Viken

Zaterdag 14 mei 2022

We gaan niet meer verder naar het noorden. Ria kan het niet meer opbrengen. De golven, de afstand, het grote water benauwen haar. Ria heeft dat wel vaker gezegd maar ze is toch steeds meegegaan. Toen woog voor haar de schoonheid van de havens en het landschap nog voldoende op tegen het ongemak en de angst. Nu niet meer. Ria kan niet meer van de reis genieten omdat alles haar aanvliegt. We hebben met Willem en Syl gebeld en Ria met Jos om het gevoel te delen. Dat helpt het beter te begrijpen. Het valt tegen, mijn gedroomde reis naar de Noorse fjorden niet te kunnen maken. Nadat Ria zei dat we al wel veel mooie reizen hebben gemaakt, ben ik dat maar eens op een rijtje gaan zetten. Als het me niet zo goed meer lukt vooruit te kijken, kijk ik maar terug. Het is een heel verhaal geworden.


Vanaf onze jeugd komen we op het water. Ria had een Jol waarmee ze op de Braasem zeilde en ik voer op de IJslandse vlet van de Reddingsbrigade in Noordwijk. Met opgroeiende kinderen en in onze werkende jaren hadden we geen oog meer voor het water. Maar toen de kinderen groter waren begon het water weer aan ons te trekken. We gingen op zoek naar een boot en kwamen uit op een klassieke Scheldenschouw “Seepaert” zonder mast, want zeilen wilde Ria niet meer. Via de kanalen en rivieren gaan we drie weken naar Zeeland. Deze prachtige reis op het water smaakt naar meer. We gaan daarom op zoek naar een serieuzere boot waar we wat verder weg mee kunnen. Het wordt geen stalen opa en oma boot. Ook geen boot die te plastic of te glimmend is. Nee, het wordt een stoere pilot, een ONJ 10.20 “Post 3” waar we niet alleen binnen Nederland, maar ook naar Denemarken kunnen varen. Wat zijn we trots op onze boot. Je kan er niet alleen maar op varen. Nee, je kan hem ook als tweede huis gebruiken en even helemaal weg zijn. We hebben 8 jaar van Post 3 genoten.
In 2004 verkenden we het IJsselmeer en de andere Nederlandse wateren. In 2005 is het tijd voor het grote werk dus doen we in de zomer een rondje Denemarken. We genieten. Vooral als we de Kieler Fjord opvaren. Daar worden we stil van. Vanaf hier lonkt het frisse noorden pas echt. Die zomer in het mooie Denemarken raken we verknocht aan de Oostzee. Toch doen we in 2006 een rondje Parijs over de Belgische en Franse wateren. Ria wil even niet op groot water. Parijs en de Seine vinden we mooi maar de reis erheen en terug door de Ardennen is niet wat we willen. Alhoewel mensen zeggen dat de Ardennen mooi zijn, kunnen we er niet echt warm voor lopen. Te somber en te donker. We willen het licht! In 2007 ondernemen we weinig. We verhuizen in maart naar de Westsingel. Dat geeft veel drukte. In de zomer varen we naar het Duitse eiland Borkum en doen een poging om buitenom naar het volgende eiland te varen. Dat is echter te ruig voor Ria en we besluiten daarna wat in Friesland en langs de oevers van het IJsselmeer te blijven hangen.

In 2008 staat een rondje Duitse hanzesteden op het programma. In mei varen we de Rijn op en vanaf Wesel via de Duitse kanalen naar Potsdam. We genieten van deze koninklijke stad. Via het spectaculaire Schiffhebewerke Niederfinow komen we op de Oder en in Polen. Via Stettin, het Stettiner Haf en de Peenestrom varen we naar Stralsund en zijn voor de tweede keer op de Oostzee. Om echter via de Duitse hanzesteden terug naar Nederland te varen lukt niet, het weer zit niet mee. Daarom besluiten we om Post 3 in Barth in Duitsland achter te laten. Dat biedt ons de mogelijkheid om het volgende jaar de Zweedse Oostkust te verkennen.

In het voorjaar van 2009 pakken we de draad weer op. We wachten op Hiddensee tot het weer goed genoeg is om de oversteek naar Bornholm te maken. Als de wind is afgenomen tot 3 à 4 Beaufort wagen we het er op. Halverwege valt de wind weg en varen we over een glad zeetje. Ria glimt van oor tot oor. Tussendoor gaan we een maand naar huis om te werken. In mei varen we verder, langs de steeds mooier wordende Oostkust naar Oxelösund. Tussen de scheren zien we steeds meer eilandjes en tellen de stenen onder water. In Zweden is het de gewoonte geen vaarweg met boeien uit te zetten, maar alleen het gevaar onder water met een boei of een teken op een rots aan te geven. Dat is even wennen. Hoe dichter we bij Stockholm komen hoe talrijker de eilanden. Bijvoorbeeld het prachtige Harstena. Een oud robbeneiland waar nu in de winter nog twee mensen wonen. Wij zijn vroeg in het jaar en liggen in ons eentje. We verkennen vervolgens de Archipel van Stockholm. Duizenden eilanden én de stad. Als we in Lökholmen aanmeren worden we geholpen door een zachtaardige Zweed met een witte pet op. Hij geeft ons een adres van twee jachthavens waar we vlakbij Stockholm de boot kunnen laten overwinteren. Lökholmen lijkt een Japanse tuin. We liggen aan prachtige grijze steigers tegen de rotsen, nemen kronkelende paadjes door het dennenbos en wandelen over dikke tapijten van mos waar je diep in wegzakt. Regelmatig hebben we prachtige doorkijkjes naar de zee. We hebben het paradijs gevonden. Na twee vermoeiende maar prachtige weken Stockholm, brengen we Post 3 op de winterplek en nemen de trein terug naar Nederland. Ons vaarzeizoen zit er op voor dit jaar.


Ook in 2010 willen we weer drie korte perioden naar de boot gaan. We hebben kaarten tot Turku gekocht en kunnen dus naar Finland oversteken. En dat doen we na veel wikken en wegen ook. Na nog kanelbullar en vers brood te hebben gekocht varen we de scheren in. Morgen verder naar Fejan. Daarvandaan heb je een directe route over zee naar Mariehamn op Åland. De grote ferries nemen die route ook. Na ongeveer 30 zeemijl en 2,5 uur varen passeren we het baken Marhallen, voor de grillige kust van Åland. Ria kan opgelucht ademhalen. Het was weer een uiterst zachte overtocht zonder wind en golven en bij een stralend blauwe lucht. Als je denkt dat er verder nog veel zee is tussen Mariehamn en vasteland van Finland heb je het mis. Het is een zee van kleine eilandjes. We hoppen van eiland naar eiland. Ze lijken op elkaar maar zijn toch steeds anders. We moeten de verschillen leren zien. Meer bos, minder bos, kaler of hoger, veel water of minder. Soms huizen of alleen schuren en vaak ook helemaal niets. Het is hier absolut minder lieflijk ten opzichte van de Zweedse scheren bij Stockholm. We naderen langzaam maar zeker het uiterste punt van onze grote reis naar het noorden. We gaan nog tot Uusikaupunki en dan vallen we van de waterkaarten die we hebben aangeschaft. Voor Ria is het welletjes. Ik begin ook naar ons traditionele rondje IJssel te verlangen. Maar eerst nog naar Turku en terug naar Stockholm. Volgend jaar varen we de boot naar Nederland terug. Dat doen we in 2011 via het Götakanaal, Götenborg, de kale scheren aan de westkust van Zweden, de Deense eilanden, het Kieler-kanaal en via Otterndorf aan de Elbe en de Duitse kanalen naar Delfzijl.

Dan moeten we tot ons verdriet Post 3 verkopen. Een appartement in de stad en een boot onderhouden kan bruin niet meer trekken. Ik werk steeds minder en dat betekent dat we zuiniger moeten leren leven. De laaste keer dat we op de Vecht varen gaan we aan een steigertje liggen om de boot klaar te maken voor verkoop. Daar zitten we alle twee te janken in de kuip. We zullen Post 3 missen.
We besluiten een campertje te kopen waarmee we er opuit kunnen trekken. Dat doen we binnen Nederland, naar Frankrijk en een keer naar Noorwegen. Dat geeft ook een bepaalde vorm van vrijheid. Daar genieten we van. Alleen jammer dat je niet in de binnensteden mag staan. Je wordt meestal weggestopt in een hoekje. En je staat mannetje aan mannetje op een grasveld. Alleen ver in Noorwegen buiten het hoogseizoen, en op kleine boeren campinkjes kun je nog alleen staan. En als je, terug uit Noorwegen, in Zweden aan het water wilt staan is het daar vol en geven ze je een plekje achteraan. We zijn verwend. Als ik in de zomer van 2014 tegen tegen Ria zeg dat de Johanna weer in de haven van Amersfoort ligt maakt Ria stiekem een afspraak met Peter en Elly, zij wonen op de boot. We gaan langs in Huizen, waar ze inmiddels zijn aangekomen en we zijn direct verkocht. Dat willen we ook, op een boot wonen. Dus gaan we op zoek naar een geschikt schip; lopen heel wat werven voor nieuwbouw af en bezoeken makelaars die tweedehands schepen verkopen. Na heel wat keren ons hoofd te hebben gestoten zeg ik dat ik de boot zelf wel ga ontwerpen. Bij Pollard jachtbouw in Steenwijk kan dat en voor ons budget. Ik ontwerp de Trawler
die we willen in grote lijnen. Van Vossen in Steenwijk maakt het ontwerp maritiem en tekent het snijpakket voor het casco. Vervolgens doe ik nog een jaar over het uitwerken van het interieur. Het valt ook niet mee als je een appartement van 170 m2 naar een oppervlak van 60 m2 terug moet brengen. Pollard heeft nog nooit zo veel laatjes in een schip getimmerd. Ria begint alvast op te ruimen en weg te geven. Na vier jaar zoeken, denken, ontwerpen en bouwen is Tiberius klaar. We wonen inmiddels tijdelijk in de Oude Viltfabriek in Amersfoort. Dat mag van Jacques en Ellen, omdat ik een ontwerp voor de Viltfabriek maak, om de ruimte voor hen om te bouwen tot woonruimte. In juli 2017 is Tiberius helemaal klaar. We dopen hem met veel vrienden en familie in de haven van Amersfoort. We varen nog wat rond in Nederland om Tiberius uit te proberen en overwinteren in Hoorn. Naast de Johanna.

Eind maart 2018 beginnen we ons vaarseizoen met een weekje Amersfoort. Om er in te komen en een en ander te regelen. Daarna varen we in april en mei naar Stockholm waar we krap twee maanden in de prachtige Stockholmse scheren willen rondzwerven. We hebben er nog zo veel herinneringen liggen. Eind juli willen we door het Götakanaal naar de westkust van Zweden, waar we de maand augustus willen blijven. In september en oktober zouden we dan via Denemarken en de Duitse kanalen weer terug naar Nederland. Maar dat loopt anders. Ria vindt dat Tiberius wel erg slingert als we op wat ruiger en groter water komen. We bedenken een steunzeiltje maar geloven daar uiteindelijk niet in. Je houdt 30 ton immers niet zo maar recht. Ria wil echter zonder voorzieningen niet meer terug naar Nederland met Tiberius. Ze heeft al te veel nare ervaringen opgedaan. We leggen contact met DMS die het rotorswing- stabilisatie- systeem heeft ontwikkeld. Samen met een Zweed laten we in een week de rotors onder de boot monteren. Kost een kleine Mercedes maar dan heb je ook wat. Ria gaat mee terug, maar is niet echt gerustgesteld. Het Götakanaal komt er niet meer van. We vinden het achteraf ook te zwaar, al die sluizen, al die trappen, ga er maar aan staan. Ria heeft van de scheren genoten maar de grotere oversteken waren voor haar te spannend.
In 2019 doen we het rustiger aan. We varen van oost naar west langs de Duitse noordkust en doen alle Duitse hanzesteden aan. Onderweg ontmoeten we Jos en Rolf in Rostock. Een leerzame reis, voor een stedenbouwer om te smullen. We eindigen in het grote Hamburg waar we de Speicherstadt ontdekken.
Afgelopen twee jaar werden we door de Corona-pandemie gedwongen om alleen in Nederland te varen. We kunnen een paar jaar niet naar de Europese wateren buiten eigen land varen. Toch vermaken we ons in Nederland goed. Er is geen land waar de verscheidenheid aan waterwegen zo groot is. De Oostzee is echter die jaren niet uit ons hoofd geweest. De ruimte en het licht dat je daar kan ervaren is heel bijzonder. Als je daar eenmaal van geproefd hebt, wil je terug.

Maar dat is nu dus niet meer mogelijk. Ria wil niet meer op groot water. We passen ons oorspronkelijke plan aan, gaan niet naar Noorwegen. Maar varen komende tijd daarom heel voorzichtig , via de Deense eilanden en de Duitse kanalen terug naar Nederland. We zullen wel eerder terug zijn dan gepland.

de Sont

Zaterdag 7 mei

We varen beetje bij beetje over de Sont/Øresund tussen Denemarken en Zweden en zijn nu op het smalste stuk in Helsingør aangekomen. Gekke stad met ervoor het gigantische kasteel Kronborg en de steeds heen en weer varende ferry’s, waar wij tussendoor moeten om de haven te bereiken. We mogen in de Kulturhavn liggen, tegenover het kasteel. Alleen voor schepen groter dan 15 meter. Aan de andere zijde ligt het nieuwe cultuurcentrum. We liggen naast een militair schip. Ik vind de kleuren van Tiberius toch mooier.

Toen we nog in Dragør, aan het begin van de Sont lagen, zijn we in een uurtje met de bus naar Kopenhagen gereisd. We stappen uit tegenover Tivoli. Gek zo’n pretpark achter een muur midden in de stad. En lopen naar het prachtige museum Glyptoteket. Het 125 jaar oude gebouw heet eigenlijk ‘Ny Carlsberg Glyptotek’. Het museum is vernoemd naar de brouwerijen van de beroemde Deense bierbrouwer Carl Jacobsen. Hoewel een glyptotheek eigenlijk een ‘verzameling van beeldhouwwerken’ betekent, kun je nog veel meer kunst in dit museum bekijken. Het museum is in een schitterend pand gehuisvest, tegenover amusementspark Tivoli. Dat was eigenlijk een doorn in het oog van Carl Jacobsen, die zijn enorme kunstcollectie aan de staat doneerde op voorwaarde dat de collectie in een speciaal gebouw ondergebracht zou worden. Dat dit gebouw naast het wat vulgaire Tivoli (waar in zijn ogen vooral het ‘gepeupel’ kwam) stond, beviel hem eigenlijk maar niets.

Ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de Glyptoteket is er een speciale tentoonstelling van de franse schilder Suzanne Valandon te zien. Ze schildert een beetje naïef zoals Charley Toorop.

We lunchen onder de prachtige koepel van de Glyptoteket en lopen door de mooie Deense stad totdat onze voeten pijn doen. Tegen vijf uur zoeken we nog even een fotograaf, die de gevoelige plaat van mijn fototoestel schoonmaakt zodat ik weer smetteloze plaatjes kan schieten.

Donderdag 5 mei varen we met een rustig zeetje naar het ons bekende eiland Ven, de Denen zeggen “Ween”. We zien het silhouet van Kopenhagen achter ons aan de horizon verdwijnen. De haven van Kyrkbacken op Ven ligt beneden aan de rots, bovenop staat een wit kerkje. Bij aankomst verruild Ria het Deense gastenvlaggetje voor het Zweedse, want Ven ligt in Zweden. We maken een prachtige wandeling over het eiland, langs een pad dat voor een deel over de rand van de kliffen loopt. We zien Helsingborg aan de overzijde liggen.

Gisterochtend twijfelden we of we wel zouden uitvaren. De wind zou aantrekken uit westelijke richtingen. Dan zouden we bijvoorbeeld naar Mölle kunnen varen. Maar, dan komen we wel op groter water. We nemen toch de gok en varen uiteindelijk maar tot Helsingør omdat de deining toch toeneemt. Zul je altijd zien. Het is al zowat twee maanden oostenwind en als wij langs de Zweedse westkust willen varen draait de wind naar west, recht op de kust. Nou ja. Morgen, op zondag is er een weergaatje en proberen we een eind langs de Zweedse kust te komen. Kijken hoever we op een dag kunnen.

Kopenhagen

dinsdag 3 mei

Loodstoren op Dragør

We zijn in Dragør, vlak bij Kopenhagen. Het is in 4 dagen alweer de derde bestemming in Denemarken, na Gedser op het eiland Falster en Klintholm Havn op het mooie eiland Møn. Dragør, heeft als vissersplaats Nederlandse roots. Dat kun je goed zien aan het dorp wat aan de haven ligt. Het doet allemaal erg Hollands aan met smalle, verspringende straatjes zoals ook in het vissersdorp Marken. De oversteek vanuit Rødvig is heel rustig. We zijn vroeg opgestaan om de wind voor te zijn. Onderweg zien we prachtige zeegezichten, zowel vroeg in de ochtend als we Rødvig verlaten als bij de landing in de Sont aan de overkant.

brug tussen Denemarken en Zweden over de Sont
Windmolens in zee aan de Zweedse kant

Op Møn komen we pas echt in Deense sferen. We zeggen tegen elkaar dat we ons een beetje in een sprookje wanen. Als je de gebeurtenissen van de komende twee dagen leest, snap je ook dat het niet zo gek gedacht is.

Op Møn hebben we vanuit Kintholm Havn de bus gepakt, naar Stege. Stege ligt aan de andere kant van het eiland. Het is zo leuk om een ritje over het eiland te maken, je ziet alle landschappen langskomen. Glooiend, vooral glooiend, dit landschap. Heerlijk, zo lieflijk, zo romantisch. Prachtige groene biljartlakens, afgewisseld met knalgele koolzaadvelden. Kleine dorpjes met allemaal typisch Deense kerkjes, vaak met een toren met een trap- of topgevel. Vaak hebben de Deense kerken mooie kleuren aan de binnenkant en er hangt ook altijd wel een scheepje aan het plafond. 

In Stege bezoeken we de kerk en worden verrast met pianospel. Een pianist mag de kerk gebruiken als oefenlokatie. Hij speelt een stuk van Gabriël Fauré. Prachtig, en het verbaast ons dat het zo mooi zacht en rond klinkt, ook al speelt hij in een toch wel vrij grote kerk. We zeggen dat we het erg mooi vinden en hij vertelt dat hij ook op het orgel mag spelen. Hij trekt zijn speciale tango-schoenen aan en we krijgen ook nog een orgelconcert.

We eten de lunch bij een slager in de hoofdstraat. Achter zijn winkel bevindt zich een grote overdekte hof met daarin nog de oude woningen. Alles gelaten zoals het was. Geweldig, hier een tafel in een oude woonkamer, daar wat tafels in een winkel, voor ons een tafeltje in het halletje van een oud huisje. Heel lekker mét glutenvrij brood!

Om half drie weer terug met de bus. Terwijl we naar het station teruglopen komt er een bus aan en de chauffeur begint uitbundig naar ons te zwaaien. We snappen er niets van, we kennen hier immers niemand. Gingen we nog eens goed kijken en bleek het de pianoman te zijn. Hij is buschauffeur! Grappig, wat een bijzondere ontmoeting. 

Vandaag varen we van Møn naar Sjaeland. Het doel is Rødvig Havn, een mooie oude vissershaven. We zijn er al eerder geweest met onze ONJ. We varen om 9.00 uur uit en glijden even later over een glad zeetje langs Møns Klint. Wat is dat toch indrukwekkend; met je eigen boot op zee naar dit wonderlijke natuurverschijnsel kijken. Witte kalkrotsen rijzen 126 meter uit zee op,  in een lengte van wel zes kilometer.  In de laatste 100.000 jaar vanaf de zeebodem opgestuwd door gletsjers. De kliffen zijn zo puntig, dat het lieflijke eiland en dus het lieflijke sprookje toch een scherp kantje krijgt. Wat ruig!

Wanneer we hebben aangemeerd in Rødvig, hoor ik in ene: hé Ria en zwaaien er mensen vanaf de kant naar ons. Wat is dat nu, wie weten er nu dat we hier zijn?Hanne en Tess staan op de kade, samen met hun twee lieve kindjes. We drinken thee op de boot, weer een onverwachte, ontzettend leuke ontmoeting.