Groningen

We liggen nu in Groningen. Het eindpunt van onze rondreis naar Scandinavië. Natuurlijk gaan we nog wel even naar Steenwijk en doen ook nog Amersfoort aan voordat we in november naar onze winterplek in Hoorn gaan. Maar Nederland voelt toch als ons thuis na een half jaar zwerven. Of we nu in Groningen of in Hoorn liggen. We hebben bij elkaar 4.200 kilometer in 400 vaar-uren afgelegd. Het is een geslaagde reis waar we ons doel Stockholm en de Stockholmse scheren hebben gehaald. We vinden het leven op de boot afwisselend en soms spannend. Hebben veel van het licht, de luchten en de ruimte genoten. De drukte in ons kleine, volle landje overvalt ons. We moeten echt even wennen. Niet meer zo maar zwerven maar afspraken maken, hier en daar iets regelen, beetje werken. Gaan komende winter eens rustig bedenken wat de volgende reis zal zijn. De Donau? Frankrijk? Noorwegen? Of gewoon een jaartje Zeeland en de  Nederlandse rivieren met een uitstapje naar Antwerpen.

Het laatste stukje vanuit Duitsland hebben we niet over groot water maar over de smalle, als industrieel erfgoed te beschouwen veenvaarten afgelegd. Door Ter Apel, Stadskanaal en Veendam. We passen ternauwernood door de bruggen en sluizen. Ria staat aan bakboord en roept bij het inlopen van een sluis of brug: tikkie bak of tikkie stuur! De brugwachters rijden op hun scooter mee en bedienen de bruggen en sluizen grotendeels met de hand. Er zijn heel karakteristieke wachters bij. We moeten goed luisteren om hen te verstaan, ook al zijn we in Nederland.

In Veendam bezoeken we het Veenkoloniaal Museum en leren veel meer van dit gebied. Schepen vol Groninger turf werden hier al vanaf de 18-de eeuw naar steden als Amsterdam, Schiedam, Gouda en Delft geëxporteerd. Ook oostwaarts in Duitsland wordt turf afgezet in steden als Emden, Bremen en Hamburg. De haven van Riga is al vanaf 1740 een populaire bestemming voor de schippers. Halverwege de negentiende eeuw is turf al lang niet meer de belangrijkste lading. Alles waar geld mee verdiend kan worden zoals wijn, port, ansjovis, steenkool, lijnzaad, graan en hout wordt vervoerd. Zo groeit de scheepvaart explosief in het hoge noorden van ons land. Rond 1860 wonen er in de Groninger Veenkoloniën evenveel zeelieden als in Amsterdam en Rotterdam bij elkaar!

We vonden het leuk dat jullie ons blog dit jaar volgden!

Kilometers kanaal

Precies een week geleden vertrokken we uit Lübeck en nu zijn al vlak bij de Nederlandse grens. We liggen in Rheine, bij een van de sluizen in het Eems-Durtmund-kanaal. We hebben dan in 41 uur al 436 kilometer kanaal, in het tempo van de binnenvaartschippers afgelegd. Eerst door het romantische, zich als een rivier door het landschap slingerende Elbe-Lübeck-kanaal. Dan door het, als snelweg aangelegde brede Elbe-Seiten-kanaal. Aan het begin daarvan hadden we een prachtig uitzicht vanaf het Schiffshebewerk waar we zowat 40 meter omhoog werden getild. En 235 kilometer Mitteland-kanaal met ongeveer evenveel bruggen als kilometers. Vanaf dit kanaal genieten we van de prachtige landschappen en het veranderende licht door de dag. We hopen binnen 3 dagen via Haren, Nederland binnen te varen en willen via Groningen naar Steenwijk waar een aantal dingen aan de boot gerepareerd en aangepast moeten worden. Natuurlijk blijven we een paar dagen in Groningen om van deze mooie stad te genieten.

Lubeck

We zijn in een paar grote slagen terug in de mooie Hanzestad Lubeck. In 4 dagen hebben we vanaf het zuidelijkste puntje van Zweden, via Møns Klint de 300 kilometer naar het vaste land van Europa afgelegd. We genieten nu een paar dagen van deze mooie stad. Paar museumbezoekjes en lekker uit eten. Daarna gaan we kilometers vreten op de Duitse kanalen, terug naar Nederland. We hopen over een maandje terug te zijn.

Rødvig

woensdag 30 augustus We liggen nu in Rødvig op Sealand. We kunnen hier eindelijk weer normaal boodschappen doen. Lekkere karnemelk en een normale sortering vlees en vleeswaren. En ook gewoon weer wijn op de plank in de winkel. We blijven een dagje liggen omdat het regenachtig weer is en bovendien hebben we gisteren 108 kilometer gevaren. We vertrokken om 6.50 uur uit Käseberga en kwamen om 16.00 uur in Denemarken aan. Een hele dag. Het bezoek aan het kleine haventje Käsebarga op het zuidelijkste puntje van Zweden was leuk. Hoog boven de steile kustlijn van Käsehuvud, op de heuvelrug boven het oude vissersdorpje Käseberga, vormt een stenen schip “Ales Stenar” een mijlpaal in het landschap. “Ales Stenar” is het grootste bewaarde stenen schip van Zweden. Archeologische analyses laten zien dat het ergens in de periode tussen 500-1000 voor Christus werd gebouwd. Vanaf het monument zien we iets verder op een veld met oranje ballen. Als we dichter bij komen zien we dat het een heel veld pompoenen is. Gek gezicht.

Vanuit Häno hebben we een tussenstop gemaakt in Åhus en Skilinge. In Åhus hebben we een dag op beter weer gewacht. Ik heb een bezoek aan de daar gevestigde Absolut Wodka-fabriek gebracht. In Skilinge ontmoeten we Nan en Jeroen die daar op hun grote schip wonen. Jeroen is ontwerper en heeft hun oude, 20 meter lange, als tweemaster omgebouwde voormalige stoomsleper, prachtig ingetimmerd met een eiken interieur. Jammer dat ze een paar jaar geleden de masten van het schoener getuigde schip zijn kwijtgeraakt. Nu ligt het er een beetje onbeholpen bij met twee veel te korte masten er op. Jeroen wil het schip echter niet meer herstellen omdat hij met 76 jaar niet meer de kracht heeft het te zeilen. Jammer! Nan is architect en heeft over de hele wereld gezworven. Ria krijgt in ruil voor wat medisch advies een pot met scoby waar je Kombucha, een soort bruisende, alcoholvrij drank mee kunt maken. Scoby is een fijn weefsel van verschillende bacterien en gisten die een drijvende zwam vormen. Ben benieuwd of het Ria lukt ook Kombucha te maken. Leuk als je tijdens de reis bijzondere mensen ontmoet.

Hanö

 25 augustus Het seizoen is hier in Zweden wel heel kort. Half juli begonnen hier de vakanties en nu zijn alle kinderen alweer naar school en is het rustig in de havens. Op het uitgestrekte water komen we zelfs maar een enkele boot tegen. Nu dus ook geen jonge mensen meer in de havens en geen klaterende kinderlach meer te horen. We liggen in Åhus en hebben vanaf de Stockholmse scheren al 72 uur gevaren en zo’n 750 kilometer afgelegd. En zijn dus al lekker op de terugweg. Gisteren zijn we vanuit Hanö vertrokken. Hier en daar zien we de Barracuda verschijnen. Ook in Kalmar hebben we weer bij elkaar gelegen. Toen wij op Hanö waren lagen zij in Torhamn. Ben benieuwd wanneer we ze weer zien.

We zijn blij met onze stabilisatoren. Op weg naar Hanö trok de wind onderweg aan, eigenlijk is dat bijna altijd zo. En doordat de wind uit zuid kwam, bouwden de golven zich hoog op. We gingen van oost naar west en hadden de golven van opzij. Aad vond het prima gaan, ik voelde me het laatste stuk niet op mijn gemak. Tegen zeeziek aan. Gelukkig heb ik aan Aad zo’n fijne schipper, hij kijkt tijdens het varen altijd met een gelukkige blik mijn kant op. Het in de golven varen doet hem denken aan zijn tijd bij de reddingsbrigade, leuk vindt hij dat. Dat geeft in ieder geval vertrouwen. Fijn zo samen in Zweden te mogen zijn. Het is hier overal wonderschoon. Ook nu weer.

Negen jaar geleden waren we ook op Hanö, maar dan in het voorjaar. Het eiland is eigenlijk een groot natuurreservaat, met als uitzondering het vissersdorpje Hanö zelf. Ik herinner me van toen we hier met de ONJ waren dat het een ruig eiland is, met veel herten. Toen hebben we er niet een gespot. Nu, tijdens onze wandeling door stenig gebied, wel; vijf reeën, waarvan twee met jong. Bij de vuurtoren lagen twee reebokken met een groot gewei, achter een muurtje. Waarschijnlijk om de jonge mannetjes te beschermen. Het gebied staat vol met meidoornstruiken, kamperfoelie en wilde rozenstruiken met knaloranje en rode rozenbottels. Wat is dit toch een lief haventje, met vrij veel kleine falurood geschilderde vissershuisjes. Schots en scheef aan het havenbekken geplaatst. Ook Hanö is weer zo’n overgangspunt. Na dit eiland gaan we naar het zuiden, naar Åhus en vervolgens naar Simrishamn. Het is een hele afstand, onze route en vanaf nu niet meer verstopt tussen eilandjes. Nu hebben we voorlopig alleen grotere oversteken. We kunnen morgen waarschijnlijk een stukje verder. Dan vertrekken we weer vroeg. In de ochtend staat er minder wind.

Het veer naar de overkant komt binnen

Loftahammar

 

scheren bij Loftahammer

8 augustus We liggen al voor de zesde dag in de hal van Marina Loftahammar. Het werk aan de stabelizers vlot goed. Bosse en Magnus hebben goede lassers, een elektricien en een oude timmerman geregeld. Wij helpen waar we kunnen. Om ‘s avonds na het harde werk de maag te vullen hebben we een pizzeria in het dorp ontdekt, waar Ria heerlijk glutenvrije pizza’s kan eten. Daar eten we nu al drie dagen achter elkaar. De laatste twee dagen samen met Bosse, eigenaar van de Linssen die ook stabelizers krijgt en Rens, die het project vanuit DMS aanstuurt . Reuze gezellig. Bosse is eigenaar van de Marina en een aantal hotels in Visby. Hij is een kleurrijke man die vroeger op een crossmotor de rally Parijs – Dakkar gewonnen heeft. Rens is een aardige monteur van 30 jaar uit Brabant waar we het goed mee kunnen vinden. Als we klaar zijn met eten vallen we van al het werk en de drukte om ons heen direct in slaap in de Vandrarhem waar we een knusse kamer hebben. De volgende ochtend gebruiken we een rijk ontbijt in de Vandrarhem voordat we weer aan het werk gaan.

De Linssen van Bosse krijgt nu de bussen voor de stabelizers ingelast. Maandag en dinsdag zijn die er al bij ons ingegaan. De elekricien trekt de draden van de kuip naar de motor en naar het display op de stuurstand. Gisteren zijn Ria en ik daar al mee begonnen. Het is altijd weer een hele toer om de draden door de boot te krijgen. We zijn het fysieke werk ook niet meer gewend. Het is zweten bij een temperatuur van boven de 25 graden. Ik heb gisteravond ook de boxen rond de bussen en de bussen zelf de eerste grondlaag gegeven. Dan moet je, net als de lassers in de ruimte onder de kuip gaan liggen en zo in alle hoeken en gaten de verf zien te krijgen. Toen ik vanmorgen opstond was ik er stijf van. Rens denkt dat we vrijdag al weer het water in kunnen. Misschien testen we de stabelizers dan ook direct omdat er dan een pittig windje staat. Als dat niet lukt doen we het a.s. zondag.

De scheren voor Loftahammar zijn trouwens prachtig. Zondag zijn we met de Linssen van Bosse naar het prachtige eilandje Rågö gevaren waar we met hem geluncht hebben in het idylisch gelegen restaurantje op het eiland. Zo’n plek moet je weten. Dat staat niet in de boekjes.

Nyköping

 

24 juli Voor Ria’s verjaardag komen Jos en Rolf een paar dagen aan boord. Omdat het warm is in Nyköping gaan we de scheren in waar het een stuk koeler is. We ankeren de eerste nacht, waarbij Ria weer vaak wakker wordt. Rolf heeft het ankeralarm er op gezet en dat gaat natuurlijk af. En daarna blijft Ria waken om te luisteren. Mijn schuld. Het ankeralarm heb ik te krap afgesteld. Dus bij het draaien van de wind gaat Tiberius buiten de ingestelde circel. De tweede nacht liggen we lekker rustig in een klein haventje iets verderop en de laatste dag in de haven van Nyköping. Doordat Nyköping twee keer is afgebrand is het grotendeels een nieuwe stad. We ontdekken echter toch nog een paar kleurrijke oude plekjes. Als we terug komen uit de stad staat de hele kade vol met oude en nieuwe italiaanse auto’s: Fiat’s, Alfa Romeo’s, Ferrari’s enz. Een gele Ferrari staat direct naast de boot. Mijn “lievelingskleur”. Op Ria haar verjaardag zingen we natuurlijk met zijn drieën. Jos en Rolf hebben leuke servetten van Iittala en ballonnen meegenomen. Ria krijgt van mij sandalen en een gedicht. We eten zelfgebakken glutenvrije appeltaart die een beetje stuifmeelachtig smaakt, maar dat mag de pret niet drukken. Komende week varen we rustig richting Loftahammar. We willen daar donderdagavond zijn om vrijdag uit het water getild te worden. Bosse is daar dan met zijn Linssen, om ook stabelizers in te laten bouwen.

oud straatje Nyköping

Landsort

 

14 juli Het is inmiddels wel een jaar of acht geleden dat we met onze ONJ op Öja waren. Het is absoluut een feestje om hier weer terug te zijn. Wat een indrukwekkend eiland. Öja is het meest zuidelijke eiland van de Stockholm Archipel. Het eiland kent een oude geschiedenis. Koning Waldemar de IIe heeft in de zeventiende eeuw een handelsroute geopend tussen Denemarken en de Baltische staten. Omdat de kust van Zweden met name bij Öja een gevaarlijk traject was, vol met stenenmassa’s onder en net boven het wateroppervlak, werd dit eiland een loodseiland. Het dorpje Landsort op de zuidelijkste punt werd dan ook gebouwd rondom de thuishaven van de loodsboten en de vuurtoren. Deze vuurtoren is daarmee de oudste vuurtoren van Zweden, gebouwd in 1680. Nog steeds werkt deze vuurtoren en je kunt het wel een markant bouwwerk noemen. We meren aan in de Norrhamnen, zoals de naam al doet vermoeden, aan de noordkant van het eiland. Tegen de avond lopen we langzaam, want het is ontzettend warm, naar Landsort. Prachtige doorkijkjes bieden uitzicht op het open water, met de rotsen glanzend in het avondlicht. We wandelen door het bos, en komen uit in het fel gekleurde dorpje. Rood en wit van de vuurtoren, oranje van de loodsboten en het falu-rood van de oude huisjes. Er is op het moment dat we in Landsort aankomen een toneelvoorstelling, een bescheiden en eenvoudige gebeurtenis. Er zitten aardig wat mensen op klapstoeltjes ademloos te luisteren. Doodse stilte, er wordt geen woord gesproken. Wat een concentratie, aandacht. We lopen zachtjes over het grind, er zijn geen verharde wegen op het eiland, nog verder richting de vuurtoren. We hebben een tafeltje gereserveerd in het restaurant Svedtiljas, waar we heerlijk eten. Wel een verrassing, tot nu toe hebben we vaker niet lekker gegeten.

Onze reis is een aaneenschakeling van mooie ervaringen, vaak ook van herkenning. Maar er zijn toch wel een aantal plekken favoriet. Denk aan Stockholm, Trosa, Grinda, Lökholmen, Sandhamn, Harstena en niet te vergeten Öja.

Stadsgezicht Trosa kopie
Zicht op Trosa

“Tiberius en de kunst van het ankeren”

 

Het is donderdag 12 juli. Gisteren hebben we gehoord dat we op 6 augustus in Loftahammar, aan de westkust, terecht kunnen om de stabelisers in te laten bouwen. Dat is een grote opluchting. We zijn al een maand aan het wachten wanneer en waar het zou kunnen gebeuren. Het adres op Ökerö, dicht bij Gotenburg zagen we al niet zitten omdat die werf traag reageert en zo te zien niet op onze klus zit te wachten. Deze nieuwe oplossing is veel aantrekkelijker. We hebben dan al stabelisers in Zweden en kunnen via de oostkust van Zweden terug. Alhoewel de planning was dat we door het Götakanaal zouden gaan, hebben we daar nu steeds minder zin in. Hebben al genoeg indrukken opgedaan.

“Tiberius en de kunst van het ankeren”. We hebben de smaak van het ankeren te pakken. Maar het valt niet altijd mee. Tiberius is zwaar en heeft een vollekop waardoor er veel druk op het anker komt. We merken dat het anker op de rotsige bodem daarom snel de neiging heeft tot slepen. Ik trek me daar niet zo veel van aan en wacht wel totdat het echt niet meer gaat. Ria is daar minder flexibel in en kan er niet tegen als de boot een klein beetje verplaatst. Vooral als de ankerketting, door het zwaaien tegen de ankerplaat knerpt. Een nacht heeft Ria haast doorwaakt doorgebracht omdat ze steeds de indruk had dat we verplaatsten (En dat deden we ook). Ik heb daarentegen een aantal uurtjes lekker liggen snurken.

Als we goed liggen dan is de beloning echter groot. Zo los van alles in het water te drijven. Je een beetje heen en weer te laten wiegen op de zachte bries. Te zien hoe de avond tergend langzaam over gaat in de schemering. De wind afneemt. Het water, als een spiegel, de prachtige kleuren van de hemel aanneemt. De rotsen op de kant verkleuren van donkerbruin naar zwart. Dan weet je waarom je ankert. Zou je van zijn levensdagen niet in een haven willen liggen.

 

Ankeren

Zonsondergang op Grinda

6 juli.  Langzaam wordt het wat drukker op het water. Zeker in de havens. De vakanties zijn begonnen. Leuk dat er nu ook kinderen zijn. Dat maakt alles een stuk sprankelender. We hebben prachtig weer, met mooie uitzichten op het water en de eilanden. En de zonsondergangen niet te vergeten: geweldig mooi. 

Ankeren. Voor het eerst ankeren we de hele dag en nacht! Liggen naast het eiland Gallnö in een rustige baai. Genieten hier. Wat een rust! Hadden we veel eerder moeten doen. We hebben in gesprek met Jan en Grietje meer vertrouwen in het ankeren gekregen. Ze hebben ons een aantal plekken in de buurt aangewezen. Op een er van liggen we nu. Jan en Grietje kwamen met hun zeilboot Ahora op Grinda langszij. Een aantal jaren geleden hebben we ze hier in Zweden ontmoet. Met koffie, een wijntje, een etentje praten we bij. Lieve mensen.  

Grinda. Toen de macht in de 17e eeuw in Stockholm werd gecentraliseerd, gaf de koning veel landbouwgrond aan de adel. Tijdens de 18e eeuw had de boerderij op Grinda verschillende eigenaren uit welgestelde kringen. Pas in 1802  werd ze aan de boeren van de archipel teruggegeven. Een eeuw later werd het erg populair om je eigen zomerplek in de archipel te bouwen. De eerste directeur van de Nobel Foundation, Henrik Santesson, kocht Grinda in 1906 en bouwde wat nu het restaurant en hotel Grinda Värdshus is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de archipel ook voor het grote publiek toegankelijk. De stad Stockholm bouwde de eerste huizen op Grinda om te verhuren. Nu is Grinda een bestemming ook voor dagjesmensen. Je vaart er met de ferry in een uurtje heen.