Doesburg en Zutphen langs de IJssel

donderdag 9 september,

Na een klein weekje Doesburg liggen we nu in Zutphen. Alle twee zijn prachtig hanzesteden aan de IJssel. We wandelen in Doesburg veel langs de IJssel en door de binnenstad. Brengen een bezoek aan het Lalique Museum waar prachtige glaskunst van René Lalique te zien is. We verbazen ons over de mate van detail in de vazen en flesjes. Het museum bevindt zich in twee prachtige oude herenhuizen met de bijbehorende ingewikkelde draai-trappen waar Ria moeite mee heeft. Maar de koffie met glutenvrije taartjes in een van de zonnige achtertuinen maken veel goed.

De Martinikerk in Doesburg.

De haven is helemaal opgeknapt met mooie corten-stalen hekken en details. Heel wat beter dan de oude vervallen haven die we van een aantal jaar geleden kenden. Maar de herrie van de naastgelegen gieterij is dag en nacht onverminderd hetzelfde.

Dinsdag 7 september laten we ons verder de IJssel afzakken naar het 24 km stroomafwaarts liggende Zutphen. We vinden dit wel een van de mooiste havens van Nederland. Een kleine besloten haven, direct tegen de wallen en de binnenstad gelegen. Je loopt in 5 minuten naar de Markt. We laten ons het eten bij het Italiaanse restaurant Vaticano, op een van de zwoele najaarsavonden deze week, goed smaken. Vandaag bezoeken we het Henriette Polak museum waar deze maanden, op uitnodiging, Mara van Laaren exposeert. Ze heeft bouwkunde en psychologie gestudeerd en ging daarna naar de Wackers Academie in Amsterdam. We zijn van haar werk onder de indruk. Nadat ze een ruimte in een historisch gebouw helemaal nauwkeurig met potlood heeft uitgetekend, schildert ze prachtige olieverfschilderijen die de sfeer van het gebouw helemaal over brengen. Als je nog in de gelegenheid bent om de tentoonstelling te bezoeken zou ik zeker gaan.

Van de stad kan ik geen genoeg krijgen. Na de roerige geschiedenis die Zutphen heeft meegemaakt is het een bijzonder gave stad. Vooral vanaf de Martinesingel heb je een prachtig, haast 16e eeuws uitzicht over het oude kerkhof naar de machtige Sint Walburgiskerk. Ook de IJsselkade met de typische witten panden is prachtig opgeknapt. De binnenstad is bovendien niet vergeven van de schreeuwende reclame.

De Walburgiskerk is een kapittelkerk uit de 13e eeuw, en is een van de 10 grootste en mooiste kerken van Nederland. De kerk is aan de binnenzijde prachtig geschilderd.

Maas-Waal en IJssel

Vrijdag 3 september

Vanuit Roermond zijn we verder de Maas afgezakt. Maken een tussenstop in Kessel en Mook. In Kessel liggen we direct langs de Maas, met de hoge wand waarop Kessel is gebouwd aan de linker- en de traag stromende Maas aan de rechter zijde. Ik sta de volgende dag om om zes uur op en zie dat de pont bij Kessel langzaam volloopt met de eerste fietsers en wandelaars. Klokslag 6.30 uur gaat de pont voor het eerst die dag naar de overzijde en neemt direct 5 auto’s mee terug naar Kessel. Een ritueel, waarvan ik verwacht, dat het zich elke werkdag herhaalt. Vanuit het noorden komt het eerste schip in het vale ochtendlicht de Maas afzakken. Prachtig om de traagheid van het leven op de rivier zo mee te maken.

Kessel aan de Maas, vroeg in de ochtend.

In Mook leggen we aan in een klein haventje direct aan de Maas. Liggen tussen de woonwagens van de kermisklanten die toevallig dit weekend de kermis bij de kerk hebben opgebouwd. Er staat een botsautobaan, een draaimolentje, een schiettent en wat spelletjes- en eetkramen. Met het druilerige weer een beetje mistroostig gezicht. De kermis heeft blijkbaar niet meer de aantrekkingskracht die het vroeger had, toen ik in Noordwijkerhout nog naar de kermis toeleefde.

Kaart van de Rijndelta met de hoogteverschillen in het stroomgebied.

Op maandag nemen we vanaf de Maas de afslag rechts naar het Maas-Waalkanaal en gaan vervolgens 12 kilometer verderop, na de sluis bij Nijmegen, rechtsaf de Waal op. We zijn direct klaarwakker. Als je een paar weken op de Maas gevaren hebt, de stroom mee hebt gevoeld en de grote schepen hebt gezien die daar varen, dan sta je er niet bij stil dat de Waal een rivier is die veel machtiger is, wel 10 keer meer water afvoert dan de Maas en waar veel grotere combinaties varen. De stroom komt ons op de Waal met donderend geweld tegemoet. We hebben moeite om Tiberius met de neus er tegenin te krijgen. Ik moet daarvoor flink gas geven. Als ik Tiberius opvoer naar een ongebruikelijk toerental van 2400 omwentelingen en 14 km/uur door het water ga, hou ik niet meer dan een magere 9 km/uur over de grond over. We hebben ons dan al met nog vier andere jachten via de marifoon bij Sector Nijmegen gemeld en krijgen te horen waar de grote binnenvaartschepen zich op de Waal bevinden. We ploeteren verder de Waal op tot de Lindenberg- haven. Daar vinden we net een gaatje aan het langssteiger waar we vast kunnen maken.

We kennen Nijmegen nog niet zo goed. Het is een beetje een vreemde stad vinden we. We zien een lappendeken aan nieuwe en oude architectuur. Het resultaat van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Van een wederopbouwplan lijkt hier zo te zien geen sprake zoals we dat in Middelburg wel hebben gezien. Ook het museum Valkenhof kan ons niet bekoren. De haven zelf vinden we wel gezellig met veel oude schepen. Op het schip van Opoe Sientje eten we iets. We gaan ook naar Kinki kappers om er weer ’n beetje fatsoenelijk uit te zien. Woensdag zetten we koers naar de IJssel. Daarvoor moeten we eerst 16 kilometer de snel stromende Waal op. We hebben dan al informatie bij een aantal schepen ingewonnen over hoe je je het best op de Waal kunt gedragen. We wachten tot er geen scheepvaart meer is en stomen de Waal op. We kiezen direct het vaarwater aan de overzijde waardoor we de binnenbocht nemen waar iets minder stroom staat. Dat spelletje herhalen we nog 4 keer en komen na 1 uur en 45 minuten bij het Pannerdensch kanaal dat ons met 4 kilometer stroom mee naar de IJssel brengt. Op de Waal varen we zowat met de grote beroepsjongens mee, wat voor ons een rustig beeld geeft. We leren het wel.

Lakenvelders langs het Pannerdensch kanaal.

Op de IJssel varen we direct door naar Doesburg omdat we horen dat Gerda en Dick er met hun mooie Pollard boot liggen. We krijgen een heerlijk diner van hen aangeboden in het Arsenaal in Doesburg. Twee dagen later lunchen we samen met Michel en Jaqueline in hetzelfde restaurant. Wat boffen we ontzettend met dit stralende zomerweer, een blauwe strakke lucht in dit mooi gerestaureerde haventje.