is dat daar dan ook direct weer herrie vanaf komt tot 10 uur ’s avonds, waarna een luidruchtig stel nog eventjes tot na middernacht op een bankje door-feestte. Vis gekocht en Aad heeft een Zeeuwse bolus gegeten, dat hoort er natuurlijk wel bij.
Ik teken het havengezicht van Willemstad met een oude hijsinstallatie op de voorgrond.
We genieten volop van het prachtige zomerweer. De zon die we in het voorjaar hebben gemist wordt ruimschoots gecompenseerd. En heerlijk om vanuit Zuid- Holland, na lange tijd, de ruime Zeeuwse wateren weer eens op te zoeken. Vorig weekend lagen we in Willemstad. Een gaaf stadje. Het bijzondere is dat in Willemstad zowat alle voorzieningen binnen de wallen liggen. Inclusief de supermarkt. Zonder overigens concessies te doen aan de monumentale status van de stad en van veel gebouwen daarin. De stad ligt bovendien nog aan drie zijden in het open landschap waarvan een aan de rivier. Je kunt er nog heerlijk eten ook, zoals in restaurant Mauritz. Vooral op zondagmiddag in de prachtig aangelegde tuin, met haagjes tussen de tafeltjes en een echte Liriodendron tulipifera of Amerikaanse tulpenboom bij de entree van de tuin. Jan Wolkers hield zo van deze boom met name die in de Leidse Hortus, ook bij de entree.
Vanuit Willemstad, op weg naar Yerseke, zijn we eerst nog even in de haven van Ooltgensplaat gaan kijken. We hebben er met de ONJ al een keer gelegen. We passen nu met de Tiberius maar net in het kleine haventje. Ooltgensplaat viel ons tegen en we zijn verder gegaan naar de Grevelingen om daar de zon vanaf een klein eilandje onder te kunnen zien gaan. Echt een Zweeds sfeertje met basaltblokken rond het haventje.
De volgende twee dagen doen we Yerseke aan. Deze oude bekende vissersplaats is vooral mooi door de grote viskotters in de werkhaven en natuurlijk om van oesters en vis te genieten. De stokken die op de oesterbanken de kratten markeren steken mooi af tegen de vage achtergrond in de morgen. Oesters worden gekweekt in de Oosterschelde, waaraan Yerseke ligt. De temperatuur van het water, het zoutgehalte, de bodemgesteldheid, de zuiverheid van het water en de beschutte ligging, maken dit gebied ideaal voor de oesterkweek.
We liggen nu in Veere en dachten in dit prachtige stadje 4 dagen te blijven. Onze planning was morgen met de bus naar Middelburg te gaan waar Ria haar tweede prik kan ophalen. Bij nader inzien rijdt er in het weekend geen bus. Dus moet ik naar de havenmeester om de drie te veel betaalde dagen terug te vragen en gaan we met Tiberius over het kanaal door Walcheren naar Middelburg. We hebben gisteren toch nog even van het zonnige Veere kunnen genieten. We komen hier zeker nog eens terug.
We hadden gisteren een goede reden om in Hellevoetsluis een Greenwheels te huren en er een dagje op uit te trekken. En, jullie raden het al, de reis ging naar het Middeleeuwse stadje Goedereede. Betekent: goede aanlegplek. Een prachtige plaats met een lange geschiedenis die terug gaat tot de Romeinse tijd. De Markt van het stadje lag er onder de stralende zon bij als een idylle uit een Frans sprookje.
Ik had bij aankomst in Goedereede het voorrecht om zo’n beetje als eerste na het Coranatijdperk de toren te mogen beklimmen. Er zaten beneden twee mensen even uit te puffen die de toren aan het schoon maken waren. Het schoonmaken betekent ook het stofzuigen van de 275 traptreden van de toren. Omdat ze toch aan het werk waren mocht ik, samen met nog iemand naar boven. ’n Hele klim, maar het uitzicht was de moeite waard. Er is ook niets mooier voor een stedenbouwer dan de verkavelingsstructuur van een stad van boven te bekijken. En Goedereede is extra de moeite waard vanwege haar prachtige patroon van daken en schuren die langs smalle straten in het stadje staan. Het middeleeuwse stratenpatroon is praktisch nog volledig in takt. Goedereede heeft nog een oude “schurenstraat” waar vroeger de boeren hun werkplaatsen en opslag hadden. Van de oorspronkelijke stads-wallen is niet veel meer over. En het is natuurlijk jammer dat de stad nu midden op het eiland Goeree ligt terwijl het vroeger een uitgang naar zee had en van de visserij leefde.
Natuurlijk hebben we, na het bezoek aan Goedereede, ook het nabijgelegen strand van Ouddorp bezocht. Heerlijk om weer even ouderwets aan het strand te navelstaren en een boterhammetje met omelet te eten zoals moeder Lena dat vroeger klaarmaakte.
We hebben al weer 1,5 week geleden het koude en druilerige Schiedam verlaten en zijn we via de Oude Maas en het Brielse Meer naar Brielle gevaren. We hadden eerlijk gezegd meer van Brielle verwacht dan het ons kon bieden. Natuurlijk heeft Brielle een lange geschiedenis die veel van ons wel kennen. En Brielle is ook een van de stadjes dat nog praktisch volledige stadswallen heeft. Maar al met al vonden wij het er een beetje rommelig bij liggen. Met name de openbare ruimte zou wel eens een opknapbeurt kunnen gebruiken. En het voorzieningen niveau was op z’n zachts gezegd mager.
Stadsgezicht op Brielle met een oude kaart als onderlegger.
Dan was het eigelijk nog leuker na Brielle nog een nachtje aan een van de vele aanlegsteigertjes in het Brielse Meer te liggen en te genieten van de vogels. Vlak bij zat moeder zwaan op haar nest terwijl haar man een beetje in de buurt rond schooierde. En twee families Koet waren druk bezig hun gebroed groot te brengen met het afzoeken van de hele oever naar beestjes die ze vervolgens in de kleine hongerige bekjes van de piepende kleintjes stopten.
Op weg naar Hellevoetsluis lag Oud- Beijerland als tussenstop voor de hand. De reis er naar toe was vervelender dan verwacht. We hadden er geen rekening mee gehouden dat de Oude Maas een van de drukste scheepvaartroutes voor de binnenvaart is. Het is natuurlijk de verbinding tussen Europoort en de Waal realiseerden we ons later. Stom. We hadden, bij het verlaten van de Voornse Sluis, aan het eind van het Brielse Meer, direct twee van die joekels achter ons aan. Voor de Spijkenisserbrug liet ik de eerste voor gaan. Onder de brug vond Ria dat ik gas bij moest geven omdat de volgende gigantische duwbak in ons nek zat. Met als gevolg dat ik de eerste weer langzaam aan stuurboord begon in te halen, terwijl hij steeds meer stuurboordwal begon aan te houden. Daarbij hield hij op een gegeven moment zo veel stuurboordwal dat ik ternauwernood nog gas kon terug nemen om niet op de volgende krib te worden gezet. Na een oproep via de marifoon gaf hij aan dat ik me maar had moeten melden en als ik er langs wilde dat aan bakboord kon. Daar zijn we maar niet op in gegaan en zijn de rest van de Oude Maas tot aan het Spui er netjes en veilig achter blijven hangen.
Bij aankomst in het kleine haventje van Oud- Beijerland zei de havenmeester dat hij nog een plekje achterin had. We schrokken best toen we binnen liepen. De haven lag links en rechts Tjokvol op deze zeldzaam hete zaterdagmiddag. Aan beide zijden had ik ongeveer nog twee handbreedtes over tussen de reeds aangemeerde schepen. De jongelui op de kade riepen ons met een glas in de hand toe. Op de plek die de havenmeester voor ons in gedachte had, lag nog een sloep en een waterscooter. Toen die door hem werden weggehaald pasten we net in het overgebleven gaatje. Nadat we twee dagen in Oud- Beijerland gelegen hadden, en de haven weer grotendeels was leeggestroomd op de vaste liggers na, zat er niets anders op dan de hele haven weer achteruit te verlaten. Een man op de kant riep ons toe dat je daar ook alleen met schepen korter dan 10,5 meter in mag. Dat had de havenmeester ons niet verteld. Bovendien ga je er van uit dat hij wel weet wat hij doet. Stom, temeer ook dat Ria al van te voren gevraagd had, of we daar dan wel konden keren. Ja hoor, dat kon makkelijk. Niet dus! Op de foto ziet het er nog wel aardig riant uit maar in werkelijkheid hadden we gewoon te weinig ruimte. Heel anders dan met onze ONJ, hebben we nu vaak echt in de gaten dat we wel een grote boot hebben. Die gewoon niet overal zomaar past.
Met de schoenlepel in de haven van Oud Beijerland.
Op dit moment liggen we aan een meer- boei in het zuidelijke bochtje van het Spui, grenzend aan het Haringvliet. En genieten van het prachtige, warme, zonnige weer en het frisse windje hier op het open water. We draaien met het getijde en met de wind mee. Heerlijk rustig na een rumoerig verblijf in de haven van Hellevoetsluis. Vannacht blijven we hier. Om Rolf gerust te stellen, zullen we het ankeralarm aanzetten.
Gezicht op Delft naar Johannes Vermeer, Aad Trompert mei 2021
De route over de Trekvliet en de Delftse Vliet, van Leidschendam naar Delft is prachtig. Eerst komen we langs het chique Voorburg. We varen langs diepe, rijk begroeide achtertuinen tot aan het water. Verderop, in Den Haag schampen we de rand van de stad met veel verkeer en bruggen. Ongeveer de helft van de bruggen moet open. Via de marifoon gaat dat vlot. De brugwachters volgens ons op afstand van brug naar brug. We hoeven nergens lang te wachten. Het laatste stuk varen we rond de Delftse binnenstad en leggen aan in de Zuidkolk. Hiervandaan schilderde Vermeer zijn bekende stadsgezicht op Delft. Van het uitzicht van toen is niet veel meer over. We kunnen vanaf onze ligplaats alleen de de toren zien die de binnenstad doet vermoeden.
Tussen de buien door maak ik foto’s van Delft. Zo kan ik, als het buiten guur en koud is op de boot de foto’s samenstellen tot een stadsgezicht. En wat is er leuker dan het ‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer proberen na te bouwen. Heel leerzaam. Veel van de poorten en oude gebouwen uit de 17e eeuw zijn echter verdwenen. Maar, door goed te zoeken vind ik toch nog monumenten die er voor in de plaats kunnen staan. En natuurlijk wordt dit met foto’s samengestelde stadsgezicht niet hetzelfde als het met vlotte kwast geschilderde exemplaar van Vermeer. Het blijft een interpretatie. Zo heb ik rechts in mijn stadsgezicht de Oosterpoort gebruikt, waar Vermeer de Schiedamse poort schilderde en heb ik veel meer onderdelen op een andere plek in de stad gevonden. Maar, de toren, het stralende middelpunt staat er gelukkig nog steeds. Het mooiste is om het licht dat Vermeer probeerde te vangen, na te maken. Een hel verlichte toren en rode daken op de achtergrond, suggereren dat de stad daar door de zon beschenen wordt.
We genieten van Delft. Zo hebben we de stad nog niet meegemaakt. Altijd waren we er voor een kort bezoek. Nu zien we dat de stad meer is dan een studentenstad. De binnenstad is prachtig en divers, met zijn smalle grachten en een grootse markt.
Jos en Rolf varen mee naar Schiedam, omdat dit met name voor Rolf bekend terrein is. Als we Schiedam naderen moeten we bij De Rolbrug bij ‘Huis te Riviere’ de brugwachter in Schiedam bellen. Bij de naam van de brug zou je wel iets anders verwachten dan dit smalle, roestige, grotendeels met de hand te bedienen exemplaar, gelegen naast een sloopbedrijf. Een van de wachters met snor, komt met zijn zwarte regenjas, voorzien van lichtgevende grijze strepen, op een glimmend gepoetste oldtimer Zundapp bromfiets. Precies zoals een brugwachter er uit moet zien. Iets verderop begrijpen we pas hoe serieus hun taak is. Als we de A20 en het vlak er naast gelegen spoor kruisen moeten zij 5 bruggen vlak achter elkaar voor ons openen. Het zijn de afritten van de A20 en parallelwegen aan het spoor. Soms is de ruimte tussen de bruggen niet veel langer dan een scheepslengte. Bovendien lig je dan te wachten onder het brede, donkere viaduct van de A20 en het spoor, dat voor ons net hoog genoeg is. Na de Proveniersbrug liggen we in een klein haventje vlak naast de molen de Kameel. Een opnieuw gebouwde, typische Schiedamse stelling-stadsmolen die gebruikt werd om gemout graan te malen voor de fabricage van jenever, waar Schiedam bekend om is. De oorspronkelijke Kameel heeft tot 156 jaar geleden dienst gedaan. Toen blies een windvlaag de wieken van de molen. Drie jaar later zijn de resten van de molen gesloopt. Omdat dit een van de meest beeldbepalende molens in Schiedam was, is 12 jaar geleden besloten de molen te herbouwen.
Om het oude beeld van Schiedam, met zijn hoge molens en karakteristieke, vaak uit gele baksteen gebouwde pakhuizen te eren, heb ik een stadsgezicht langs de Noordvestgracht gemaakt. De molen De Noord en De Nieuwe Palmboom laat ik daarlangs figureren en ook de brug naast de Beurs komt op mijn stadsgezicht terug omdat die zo typisch Schiedams is. De donkere lucht is geen fake, zo is het weer hier op dit moment!
Stadsgezicht Schiedam met hoge stelling stadsmolens aan de Noordvestgracht.