de Sont

Zaterdag 7 mei

We varen beetje bij beetje over de Sont/Øresund tussen Denemarken en Zweden en zijn nu op het smalste stuk in Helsingør aangekomen. Gekke stad met ervoor het gigantische kasteel Kronborg en de steeds heen en weer varende ferry’s, waar wij tussendoor moeten om de haven te bereiken. We mogen in de Kulturhavn liggen, tegenover het kasteel. Alleen voor schepen groter dan 15 meter. Aan de andere zijde ligt het nieuwe cultuurcentrum. We liggen naast een militair schip. Ik vind de kleuren van Tiberius toch mooier.

Toen we nog in Dragør, aan het begin van de Sont lagen, zijn we in een uurtje met de bus naar Kopenhagen gereisd. We stappen uit tegenover Tivoli. Gek zo’n pretpark achter een muur midden in de stad. En lopen naar het prachtige museum Glyptoteket. Het 125 jaar oude gebouw heet eigenlijk ‘Ny Carlsberg Glyptotek’. Het museum is vernoemd naar de brouwerijen van de beroemde Deense bierbrouwer Carl Jacobsen. Hoewel een glyptotheek eigenlijk een ‘verzameling van beeldhouwwerken’ betekent, kun je nog veel meer kunst in dit museum bekijken. Het museum is in een schitterend pand gehuisvest, tegenover amusementspark Tivoli. Dat was eigenlijk een doorn in het oog van Carl Jacobsen, die zijn enorme kunstcollectie aan de staat doneerde op voorwaarde dat de collectie in een speciaal gebouw ondergebracht zou worden. Dat dit gebouw naast het wat vulgaire Tivoli (waar in zijn ogen vooral het ‘gepeupel’ kwam) stond, beviel hem eigenlijk maar niets.

Ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de Glyptoteket is er een speciale tentoonstelling van de franse schilder Suzanne Valandon te zien. Ze schildert een beetje naïef zoals Charley Toorop.

We lunchen onder de prachtige koepel van de Glyptoteket en lopen door de mooie Deense stad totdat onze voeten pijn doen. Tegen vijf uur zoeken we nog even een fotograaf, die de gevoelige plaat van mijn fototoestel schoonmaakt zodat ik weer smetteloze plaatjes kan schieten.

Donderdag 5 mei varen we met een rustig zeetje naar het ons bekende eiland Ven, de Denen zeggen “Ween”. We zien het silhouet van Kopenhagen achter ons aan de horizon verdwijnen. De haven van Kyrkbacken op Ven ligt beneden aan de rots, bovenop staat een wit kerkje. Bij aankomst verruild Ria het Deense gastenvlaggetje voor het Zweedse, want Ven ligt in Zweden. We maken een prachtige wandeling over het eiland, langs een pad dat voor een deel over de rand van de kliffen loopt. We zien Helsingborg aan de overzijde liggen.

Gisterochtend twijfelden we of we wel zouden uitvaren. De wind zou aantrekken uit westelijke richtingen. Dan zouden we bijvoorbeeld naar Mölle kunnen varen. Maar, dan komen we wel op groter water. We nemen toch de gok en varen uiteindelijk maar tot Helsingør omdat de deining toch toeneemt. Zul je altijd zien. Het is al zowat twee maanden oostenwind en als wij langs de Zweedse westkust willen varen draait de wind naar west, recht op de kust. Nou ja. Morgen, op zondag is er een weergaatje en proberen we een eind langs de Zweedse kust te komen. Kijken hoever we op een dag kunnen.

Kopenhagen

dinsdag 3 mei

Loodstoren op Dragør

We zijn in Dragør, vlak bij Kopenhagen. Het is in 4 dagen alweer de derde bestemming in Denemarken, na Gedser op het eiland Falster en Klintholm Havn op het mooie eiland Møn. Dragør, heeft als vissersplaats Nederlandse roots. Dat kun je goed zien aan het dorp wat aan de haven ligt. Het doet allemaal erg Hollands aan met smalle, verspringende straatjes zoals ook in het vissersdorp Marken. De oversteek vanuit Rødvig is heel rustig. We zijn vroeg opgestaan om de wind voor te zijn. Onderweg zien we prachtige zeegezichten, zowel vroeg in de ochtend als we Rødvig verlaten als bij de landing in de Sont aan de overkant.

brug tussen Denemarken en Zweden over de Sont
Windmolens in zee aan de Zweedse kant

Op Møn komen we pas echt in Deense sferen. We zeggen tegen elkaar dat we ons een beetje in een sprookje wanen. Als je de gebeurtenissen van de komende twee dagen leest, snap je ook dat het niet zo gek gedacht is.

Op Møn hebben we vanuit Kintholm Havn de bus gepakt, naar Stege. Stege ligt aan de andere kant van het eiland. Het is zo leuk om een ritje over het eiland te maken, je ziet alle landschappen langskomen. Glooiend, vooral glooiend, dit landschap. Heerlijk, zo lieflijk, zo romantisch. Prachtige groene biljartlakens, afgewisseld met knalgele koolzaadvelden. Kleine dorpjes met allemaal typisch Deense kerkjes, vaak met een toren met een trap- of topgevel. Vaak hebben de Deense kerken mooie kleuren aan de binnenkant en er hangt ook altijd wel een scheepje aan het plafond. 

In Stege bezoeken we de kerk en worden verrast met pianospel. Een pianist mag de kerk gebruiken als oefenlokatie. Hij speelt een stuk van Gabriël Fauré. Prachtig, en het verbaast ons dat het zo mooi zacht en rond klinkt, ook al speelt hij in een toch wel vrij grote kerk. We zeggen dat we het erg mooi vinden en hij vertelt dat hij ook op het orgel mag spelen. Hij trekt zijn speciale tango-schoenen aan en we krijgen ook nog een orgelconcert.

We eten de lunch bij een slager in de hoofdstraat. Achter zijn winkel bevindt zich een grote overdekte hof met daarin nog de oude woningen. Alles gelaten zoals het was. Geweldig, hier een tafel in een oude woonkamer, daar wat tafels in een winkel, voor ons een tafeltje in het halletje van een oud huisje. Heel lekker mét glutenvrij brood!

Om half drie weer terug met de bus. Terwijl we naar het station teruglopen komt er een bus aan en de chauffeur begint uitbundig naar ons te zwaaien. We snappen er niets van, we kennen hier immers niemand. Gingen we nog eens goed kijken en bleek het de pianoman te zijn. Hij is buschauffeur! Grappig, wat een bijzondere ontmoeting. 

Vandaag varen we van Møn naar Sjaeland. Het doel is Rødvig Havn, een mooie oude vissershaven. We zijn er al eerder geweest met onze ONJ. We varen om 9.00 uur uit en glijden even later over een glad zeetje langs Møns Klint. Wat is dat toch indrukwekkend; met je eigen boot op zee naar dit wonderlijke natuurverschijnsel kijken. Witte kalkrotsen rijzen 126 meter uit zee op,  in een lengte van wel zes kilometer.  In de laatste 100.000 jaar vanaf de zeebodem opgestuwd door gletsjers. De kliffen zijn zo puntig, dat het lieflijke eiland en dus het lieflijke sprookje toch een scherp kantje krijgt. Wat ruig!

Wanneer we hebben aangemeerd in Rødvig, hoor ik in ene: hé Ria en zwaaien er mensen vanaf de kant naar ons. Wat is dat nu, wie weten er nu dat we hier zijn?Hanne en Tess staan op de kade, samen met hun twee lieve kindjes. We drinken thee op de boot, weer een onverwachte, ontzettend leuke ontmoeting.

Onze stad

Zaterdag 23april

We liggen alweer drie dagen in “onze” stad Lübeck. Het is wel een beetje thuiskomen in deze prachtige Hanzestad. De poort naar de Oostzee. De avond dat we hier aankomen via het Elbe-Lübeck-kanaal en de Trave eten we direct bij Da Luigi aan de Fischergrube. Onze Italiaan waar we helemaal in de sfeer komen. Dat is traditie. Dit is al de 4de keer dat we Lübeck aandoen. We liggen weer naast de prachtige havenloods die is omgebouwd tot kleine kantoren, een hotel/restaurant en woningen. Met behoud van de sfeer en de oude kranen. Die staan hier nog langs de kade zoals dat was in de tijd van de Hanzen. Jammer dat niet meer van het Wall-Hafen-Stadt hier op het schiereiland is gerealiseerd.

Afgelopen dagen door de stad gebanjerd. Ons weer verwonderd over de prachtige combinatie van rood metselwerk en gestucte panden met vrolijke kleuren. Eigenlijk al een beetje een Deense sfeer. Ik zou in weinig steden in Duitsland kunnen wonen. Maar in Lübeck zou dat wel lukken. Vandaag gebak met marsepein gegeten bij het Niederegger Kafé aan de Breite Strasse. Een echt ouderwets café/restaurant om met de pink omhoog een gebakje te eten met uitzicht op het Middeleeuwse stadhuis. Later worden we bij het toilet vriendelijk gedag gezegd door een rasechte toiletjuffrouw, met schort en doekje in de hand.

Afgelopen week zijn we vanaf Hannover aan het Mittellandkanaal, via het Elbe- Seitenkanaal, een stukje Elbe en het prachtige Elbe-Lübeck Kanaal hier naartoe gevaren. De eerste stop is nog aan het Mittelandkanaal, naast de Biergarten waar we ooit met Thijs en Maris hebben geprobeerd iets te eten. Toen was het restaurant al in verval maar nu is het helemaal een grote bende. Niemand te zien. We slapen heerlijk, direct langs het kanaal.

Het Elbe-Seitenkanaal valt nu helemaal niet tegen. Het kanaal komt minder afstandelijk over dan andere keren. Vooral in de ochtend is het nog stil, en weerspiegelen de oevers zich in het kanaal. Tiberius doorklieft het nog maagdelijk spiegelende water, tot dat we een tegenligger tegen komen of de wind opsteekt. Zeker ook omdat de meeste bomen nog geen blad dragen en we meer doorkijkjes naar het grootschalige omringende landschap hebben. Het Elbe-Seitenkanaal inclusief de twee machtige sluizen, doen we tot de Elbe in drie dagen. (Voor de mensen die de filmpjes van de sluizen hebben gemist wil ik nog wel een exemplaar sturen. Van sluis Uelzen en het prachtige Hebewerk Scharnebeck).

We blijven twee nachtjes in Lauenburg aan de Elbe. Dat is ook al een beetje traditie. Het is een leuke oude stad met kleine straatjes en mooie plekjes aan de Elbe. Als je boodschappen wil doen moet je wel door het park en 30 meter omhoog, 75 treden boven het oude stadje.

De laatste etappe door het Elbe-Lübeckkanaal is weer fantastisch. Zo’n prachtig kanaal dat je het idee hebt dat je op een riviertje vaart, met een zacht golvend landschap er omheen. Af en toe lijkt het of de bossen om je heen op duinen staan en waan je je in Bloemendaal.

Maandag neemt de wind af en willen we naar Burgstaaken op Fehmarn varen. Onze laatste stop in Duitsland. Vandaag maken we de boot klaar voor de Oostzee. Alles zeevast. Motor, waterfilter en oliefilter gecontroleerd en schoon gemaakt. Life-raft achter uit het luik op de kuipbank.

Schippers

14 april 2022

We worden vanmorgen wakker van het dichtklappen van de toiletdeur als het eerste binnenvaartschip op enkele meters afstand langskomt. De zuiging zet Tiberius scheef en laat de lijnen kreunen. We liggen in de jachthaven van Hannover. Hebben al weer 265 km kanaal in Duitsland gevaren. Voelen ons wel een beetje schippers. Alhoewel de schippers op hun beurt ons zien als luxepaardjes die met hun bootje voor de lol de kanalen bevaren.

Na het smalle, 15 kilometer lange Haren-Rütenbrock-kanaal komen we op het Dortmund-Eems-kanaal, waar we tot het Mittellandkanaal opblijven. Negentig kilometer rivier en kanaal met 9 sluizen die steeds dichter bij elkaar liggen. Het laatste stuk van het kanaal zitten we, zoals we gewend zijn, weer achter een zeer langzame, dikke tanker die zuigend in de sluizen past. We halen een gemiddelde snelheid van krap 7 kilometer per uur. Pff.

In 1892 werd met de aanleg van het kanaal begonnen. Tijdens de piekjaren waren er meer dan 4000 werknemers actief. De beplanting langs het kanaal is prachtig. Vooral nu in het vroege voorjaar nog niet zo veel blad aan de bomen zit. De 100 jaar oude bomen zijn met een bedacht patroon langs het kanaal gezet. Soms staan de platanen rechts, soms links en dan weer worden ze afgewisseld door dikke eiken.

Na een rustige nacht op de hoek van het Mittellandkanaal en het Dortmund-Eems-kanaal varen we het brede Mittellandkanaal op. Het Mittellandkanaal  is met zijn 325,7 km de langste kunstmatige waterloop van Duitsland. De Duitsers hebben daarbij geen halve maatregelen genomen. Het brede kanaal snijdt dwars door het zacht glooiende landschap, soms ligt het kanaal lager dan het omringende landschap, soms hoger. We hebben nu 160 kilometer zonder sluis gevaren maar met des te meer bruggen. Gemiddeld zit er een brug op elke 600 meter. Alle wegen en paden die er voor de aanleg van het kanaal liepen, lopen er nog. Knap staaltje werk!

We overnachten in Bad Essen en in Hahlen bij Minden. In Bad Essen maken we een wandeling tegen de heuvel op en hebben een prachtig uitzicht over het dal waar het kanaal door loopt. Gelukkig komt Ria met haar stok goed de heuvel op.

Drenthe

7 april 2022

We liggen nu in Haren aan de Eems in Duitsland. Vandaag laten we de storm over ons heen razen. Dan kunnen we morgen verder het Dortmund-Eemskanaal op.

Zo vroeg in het jaar zijn de Drentse kanalen niet zo toegankelijk. Het begint op de Hoogeveense Vaart wanneer we Zwartsluis verlaten. Ria belt de eerste sluis en krijgt direct te horen dat het niet mogelijk is de Hoogeveense Vaart te bevaren. We hadden ons drie dagen van te voren moeten melden. Punt.

Ria zegt dat ze dat ook had gedaan en toen een vriendelijke dame aan de lijn had gehad die zei dat we ons gewoon op de dag zelf moesten melden. Niet dus. Goed, na heel wat diplomatieke woorden van Ria, en nadat ze de bewuste sluismeester lief had gevraag hoe we dan wel het snelst in Duitsland konden komen, bond hij in. Een vrouwelijke navigator heeft voordelen. Uiteindelijk komt het er op neer dat we die donderdag tot Hoogeveen kunnen varen. Hij strijkt een hand over zijn hart. De laatste sluis voor Hoogeveen moet hij eerst nog resetten voordat we er door kunnen. We zijn blijkbaar de eerste na de winter. De sluismeester heeft voor ons “uitgeknobbeld” dat we pas maandag verder over de Verlengde Hoogeveense Vaart naar het oosten kunnen. Er is die vrijdag niemand beschikbaar want die komt met een “jacht” van de andere kant. En in het weekend wordt er sowieso niet gesluisd. We moeten ons dus vermaken in Hoogeveen. Gelukkig komen Ton en Ine ons zaterdag vergezellen. Ria heeft lekker gekookt.

onze ligplaats in Hoogeveen.

Maandag komt een alleraardigste, heel lange, echte Drent ons helpen met de sluizen en bruggen in de Verlengde Hoogeveense Vaart. Hij rijdt met zijn gele autootje van de provincie helemaal mee van brug naar brug en van sluis naar sluis, tot aan Nieuw Amsterdam-Veenoord waar we tegenover de Coop overnachten.

De volgende ochtend komt hij om klokslag 9 uur om ons verder te helpen, niet voordat hij eerst bij ons een kopje koffie in de boot heeft gedronken en zich verwonderd over de ruimte in ons bootje. We hadden Tiberius toen al volgehangen met stootwillen en wrijfhouten. Want we krijgen die dag het moeilijkste deel van het traject: de Veenvaart met 14 bruggen, vaak niet hoger dan 3,50 meter en 7 sluizen waarvan er een niet breder is dan 4,80 meter. Tiberius is 3,45 meter hoog en 4,60 meter breed. Dus weinig speling. Vijf cm aan alle kanten!

Halverwege de dag wordt de lange Drent door een andere Drent vervangen die ons door de volgende sluizen en bruggen leidt. En weer vervangen door nog meer Drentse geelgejackte sluismannetjes. Op een gegeven moment lijken ze steeds meer op elkaar en moet je ze uit elkaar houten door hoedjes of petten die ze toegevoegd hebben aan hun gele sluiswachtersuniform.

En dan naderen we de Veensluis in het Veenmuseum. Een hele oude sluis die nog met de hand bediend wordt. Vier jaar geleden liepen we een diepe kras op in deze sluis. Door de lage, uitstekende beton-blokken die de sluisdeuren beschermen.

We naderen de sluis heeeeel langzaam, en drijven uiterst langzaam de sluis binnen. De sluismeester geeft de kont van Tiberius bij een van de betonblokken een duwtje zodat die ook mee gaat. Maar voordat de sluis bediend wordt deelt de moeilijk te verstane dikke sluismeester ons mee dat we niet verder kunnen. En dat vertelde hij wel 6 keer. Hij had net een telefoontje gehad en het was zo. Uiteindelijk draait hij de deuren achter ons een voor een dicht. Loopt naar voren en draait de voorste deuren van de sluis een voor een open, nadat de sluis heel langzaam is leeg gelopen. Toen de ophaalbrug open. Dat gaat gelukkig elektrisch, en kunnen we weer heel langzaam uitvaren met links en rechts 5 cm speling de de wrijfhouten die langs het beton schuren. Gelukkig dit keer geen krassen.

We kunnen de rest van het kanaal wel af, in tegenstelling tot de berichten van de verwarde sluismeester in het museum. Zelfs in Groningen is er nog een brugwachter. We overnachten voor de laatste sluis in Ter Apel. We hebben die dag “gewerkt” van ’s ochtends 9 tot ’s avonds 17.00 uur en ons uiterst langzaam door alle sluizen en onder alle bruggen door-geworsteld. We zijn even bekaf.

Het Haren-Rütenbrock-Kanal de volgende dag is een eitje. Alle sluizen worden op afstand geopend en op de stromende Eems zoeken we een plekje in de jachthaven.

Europa

5 april 2022

“We wonen op een boot en zwerven door Europa”.

Dat hebben we ruim 4 jaar geleden geschreven toen we besloten op Tiberius te gaan wonen. Sindsdien hebben we geen huis of adres meer. Hebben daarom de vrijheid om in de zomer te gaan waar we willen. Naar diverse landen in Europa. Over de grote rivieren. Over de lange kanalen. Over de Oostzee. Tenminste, dat was ons doel. Maar Europa is veranderd. Is niet meer zo vrij als toen.

Eerst kwam de pandemie. Daardoor zijn we twee jaar gedwongen om alleen Nederland als ons huis te beschouwen. We konden een paar jaar niet naar de Europese wateren buiten eigen land varen. Toch hebben we ons in Nederland best vermaakt. Er is geen land waar de verscheidenheid aan waterwegen zo groot is. De Oostzee is echter die jaren niet uit ons hoofd geweest. De ruimte die, en het licht dat je daar kan ervaren is heel bijzonder. Als je daar eenmaal van geproefd hebt, wil je terug.

Nu voelen we ons niet vrij meer in grote delen van Europa. We hadden gedacht dat de vrijheid die in Europa sinds decennia bestond, zou blijven bestaan. Wellicht waren we naïef. Maar met ons vele anderen. Vanuit west Europa gezien wordt er bruut aan de achterdeur gerammeld. Wie had dat verwacht? We hadden ooit gedroomd de Donau af te kunnen varen naar de Zwarte Zee. Of via de Duitse en Poolse noordkust langs de Baltische staten naar Riga, Tallin en Helsinki. Die doelen liggen nu, naar ons gevoel, te dicht bij het losgebarsten geweld.

Natuurlijk hebben we ons afgevraagd wat we dan moeten doen. Niet op reis gaan en in Amersfoort blijven liggen? En dan? Het enige wat we kunnen is boos zijn en de ontwikkelingen volgen. De analyses lezen van wetenschappers en schrijvers. Ons zorgen maken over de toekomst van onze kinderen. Zien hoe Nederlanders Oekraïense families opnemen. Dat financieel steunen. Maar verder lossen we niets op.

Daarom hebben we besloten toch op reis te gaan. Als een soort antigif. Om te laten zien dat een groot deel van Europa nog steeds vrij is. Waar we wel mogen genieten van andere landschappen en culturen.

Het voorbij-trekkende landschap, gezien vanaf de Verlengde Hoogeveense Vaart

Weer op weg

29 maart 2022

We zijn een paar dagen onderweg. Liggen nu aan het Zwarte Water. Ons doel is de zuidkust van Noorwegen. Dat is haast onwerkelijk. Als je gaat vliegen boek je een vlucht op een ochtend of middag. Als je met de auto gaat maak je vooraf een keuze of je in twee of drie dagen zult reizen. Met de boot ga je onderweg en kijkt wel wanneer je er bent. Je kunt hooguit beslissen of je binnendoor of buitenom wilt gaan. Wij gaan binnendoor, over de Duitse kanalen. Die weg kennen we en is voor ons relaxed. Buitenom moet je met de wind en de stroming rekening houden. Wij tellen de sluizen.

We willen eind oktober weer terug in Amersfoort zijn. Dus hebben zeven maanden de tijd. Twee maanden heen. Twee maanden in Noorwegen en weer twee maanden terug. Een maand speling. Dat moet je hebben op het water waar je de planning meestal niet haalt.

Het vertrek van onze winterligplaats aan de Eem is heel vriendelijk. We worden niet alleen door onze mede-overwinteraars uitgezwaaid en getoeterd, ook Thijs en Marisja staan met het hele team van A.T.M. op de kade om ons uitgeleide te doen. En niet te vergeten, de ijsboer Jeroen van Vitelli zwaait naar ons naast de Kwekersbrug.

Deze eerste dag varen we de mooie Eem af. Dat is voor die dag genoeg. We genieten van het wijdse uitzicht over de Eempolder en slapen diep, weg van het stadse gerommel. De tweede dag is Harderwijk ons doel. Daar ontmoeten we Pieter en Stephanie. Verkennen met hen de oude Hanzestad en lunchen bij Da Gabriele. Gisteren liepen we na een mistige tocht Elburg binnen, waar inmiddels de zon alweer scheen. En vandaag dus naar Zwartsluis aan het Zwarte Water.

We verlaten straks het grote Hollandse water en duiken de Drentse en Duitse kanalen in.

De kerk van de Hervormde gemeente op de hoek van de historische binnenstad van Elburg
Landschap langs het Zwarte Water

Amersfoort

zaterdag 25 september

We zakken de IJssel verder af, zien Deventer rechts langs komen, leggen voor een nachtje aan in de oude hanzestad Hattem en komen daarna op ruimer water. Na een rustig nachtje Kattendiep, bij de monding van de IJssel, steken we de het IJsselmeer over naar Medemblik. Ons doel is Hoorn waar Nikos enkele onderhoudswerkzaamheden gaat doen. Maar we vinden het leuk nog even langs Medemblik en Enkhuizen te hoppen. In Medemblik ontmoeten we toevallig Tony en Fred van de Bertillac, mede- overwinteraars in Amersfoort, we eten samen een hapje in een restaurant aan de haven.

En uiteindelijk wordt onze stop in Enkhuizen wat langer omdat Peter en Elly, onze oude buren van de Johanna, in de 3 winters Hoorn, ons spotten op de AIS. En zij zijn ook van plan even in Enkhuizen aan te monsteren. We blijven gewoon nog een paar dagen, eten zaterdag samen op de Tiberius en kletsen weer gezellig bij. Het is geen straf om wat meer tijd in Enkhuizen te hebben, we liggen daar graag. Weten ondertussen waar alles is, de markt, de winkels. En niet te vergeten bakker Rood, met overheerlijk glutenvrij brood van Pastridor. We hebben nog geen tweede winkel gevonden die deze broodjes altijd in voorraad in de vriezer heeft. Enkhuizen is de moeite waard dus!

Zondag steken we over naar de Schelphoek in Hoorn waar Nikos zijn bedrijfshal heeft. De meeste klussen worden door Mike geklaard, zelfs de zonnepanelen werken nu weer op volle sterkte. Alleen de radar weigert. We dachten klaar te zijn met een nieuwe kap na de klap met de gebroken mast in ’s Hertogenbosch. Maar dat is niet het geval. We hebben een hele nieuwe radar nodig. Die komt later deze winter wel. Nadat de motor en de generator, voorzien van nieuwe olie en filters, op dinsdagochtend getest zijn kunnen we de oversteek naar Muiden nemen. Dachten we……

De stuurautomaat is van slag. Als ik hem buitengaats aanzet schiet hij direct met roer en al volledig stuur- en later bakboord uit. Niet prettig als je rechtdoor wilt. Later blijkt, als Mike aan boord komt en hij Raymarine belt, dat door de update die hij heeft uitgevoerd, links en rechts op de stuurautomaat zijn verwisseld. Met een ingewikkelde procedure herstelt Mike de instellingen en de stuurautomaat is weer perfect.

We genieten van de mooie lange oversteek op het Markermeer naar Muiden. Het Paard van Marken blinkt wat minder omdat de vuurtoren in de steigers staat.

Het Paard van Marken is wat minder goed te zien omdat het in de steigers staat.

In Muiden liggen we dit keer weer vlak onder het Muiderslot. Beetje nostalgie voor ons omdat we met onze vorige boot, Post 3, hier altijd langs kwamen.

Na een nachtje Eem waar we de romp poetsen, zijn we op donderdag vroeg in de middag in Amersfoort. We eten gezellig met Thijs en Marisja en praten bij. Het duurt nog even voor we landen. Moeten wennen aan de vaste ligplaats voor de winter. Maar ons rondje Nederland zit er op. Dus jullie moeten deze winter onze blog-berichten even missen. Graag tot volgend voorjaar; wanneer we deze keer echt van plan zijn om naar Oslo te varen.

Doesburg en Zutphen langs de IJssel

donderdag 9 september,

Na een klein weekje Doesburg liggen we nu in Zutphen. Alle twee zijn prachtig hanzesteden aan de IJssel. We wandelen in Doesburg veel langs de IJssel en door de binnenstad. Brengen een bezoek aan het Lalique Museum waar prachtige glaskunst van René Lalique te zien is. We verbazen ons over de mate van detail in de vazen en flesjes. Het museum bevindt zich in twee prachtige oude herenhuizen met de bijbehorende ingewikkelde draai-trappen waar Ria moeite mee heeft. Maar de koffie met glutenvrije taartjes in een van de zonnige achtertuinen maken veel goed.

De Martinikerk in Doesburg.

De haven is helemaal opgeknapt met mooie corten-stalen hekken en details. Heel wat beter dan de oude vervallen haven die we van een aantal jaar geleden kenden. Maar de herrie van de naastgelegen gieterij is dag en nacht onverminderd hetzelfde.

Dinsdag 7 september laten we ons verder de IJssel afzakken naar het 24 km stroomafwaarts liggende Zutphen. We vinden dit wel een van de mooiste havens van Nederland. Een kleine besloten haven, direct tegen de wallen en de binnenstad gelegen. Je loopt in 5 minuten naar de Markt. We laten ons het eten bij het Italiaanse restaurant Vaticano, op een van de zwoele najaarsavonden deze week, goed smaken. Vandaag bezoeken we het Henriette Polak museum waar deze maanden, op uitnodiging, Mara van Laaren exposeert. Ze heeft bouwkunde en psychologie gestudeerd en ging daarna naar de Wackers Academie in Amsterdam. We zijn van haar werk onder de indruk. Nadat ze een ruimte in een historisch gebouw helemaal nauwkeurig met potlood heeft uitgetekend, schildert ze prachtige olieverfschilderijen die de sfeer van het gebouw helemaal over brengen. Als je nog in de gelegenheid bent om de tentoonstelling te bezoeken zou ik zeker gaan.

Van de stad kan ik geen genoeg krijgen. Na de roerige geschiedenis die Zutphen heeft meegemaakt is het een bijzonder gave stad. Vooral vanaf de Martinesingel heb je een prachtig, haast 16e eeuws uitzicht over het oude kerkhof naar de machtige Sint Walburgiskerk. Ook de IJsselkade met de typische witten panden is prachtig opgeknapt. De binnenstad is bovendien niet vergeven van de schreeuwende reclame.

De Walburgiskerk is een kapittelkerk uit de 13e eeuw, en is een van de 10 grootste en mooiste kerken van Nederland. De kerk is aan de binnenzijde prachtig geschilderd.

Maas-Waal en IJssel

Vrijdag 3 september

Vanuit Roermond zijn we verder de Maas afgezakt. Maken een tussenstop in Kessel en Mook. In Kessel liggen we direct langs de Maas, met de hoge wand waarop Kessel is gebouwd aan de linker- en de traag stromende Maas aan de rechter zijde. Ik sta de volgende dag om om zes uur op en zie dat de pont bij Kessel langzaam volloopt met de eerste fietsers en wandelaars. Klokslag 6.30 uur gaat de pont voor het eerst die dag naar de overzijde en neemt direct 5 auto’s mee terug naar Kessel. Een ritueel, waarvan ik verwacht, dat het zich elke werkdag herhaalt. Vanuit het noorden komt het eerste schip in het vale ochtendlicht de Maas afzakken. Prachtig om de traagheid van het leven op de rivier zo mee te maken.

Kessel aan de Maas, vroeg in de ochtend.

In Mook leggen we aan in een klein haventje direct aan de Maas. Liggen tussen de woonwagens van de kermisklanten die toevallig dit weekend de kermis bij de kerk hebben opgebouwd. Er staat een botsautobaan, een draaimolentje, een schiettent en wat spelletjes- en eetkramen. Met het druilerige weer een beetje mistroostig gezicht. De kermis heeft blijkbaar niet meer de aantrekkingskracht die het vroeger had, toen ik in Noordwijkerhout nog naar de kermis toeleefde.

Kaart van de Rijndelta met de hoogteverschillen in het stroomgebied.

Op maandag nemen we vanaf de Maas de afslag rechts naar het Maas-Waalkanaal en gaan vervolgens 12 kilometer verderop, na de sluis bij Nijmegen, rechtsaf de Waal op. We zijn direct klaarwakker. Als je een paar weken op de Maas gevaren hebt, de stroom mee hebt gevoeld en de grote schepen hebt gezien die daar varen, dan sta je er niet bij stil dat de Waal een rivier is die veel machtiger is, wel 10 keer meer water afvoert dan de Maas en waar veel grotere combinaties varen. De stroom komt ons op de Waal met donderend geweld tegemoet. We hebben moeite om Tiberius met de neus er tegenin te krijgen. Ik moet daarvoor flink gas geven. Als ik Tiberius opvoer naar een ongebruikelijk toerental van 2400 omwentelingen en 14 km/uur door het water ga, hou ik niet meer dan een magere 9 km/uur over de grond over. We hebben ons dan al met nog vier andere jachten via de marifoon bij Sector Nijmegen gemeld en krijgen te horen waar de grote binnenvaartschepen zich op de Waal bevinden. We ploeteren verder de Waal op tot de Lindenberg- haven. Daar vinden we net een gaatje aan het langssteiger waar we vast kunnen maken.

We kennen Nijmegen nog niet zo goed. Het is een beetje een vreemde stad vinden we. We zien een lappendeken aan nieuwe en oude architectuur. Het resultaat van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Van een wederopbouwplan lijkt hier zo te zien geen sprake zoals we dat in Middelburg wel hebben gezien. Ook het museum Valkenhof kan ons niet bekoren. De haven zelf vinden we wel gezellig met veel oude schepen. Op het schip van Opoe Sientje eten we iets. We gaan ook naar Kinki kappers om er weer ’n beetje fatsoenelijk uit te zien. Woensdag zetten we koers naar de IJssel. Daarvoor moeten we eerst 16 kilometer de snel stromende Waal op. We hebben dan al informatie bij een aantal schepen ingewonnen over hoe je je het best op de Waal kunt gedragen. We wachten tot er geen scheepvaart meer is en stomen de Waal op. We kiezen direct het vaarwater aan de overzijde waardoor we de binnenbocht nemen waar iets minder stroom staat. Dat spelletje herhalen we nog 4 keer en komen na 1 uur en 45 minuten bij het Pannerdensch kanaal dat ons met 4 kilometer stroom mee naar de IJssel brengt. Op de Waal varen we zowat met de grote beroepsjongens mee, wat voor ons een rustig beeld geeft. We leren het wel.

Lakenvelders langs het Pannerdensch kanaal.

Op de IJssel varen we direct door naar Doesburg omdat we horen dat Gerda en Dick er met hun mooie Pollard boot liggen. We krijgen een heerlijk diner van hen aangeboden in het Arsenaal in Doesburg. Twee dagen later lunchen we samen met Michel en Jaqueline in hetzelfde restaurant. Wat boffen we ontzettend met dit stralende zomerweer, een blauwe strakke lucht in dit mooi gerestaureerde haventje.